Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:BY8860

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-01-2013
Datum publicatie
18-01-2013
Zaaknummer
200.116.651
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling, omdat stelselmatig en langdurig de uit die regeling voortvloeiende informatie- en sollicitatieplicht niet naar behoren is nagekomen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM -LEEUWARDEN

zittingsplaats Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.116.651

(insolventienummer rechtbank Almelo: 11/606 R)

arrest van de eerste civiele kamer van 17 januari 2013

inzake

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

advocaat: mr. T. Seker.

1. Het geding in eerste aanleg

1.1 Bij vonnis van de rechtbank Almelo van 11 oktober 2011 is ten aanzien van appellante (hierna te noemen: [appellante]) de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken. Hierbij is tot rechter-commissaris benoemd mr. A.E. Zweers en tot bewindvoerder I. Oude Middendorp.

1.2 Bij vonnis van de rechtbank Almelo van 8 november 2012 is de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellante] tussentijds beëindigd. Het hof verwijst naar dat vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij ter griffie van het hof op 13 november 2012 ingekomen verzoekschrift is [appellante] in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis van 8 november 2012 en heeft zij het hof verzocht dat vonnis te vernietigen en te bepalen dat de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van haar voortduurt voor de reguliere looptijd, subsidiair die regeling te doen voort-duren voor de reguliere looptijd vermeerderd met zes maanden, dan wel een vermeerdering van de reguliere looptijd die het hof juist acht.

2.2 Het hof heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met één bijlage, de brief met bijlagen van 29 november 2012 van mr. Seker en de brief met bijlagen van 30 december 2012 en het faxbericht met bijlagen van 9 januari 2013 van de bewindvoerder.

2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 januari 2013, waarbij [appellante] in persoon is verschenen, vergezeld van haar echtgenoot [X], en bijgestaan door

mr. Seker. De bewindvoerder is, met bericht vooraf, niet verschenen.

2.4 Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem.

3. De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1 Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het hof het volgende gebleken. [appellante], [leeftijd], is gehuwd met [X]. [X] is gelijktijdig met haar toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling; deze regeling is niet tussentijds beëindigd door de rechtbank.

[appellante] heeft tot 21 april 2012 geen betaald werk verricht. Per 21 april 2012 heeft zij een dienstverband gekregen voor de duur van 10 uur per week.

3.2 De rechtbank heeft de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellante] tussentijds beëindigd, omdat genoegzaam is komen vast te staan dat [appellante] toerekenbaar tekort is geschoten in de uit die regeling voortvloeiende informatie- en sollicitatieplicht.

Daartoe heeft de rechtbank het volgende overwogen.

[appellante] heeft de bewindvoerder, ondanks herhaalde verzoeken daartoe, niet naar behoren geïnformeerd over de door haar verrichte sollicitaties. Niet weersproken is dat [appellante] over de periode november 2011 tot en met februari 2012 in het geheel geen bewijsstukken van sollicitaties aan de bewindvoerder heeft overgelegd. Voorts is evenmin weersproken dat [appellante] over de periode maart 2012 tot en met juli 2012 wel enkele stukken aangaande de door haar verrichte sollicitaties heeft overgelegd, maar dat dit enkel de reacties van werkgevers op de door haar verrichte sollicitaties betreffen en niet de door haar verstuurde sollicitaties en de vacatures waarop is gereageerd. De stelling van [appellante] dat zij nimmer heeft begrepen dat zij ook de (ingevulde) sollicitaties dient te overleggen, faalt. Daarbij oordeelde de rechtbank dat genoegzaam is gebleken dat de bewindvoerder ook hier herhaaldelijk naar heeft gevraagd. Bovendien is de schuldenaar in het kader van de schuld-saneringsregeling niet alleen gehouden om de bewindvoerder die informatie te verstrekken waar deze specifiek om vraagt, maar dient de schuldenaar de bewindvoerder ook spontaan alle informatie te verstrekken waarvan de schuldenaar weet of moet kunnen begrijpen dat die voor een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling noodzakelijk is. Naar aanleiding van de vacatures waarop [appellante] heeft gereageerd en de verstuurde sollicitaties kan de bewindvoerder toetsen of [appellante] voldoet aan de op haar rustende sollicitatieplicht, welke verplichting inhoudt dat [appellante] dient te solliciteren naar fulltime betaald werk. De vacatures en verstuurde sollicitaties zijn - nog steeds volgens de rechtbank - in dit geval te meer van belang nu [appellante] de eerste maanden na toelating tot de schuldsaneringsregeling in het geheel geen sollicitatiebewijzen heeft overgelegd. Uit de enkele sollicitaties die [appellante] vervolgens wel heeft overgelegd blijkt dat deze dermate summier zijn dat deze niet serieus zullen worden genomen door een werkgever dan wel dat zij zowel heeft gesolliciteerd naar een functie waarvoor zij de capaciteiten niet heeft, naar functies die niet meer beschikbaar zijn als wel in een sollicitatieprofiel kenbaar heeft gemaakt slechts beschikbaar te zijn voor functies voor 24 uur per week. Dat [appellante] sinds 21 april 2012 een dienstverband heeft van 10 uur per week, maakt vorenstaande niet anders, nu zij dient te streven naar fulltime betaald werk. Niet aannemelijk is dat [appellante] daar naar streeft, nu daarvan geen bewijzen zijn over-gelegd en ter zitting is gebleken dat [appellante] het belang van haar als oppas voor haar kinderen zeer van belang (bedoeld wordt waarschijnlijk: zeer groot, toevoeging hof) acht, aldus de rechtbank.

3.3 Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. [appellante] heeft in haar beroepschrift en ter zitting geen feiten en/of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Aldus is ook in hoger beroep voldoende komen vast te staan dat [appellante] stelselmatig en langdurig haar uit de schuld-saneringsregeling voortvloeiende informatie- en sollicitatieplicht niet naar behoren is nagekomen. Veelzeggend acht het hof dat [appellante] ook na het vonnis van de rechtbank van

8 november 2012 (ruim twee maanden geleden) geen aantoonbare verbetering ten aanzien van de nakoming van bedoelde verplichtingen heeft laten zien. Voor zover [appellante] daarbij belemmeringen heeft ondervonden door haar problemen met de Nederlandse taal, geldt dat [appellante] zelf verantwoordelijk blijft voor een correcte nakoming van deze verplichtingen. Gezien het belang daarvan, mocht van [appellante] worden verwacht dat zij, indien nodig, haar (goed Nederlands sprekende) echtgenoot en eventueel ook derden zou inschakelen om haar ten dienste te staan. Gesteld noch gebleken is dat [appellante] dit (in voldoende mate) heeft gedaan.

Naar het oordeel van het hof levert het voorgaande voldoende grond op om de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellante] tussentijds te beëindigen. De ernst van de aan [appellante] te maken verwijten en het gebrek aan verbetering in de afgelopen maanden, staan naar het oordeel van het hof eveneens in de weg aan de door [appellante] voorgestelde verlenging van de looptijd van haar schuldsaneringsregeling.

3.4 Het hoger beroep faalt derhalve. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de wettelijke schuldsaneringsregeling van [appellante] toch zou moeten voortduren, is onvoldoende gebleken. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.

4. De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Almelo van 8 november 2012.

Dit arrest is gewezen door mrs. F.J.P. Lock, J.P. Fokker en A.S. Gratama, en is op 17 januari 2013 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.