Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1132

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-05-2013
Datum publicatie
27-05-2013
Zaaknummer
21-004960-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij als ongewenst vreemdeling in Nederland heeft verbleven terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat hij ongewenst was verklaard. Het hof spreekt de verdachte vrij omdat uit de beschikking waarbij de verdachte ongewenst is verklaard, de gronden voor die beslissing niet blijken, zodat die beslissing geen basis kan bieden voor een strafrechtelijke veroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004960-11

Uitspraak d.d.: 8 mei 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Utrecht van 30 november 2011 in de strafzaak tegen

[Verdachte],

geboren in een onbekend(e) stad of dorp in [geboorteland] op [geboortedatum],

wonende te [adresgegevens].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 24 april 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw,

mr G. Ocak, advocate te Utrecht, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 17 november 2011 te De Bilt, althans in het arrondissement Utrecht, in elk geval in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, tot ongewenst vreemdeling was verklaard.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring.

De raadsvrouw heeft betoogd dat de ongewenstverklaring van de verdachte is opgeheven omdat de verdachte in plaats daarvan een inreisverbod van twee jaar heeft gekregen. De verdachte zou op die grond moeten worden vrijgesproken.

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt het volgende.

In het dossier is een beschikking aanwezig, gedateerd 1 december 2006 en afkomstig van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND), waarin de verdachte ongewenst wordt verklaard.

Uit die beschikking blijkt echter niet van enige grond voor ongewenstverklaring ex artikel 67 Vreemdelingenwet 2000.

De beslissing is derhalve niet dan wel ontoereikend gemotiveerd en daarmee niet in overeenstemming met het recht.

Het hof is op grond van voorgaande van oordeel dat de beslissing waarbij de verdachte ongewenst is verklaard niet kan dienen als basis voor een strafrechtelijke veroordeling en dat derhalve niet is bewezen dat de verdachte ten tijde van de in de tenlastelegging genoemde datum in Nederland verbleef terwijl hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Het hof spreekt de verdachte om die reden vrij en komt, gelet op deze beslissing, niet toe aan de bespreking van het standpunt van de raadsvrouw.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr M.L.H.E. Roessingh-Bakels, voorzitter,

mr M.J. Stolwerk en mr M.B.T.G. Steeghs, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr L.J.J.G. Verhaeg, griffier,

en op 8 mei 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr M.B.T.G. Steeghs is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.