Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1254

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
23-04-2013
Datum publicatie
28-05-2013
Zaaknummer
200.109.945
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot plaatsing advertenties en redactioneel artikel in weekblad; gedragingen en verklaringen na totstandkoming overeenkomst die op grond van Haviltex-criterium tot wijziging overeenkomst hebben geleid; vordering tot betaling; tekortkoming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

Locatie Arnhem

Afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.109.845

(zaaknummer rechtbank Arnhem, burgerlijk recht, sector kanton, locatie Nijmegen: 769135)

arrest van de derde kamer van 23 april 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Sanoma Men’s Magazines B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

hierna: Sanoma,

advocaat: mr. A.J. van de Graaf,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Quinta Marketing B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

geïntimeerde,

hierna: Quinta,

niet verschenen.

1. Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van

9 september 2011 en 30 december 2011 die de rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Nijmegen tussen appellante als eiseres en geïntimeerde als gedaagde heeft gewezen.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 27 maart 2012,

- de memorie van grieven, met producties.

2.2 Vervolgens heeft Sanoma de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3. De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.3 van het vonnis van 30 december 2011.

4. De beoordeling in hoger beroep

4.1 De inzet van dit geding is de betaling van twee facturen van elk € 7.095,38, in totaal € 14.190,76, met buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente. Sanoma heeft deze facturen aan Quinta verstuurd voor het plaatsen van twee advertenties voor het product “Optimotor” in het weekblad Autoweek, in editie 42 en editie 43 van 2010.

4.2 De kantonrechter heeft bij het bestreden vonnis de desbetreffende vordering van Sanoma tot een bedrag van € 3.547,69 in hoofdsom, vermeerderd met € 600,- aan buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente, toegewezen en voor het overige afgewezen.

4.3 Tegen die beslissing komt Sanoma in hoger beroep op. Quinta is in hoger beroep niet verschenen.

4.4 Met de grieven I en II, die zich lenen voor gezamenlijke behandeling, valt Sanoma de overwegingen van de kantonrechter aan dat Sanoma wat betreft de eerste advertentie niet conform de opdracht heeft gehandeld en dat daarom de kosten van de eerste advertentie in alle redelijkheid tussen partijen moeten worden gedeeld, en dat Sanoma de tweede advertentie zonder nader overleg met Quinta heeft geplaatst vóórdat het redactionele artikel was verschenen en dat in zoverre voor deze tweede advertentie geen opdracht en dus geen gehoudenheid om te betalen bestond.

4.5 Sanoma voert aan dat partijen een tijdsplanning hadden afgesproken. Eerst zou in een nummer van Autoweek een paginagrote advertentie worden geplaatst voor het product Optimotor, vervolgens zou in een volgend nummer een redactioneel artikel over dat product worden geplaatst, daarna zou in een volgend nummer nog een paginagrote advertentie worden geplaatst, waarna nog een viertal advertenties ter grootte van telkens een halve pagina in vier nummers zou worden geplaatst. Sanoma verwijst naar haar bevestigingsmail, productie 5 bij memorie van grieven.

4.6 Volgens Sanoma zijn de afgesproken tijdstippen voor het aanleveren van het voor de advertenties en het redactionele artikel benodigde materiaal en voor het plaatsen van de advertenties en het redactionele artikel op verzoek van Quinta enige malen uitgesteld omdat Quinta niet in staat was het materiaal tijdig aan te leveren. Sanoma stelt dat [werknemer geïntimeerde] (Quinta) bij e-mail van 24 september 2010 aan [werknemer appellante] (Sanoma) schrijft dat hij hoopt dat hen nog een kans gegeven wordt. Sanoma stelt dat uiteindelijk tussen [werknemer appellante] van Sanoma en [werknemer geïntimeerde] van Quinta per e-mail is afgesproken dat in editie 42 de eerste advertentie zou worden geplaatst. Sanoma stelt voorts dat partijen hadden afgesproken dat advertenties vooruit dienden te worden betaald, en dat zij voorafgaand aan plaatsing de factuur ter zake van de eerste advertentie aan Quinta heeft gestuurd. Op die factuur is aangegeven dat betaling uiterlijk 27 september 2010 diende te zijn ontvangen onder het risico dat de advertentie niet wordt geplaatst, aldus Sanoma.

4.7 Ondertussen is Sanoma, zo stelt zij, blijven aandringen op de aanlevering van het materiaal voor de advertentie en tevens van het materiaal voor het redactionele artikel. Sanoma stelt dat zij in een laat stadium uiteindelijk het materiaal voor de advertentie heeft ontvangen, zodat de eerste advertentie inderdaad is geplaatst in editie 42. Ook voorafgaand aan plaatsing van de tweede advertentie, welke is geplaatst in editie 43, heeft Sanoma ter zake van die advertentie een factuur aan Quinta gestuurd. Sanoma voert verder aan dat zij (in de persoon van [werknemer appellante]) veelvuldig e-mail contact heeft gehad met Quinta (in de persoon van [werknemer geïntimeerde]) en dat zij in die contacten Quinta ook herhaaldelijk heeft gerappelleerd ter zake van de betaling van de factuur voor de eerste advertentie, het aanleveren van het benodigde materiaal voor het redactionele artikel en in een later stadium, maar nog voorafgaand aan de plaatsing van de beide advertenties, de beide openstaande facturen. Wat betreft de betalingen gaf [werknemer geïntimeerde] herhaaldelijk aan dat het verzoek tot betaling al was doorgegeven aan zijn administratie en dat de betaling alsnog direct in orde zou worden gemaakt, aldus Sanoma.

4.8 Volgens de stellingen van Sanoma heeft zij uiteindelijk pas op 22 oktober 2010 het beeldmateriaal voor het redactionele artikel aangeleverd gekregen.

4.9 Sanoma heeft ter adstructie van haar onder 4.5 tot en met 4.8 weergegeven betoog als productie 4 tot en met 15 bij memorie van grieven een aantal tussen haar (in de persoon van [werknemer appellante]) en Quinta (in de persoon van [werknemer geïntimeerde]) gewisselde e-mailberichten overgelegd.

4.10 Quinta heeft in eerste aanleg ten verwere tegen de door Sanoma jegens haar ingestelde vorderingen aangevoerd dat Sanoma zich niet aan de afspraken heeft gehouden omdat zij twee advertenties in twee opvolgende nummers van Autoweek heeft geplaatst, maar niet daartussenin het afgesproken redactionele artikel. Daardoor hebben de beide advertenties veel minder waarde voor Quinta opgeleverd, aldus Quinta; de meerwaarde zat hem juist in het overeengekomen pakket.

4.11 Naar het oordeel van het hof faalt dit verweer in het licht van de gang van zaken zoals die door Sanoma bij memorie van grieven, onderbouwd met de e-mailcorrespondentie tussen partijen, is gesteld en hiervoor onder 4.5 tot en met 4.8 is weergegeven. Deze gang van zaken heeft Quinta niet bestreden, zodat het hof daarvan moet uitgaan. Het hof is van oordeel dat Sanoma gelet op de tussen partijen gemaakte afspraken, de overeengekomen uitstellen, de door Sanoma verzonden facturen, de rappellen van Sanoma, de reacties van de kant van Quinta op die rappellen en het uitblijven van het materiaal voor het redactionele artikel, in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs ervan mocht uitgaan dat Quinta instemde met plaatsing van de twee advertenties, ook zonder dat na de eerste advertentie het redactionele artikel was geplaatst. Sanoma mocht er, gezien de reacties van de kant van Quinta, redelijkerwijze vanuit gaan dat Quinta instemde met de facturering vooraf en daarmee met de plaatsing van de beide advertenties na elkaar, zonder dat het redactionele artikel, waarvoor Quinta immers nog niet conform afspraak het benodigde materiaal had aangeleverd ondanks dat de daarvoor afgesproken deadline reeds geruime tijd was verstreken, daartussenin zou worden geplaatst. Het hof betrekt bij dit oordeel tevens dat Quinta in de toen ontstane situatie geen duidelijkheid heeft geschapen met betrekking tot haar wensen omtrent de plaatsing van de diverse onderdelen van het pakket, terwijl voor haar duidelijk moet zijn geweest dat de oorspronkelijke planning niet kon worden aangehouden nu zij zelf in gebreke bleef met het tijdig aanleveren van het materiaal voor het redactionele artikel.

Het hof is dan ook met Sanoma van oordeel dat de omstandigheid dat enkel het plaatsen van de advertenties niet het beoogde effect heeft gehad, welk effect wel met het gehele pakket zou kunnen zijn bereikt, voor rekening en risico van Quinta komt en dat geen sprake is van een tekortkoming aan de kant van Sanoma.

4.12 Op grond van het voorgaande slagen de grieven 1 en 2. Het bestreden vonnis moet worden vernietigd en de vordering van Sanoma tot betaling van de twee facturen voor de geplaatste advertenties dient alsnog geheel te worden toegewezen, met de gevorderde wettelijke handelsrente daarover vanaf de uiterste betaaldatum van de respectieve facturen.

4.13 Ook grief III, gericht tegen de beperking van de toewijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten, slaagt. Nu het gehele bedrag van de gevorderde hoofdsom alsnog wordt toegewezen, zullen ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten geheel worden toegewezen. Aannemelijk is dat Sanoma buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht dan wel doen verrichten en dat daarvoor kosten zijn gemaakt. Het gevorderde bedrag van € 800,- is conform de gebruikelijk gehanteerde tarieven en komt ook overigens niet onredelijk voor. Ook de gevorderde wettelijke rente over dat bedrag zal worden toegewezen.

4.14 Grief IV ten slotte, waarmee Sanoma zich keert tegen de door de kantonrechter toegepaste compensatie van de proceskosten, slaagt in het voetspoor van de voorgaande grieven. Nu Quinta geheel in het ongelijk is gesteld, zal het hof haar veroordelen in de kosten van het geding in beide instanties.

5. Slotsom

5.1 De grieven slagen, zodat het bestreden vonnis moet worden vernietigd. De vorderingen van Sanoma zullen alsnog geheel worden toegewezen.

5.2 Sanoma vordert in hoger beroep tevens dat het hof Quinta zal veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen Sanoma ter uitvoering van het bestreden vonnis aan Quinta zal hebben voldaan, maar aangezien Sanoma in eerste aanleg niet is veroordeeld tot betaling van enig bedrag aan Quinta, zal het hof deze vordering afwijzen.

5.3 Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof Quinta in de kosten van beide instanties veroordelen.

De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van Sanoma zullen worden vastgesteld op:

- explootkosten € 80,81

- griffierecht € 851,-

totaal verschotten € 931,81

- salaris advocaat € 300,- .

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Sanoma zullen worden vastgesteld op:

- explootkosten € 81,17

- griffierecht € 1.815,-

totaal verschotten € 1.896,17

- salaris advocaat € 894,- (1 punt x tarief II).

5.4 Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten toewijzen zoals hierna vermeld.

6. De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de kantonrechter (rechtbank Arnhem, burgerlijk recht, sector kanton, locatie Nijmegen) van 30 december 2011 en doet opnieuw recht;

veroordeelt Quinta om aan Sanoma te betalen in hoofdsom € 14.190,76, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 7.095,38 vanaf 27 september 2010 en vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 7.095,38 vanaf 7 oktober 2010;

veroordeelt Quinta om aan Sanoma te betalen aan buitengerechtelijke incassokosten € 800,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 28 juli 2011;

veroordeelt Quinta in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van Sanoma wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op € 931,81 voor verschotten en op € 300,- voor salaris en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op

€ 1.896,17 voor verschotten en op € 894,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en -voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

veroordeelt Quinta in de nakosten, begroot op € 131,-, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 68,- in geval Quinta niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf veertien dagen na aanschrijving én betekening;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. I.A. Katz-Soeterboek, B.J. Lenselink en H.M. Wattendorff en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 april 2013.