Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6838

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-04-2013
Datum publicatie
10-04-2013
Zaaknummer
200.110.531/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zorgplicht assurantietussenpersoon. In casu geen schending zorgplicht bij het sluiten van een verzekeringsovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.110.531/01

(zaaknummer rechtbank Groningen 517979 / CV EXPL 11-5122)

arrest van de eerste kamer van 9 april 2013

in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: [appellante],

advocaat: mr. J. Klopstra, kantoorhoudend te Stadskanaal,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hypotheek Idee B.V.,

gevestigd te Winschoten,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Idee,

advocaat: mr. P.C. Schutte, kantoorhoudend te Groningen.

1. Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van

22 november 2011 en 24 april 2012 van de rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Winschoten (hierna: de kantonrechter).

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep, tevens houdende de grieven (met producties),

- de memorie van antwoord.

2.2 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3 De vordering van [appellante] luidt:

"bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de Rechtbank te Groningen, sector Kanton, locatie Winschoten, d.d. 24 april 2012 met zaak\rolnummer 517970\CV EXPL 11-5122 te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, geïntimeerde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellante] te betalen:

1. de hoofdsom van € 13.900,--, zijnde de koopsom van € 13.900,-- inclusief € 10,--

administratiekosten althans enig ander bedrag zoals door Uw Hof in goede justitie is

te bepalen;

2. de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 11 augustus 2007 tot aan de dag der

algehele voldoening;

3. de buitengerechtelijke incassokosten welke zijn begroot op € 2.313,--, althans enig

ander bedrag zoals door Uw Hof in goede justitie is te bepalen;

4. de kosten van beide instanties;

5. dan wel anders recht te doen als uw Gerechtshof in goede justitie moge behagen."

2.4 Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.

3. de beoordeling

Vaststaande feiten

3.1 Tegen de vaststelling van de feiten door de kantonrechter in rechtsoverweging 1 (1.1 tot en met 1.11) van voormeld vonnis van 24 april 2012 zijn geen grieven gericht. Ook overigens is niet van bezwaren tegen deze feitenvaststelling gebleken. Met wat verder over de feiten is komen vast te staan, kan in appel dan ook van de volgende feiten worden uitgegaan.

3.1.1 Idee houdt zich bezig met activiteiten op het gebied van hypothecair krediet en kredietbemiddeling en is actief als assurantietussenpersoon. Daarnaast geeft zij financieel advies.

3.1.2 [appellante] is geruime tijd klant geweest van Idee, aanvankelijk samen met haar (inmiddels: ex-)partner, vanaf medio 2007 alleen.

3.1.3 [appellante] heeft vanaf september 2000 recht op een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 – 100%. Zij heeft na de ingangsdatum van haar WAO-uitkering wel geregeld gewerkt op basis van een nulurencontract. De inkomsten die zij daarmee verwerft worden verrekend met haar WAO-uitkering.

3.1.4 Op 12 maart 2007 heeft [appellante] telefonisch, in het kader van een intake voor de verstrekking van een hypothecaire geldlening, aan een medewerker van Idee doorgegeven dat zij aan inkomen € 30.000,00 uit haar functie van groepsbegeleidster ontvangt. Daarbij is door de medewerker van Hypotheek Idee de box “Salaris” aangevinkt. De box “WAO” is niet aangevinkt. Op dat formulier zijn ook de gegevens van de toenmalige partner van [appellante] vermeld.

3.1.5 Op 10 augustus 2007 is aan [appellante], door bemiddeling van Idee, de offerte voor een hypothecaire geldlening voor een bedrag van € 105.750,0 uitgebracht. In de offerte is vermeld dat voor de aanloop van de woning door [appellante] een bedrag van € 58.745,- uit eigen middelen zal worden ingebracht.

3.1.6 [appellante] heeft op 3 augustus 2007 een woning gekocht. In de schriftelijke koopovereenkomst is vermeld dat [appellante] groepsbegeleidster/verpleegkundige van beroep is.

Op 8 augustus 2007 heeft [appellante] via haar tussenpersoon van Idee een overeenkomst voor een TAF Maandlastenbeschermer gesloten met ingangsdatum 11 augustus 2007 en een looptijd van 16 jaar. De verzekering keert maandelijks een bedrag van € 1.000,- uit bij arbeidsongeschiktheid op basis van de toepasselijke polisvoorwaarden. Door [appellante] is een koopsom van € 13.890,- betaald en € 10,- aan administratiekosten. De koopsom is voor het belastingjaar 2007 door [appellante] in aftrek gebracht.

3.1.7 Op het op 2 augustus 2007 gedateerde, en door [appellante] ondertekende, aanvraagformulier voor de TAF Maandlastenbeschermer is onder “gegevens verzekeringnemer/verzekerde” bij werksituatie de mogelijkheid “loondienst” aangevinkt. Op het aanvraagformulier staat vermeld:

“Door ondertekening van dit aanvraagformulier verklaar ik tevens dat:

a) alle in het formulier gestelde vragen naar waarheid zijn beantwoord;

(…)

e) ik de brochure, vrijwillige financiële bijsluiter en polisvoorwaarden heb ontvangen, gelezen, begrepen en geaccepteerd.”

Artikel 2.2 van de polisvoorwaarden van de TAF Maandlastbeschermer luidt:

“Bij ziekte heeft de verzekerde recht op een uitkering als de claim aan de volgende voorwaarden voldoet:

a. de verzekerde is niet in staat te werken door ziekte zoals beschreven in artikel 2;

(…)

d. de door de verzekerde geclaimde ziekte is aangevangen tijdens de looptijd van de verzekering;

e. Voordat de verzekerde ziek werd, werkte de verzekerde minstens zestien uur per week op grond van een arbeidsovereenkomst, ambtelijke aanstelling of als zelfstandig ondernemer.”

Artikel 2.5 van de polisvoorwaarden van de TAF Maandlastbeschermer luidt:

“Voor deze verzekering bestaat geen recht op uitkering als het volgende het geval is:

a. Indien de verzekerde binnen 30 dagen na de ingangsdatum van deze verzekering ziek wordt;

b. Indien de verzekerde binnen 30 dagen voor de einddatum van deze verzekering ziek wordt;

c. Voor een ziekte waarvoor de verzekerde in de periode van twaalf maanden vóór de ingangsdatum van deze verzekering een huisarts of specialist heeft geraadpleegd (de zogenaamde inlooptermijn). Dit geldt ook voor een ziekte die het gevolg is van een ziekte waarvoor de verzekerde in de periode van twaalf maanden een huisarts of specialist heeft geraadpleegd. Indien de verzekerde heeft gekozen voor een dekking VerlengdP35 of VerlengdP80 geldt in geval van kanker een inlooptermijn van zestig maanden;

(…)”

In artikel 9.2 van de polisvoorwaarden is vermeld:

“Er bestaat geen recht op premierestitutie indien de verzekerde de premie voor ziekte fiscaal aftrekbaar heeft gemaakt. (…)”

3.1.8 Met ingang van 1 september 2007 zijn [appellante] en Idee een zogenaamde “service (+) overeenkomst” (hierna: service (+) aangegaan. Op grond van deze overeenkomst wordt, tegen betaling van een jaarbedrag van € 460,-, jaarlijks de financiële situatie van [appellante] in kaart gebracht, naar aanleiding waarvan een financieel plan wordt opgesteld door Idee. In de informatie over service (+) is onder meer het volgende vermeld:

“Vervolgens zullen wij gaan kijken of uw finaciële producten nog voldoen aan uw wensen en we kijken of het wettelijk goed geregeld is. Tevens gaan we kijken of uw hypotheek, verzekeringen en overige financiële producten elders goedkoper kunnen worden afgesloten. (…)

De voordelen van een service (plus) contract op een rij:

Recht op een jaarlijkse service bezoek of een telefonisch consult.

(…)

Recht op een jaarlijkse belastingaangifte check voor alle inwonende

(…)

Recht op jaarlijks financieel plan waarin al uw financiële producten onder de loep zijn genomen en een daarbij behorend advies”

3.1.9 Op een verzoek van de heer [namens appellante] namens [appellante] om de polis te royeren en de reeds betaalde koopsompremie te retourneren, heeft TAF in een brief van 10 februari 2011 onder meer het volgende aan [appellante] geschreven:

“Uit de polisvoorwaarden blijkt duidelijk dat er voor een recht op uitkering aan een aantal voorwaarden moet zijn voldaan, waaronder de voorwaarde dat de verzekerde minimaal 16 uur per week moet hebben gewerkt, voordat hij/zij ziek werd en de voorwaarde dat de geclaimde ziekte moet zijn aangevangen tijdens de looptijd van de verzekering. U was hiervan op de hoogte, althans had hiervan op de hoogte moeten zijn aangezien u door het ondertekenen van het aanvraagformulier heeft verklaard dat u de polisvoorwaarden heeft ontvangen, gelezen, begrepen en geaccepteerd.

Uiteraard is het mogelijk om de polis te royeren (op elk gewenst moment) maar u heeft daarbij geen recht op premierestitutie. Dit recht vervalt indien de verkeerde de premie voor de ziekte fiscaal aftrekbar heeft gemaakt.”

3.1.10 [appellante] heeft Idee op 30 maart 2011 aansprakelijk gesteld voor de schade doe zij heeft geleden doordat de TAF Maandlastenbeschermer voor haar geen waarde heeft.

Procedure in eerste aanleg

3.2 [appellante] heeft Idee gedagvaard en betaling gevorderd van een bedrag van € 13.900,- (de door haar betaalde koopsom, inclusief administratiekosten), te vermeerderen met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Aan deze vordering heeft zij ten grondslag gelegd dat Idee toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar zorgplicht als assurantietussenpersoon door [appellante] het sluiten van de TAF Maandlastenverzekering te adviseren, een product dat voor [appellante], naar Idee wist of behoorde te weten, nutteloos was.

3.3 Nadat Idee verweer had gevoerd tegen de vorderingen van [appellante] en partijen bij gelegenheid van een comparitie na antwoord hun standpunten hadden toegelicht, heeft de kantonrechter in het bestreden vonnis de vorderingen van [appellante] afgewezen. Aan dit oordeel heeft de kantonrechter ten grondslag gelegd dat Idee als assurantietussenpersoon er op dient toe te zien dat door de verzekeringnemer alle mededelingen worden gedaan die nodig zijn om te voorkomen dat de verzekeraar zich op artikel 7:928 BW kan beroepen. [appellante] heeft het aanvraagformulier voor de verzekering ondertekend en heeft daarmee verklaard dat zij alle vragen op dat formulier naar waarheid heeft ingevuld. Nu de vragen niet ingewikkeld waren, gesteld noch gebleken is dat [appellante] om een toelichting op de vragen heeft verzocht en zich niet de situatie voordeed dat Idee over onvoldoende gegevens beschikte of er niet vanuit mocht gaan dat de door [appellante] verstrekte gegevens onjuist waren, rustte op haar niet de zorgplicht te controleren of de door [appellante] verstrekte gegevens wel juist waren, aldus de kantonrechter, die ook overwoog dat het op de weg van [appellante] had gelegen om na ontvangst van het polisblad alsnog melding te maken van het feit dat zij naast haar inkomen uit dienstbetrekking een (gedeeltelijke) WAO-uitkering ontving. De kantonrechter overwoog ten overvloede dat [appellante] haar stelling dat zij geen beroep kan doen op de verzekering onvoldoende heeft onderbouwd.

Bespreking van de grieven

3.4 Met grief I komt [appellante] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat Idee niet is tekortgeschoten in haar verplichting te voorkomen dat [appellante] het aanvraagformulier onjuist invulde. Volgens [appellante] is de kantonrechter bij zijn oordeel voorbij gegaan aan de verplichtingen die voor Idee voortvloeien uit de service (+) overeenkomst. Op grond van die overeenkomst had Idee per 1 september 2007 moeten inventariseren wat op dat moment de financiële positie van [appellante] was. Als deze “nul-meting” zou hebben plaatsgevonden, was de werkelijke inkomenspositie van [appellante] duidelijk geworden en zou duidelijk zijn geweest dat het afsluiten van de TAF Maandlastenverzekering voor haar zinloos was, aldus [appellante].

3.5 Het hof stelt bij de bespreking van de grief voorop dat [appellante] haar vordering, ook in hoger beroep, baseert op het tekortschieten van Idee in haar zorgplicht bij het sluiten van de TAF Maandlastenverzekering. Uit de vastgestelde feiten volgt dat het aanvraagformulier voor de TAF Maandlastenverzekering op 2 augustus 2007 is gedateerd, dat de verzekering op 8 augustus 2007 tot stand is gekomen en dat de ingangsdatum van de verzekering

11 augustus 2007 is. Zoals Idee terecht in haar memorie van antwoord (randnummer 21) opmerkt, is de service(+) overeenkomst tussen partijen per 1 september 2007 ingegaan, dus na het sluiten van de TAF Maandlastenverzekering. Indien de verplichtingen van Idee uit die de service (+) overeenkomst al van invloed zijn op de verplichtingen van Idee als assurantietussenpersoon bij het sluiten, zoals [appellante] betoogt, valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat dit ook het geval is voor het optreden van Idee bij het sluiten van verzekeringsovereenkomsten voorafgaand aan de ingangsdatum van de service(+) overeenkomst. [appellante] heeft dan ook onvoldoende onderbouwd op grond waarvan de verplichtingen van Idee uit de service(+) overeenkomst kunnen bijdragen aan de slotsom dat Idee in haar zorgplicht als assurantietussenpersoon bij het sluiten van de TAF Maandlastenverzekering is tekortgeschoten.

3.6 Het hof stelt vast dat [appellante] in (de toelichting op) de grief het oordeel van de rechtbank over de zorgplicht van Idee bij het sluiten van de TAF Maandlastenverzekering niet met andere argumenten heeft bestreden. De grief faalt dan ook.

3.7 Grief 2 richt zich tegen het ten overvloede gegeven oordeel over de waarde van de TAF Maandlastenverzekering voor [appellante]. Nu grief 1 faalt, heeft [appellante] geen belang bij de bespreking van deze grief. Wanneer de grief terecht zou zijn opgeworpen, blijft het oordeel van de kantonrechter dat Idee niet in haar zorgplicht bij het sluiten van de verzekering is tekortgeschoten immers nog in stand. Ook deze grief faalt.

3.8 Het hof zal het vonnis van de kantonrechter bekrachtigen. [appellante] zal worden verwezen in de proceskosten in hoger beroep (geliquideerd salaris van de advocaat: 1 punt, tarief II).

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het geding in hoger beroep en begroot deze kosten, voor zover tot op heden aan de zijde van Idee gevallen, op € 1.815,- aan verschotten en op € 894,- voor geliquideerd salaris van de advocaat.

Aldus gewezen door mrs. K.E. Mollema, voorzitter, L. Groefsema en H. de Hek en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 9 april 2013 in bijzijn van de griffier.