Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1489

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-04-2013
Datum publicatie
30-05-2013
Zaaknummer
TBS P13/0095
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat de rechtbank naast de terbeschikkingstelling ten onrechte, namelijk overbodig, ook de termijn van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met een jaar heeft verlengd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P13/0095

Beslissing d.d. 25 april 2013

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1955],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen terbeschikkinggestelde.

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Breda van 21 december 2012, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en wijziging van de voorwaarden, verbonden aan de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- de uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 oktober 1997, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd;

- het verlengingsadvies van de Reclassering Nederland, Toezichtunit ’s-Hertogenbosch Zuid van 3 september 2012;

- het Pro Justitia rapport van 15 augustus 2012, opgemaakt door [specialist], zenuwarts;

- de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 2 november 2012;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- het reclasseringsadvies van 22 maart 2013 en het voortgangsverslag van 13 maart 2013, beide van Reclassering Nederland, Toezichtunit ’s-Hertogenbosch Zuid.

Het hof heeft ter zitting van 11 april 2013 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr T.P. Klaasen, advocaat te Helden, en de advocaat-generaal

mr G.J. de Haas.

Overwegingen:

Het advies van Reclassering Nederland

Gezien het feit dat de terbeschikkinggestelde met ingang van april 2013 zal starten met individuele gesprekken met een psychiater met betrekking tot zijn seksualiteit, hij in het afgelopen jaar zijn baan is kwijtgeraakt, er sprake is geweest van pre-delictgedrag en het maatjesproject niet de beoogde effecten heeft gehad met als gevolg dat het netwerk van hem nog nagenoeg nihil is, acht de reclassering het momenteel nog te vroeg de terbeschikkingstelling onvoorwaardelijk te beëindigen. Het komende jaar zal de reclassering onderzoeken of de terbeschikkinggestelde ingebed kan worden in de reguliere zorg, eventueel met op grond van de BOPZ.

De reclassering adviseert de maatregel met een jaar te verlengen.

Het advies van de externe deskundige

Uit het rapport van psychiater [specialist] van 15 augustus 2012 blijkt dat de terbeschikkinggestelde een niet bijster intelligente man is met een chromosomale afwijking bij wie reeds op kinderleeftijd aanwijzingen bestonden in de richting van een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Tijdens de behandeling van de terbeschikkinggestelde is duidelijk gewezen op factoren die met het seksuele misbruik causaal in verband kunnen worden gebracht. Hierbij moet gedacht worden aan de beperkte copingmechanismen die eigen zijn aan zijn ontwikkelingsstoornis (stoornis van Asperger) maar ook aan zijn gestoord ejaculatiepatroon en de daarmee samenhangende frustratie en aan het sociale isolement.

De terbeschikkinggestelde heeft er nog steeds veel moeite mee om stil te staan bij het indexdelict en zijn eigen aandeel onder ogen te zien. De stoornis van Asperger is hieraan niet vreemd. Met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat het behandelplafond bij de terbeschikkinggestelde is bereikt.

De kans op recidive binnen een kader van controle en toezicht is niet groot, maar, indien de vigerende TBS structuur met reclasseringsbegeleiding vervalt, is niet uit te sluiten dat de terbeschikkinggestelde in een zelfde situatie terechtkomt als ten tijde van het indexdelict is Recidive kan dan niet worden uitgesloten te meer daar de copingmechanismen van de terbeschikkinggestelde beperkt en eenzijdig blijven.

Volgens de deskundige is er uitzicht op verdere resocialisatie, nu de terbeschikkinggestelde zich houdt aan de afspraken en hij voldoening ontleent aan zijn werk. Hij acht op termijn beëindiging van de terbeschikkingstelling denkbaar, maar dat is in het huidige stadium nog niet opportuun.

De psychiater adviseert de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen, de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling te continueren en het resocialiseringsproces verder te ondersteunen..

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De raadsman heeft aangevoerd dat de terbeschikkingstelling reeds 13 jaar voortduurt en dat daarmee de vraag rijst of de terbeschikkingstelling na zoveel jaar nog nodig is en of de terbeschikkinggestelde gezien zijn problematiek niet beter behandeld kan worden in het kader van de Wet BOPZ. Hij woont sinds 2007 buiten de kliniek en heeft sinds 2009 proefverlof. Hij wil graag een relatie opbouwen en dat zal beter in het kader van de Wet BOPZ gaan dan in het kader van de terbeschikkingstelling.

De raadsman heeft daarom verzocht onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid of de terbeschikkinggestelde in het kader van de Wet BOPZ behandeld kan worden in een GGZ-instelling.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar en aanpassing van de voorwaarden. De terbeschikkinggestelde heeft weinig coping vaardigheden, hij heeft bij een relatie heeft hij extra begeleiding nodig en zijn spanningsveld is snel opgebouwd. Ook de gesprekken die de terbeschikkinggestelde op korte termijn met een psychiater zal hebben over zijn seksualiteit dienen in het kader van de TBS-maatregel plaats te vinden.

De rechtbank heeft in haar beslissing ten onrechte ook de termijn van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met een jaar verlengd.

Het oordeel van het hof

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat de rechtbank naast de terbeschikkingstelling ten onrechte, namelijk overbodig, ook de termijn van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met een jaar heeft verlengd.

Stoornis en recidivegevaar

Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en volgens de psychiater is tevens sprake van het syndroom van Asperger. De kans op recidive wordt zowel de reclassering als de psychiater groter bij het wegvallen van de structuur van de terbeschikkingstelling met reclasseringsbegeleiding.

Verlenging

Het hof constateert dat de terbeschikkinggestelde, anders dan ten tijde van de rapportage door de externe deskundige, thans geen dagbesteding heeft en dat zijn sociaal netwerk nog zeer beperkt is. In april van dit jaar zal de hij gesprekken gaan voeren met een psychiater over zijn seksualiteit en daarbij is het volgens de externe deskundige van belang dat de terbeschikkinggestelde leert openheid te geven over hetgeen hem bezighoudt.

Het een en ander maakt nog steeds steun en toezicht door de reclassering noodzakelijk. Gelet hierop en op de stoornis en het recidivegevaar, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist.

Het hof acht het bij de huidige stand van zaken te vroeg om nu reeds een onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden van een overgang naar een behandeling op grond van de Wet BOPZ, maar acht mede gelet op de proportionaliteit, het wel gewenst dat de reclassering het komende jaar mede gebruikt om dat onderzoek te doen, opdat de rechter bij de volgende verlengingzitting dienaangaande over rapportage kan beschikken. Het hof acht het tevens gewenst dat, in het geval een machtiging op grond van de Wet BOPZ niet mogelijk blijkt, de reclassering voor de volgende verlengingszitting tevens de mogelijkheid onderzoekt of de behandeling op vrijwillige basis bij een GGZ-instelling kan worden voortgezet.

Naar aanleiding van het advies van de reclassering van 22 maart 2013 zal het hof de voorwaarden aanpassen zoals hierna vermeld.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Breda van 21 december 2012 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde].

Wijst af het verzoek van de raadsman tot het thans laten doen van onderzoek naar de mogelijkheden van een overgang naar de Wet BOPZ;

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Wijzigt de aan de terbeschikkinggestelde opgelegde voorwaarden en bepaalt dat de terbeschikkingstelling wordt voortgezet onder de voorwaarden dat de terbeschikkingestelde:

- zich dient te houden aan de aanwijzingen die de Reclassering Nederland hem geeft, voor zover deze niet zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde;

- zich gedurende door de reclassering bepaalde periode dient te melden, zo frequent als de Reclassering Nederland dit nodig acht;

- zal wonen op het adres van de RIBW te [plaats] [adres] en hij zich aan de huisregels van RIBW [plaats] dient te houden (de reclassering mag overleg voeren met de begeleiding van RIBW [plaats] aangaande de voortgang van de voorwaarde);

- als hij de nacht elders wil doorbrengen, hiervoor vooraf toestemming dient te hebben gekregen van de reclassering;

- zich dient te houden aan de richtlijnen van de behandelaar;

- niet zonder overleg en toestemming van reclassering van adres zal veranderen;

- zal meewerken aan aanmelding en begeleiding door een door de reclassering aangewezen instelling in het kader van ambulante begeleiding, indien de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zal meewerken indien in het kader van een time-out wordt besloten tot plaatsing in FPC [instelling].

Aldus gedaan door

mr E.A.K.G. Ruys als voorzitter,

mr E.G. Smedema en mr C.H.B. Winters als raadsheren,

en drs. R. Poll en drs. J. Boon als raden,

in tegenwoordigheid van D.P. Post als griffier,

en op 25 april 2013 in het openbaar uitgesproken.

mr C.H.B. Winters en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.