Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:BY7963

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-01-2013
Datum publicatie
17-01-2013
Zaaknummer
200.107.297
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2012:BW5490, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overheidsaanbesteding; Is artikel 31 Bass van toepassing op eerste fase van een erkenningsregeling? Uitleg brief om nadere informatie.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingen speciale sectoren
Besluit aanbestedingen speciale sectoren 31
Besluit aanbestedingen speciale sectoren 54
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2013/47
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.107.297

(zaaknummer rechtbank 227676)

arrest van de zesde kamer van 15 januari 2013

inzake:

De vennootschap naar Pools recht

Badawczo-Rozwojowa Spóldzielnia Pracy Mikroprocesorowych Systemów

Automatyki Mikronika,

gevestigd te Poznan, Polen,

appelante,

hierna: Mikronika,

advocaat: mr. F.A.M. Knüppe,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TenneT TSO B.V.,

gevestigd te Arnhem,

2. de vennootschap naar Duits recht TenneT TSO GmbH,

gevestigd te Bayreuth, Duitsland,

geïntimeerden,

hierna: TenneT

advocaat: mr. J.F. van Nouhuys.

1. Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis in kort geding van 16 april 2012 dat de rechtbank Arnhem tussen Mikronika als eiseres en TenneT als gedaagde heeft gewezen.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 14 mei 2012 (met grieven),

- een akte houdende producties voor de behandeling in hoger beroep,

- de memorie van antwoord,

- de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities.

2.2 Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest op het ten behoeve van de pleidooien door Mikronika overgelegde dossier bepaald.

Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem.

3. De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.16 van het (bestreden) vonnis.

4. De motivering van de beslissing in beroep

4.1 In deze aanbestedingsprocedure gaat het, in de kern genomen, om de vraag of Mikronika door TenneT terecht niet is toegelaten is tot de erkenningsregeling betreffende de levering van stationsautomatisering en beveilingsapparatuur ten behoeve van de hoogspanningsinfrastructuur van TenneT in Nederland en Duitsland (hierna: de erkenningsregeling). In het kader van deze door TenneT eind 2011 opgestelde erkenningsregeling, waarin voor zes categorieën een verzoek tot deelneming kan worden gedaan en waarop het bepaalde in het Besluit aanbesteding speciale sectoren (hierna: het Bass) van toepassing is, worden partijen geselecteerd die gedurende een periode van drie jaren zullen worden uitgenodigd om een offerte in te dienen voor de door TenneT aan te besteden opdrachten. Mikronika heeft zich voor deze erkenningsregeling, voor de categorieën 1, 2, 4 en 5, aangemeld, maar is door TenneT niet toegelaten als deelnemer. TenneT is, zoals verwoord in haar brief aan Mikronika van 6 maart 2012, van mening dat de producten waarmee Mikronika zich heeft aangemeld voor de erkenningsregeling niet voldoen aan de door TenneT in het kader van de erkenningsregeling gestelde technische eisen. Daarbij is door TenneT als reden voor de geweigerde toelating onder meer genoemd dat Mikronika, toen haar bij e-mail van 18 februari 2012 door TenneT werd gevraagd naar gedetailleerde informatie over de in de referenties van Mikronika genoemde producten en haar voorts werd verzocht om aan te tonen (“to demonstrate”) dat genoemde producten voldeden aan de voor die categorieën geldende technische eisen, heeft volstaan met een eigen verklaring dat de bedoelde producten voldeden. Daardoor is volgens TenneT niet komen vast te staan dat de producten van Mikronika voldoen aan de in de erkenningsregeling gestelde technische eisen.

In verband met de beslissing van 6 maart 2012 heeft Mikronika de voorzieningenrechter verzocht om TenneT te gelasten Mikronika als deelnemer toe te laten tot de erkenningsregeling en TenneT te verbieden opdrachten binnen het toepassingsbereik van die regeling aan te besteden of daarvoor offertes te vragen zolang Mikronika niet is toegelaten tot die erkenningsregeling.

De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Mikronika in het bestreden vonnis afgewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk geworden dat Mikronika op basis van de door haar aangeleverde informatie ten onrechte niet is toegelaten tot de erkenningsregeling. Daarbij achtte de voorzieningenrechter van belang dat Mikronika, toen haar door TenneT in haar e-mail van 18 februari 2012 werd gevraagd te bewijzen/aan te tonen, dat de producten in de door Mikronika verstrekte referenties voldeden aan de door TenneT gestelde technische eisen, heeft volstaan met een eigen verklaring dat die producten aan de technische eisen voldeden.

4.2 Onder aanvoering van tien grieven komt Mikronika in hoger beroep tegen voornoemd vonnis van 16 april 2012.

4.3 Met grief I komt Mikronika op tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat artikel 31, lid 7 Bass een rol speelt in deze fase van de door TenneT gevolgde opengestelde erkenningsregeling. Volgens Mikronika is artikel 31, lid 7 Bass, op grond waarvan een deelnemer dient aan te tonen dat het product waarmee hij inschrijft voldoet aan de norm en in overeenstemming is met de functionele- en prestatie-eisen van de aanbestedende dienst, eerst aan de orde in de zogenaamde “tweede” fase van de door TenneT ingeleide aanbestedingsprocedure. Deze tweede fase is de fase waarin aan de ondernemers die zijn toegelaten tot de erkenningsregeling, wordt verzocht een offerte uit te brengen op basis van door TenneT specifiek gestelde technische eisen aan de apparatuur (producten) die TenneT op dat moment nodig heeft. In de fase van erkenning gaat het, aldus Mikronika, slechts om de toets van de geschiktheid van de leveranciers (ondernemers) en niet om de geschiktheid van de producten. In die zin is de erkenningsregeling volgens Mikronika te vergelijken met de selectiefase die aan de gunningsfase vooraf gaat in een niet-openbare procedure onder de aanbestedingsregelgeving voor andere sectoren dan de Nutssectoren. Dat leidt ertoe, aldus Mikronika, dat zij in deze eerste (erkenning-) fase slechts hoeft aan te tonen dat zij in beginsel geschikt is de opdrachten van TenneT uit te voeren door het opgegeven van referenties met betrekking tot soortgelijke projecten. Subsidiair, voor het geval TenneT wel al in deze eerste (erkenning-) fase technische eisen aan de producten zou mogen stellen, dan zouden de door TenneT te formuleren eisen, naar de mening van Mikronika, slechts een zeer algemeen karakter mogen hebben. Bovendien hadden deze eisen moeten verwijzen naar Europese normen, zoals dat in artikel 31, lid 6 Bass is bepaald. Door de gedetailleerde wijze waarop TenneT de technische eisen heeft gesteld zonder te verwijzen naar Europese normen en daarop vervolgens de aanvragen tot deelneming aan de erkenningsregeling heeft beoordeeld, heeft TenneT, aldus Mikronika, niet aan die randvoorwaarden voldaan, hetgeen mede tot de geweigerde toelating van Mikronika als deelnemer aan de erkenningsregeling heeft geleid.

4.4 Het hof stelt allereerst vast dat partijen het erover eens zijn dat het Bass op de gehele door TenneT gevolgde procedure van toepassing is. Partijen verschillen echter van mening over de vraag welke onderdelen van het Bass op de erkenningsfase en welke onderdelen ervan op de gunningsfase van toepassing zijn. Dat verschil van mening spitst zich toe op de rol die het bepaalde in artikel 31 Bass speelt in de erkenningsfase. Bij de beoordeling van die vraag stelt het hof voorop dat aan hem (slechts) de beoordeling van de beslissing van TenneT van 6 maart 2012 is voorgelegd en dat dus in deze procedure geen rol speelt hetgeen na de weigering van TenneT van 6 maart 2012 om Mikronika als deelnemer aan de erkenningsregeling tussen partijen is voorgevallen. Daaraan doet niet af dat artikel 54, lid 2 Bass bepaalt dat ondernemers te allen tijde een erkenning kunnen aanvragen en er tussen partijen na 6 maart 2012 daarover ook correspondentie heeft plaatsgevonden, nu de beslissingen die na 6 maart 2012 daarover door TenneT zijn genomen door Mikronika in deze procedure niet ter toetsing zijn voorgelegd.

Ten aanzien van de vraag of de door TenneT in het kader van de erkenningsregeling geformuleerde technische eisen in overeenstemming zijn met het Bass, is het hof voorshands van oordeel dat op grond van het bepaalde in artikel 54 Bass, gelezen in het licht van artikel 53, lid 3 van Richtlijn 2004/17/EG, waarvan het Bass mede de omzetting in nationale regelgeving vormt, dit het geval is. Artikel 54, lid 3 Bass laat immers, gelijk artikel 53, lid 2 van Richtlijn 2004/17/EG, de mogelijkheid open dat bij het beheer van de erkenningsregeling de aanbestedende dienst als onderdeel van de daarbij te hanteren objectieve criteria en voorschiften technische specificaties formuleert, waarop in dat geval het bepaalde in artikel 31 Bass van toepassing is. Dit sluit ook aan bij opzet en strekking van een erkenningsregeling, zoals blijkt uit de considerans bij de Richtlijn (onder randnummer 51) waarin tot uitdrukking wordt gebracht dat in het kader van een dergelijke regeling de aanbestedende dienst naar keuze de capaciteit onderzoekt van de ondernemingen en/of de kenmerken van de werken, leveringen of diensten waarop de regeling betrekking heeft (cursivering-hof). Dat door TenneT in het kader van deze erkenningsregeling ook technische eisen aan de bedoelde producten zijn gesteld, komt naar het voorlopig oordeel van het hof derhalve niet in strijd met het bepaalde in het Bass. Dat die technische eisen zelf niet zouden voldoen aan de voorschiften van artikel 31 Bass, is in het licht van de gemotiveerde betwisting daarvan door TenneT niet komen vast te staan. Tegen die achtergrond faalt grief I.

4.5 De grieven II tot en met IV lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Met deze grieven komt Mikronika op tegen het in het bestreden vonnis (rechtsoverwegingen 4.7 tot en met 4.10) besloten liggende oordeel van de voorzieningenrechter dat de reactie van Mikronika van 23 februari 2012 op de e-mail van TenneT van 18 februari 2012, waarbij Mikronika werd gevraagd om gedetailleerde informatie te geven over de in de referenties van Mikronika genoemde producten en Mikronika voorts werd verzocht om aan te tonen (“to demonstrate”) dat genoemde producten voldeden aan die voor die categorieën geldende technische eisen, onder de maat was. Dit omdat die reactie van Mikronika enkel een bevestiging van een lid van de raad van bestuur van Mikronika inhield dat de producten van Mikronika voldeden aan de verlangde technische eisen. Volgens Mikronika bevat haar e-mail van 23 februari 2012 veel meer dan een enkele bevestiging dat de producten van Mikronika voldoen aan de door TenneT gestelde technische eisen. De e-mail van 23 februari 2012 met bijlage bevat wel degelijk nadere informatie over de producten van Mikronika en hun technische specificaties. In deze e-mail met bijlage worden belangrijke eigenschappen van haar apparatuur toegelicht en wordt verklaard hoe daarmee resultaten kunnen worden behaald, aldus Mikronika. Bovendien heeft, anders dan waar de voorzieningenrechter van uitgaat, TenneT in haar e-mail van 18 februari 2012 niet om uitdrukkelijke bewijzen gevraagd, maar slechts om nadere informatie verzocht, zonder dat daarbij wordt toegelicht wat daarmee wordt bedoeld. Mikronika wijst er daarbij op dat TenneT in de e-mail van 18 februari 2012 (na vertaling) spreekt van “ nadere informatie over het product(...) en de technische gegevens(…) om aan te tonen dat het product(…) kan voldoen aan de technische vereisten van categorie 1, 2, 3 en 5” .Daarmee wordt, aldus Mikronika, door TenneT tot uitdrukking gebracht dat het hierbij gaat om de potentie een soortgelijke opdracht uit te kunnen voeren en niet om bewijzen van specifieke eigenschappen van producten met betrekking tot één bepaalde opdracht.

TenneT is daarentegen met de voorzieningenrechter van mening dat de e-mail van 18 februari 2012 duidelijk is en zij daarin uitdrukkelijk heeft gevraagd om aan te tonen/bewijzen dat de producten van Mikronika aan de gestelde technische eisen voldoen, waarbij de e-mail van 18 februari 2012 niet los mag worden gezien van de erkenningsregeling op basis waarvan Mikronika en de andere gegadigden hebben verzocht om erkenning. Mikronika had, aldus TenneT, al bij dat eerste verzoek om deelneming aan die regeling moeten aantonen en bewijzen dat de producten van Mikronika voldeden aan de verlangde technische eisen. In ieder geval is de enkele bevestiging van een lid van de raad van bestuur van Mikronika van 23 februari 2012 dat de producten van Mikronika voldoen aan de gestelde eisen volgens TenneT niet voldoende en heeft zij terecht bij haar brief van 6 maart 2012 geweigerd Mikronika toe te laten als deelnemer aan de erkenningsregeling.

4.6 Het hof is met Mikronika van oordeel dat haar e-mail van 23 februari 2012 met bijlage niet enkel een bevestiging van Mikronika is dat de producten van Mikronika voldoen aan de gestelde technische eisen. Evenmin is er in deze e-mail slechts sprake van de door TenneT bedoelde “copy/paste” door Mikronika van de “Technical description ” van TenneT uit de erkenningsregeling. Een vergelijking van de beide documenten leidt voorshands tot de conclusie dat de e-mail van 23 februari 2012 met bijlage wel degelijk aanvullende informatie van Mikronika bevat ten opzichte van de in de erkenningsregeling opgenomen technische eisen. Of die aanvullende informatie voldoende is voor TenneT om te kunnen beoordelen of de producten van Mikronika voldoen aan de eisen, kan echter in het midden blijven om de navolgende redenen. TenneT heeft om nadere informatie gevraagd aan Mikronika (en enkele andere gegadigden) omdat het haar, naar uit haar toelichting op de e-mail van 18 februari 2012 blijkt, op basis van de door Mikronika ingediende stukken (waaronder het referentieoverzicht) niet duidelijk was of de producten van Mikronika voldeden aan de gestelde eisen. De “Template 5a references”, waarin de gegadigden, zoals Mikronika, conform het bepaalde in paragraaf 3.3.5 van de erkenningsregeling hun referenties van projecten waarin apparatuur ten behoeve van stationsautomatisering en beveiliging was geleverd, moesten invullen, gaf weinig ruimte voor het weergeven van de referenties en was beperkt tot één A4-pagina per referentie. Die beperkte ruimte gaf, zo moet aan Mikronika worden toegegeven, onvoldoende gelegenheid aan de gegadigden, zoals Mikronika, om de technische specificaties van hun producten op te nemen, terwijl dit naar de letter van de erkenningsregeling ook niet door TenneT is verzocht: paragraaf 3.3.5 en Template 5a van de erkenningsregeling spreken immers over “references” en niet over technische specificaties van de in het kader van de referentieprojecten gebruikte producten. In dat licht is de e-mail van TenneT van 18 februari 2012 in feite de eerste keer dat TenneT aan Mikronika het verzoek doet nadere informatie over de producten, product-range en de technische data met betrekking tot de technische eisen te verstrekken.

De wijze waarop TenneT dat doet in de bedoelde e-mail van 18 februari 2012 is in het licht van het voorgaande naar het oordeel van het hof onvoldoende duidelijk en concreet. Zo blijkt daaruit niet welke informatie per categorie van de in de erkenningsregeling genoemde producten of product-range van Mikronika wordt verlangd en hoe deze nader door TenneT gewenste informatie zich verhoudt tot de door Mikronika reeds ingediende Template 5a en de daarin opgenomen referenties. Zo is onduidelijk of van elk in de referentieprojecten genoemde producten nadere technische informatie wordt verlangd of slechts van één product per categorie, waarvoor Mikronika deelname aan de erkenningsregeling wenst.

Nu de e-mail van 18 februari 2012, waarbij aan Mikronika nadere informatie is gevraagd, onvoldoende duidelijk is en onvoldoende concreet aangeeft welke informatie van Mikronika wordt verlangd, kan niet worden geoordeeld dat Mikronika met haar e-mail van 23 februari 2012 met bijlage onvoldoende informatie heeft verschaft. Dat betekent dat de beslissing van

6 maart 2012 van TenneT, waarin zij Mikronika weigert toe te laten tot de erkenningsregeling omdat Mikronika te weinig informatie heeft verschaft, niet in stand kan blijven. In zoverre slagen de grieven II tot en met IV.

4.7 Het vorenstaande brengt echter niet met zich dat de primaire vordering van Mikronika tot onder meer toelating tot de erkenningsregeling kan worden toegewezen. In deze procedure is immers niet komen vast te staan dat Mikronika aan de eisen van de erkenningsregeling voldoet. Het (deels) slagen van de grieven dient er wel toe te leiden dat TenneT haar e-mail van 18 februari 2012 aan Mikronika en haar beslissing van 6 maart 2012 zal moeten intrekken en voorts dat TenneT, indien zij aanvullende informatie van Mikronika wenst, schriftelijk, binnen 10 dagen na betekening van dit arrest, aan Mikronika kenbaar maakt welke informatie over welke producten en/of productrange ten aanzien van welke categorie en in het licht van welke door Mikronika gegeven referentieprojecten zij van Mikronika wenst te ontvangen, alvorens zij opnieuw kan beslissen op het verzoek van Mikronika tot deelname aan de erkenningsregeling. Daarbij dient TenneT aan Mikronika een reactietermijn van 5 dagen te gunnen (gelijk de termijn die in de brief van 18 februari 2012 aan Mikronika en andere gegadigden is gegund). Vervolgens dient TenneT binnen 10 dagen na ontvangst van de reactie van Mikronika op bedoelde brief het verzoek tot deelneming van Mikronika te beoordelen, deze beoordeling schriftelijk aan Mikronika kenbaar te maken, onder het stellen van een termijn van 15 dagen waarbinnen Mikronika tegen die beslissing in rechte bezwaar kan maken. Indien TenneT geen nadere informatie van Mikronika wenst alvorens op haar verzoek tot deelname aan de erkenningsregeling te beslissen, neemt zij binnen 10 dagen na betekening van dit arrest een nieuwe beslissing op dit verzoek tot deelname en maakt zij binnen deze termijn die beslissing schriftelijk kenbaar aan Mikronika, onder het stellen van een termijn van 15 dagen waarbinnen Mikronika tegen die beslissing in rechte bezwaar kan maken. Tot het moment waarop de bedoelde 15 dagen na de beslissing op het verzoek tot deelname van Mikronika zijn verstreken zal TenneT, vanaf de betekening van dit arrest, bovendien geen offertes binnen het toepassingsbereik van deze erkenningsregeling, categorie 1 tot en met 5, mogen vragen of opdrachten binnen het toepassingsbereik van deze erkenningsregeling, categorie 1 tot en met 5, mogen verlenen dan wel daartoe strekkende gunningsbeslissingen nemen.

Het hof zal de bevelen aan TenneT met een dwangsom versterken.

4.8 De grieven V tot en met VIII behoeven in het licht van het voorgaande geen bespreking meer. De grieven IX en X slagen wat betreft de proceskostenveroordeling en behoeven voor het overige evenmin bespreking.

5. Slotsom

De slotsom luidt dat nu het hoger beroep deels slaagt, het bestreden vonnis moet worden vernietigd en TenneT haar e-mail van 18 februari 2012 aan Mikronika en haar beslissing van 6 maart 2012 zal moeten intrekken en TenneT, indien zij aanvullende informatie van Mikronika wenst schriftelijk, binnen 10 dagen na betekening van dit arrest, aan Mikronika kenbaar maakt welke informatie over welke producten en/of productrange ten aanzien van welke categorie en in het licht van welke door Mikronika gegeven referentieprojecten zij van Mikronika wenst te ontvangen, alvorens zij opnieuw kan beslissen op het verzoek van Mikronika tot deelname aan de erkenningsregeling. Daarbij dient TenneT aan Mikronika een reactietermijn van 5 dagen te gunnen.Vervolgens dient TenneT binnen 10 dagen na ontvangst van de reactie van Mikronika op bedoelde brief het verzoek tot deelname van Mikronika te beoordelen, deze beoordeling schriftelijk aan Mikronika kenbaar te maken, onder het stellen van een termijn van 15 dagen waarbinnen Mikronika tegen die beslissing in rechte bezwaar kan maken. Indien TenneT geen nadere informatie van Mikronika wenst alvorens op haar verzoek tot deelname aan de erkenningsregeling te beslissen, dient zij binnen 10 dagen na betekening van dit arrest een nieuwe beslissing op dat verzoek tot deelneming van Mikronika te nemen en binnen deze termijn die beslissing schriftelijk kenbaar te maken, onder het stellen van een termijn van 15 dagen waarbinnen Mikronika tegen die beslissing in rechte bezwaar kan maken. Totdat de bedoelde 15 dagen na de beslissing op het verzoek tot deelname van Mikronika zijn verstreken zal TenneT, vanaf de betekening van dit arrest, bovendien geen offertes binnen het toepassingsbereik van deze erkenningsregeling, categorie 1 tot en met 5, mogen vragen of opdrachten binnen het toepassingsbereik van deze erkenningsregeling, categorie 1 tot en met 5, mogen verlenen dan wel daartoe strekkende gunningbeslissingen nemen. De bevelen zullen worden versterkt met een dwangsom van € 10.000, - per overtreding met een maximum van € 100.000, -. De overige vorderingen van Mikronika zullen worden afgewezen en het hof zal TenneT als grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van de procedure in beide instanties, de nakosten en de wettelijke rente daarover, nu tegen de nakosten en de wettelijke rente geen verweer is gevoerd.

6. De beslissing

Het hof, recht doende in kort geding in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Arnhem van 16 april 2012 en doet opnieuw recht:

- beveelt TenneT de e-mail van 18 februari 2012 en de brief van 6 maart 2012 aan Mikronika in te trekken;

- beveelt TenneT, indien zij nadere informatie van Mikronika wenst, schriftelijk, binnen 10 dagen na betekening van dit arrest, aan Mikronika kenbaar maakt welke informatie over welke producten en/of productrange ten aanzien van welke categorie en in het licht van welke door Mikronika gegeven referentieprojecten zij van Mikronika wenst te ontvangen, alvorens zij opnieuw kan beslissen op het verzoek van Mikronika tot deelname aan de erkenningsregeling en daarbij een termijn van 5 dagen aan Mikronika geeft voor een reactie;

- beveelt TenneT binnen 10 dagen na ontvangst van de reactie van Mikronika op bedoelde brief het verzoek van Mikronika tot deelname aan de erkenningsregeling te beoordelen, deze beoordeling schriftelijk aan Mikronika kenbaar te maken, onder het stellen van een termijn van 15 dagen waarbinnen Mikronika tegen die beslissing in rechte bezwaar kan maken;

- beveelt TenneT, indien zij geen nadere informatie van Mikronika wenst alvorens op haar verzoek tot deelname aan de erkenningsregeling te beslissen, binnen 10 dagen na betekening van dit arrest een nieuwe beslissing op dat verzoek tot deelname aan de erkenningsregeling te nemen en binnen deze termijn die beslissing schriftelijk aan Mikronika kenbaar te maken, onder het stellen van een termijn van 15 dagen waarbinnen Mikronika tegen die beslissing in rechte bezwaar kan maken;

- verbiedt TenneT totdat de bedoelde 15 dagen na de beslissing op het verzoek tot deelname van Mikronika zijn verstreken bovendien geen offertes binnen het toepassingsbereik van deze erkenningsregeling, categorie 1 tot en met 5, te vragen of opdrachten binnen het toepassingsbereik van deze erkenningsregeling, categorie 1 tot en met 5, te verlenen dan wel daartoe strekkende gunningsbeslissingen te nemen;

bepaalt dat TenneT een dwangsom verbeurt van € 10.000, - per dag indien zij na betekening van dit arrest niet voldoet aan één van de hiervoor bedoelde veroordelingen, zulks met een maximum van € 100.000, -;

veroordeelt TenneT in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van Mikronika wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op € 665,64 en op € 816, - voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 756,64 voor verschotten en op € 2682, - voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en in de nakosten, begroot op € 131, - , te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en -voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M. Evers, A.A. van Rossum en J.H. Kuiper en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2013