Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0230

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-01-2013
Datum publicatie
31-01-2013
Zaaknummer
200.114.617/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De houding van de onderbewindgestelde, die maakt dat aan het bewind geen zinvolle uitvoering kan worden gegeven, levert geen wettelijke grond op voor opheffing van het bewind.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 448
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2013/78 met annotatie van prof. mr. P. Vlaardingerbroek
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 17 januari 2013

Zaaknummer 200.114.617

HET GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

Vestiging Leeuwarden

Beschikking in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat mr. E.P. Groot,

kantoorhoudende te Groningen.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 30 juli 2012 (zaaknummer 345871 EK VERZ 12-10328) heeft de rechtbank Assen, sector kanton, locatie Assen, het verzoek van [appellant], geboren [in 1972], om een bewind in te stellen over de goederen die hem (zullen) toebehoren, afgewezen.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 9 oktober 2012, heeft [appellant] verzocht de beschikking van 30 juli 2012 te vernietigen en opnieuw beslissende de goederen die hem (zullen) toebehoren alsnog onder beschermingsbewind te plaatsen.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken.

Ter zitting van 10 december 2012 is de zaak behandeld. [appellant] is verschenen, bijgestaan door zijn advocaat en de heer [verpleegkundige], verpleegkundige van de instelling waar [appellant] verblijft.

Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, vestiging Leeuwarden.

De beoordeling

1. Bij beschikking van 25 juni 1996 is een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [appellant], met benoeming van Kompas Zuidlaren tot bewindvoerder.

2. Bij beschikking van 21 juli 2011 is het bewind ambtshalve opgeheven op de grond dat het voor de bewindvoerder door de weigerachtige en agressieve houding van [appellant] onmogelijk was geworden haar taak als zodanig uit te oefenen.

3. Op 11 mei 2012 heeft [appellant] zich, door tussenkomst van de Groningse Kredietbank, gewend tot de kantonrechter met het verzoek om opnieuw een bewind in te stellen over de goederen die hem (zullen) toebehoren met benoeming van de gemeente Groningen p/a Groningse Kredietbank tot bewindvoerder.

4. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen in verband met de gegronde vrees dat [appellant] bij een nieuwe onderbewindstelling opnieuw het gedrag zal vertonen dat eerder reden was voor ambtshalve opheffing.

5. [appellant] is van deze beschikking in hoger beroep gekomen. Hij heeft onder meer aangevoerd dat een onderbewindstelling voor hem aangewezen is en dat de Groningse Kredietbank bereid en in staat is als bewindvoerder op te treden.

6. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is genoegzaam komen vast te staan dat [appellant] als gevolg van zijn geeste¬lijke toe¬stand duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechte¬lijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Hiermee is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 1:431 lid 1 BW.

7. Hoewel het hof bekend is met de praktische problemen die zich kunnen voordoen, levert een houding van betrokkene die maakt dat aan het bewind geen zinvolle uitvoering kan worden gegeven, geen wettelijke grond op voor opheffing van het bewind, welke opheffing overigens onder de thans geldende wetgeving niet ambtshalve kan plaatsvinden. Evenmin levert de vrees voor een dergelijke houding een wettelijke grond voor afwijzing op, te meer daar de voorgestelde bewindvoerder bekend is met de problematiek van [appellant] en bereid is de taak als bewindvoerder op zich te nemen.

8. Tot de stukken behoort een bereidverklaring van 23 april 2012, opgesteld en ondertekend door een medewerker van de afdeling Beschermingsbewind van de Groningse Kredietbank, mede namens de burgemeester van de gemeente Groningen. Ter zitting heeft de mr. Groot verklaard dat hem recent is gebleken dat deze bereidverklaring gestand wordt gedaan.

9. Het vorenstaande betekent dat de beschikking waarvan beroep dient te worden vernietigd. Het hof zal beslissen als na te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep;

en opnieuw beslissende:

stelt een bewind in over de goederen die (zullen) toebehoren aan [appellant], geboren [in 1972], wonende te [woonplaats];

benoemt tot bewindvoerder over het vermogen van [appellant] voornoemd, de gemeente Groningen p/a Gemeentelijke Kredietbank te Groningen, postbus 415, 9700 AK.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.D.S.L. Bosch, voorzitter, I.A. Vermeulen en D. van Emden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 17 januari 2013 in bijzijn van de griffier.