Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7191

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-01-2013
Datum publicatie
15-04-2013
Zaaknummer
21-001722-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak poging zware mishandeling, nu het een voltooid delict betreft. Veroordeling voor een bedreiging met zware mishandeling, een mishandeling en openlijk geweld tegen personen, welke feiten zijn gepleegd in het uitgaansleven, tot een voorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van twee maanden en een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 200 uur subsidiair 100 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001722-12

Uitspraak d.d.: 30 januari 2013

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 6 februari 2012 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 15-242539-10 en 15-700401-11, 15-700497-10 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 15-700705-08, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats, 1988],

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 januari 2013, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr J. van Bennekom, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen nu het hof tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt en een andere beslissing ten aanzien van de vordering benadeelde partij neemt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 15-242539-10:

hij op of omstreeks 17 juli 2010 te [plaats] [slachtoffer 1] (op dat moment werkzaam als portier bij horecagelegenheid [naam]) heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: "Als ik het niet kan winnen, snij ik je darmen eruit" en/of "Ik snij je darmen uit je reet", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Zaak met parketnummer 15-700497-10 (gevoegd):

primair:

hij op of omstreeks 18 juli 2010 te [plaats] met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [adres], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het

- geven van een kopstoot en/of

- (meermalen) trappen/schoppen tegen/op de benen en/of buik, althans tegen/op het lichaam van die [slachtoffer 2], en/of

- (meermalen) slaan/stompen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2];

subsidiair:

hij op of omstreeks 18 juli 2010 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2])

- een kopstoot heeft gegeven en/of

- (meermalen) tegen/op de benen en/of buik, althans tegen/op het lichaam, heeft getrapt/geschopt en/of

- (meermalen) tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen/gestompt,

waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Zaak met parketnummer 15-700401-11 (gevoegd):

primair:

hij op of omstreeks 15 mei 2011 te [plaats], tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- op die [slachtoffer 3] is/zijn afgesprongen en/of (met geschoeide voet) (hard) in het gezicht van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geschopt en/of

- toen die [slachtoffer 3] op de grond lag, (meermalen) op tegen zijn hoofd en/of lichaam heeft/hebben geslagen en/of geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:

hij op of omstreeks 15 mei 2011 te [plaats], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, [adres], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3], welk geweld bestond uit het

- op die [slachtoffer 3] afspringen en/of (met geschoeide voet) (hard) in zijn gezicht schoppen en/of

- om de nek van die [slachtoffer 3] hangen, waardoor die [slachtoffer 3] op de grond viel en/of

- (toen die [slachtoffer 3] op de grond lag) (meermalen) tegen zijn hoofd en/of lichaam trappen en/of schoppen en/of slaan;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van het onder parketnummer 15-700401-11 primair ten laste gelegde

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 15-700401-11 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt dat het letsel van [slachtoffer 3], te weten een zware hersenschudding, vier gebroken ribben en ernstig tandletsel, waaronder twee verloren tanden, aan te merken is als zwaar lichamelijk letsel. Verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk, nu het een voltooid delict betreft.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 15-242539-10 en in de zaak met parketnummer 15-700497-10 primair en in de zaak met parketnummer 15-700401-11 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 15-242539-10:

hij op 17 juli 2010 te [plaats] [slachtoffer 1](op dat moment werkzaam als portier bij horecagelegenheid [naam]) heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: "Als ik het niet kan winnen, snij ik je darmen eruit" en/of "Ik snij je darmen uit je reet", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Zaak met parketnummer 15-700497-10 (gevoegd):

primair:

hij op 18 juli 2010 te [plaats] met anderen, op of aan de openbare weg, de [adres], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het

- geven van een kopstoot en

- (meermalen) trappen/schoppen tegen/op de benen en buik van die [slachtoffer 2], en

- (meermalen) slaan/stompen tegen het hoofd en het lichaam van die [slachtoffer 2].

Zaak met parketnummer 15-700401-11 (gevoegd):

subsidiair:

hij op 15 mei 2011 te [plaats], met anderen, op of aan de openbare weg, [adres], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3], welk geweld bestond uit het

- op die [slachtoffer 3] afspringen en met geschoeide voet hard in zijn gezicht schoppen en

- om de nek van die [slachtoffer 3] hangen, waardoor die [slachtoffer 3] op de grond viel en

- toen die [slachtoffer 3] op de grond lag meermalen tegen zijn hoofd en lichaam trappen en/of schoppen en slaan;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het in de zaak met parketnummer 15-242539-10 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met zware mishandeling.

het in de zaak met parketnummer 15-700497-10 primair bewezen verklaarde levert op: mishandeling.

het in de zaak met parketnummer 15-700401-11 subsidiair bewezen verklaarde levert op: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld wegens het onder parketnummer 15-242539-10, parketnummer 15-700497-10 primair en parketnummer 15-700401-11 primair ten laste gelegde tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt het volgen van de training alcohol en geweld. Daarnaast heeft de officier van justitie een werkstraf voor de duur van 200 uur subsidiair 100 dagen hechtenis geëist.

De politierechter in de rechtbank Haarlem heeft de verdachte wegens het onder parketnummer 15-242539-10, parketnummer 15-700497-10 primair en parketnummer 15-700401-11 primair ten laste gelegde overeenkomstig de eis van de officier van justitie veroordeeld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld wegens het onder parketnummer 15-242539-10, parketnummer 15-700497-10 primair en parketnummer 15-700401-11 subsidiair ten laste gelegde overeenkomstig de opgelegde straf door de politierechter.

Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan drie strafbare feiten, te weten een bedreiging met zware mishandeling van een portier van een uitgaansgelegenheid en de dag erna mishandeling van een portier van een andere uitgaansgelegenheid. Een dergelijke handelwijze is zeer bedreigend, met name in aanmerking genomen de kwetsba¬re positie waarin zij in de uitoe¬fening van hun beroep verkeren. Twee maanden daarvoor heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan openlijk geweld tijdens het uitgaan, waarbij op [slachtoffer 3] is afgesprongen en in het gezicht is geschopt en deze, terwijl hij op de grond lag, ook is geschopt en geslagen. Hierdoor heeft [slachtoffer 3] ernstig letsel opgelopen, waarvan hij vandaag de dag nog steeds hinder ondervindt. Het letsel is ook nog niet hersteld. Feiten als de on¬derhavige verster¬ken gevoelens van onvei¬ligheid en angst in de samenleving.

Het hof heeft acht geslagen op een Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 januari 2013, waaruit volgt dat verdachte niet recent voor soortgelijke feiten is veroordeeld en dat hij na het plegen van onderhavig feiten, voor zover thans bekend, niet opnieuw met politie en justitie in aanraking geweest.

In het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen omtrent de persoon van verdachte is gebleken, is het hof van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, beide van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is. Het hof acht de gevorderde en ook door de politierechter opgelegde straf passend en geboden behoudens waar het betreft de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 12.196,48. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.274,37. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15-700401-11 subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag.

Het hof zal een bedrag van € 1.000,- immateriële schade toe kennen. Voorts zal een bedrag van € 3.774,36 materiële schade worden toegekend. Dit bedrag bestaat uit:

Tandheelkundige kosten € 207,70 + € 159,13 + € 202,49

Eigen bijdrage zorgverzekering € 170,-

Reiskosten € 35,04

Overige tandheelkundige kosten € 3.000,-

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag, zijnde een totaal van € 4.774,36, zal hoofdelijk worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering tenuitvoerlegging

De vordering tot tenuitvoerlegging dient ingevolge artikel 14g lid 5 van het Wetboek van Strafrecht binnen drie maanden na het verstrijken van de proeftijd ter griffie te zijn ingediend.

De bij vonnis van de Politierechter te Amsterdam van 26 november 2008 (parketnummer 15-700705-08), gestelde proeftijd is verstreken op 25 november 2010. De onderhavige vordering is eerst op 10 maart 2011 ter griffie ingediend. Derhalve dient het openbaar ministerie, zoals ook door de advocaat-generaal is gevorderd, alsnog niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 36f, 57, 141, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-700401-11 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-242539-10 en in de zaak met parketnummer 15-700497-10 primair en in de zaak met parketnummer 15-700401-11 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 15-242539-10 en in de zaak met parketnummer 15-700497-10 primair en in de zaak met parketnummer 15-700401-11 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-700401-11 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 4.774,36 (vierduizend zevenhonderdvierenzeventig euro en zesendertig cent) bestaande uit € 3.774,36 (drieduizend zevenhonderdvierenzeventig euro en zesendertig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van € 4.774,36 (vierduizend zevenhonderdvierenzeventig euro en zesendertig cent) bestaande uit € 3.774,36 (drieduizend zevenhonderdvierenzeventig euro en zesendertig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 57 (zevenenvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 15-700705-08.

Aldus gewezen door

mr A. van Waarden, voorzitter,

mr A.G. Coumans en mr M.J. Stolwerk, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr E.S. van Soest, griffier,

en op 30 januari 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.