Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8053

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-04-2013
Datum publicatie
19-04-2013
Zaaknummer
24-000298-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Een chauffeur, die in dienstbetrekking is bij het Veetransportbedrijf van verdachte, heeft

voor dat bedrijf 13 runderen vervoerd, terwijl in het voertuig geen vervoersdocumenten als bedoeld in artikel 4 van de EG-verordening nr. 1/2005, behorende bij deze runderen, aanwezig waren. Tot dergelijke vervoersdocumenten kunnen niet gelden registratiekaarten behorende bij deze runderen, omdat een registratiekaart niet alle gegevens bevat die artikel 4, eerste lid van genoemde Verordening noemt. Het hof legt uit waarom de gedraging van deze chauffeur aan verdachte kan worden toegerekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden,

locate Leeuwarden

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 24-000298-12

Uitspraak d.d.: 15 april 2013

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Assen van 7 februari 2012 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 84-216524-10 en 84-049445-11, tegen

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op [1963],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Het door verdachte ingestelde hoger beroep is beperkt tot de zaak onder parketnummer

84-049445-11.

Het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep is onbeperkt ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 2 april 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder parketnummer 84-216524-10 ten laste gelegde tot een geldboete van € 1.000,=, subsidiair 20 dagen hechtenis, en ter zake van het onder parketnummer 84-049445-11 ten laste gelegde tot een geldboete van € 270,=, subsidiair 5 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. Z.J. Koedam, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

zaak met parketnummer 84-216524-10:

hij op of omstreeks 15 februari 2010, te [plaats], gemeente [gemeente], althans in Nederland, als vervoerder van een rund, tijdens dat vervoer over de weg heeft gehandeld in strijd met de technische voorschriften als bedoeld in bijlage I van de verordening EG nr. 1/2005, immers was voornoemd rund niet in staat zich op eigen kracht pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen {voornoemd rund had een ontstoken (linker) achterpoot};

zaak met parketnummer 84-049445-11:

hij op of omstreeks 15 oktober 2010 in de gemeente [gemeente] heeft gehandeld in strijd met de artikelen 3 tot en met 9 en/of 12 van de EG-verordening nr.1/2005, immers:

-heeft verdachte 13, althans een aantal runderen vervoerd terwijl in het voertuig geen documenten aanwezig waren met gegevens omtrent de herkomst en de eigenaar en/of de plaats van vertrek en/of datum en uur van vertrek en/of de verwachte duur van het voorgenomen transport.

Vrijspraak in de zaak onder parketnummer 84-216524-10

Op grond van de processtukken en het verhandelde ter zitting kan het hof niet met voldoende zekerheid vaststellen dat het in de tenlastelegging onder parketnummer

84-216524-10 genoemde rund ten tijde van het vervoer over de weg een ontstoken (linker) achterpoot had, waardoor het niet in staat was zich op eigen kracht pijnloos te bewegen. Gelet hierop kan dat ten laste gelegde niet wettig en overtuigend worden bewezen en zal het hof verdachte daarvan vrijspreken.

Beslissing op gevoerde verweren in de zaak onder parketnummer 84-049445-11

De raadsvrouw heeft ter zitting van het hof betoogd dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld welke gegevens ontbraken bij het transport van de runderen. De registratiekaarten die bij het transport aanwezig waren, zijn door verbalisanten ingenomen en niet blijkt welke gegevens op die registratiekaarten stonden vermeld. Voorts kan de strafbare gedraging, die is verricht door de chauffeur [naam], niet aan verdachte kan worden toegerekend, aldus de raadsvrouw.

Het hof verstaat de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 84-049445-11 aldus dat daarin het verwijt wordt gemaakt dat tijdens het transport van 13 runderen niet voor deze runderen documenten met de gegevens als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EG) nr. 1/2005 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van de Verordening (EG) nr. 1255/97 (hierna: de Verordening) aanwezig waren. Dit kan worden bewezen. Een redelijke uitleg van artikel 4, eerste lid, van de Verordening, met het oog op de mogelijkheid van een adequate handhaving, brengt mee dat per dier de gegevens, in dit artikellid genoemd, in één document zijn opgenomen. Dit document moet, gelet op het tweede lid, van dit artikel, aan de bevoegde autoriteiten ter beschikking kunnen worden gesteld.

Uit de bevindingen van verbalisanten, opgenomen in het door hen opgemaakte proces-verbaal blijkt dat chauffeur [naam] op 15 oktober 2010 13 runderen, afkomstig van een drietal bedrijven, gelegen in de gemeente [gemeente], heeft vervoerd. In de gemeente [gemeente] verzoeken verbalisanten de chauffeur het (vervoers)document als bedoeld in artikel 4 van de Verordening te tonen. Daaraan kan de chauffeur niet voldoen. De chauffeur had, zo heeft hij verklaard, nog geen vervoersdocument opgemaakt.

De chauffeur heeft wel de registratiekaarten behorende bij de 13 runderen overhandigd. Weliswaar zijn deze registratiekaarten niet aan het dossier toegevoegd en is evenmin door verbalisanten gerelateerd welke gegevens op deze registratiekaarten stonden vermeld, maar een registratiekaart kan niet gelijk worden gesteld met een document met de gegevens als bedoeld in artikel 4 van de Verordening omdat de registratiekaart niet alle gegevens bevat die artikel 4, eerste lid, van de Verordening noemt. Dit heeft de raadsvrouw ook niet gesteld. In het bijzonder bevat de registratiekaart niet de gegevens als de plaats van het vertrek, de datum en het uur van het vertrek en de verwachte duur van het voorgenomen transport.

Met betrekking tot het tweede verweer overweegt het hof als volgt. Niet is betwist dat de chauffeur [naam] uit hoofde van een dienstbetrekking werkzaam was ten behoeve van Veetransportbedrijf [naam]. Deze onderneming is een eenmanszaak, die wordt gedreven voor rekening van verdachte. De gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de onderneming van verdachte en is dienstig geweest in het uitgeoefende bedrijf. Verder vermocht verdachte erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en werd dergelijk gedrag door verdachte aanvaard dan wel gewoonlijk aanvaard. In dit verband overweegt het hof dat verdachte ter terechtzitting van het hof heeft verklaard dat hij weliswaar instructies heeft gegeven aan de chauffeur maar dat hij ook wist dat de vervoersdocumenten niet altijd meteen door de chauffeur werden ingevuld. Daarmee heeft hij niet de nodige zorg betracht die in redelijkheid van verdachte kon worden gevergd met het oog op het voorkomen van de gedraging. Gelet hierop kan de gedraging aan verdachte worden toegerekend.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 84-049445-11 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 15 oktober 2010 in de gemeente [gemeente] heeft gehandeld in strijd met artikel 4 van de EG-verordening nr.1/2005, immers:

-heeft verdachte 13 runderen vervoerd terwijl in het voertuig geen documenten aanwezig waren met gegevens omtrent de herkomst en de eigenaar en de plaats van vertrek en datum en uur van vertrek en de verwachte duur van het voorgenomen transport.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 84-049445-11 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 59 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 15 oktober 2010 gehandeld in strijd met artikel 4 van de EG-verordening nr. 1/2005. Hij heeft zijn chauffeur toen 13 runderen laten vervoeren terwijl in het voertuig geen vervoersdocumenten aanwezig waren met de benodigde gegevens over de herkomst van de runderen, hun eigenaren, de plaats, datum en uur van vertrek en de verwachte duur van het transport van die runderen. Door aldus te handelen heeft de verdachte gehandeld in strijd met de regelgeving op het gebied van het vervoer van runderen. Deze regelgeving is er juist op gericht de dieren te beschermen tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten, onder andere met het oog op het voorkomen van het uitbreken van besmettelijke dierziektes.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 januari 2013 blijkt dat verdachte zowel vóór als na het plegen van het bewezen verklaarde ter zake van overtreding van de Regeling dierenvervoer 2007 onherroepelijk is veroordeeld. De veroordeling voorafgaand aan dit feit heeft verdachte er niet van weerhouden het hiervoor bewezen verklaarde feit te begaan.

Op grond van het vorenstaande acht het hof de oplegging van een geldboete als door de economische politierechter opgelegd en door advocaat-generaal gevorderd, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 59 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 9 van de Regeling dierenvervoer 2007 en artikel 4 van de EG-verordening nr. 1/2005.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 84-216524-10 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 84-049445-11 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 84-049445-11 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het onder parketnummer 84-049445-11 bewezen verklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 270,00 (tweehonderdzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. W.M. van Schuijlenburg, raadsheer, voorzitter,

mr. J.J. Beswerda, senior raadsheer, en mr. E. de Witt, raadsheer,

in tegenwoordigheid van G.A. Boersma, griffier,

en op 15 april 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.