Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4519

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
03-01-2013
Datum publicatie
18-03-2013
Zaaknummer
TBS P12/0430
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, met dien verstande dat het hof de mishandeling niet als overtreding van de voorwaarden zal beschouwen maar wel als een relevant gegeven, en dat een last tot hervatting van de verpleging van overheidswege had volstaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P12/0430

Beslissing d.d. 3 januari 2013

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in het [PPC].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Maastricht van 14 september 2012, houdende de opheffing van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en de last tot hervatting van de verpleging van overheidswege.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 21 september 2012;

- een aanvullend reclasseringsadvies ‘hervatting dwangverpleging’ van 28 november 2012;

- de ter zitting van het hof overgelegde brief van de echtgenote van de terbeschikkinggestelde, gedateerd 4 december 2012.

Het hof heeft ter zitting van 17 december 2012 gehoord de terbeschikkinggestelde bijgestaan door zijn raadsman mr R. Lonterman, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal, mr A.A. Schut.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde is niet gebaat bij een hervatting van de verpleging van overheidswege nu hij is uitbehandeld. Er dient een ultieme poging te worden ondernomen om te komen tot een alternatief. Daarom wordt verzocht de behandeling van de zaak aan te houden teneinde de reclassering onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden om de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voort te laten duren al dan niet onder wijziging van de eerder geformuleerde voorwaarden.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De terbeschikkinggestelde heeft na de beslissing van de rechtbank Maastricht van 3 juli 2012 waarbij de verpleging van overheidswege onder voorwaarden is beëindigd in strijd met die voorwaarden alcohol genuttigd en de reclassering geen opening van zaken gegeven. Bovendien heeft de terbeschikkinggestelde erkend ook vóór voornoemde beslissing alcohol te hebben genuttigd en heeft er vóór die datum een geweldsincident plaatsgevonden. De beslissing van de rechtbank van 14 september 2012 dient derhalve te worden bevestigd.

Het oordeel van het hof

Het hof acht een onderzoek naar de mogelijkheden tot voortzetting van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging niet noodzakelijk. Het hof acht op dit moment onvoldoende basis voor een verdere samenwerking met de reclassering aanwezig.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, met dien verstande dat het hof de mishandeling niet als overtreding van de voorwaarden zal beschouwen maar wel als een relevant gegeven, en dat een last tot hervatting van de verpleging van overheidswege had volstaan. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met de volgende aanvulling.

Blijkens de bewezenverklaring, de kwalificatie en de straftoemetingsoverwegingen in onderling verband en samenhang bezien is evident dat bij vonnis van de rechtbank Maastricht van 30 mei 2000 de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf, gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten: doodslag.

Tot slot overweegt het hof nog dat het ondanks de bevestiging van de beslissing waarvan beroep wenselijk wordt geacht dat de resocialisatie van de terbeschikkinggestelde onverkort en met voortvarendheid wordt voortgezet.

Beslissing

Het hof:

Wijst af het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheid tot voortzetting van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Bevestigt met aanvulling van gronden de beslissing van de rechtbank Maastricht van 14 september 2012 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde].

Aldus gedaan door

mr E.A.K.G. Ruys als voorzitter,

mr C. Caminada en mr A.J. Smit als raadsheren,

en drs. T. van Iersel en drs. M.G.E. Tervoort als raden,

in tegenwoordigheid van mr G.J.B. van Weegen als griffier,

en op 3 januari 2013 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.