Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1627

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-04-2013
Datum publicatie
31-05-2013
Zaaknummer
21-004652-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

ISD-maatregel

Uit het omtrent verdachte opgemaakte advies van de reclassering, gedateerd 17 oktober 2012, blijkt onder meer dat sprake is van een hoog recidiverisico. Sinds betrokkene uit een eerder opgelegde ISD maatregel is vrijgekomen, in augustus 2010, komt hij geregeld in aanmerking met justitie, zelfs in een situatie met reclasseringstoezicht. Verdachte houdt zich niet aan de algemene voorwaarden binnen een zodanig toezicht. De reclassering ziet geen mogelijkheid om interventies uit te zetten voor verdachte. Verdachte neemt geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daden.

Gezien het voortdurend recidiveren van verdachte wordt de oplegging van een ISD-maatregel geadviseerd. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat er, mede gelet op de vele veroordelingen, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich in de toekomst opnieuw schuldig zal maken aan het plegen van misdrijven. Derhalve wordt in zoverre voldaan aan het bepaalde in artikel 38m eerste lid onder 2e van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof is zich bewust van de zwaarte van onderhavige maatregel, echter alles afwegende dient het belang van de maatschappij om tegen verdachtes handelen te worden beschermd te prevaleren. Dat maatschappelijk belang kan niet anders in voldoende mate worden beschermd dan door oplegging van de ISD-maatregel. Gelet op de hardnekkige verslaving aan harddrugs van verdachte dient er ernstig rekening mee te worden gehouden dat verdachte zijn huidige levenswijze niet vrijwillig zal opgeven en ook in de toekomst misdrijven zal blijven plegen. De beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van verdachtes criminele recidive dwingt tot het opleggen van de maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004652-12

Uitspraak d.d.: 18 april 2013

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 6 november 2012 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-730702-12 en 05-730876-12, 05-731033-12, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 05-730216-11, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] [1965].

thans uit anderen hoofde verblijvende in [verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 april 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr K.D. Regter, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 05-730702-12:

1:

hij op of omstreeks 20 mei 2012 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (groene) (kampeer)auto ([kenteken) heeft weggenomen een mp-3 speler en/of een zonnebril en/of meerdere doosjes snoep en/of een kurkentrekker en/of lifehammer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ‘[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (het forceren/inslaan/indrukken van een ruit van die auto).

2:

hij op of omstreeks 20 mei 2012 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (zwarte) (personen)auto merk Chevrolet ([kenteken]) heeft weggenomen aftershave en/of een navigatiesysteem (Tom Tom XL Life Europa) en/of een houder voor het navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (het forceren/inslaan/indrukken van een ruit van die auto).

3:

hij op of omstreeks 20 mei 2012 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (groene) (bedrijfs)auto ([kenteken]) heeft weggenomen een zonnebril en/of een mp-3 speler met USB-stick en/of een navigatiesysteem en/of een telefoonkabel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (het forceren/inslaan/indrukken van een ruit van die auto).

Zaak met parketnummer 05-730876-12 (gevoegd):

1:

hij op of omstreeks 29 juni 2012 te gemeente Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (personen)auto (voorzien van kenteken [kenteken]) weg te nemen een of meerdere goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of daarbij voormeld(e) goed(eren) onder verdachtes bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, (door een ruit/raam in te slaan aan de voorzijde van de linkerkant van voornoemde auto), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2:

hij op of omstreeks 01 juni 2012 te gemeente Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen een televisie (merk Sharp) en/of een of meerdere Delfts blauwe vaas/vazen en/of een fiets (merk: Gazelle) en/of een of meerdere goed(eren)(zoals vermeld op het overzicht vermiste goederen van de woninginbraak [adres] op 1 juni 2012), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door een raam/ruit te verbreken/in te slaan en (vervolgens) zich door deze verbroken ruit de toegang tot voormelde woning te verschaffen).

Zaak met parketnummer 05-731033-12 (gevoegd).

1:

hij op of omstreeks 18 juni 2012 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening tijdens de voor de nachtrust bestemde tijd in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen één of meer telefoon(s) en/of één of meer computer(s) (merk Asus en/of Packard Bell en/of Acer) en/of een paspoort en/of één of meer rijbewij(s)(zen) en/of een autosleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door het stukmaken van een raam waarna een deur is geopend).

2:

hij op of omstreeks 18 juni 2012 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Peugeot), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorendeaan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder parketnummer 05/730876-12, feit 2, tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van de onder de parketnummers 05/730702-12 onder 3, en 05/731033-12 onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Ten aanzien van de verweren

Parketnummer 05/730702-12, onder 3.

De raadsman heeft in hoger beroep aangevoerd dat is het resultaat van het DNA-onderzoek door het NFI niet mag meewegen voor het bewijs. De in de Mercedesbus aangetroffen bloedsporen (voorzien van SIN-nummers [nummer] en [nummer]) zijn niet conform de geldende norm zijn voorzien van stickers, aldus de raadsman, waardoor niet valt te beoordelen of de naar het NFI opgestuurde sporen de sporen zijn waarover door het NFI is gerapporteerd.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof constateert dat het proces-verbaal sporenonderzoek met betrekking tot de biologische sporen die zijn aangetroffen in de Mercedes bestelbus ([kenteken]) niet is voorzien van stickers met SIN-nummers. Het hof acht het onder feit 3 tenlastegelegde feit desalniettemin wettig en overtuigend bewezen. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat uit de stukken in het dossier blijkt dat verdachte zeer kort nadat de inbraak in de Mercedesbus met kenteken [kenteken] had plaatsgevonden naar aanleiding van een melding op 20 mei om 7.22 uur door een getuige waarbij een signalement is doorgegeven, is aangehouden, namelijk - blijkens het proces-verbaal aanhouding - om 7.25 uur en verdachte bij de insluitingsfouillering in bezit bleek te zijn van meerdere goederen waaronder de - naar later bleek - uit de Mercedes gestolen spullen. Het hof neemt daarbij voorts in aanmerking dat verdachte zich blijkens het dossier op dezelfde ochtend schuldig heeft gemaakt aan diverse andere auto-inbraken in de nabije omgeving van de plaats waar onderhavig feit is gepleegd, waaronder de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten met parketnummer 05/730702-12.

Parketnummer 05/731033-12, feit 1 en 2.

De raadsman heeft in hoger beroep betoogd dat niet duidelijk is op welk bewijsmiddel de rechtbank doelt, wanneer wordt geoordeeld dat uit het dossier blijkt dat voor de deur van de woning aan de [adres] een bloedspoor werd aangetroffen dat op verdachte zou zijn te herleiden.

Het hof verstaat het verweer aldus, dat wordt betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van wegens gebrek aan wettig bewijs.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het proces-verbaal sporenonderzoek (2012059973-3, dossierpagina 21 - 23) blijkt dat op 18 juni 2012 naar aanleiding van een inbraak, die dag gepleegd, door de Forensische Opsporing sporenonderzoek is gedaan op het adres [adres] te Nijmegen. Tijdens dat onderzoek werd een bloedspoor aangetroffen op de kap van de lichtschakelaar in de gang, rechts gezien vanaf de voordeur. Dit spoor is veiliggesteld en voorzien van het SIN-nummer [nummer]. Op 18 juli 2012 heeft het NFI een rapport opgesteld met betrekking tot een spoor met voornoemd SIN-nummer ([nummer], dossierpagina 24). Uit de bijlagen bij dit rapport met kop “DNA-profielcluster [nummer]" blijkt dat sprake is van een match met het DNA-profiel van verdachte [verdachte] met een matchkans kleiner dan een op één miljard.

Het hof acht de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen redengevend om te komen tot het oordeel dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan.

Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-730702-12 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 05-730876-12 onder 1 en in de zaak met parketnummer 05-731033-12 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 05-730702-12:

1:

hij op of omstreeks 20 mei 2012 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een groene kampeerauto ([kenteken])

heeft weggenomen een mp-3 speler en een zonnebril en meerdere doosjes

snoep en een kurkentrekker en lifehamer, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft verschaft door middel van braak (het forceren/inslaan/indrukken van een ruit van die auto).

2:

hij op 20 mei 2012 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een zwarte personenauto merk Chevrolet ([kenteken]) heeft weggenomen aftershave en een navigatiesysteem (Tom Tom XL Life Europa) en een houder voor het navigatiesysteem, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak (het forceren/inslaan/indrukken van een ruit van die auto).

3:

hij op 20 mei 2012 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een groene bedrijfsauto ([kenteken]) heeft weggenomen een zonnebril en een mp-3 speler met USB-stick en een navigatiesysteem en een telefoonkabel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak (het forceren/inslaan/indrukken van een ruit van die auto).

Zaak met parketnummer 05-730876-12 (gevoegd):

1:

hij op 29 juni 2012 te gemeente Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (personen)auto (voorzien van kenteken [kenteken]) weg te nemen een of meerdere goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen door middel van braak (door een ruit/raam in te slaan aan de voorzijde van de linkerkant van voornoemde auto), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Zaak met parketnummer 05-731033-12 (gevoegd):

1:

hij op 18 juni 2012 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening tijdens de voor de nachtrust bestemde tijd in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen telefoons en computers (merk Asus en Packard Bell en Acer) en een paspoort en meer rijbewijzen en autosleutels, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak (door het stukmaken van een raam waarna een deur is geopend).

2:

hij op 18 juni 2012 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Peugeot), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het in de zaak met parketnummer 05-730702-12 onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde levert op:

telkens: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

het in de zaak met parketnummer 05-730876-12 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

het in de zaak met parketnummer 05-731033-12 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

het in de zaak met parketnummer 05-731033-12 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof acht oplegging van na te melden maatregel in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ter terechtzitting heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD) zal opleggen.

Op 1 oktober 2004 is in werking getreden de wet van 9 juli 2004 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Penitentiaire Beginselenwet (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders). Blijkens de considerans van deze wet is beoogd om te voorzien in een regeling inzake de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige plegers van misdrijven en om de regeling inzake de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden daarin op te nemen.

De bewezenverklaarde feiten betreffen: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft door middel van braak; diefstal, waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Naar de wettelijke omschrijving kan bij veroordeling tot een dergelijk misdrijf een maximum gevangenisstraf voor de duur van vier jaren worden opgelegd, zodat ingevolge het bepaalde in artikel 67, eerste lid en onder a van het Wetboek van Strafvordering voorlopige hechtenis is toegelaten. Derhalve wordt in zoverre voldaan aan het bepaalde in artikel 38m eerste lid onder 1e van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof heeft gelet op een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 21 maart 2013.

Uit dit uittreksel blijkt dat verdachte in de laatste 5 jaren voorafgaand aan 20 mei 2012 meermalen onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, terwijl die straffen geheel zijn ten uitvoer gelegd. Het hof heeft in dat verband met name gelet op de navolgende onherroepelijke veroordelingen ter zake van (vermogens) misdrijven:

- het vonnis van de politierechter in de rechtbank Arnhem van 16 mei 2012 (05-700727-12), waarbij verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een week.

- het vonnis van de politierechter in de rechtbank Arnhem van 24 juni 2011 (05-730216-11), waarbij verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk;

- het vonnis van de politierechter in de rechtbank Arnhem van 7 september 2011 (05-730876-11) waarbij verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 weken.

Uit het omtrent verdachte opgemaakte advies van de reclassering van [naam], gedateerd 17 oktober 2012, opgemaakt door [naam], reclasseringswerker, blijkt onder meer dat sprake is van een hoog recidiverisico. Sinds betrokkene uit een eerder opgelegde ISD maatregel is vrijgekomen, in augustus 2010, komt hij geregeld in aanmerking met justitie, zelfs in een situatie met reclasseringstoezicht. Verdachte houdt zich niet aan de algemene voorwaarden binnen een zodanig toezicht. De reclassering ziet geen mogelijkheid om interventies uit te zetten voor verdachte. Verdachte neemt geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daden.

Gezien het voortdurend recidiveren van verdachte wordt de oplegging van een ISD-maatregel geadviseerd.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat er, mede gelet op de vele veroordelingen, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich in de toekomst opnieuw schuldig zal maken aan het plegen van misdrijven.

Derhalve wordt in zoverre voldaan aan het bepaalde in artikel 38m eerste lid onder 2e van het Wetboek van Strafrecht.

Bij de oplegging van de ISD-maatregel dient enerzijds te worden afgewogen het belang van de maatschappij om beveiligd te worden tegen de aantasting van personen en goederen door deze misdrijven en anderzijds het - onder meer - in artikel 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden neergelegde recht op persoonlijke vrijheid.

Het hof is zich bewust van de zwaarte van onderhavige maatregel, echter alles afwegende dient het belang van de maatschappij om tegen verdachtes handelen te worden beschermd te prevaleren.

Dat maatschappelijk belang kan niet anders in voldoende mate worden beschermd dan door oplegging van de ISD-maatregel. Gelet op de hardnekkige verslaving aan harddrugs van verdachte dient er ernstig rekening mee te worden gehouden dat verdachte zijn huidige levenswijze niet vrijwillig zal opgeven en ook in de toekomst misdrijven zal blijven plegen. De beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van verdachtes criminele recidive dwingt tot het opleggen van de maatregel.

De ISD-maatregel zal worden opgelegd voor de duur van 2 jaren.

Anders dan de raadsman acht het hof geen redenen aanwezig om de maatregel voor een kortere dan de maximale duur op te leggen dan wel hierop de tijd, die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering te brengen, mede nu er nog geen behandelprogramma is opgesteld. Het in mindering brengen van de voorlopige hechtenis zou betekenen dat de voor behandeling resterende detentietijd aanmerkelijk wordt beperkt, waardoor het uitzicht op succesvolle behandeling verder wordt verminderd.

Bij de vaststelling van de duur van de maatregel geldt het volgende. Er is thans nog geen op de persoon van verdachte toegesneden behandelprogramma. In verband daarmee wordt gekozen voor een tussentijdse beoordeling als bedoeld in artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht na 9 maanden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 50,=. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] heeft betrekking op een (vierde) feit dat weliswaar in het vonnis is opgenomen als zijnde tenlastegelegd onder parketnummer 05-730702-12 maar waarover in het vonnis van de rechtbank geen overweging noch een beslissing is opgenomen.

De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 75,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-730876-12 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.363,41. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-731033-12 onder 1 en 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter te Arnhem van 24 juni 2011 met parketnummer 05-730216-11 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Op grond van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14h, 14i, 14j, 36f, 38m, 38p, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05-730876-12 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-730702-12 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 05-730876-12 onder 1 en in de zaak met parketnummer 05-731033-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-730702-12 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 05-730876-12 onder 1 en in de zaak met parketnummer 05-731033-12 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-730876-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 75,00 (vijfenzeventig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4], een bedrag te betalen van € 75,00 (vijfenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-731033-12 onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.363,41 (duizend driehonderddrieënzestig euro en eenenveertig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2], een bedrag te betalen van € 1.363,41 (duizend driehonderddrieënzestig euro en eenenveertig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Arnhem van 25 juli 2012, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Arnhem van 24 juni 2011, parketnummer 05-730216-11, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Aldus gewezen door

mr C. Caminada, voorzitter,

mr R.W. van Zuijlen en mr P. van Kesteren, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr G.W. Jansink, griffier,

en op 18 april 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.