Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:9961

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
03-01-2014
Zaaknummer
21-006023-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2013:2467, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aan verdachte was onder meer tenlastegelegd het plegen van zedendelicten en bedreigingen betreffende een aantal jonge vrouwen alsmede onttrekking aan het ouderlijk gezag van een nog minderjarige vrouw en wapenbezit in de periode 2006 tot 2011. Een viertal zedendelicten waren in hoger beroep niet meer aan de oordeel van het gerechtshof onderworpen, nu verdachte in eerste aanleg door de rechtbank van die feiten was vrijgesproken. Het hof heeft verdachte net als de rechtbank veroordeeld voor mensenhandel, bedreiging, benadeling, onttrekking aan het ouderlijk gezag, wapenbezit en kinderporno. Nu het hof verdachte echter heeft vrijgesproken van de enig overgebleven verkrachting is de door het hof opgelegde gevangenisstraf lager dan door de rechtbank is opgelegd en door de AG is geëist. In de uitgebrachte rapportage wordt de kans op herhaling van fysiek agressieve delicten als groot ingeschat. Het hof heeft daarom de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) met bevel tot verpleging opgelegd, in combinatie met een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar.

De advocaat-generaal had in hoger beroep tbs in combinatie met een gevangenisstraf van vier jaar geëist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006023-13

Uitspraak d.d.: 24 december 2013

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 27 juni 2013 met parketnummer 06-950066-12 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende in [detentieadres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 13 december 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr D.P. Poppe, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de gegeven vrijspraak in eerste aanleg van het onder 2, 5, 7 en 8 tenlastegelegde is de verdachte daarin niet-ontvankelijk, nu hoger beroep van een verdachte tegen een gegeven vrijspraak niet is toegelaten. Het hoger beroep van verdachte blijft daarom beperkt tot dat deel van het vonnis waarvan beroep waarbij verdachte ter zake van het onder 1, 3, 4, 6, 9, 10, 11 en 12 tenlastegelegde werd veroordeeld.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 7 september 2009 tot en met 9 oktober 2011 te Apeldoorn en/of te Haren en/of te Winschoten en/of te Harkstede en/of te Rotterdam in elk geval (telkens) in Nederland een ander, te weten, [slachtoffer 1]

(lid 1, onder 1°) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1]

en/of

(lid 1, onder 4°) (telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [slachtoffer 1] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

immers heeft verdachte (één of meermalen)

- terwijl die [slachtoffer 1] seksueel is misbruikt en/of

- terwijl die [slachtoffer 1] anorexia heeft en/of

- terwijl die [slachtoffer 1] in een orthopedisch behandelcentrum verbleef en/of

- terwijl die [slachtoffer 1] zwanger is

- die [slachtoffer 1] mishandeld en/of

- die [slachtoffer 1] bedreigd en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen seks met hem, verdachte, te hebben en/of gedwongen hem, verdachte, te pijpen en/of

- die [slachtoffer 1] (gedwongen) een borstvergroting laten ondergaan en/of

- die [slachtoffer 1] gezegd dat zij een tatoeage met de naam van hem, verdachte, moest nemen en/of

- die [slachtoffer 1] verdovende middelen en/of (afslank)pillen gegeven, onder meer amfetamine en/of speed en/of xtc-pillen en/of

- naaktfoto's gemaakt van die [slachtoffer 1] en/of gedreigd deze openbaar te maken en/of

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij haar zou helpen met afvallen en/of die [slachtoffer 1] aangespoord verder af te vallen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat haar ouders niet goed voor haar waren en/of dat iedereen haar had laten vallen en/of

- de telefoon en/of de laptop van die [slachtoffer 1] gecontroleerd en/of de telefoon van die [slachtoffer 1] afgepakt en/of die [slachtoffer 1] beperkt in de omgang met vrienden en/of familie en/of

- die [slachtoffer 1] cadeaus gegeven, onder meer een tongpiercing en/of beltegoed en/of kleding en/of verzorgingsspullen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat ze in de prostitutie moest gaan werken om geld voor hem, verdachte, te verdienen en/of gezegd dat ze pas weer naar binnen mocht als ze 200 euro had verdiend en/of meermalen gevraagd of ze zich al had aangemeld en/of gezegd dat hij, verdachte, nog behoorlijk veel geld van haar kreeg en daar geen maanden op wilde wachten en/of

- die [slachtoffer 1] in de woning van hem, verdachte, opgenomen en/of gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 1] vervoerd naar en/of naar een seksclub,

door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 1] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte heeft kunnen bieden;

3:
hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 12 mei 2009 te Apeldoorn en/of in elk geval (telkens) in Nederland

(telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2]

hebbende verdachte (telkens)

- zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 2] gebracht en/of geduwd en/of bewogen
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens)

meerdere malen, althans eenmaal,

terwijl een of meer deuren van de woning is/zijn afgesloten en/of hij, verdachte, de telefoon van die [slachtoffer 2] heeft afgepakt,

- die [slachtoffer 2] heeft bedreigd met een vuuraansteker, althans een daarop gelijkend voorwerp en/of gedreigd haar te slaan met een riem, althans een daarop gelijkend voorwerp en/of een mes, althans een daarop gelijkend voorwerp, op haar keel heeft gezet en/of

- aan die [slachtoffer 2] dreigend de woorden heeft toegevoegd "ik maak je dood" en/of "ik snij je keel door" en/of "ik doe je familie en/of zusje iets aan", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 2] met kracht bij haar armen en/of elders bij haar lichaam heeft vastgepakt en/of die [slachtoffer 2] met kracht heeft vastgehouden en/of in haar polsen heeft geknepen en/of

- misbruik heeft gemaakt van (een) uit feitelijke verhouding(en) voortvloeiend overwicht van hem, verdachte, op die [slachtoffer 2], immers is/heeft hij, verdachte

- die [slachtoffer 2] bij hem, verdachte, in huis laten wonen en/of

- met die [slachtoffer 2] een liefdesrelatie aangegaan en/of

- aan die [slachtoffer 2] verdovende middelen verstrekt en/of laten gebruiken en/of

- die [slachtoffer 2] bewogen af te vallen en/of

- naaktfoto's van die [slachtoffer 2] gemaakt en/of gedreigd deze openbaar te maken en/of

- die [slachtoffer 2] gedwongen een tatoeage met de naam van hem, verdachte, te nemen en/of

- die [slachtoffer 2] geïsoleerd van familie en/of vrienden en/of voortdurend gecontroleerd, en/of

- aldus voor die [slachtoffer 2] een situatie heeft doen ontstaan waar die [slachtoffer 2] geen weerstand aan kon bieden en/of (aldus) voor die [slachtoffer 2] telkens een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

4:
hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 25 november 2009 te Apeldoorn en/of te Veendam, in elk geval (telkens) in Nederland

[slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] bedreigd door

- een vuuraansteker, althans een daarop gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 2] te tonen en/of te dreigen deze te gebruiken en/of

- een riem, althans een daarop gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 2] te tonen en/of te dreigen die [slachtoffer 2] hiermee te slaan en/of

- en mes, althans een daarop gelijkend voorwerp, op de keel van die [slachtoffer 2] te zetten en/of

- aan die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik maak je dood" en/of "ik snij je keel door" en/of "ik doe je familie en/of zusje iets aan", en/of

- meerdere briefjes op te hangen op de deur(en) van de woning van die [slachtoffer 2] en/of in de nabijheid van de woning van die [slachtoffer 2], (telkens) bevattende de tekst "You know what to do to end this, just do it or i'll be back" en/of "Soon, very soon, it has begun" en/of "The future is not yet, you decide your faith, last chance" en/of bevattende die briefjes een (bewerkte) foto van die [slachtoffer 2] en/of

- in een, nabij de woning van die [slachtoffer 2] gelegen, park de tekst aan te brengen "no [slachtoffer 2] lies, no [slachtoffer 2] time, last chance to, confess face to face", en/of

- die [slachtoffer 2] een foto te mailen waaruit blijkt dat hij, verdachte, in Veendam aanwezig is en/of

- die [slachtoffer 2] een filmpje te tonen waarop hij, verdachte, een foto met het portret van die [slachtoffer 2] in brand steekt en/of,

- die [slachtoffer 2] een of meer emails te sturen waarin hij, verdachte, aankondigt dat hij, verdachte, naar Veendam zou komen en/of dat het haar geld zou gaan kosten, te weten

- onder meer –

een email van 27 mei 2009 inhoudende de tekst: "Je moest mij vandaag nog het één en ander opbiechten hier. Je bent niet komen opdagen. Nu moet ik dus naar jou komen. Heel domme zet van je. Heel dom."

en/of

een email van 1 juni 2009 inhoudende de tekst: "Aangezien je mij die info niet gegeven hebt, kom ik nu echt eerdaags "praten". Als je denkt dat mij doodzwijgen de manier is om van me af te komen, dan heb je juist het tegenovergestelde gedaan. Nu zal ik niet rusten totdat ik die info van je hebt. Aangezien ik daarvoor naar dat dorp van jou moet komen, gaat je dat ook nog eens geld kosten. Je weet niet waar je aan begonnen bent."

en/of

een email van 27 augustus 2009 inhoudende de tekst: "A.s. zaterdag is de werkelijk de allerlaatste kans die ik je geef. Je weet dat je dit niet gaat winnen. Je kunt je trots verliezen door naar hier te komen en mij de waarheid te vertellen OF je komt niet en verliest zoveel meer (en dan nog ben je er nog niet vanaf). Weeg je opties maar eens goed af. Ik heb de mensen, de tijd, het geld, en de vastberadenheid van een bulldog om te winnen."

en/of

een email van 27 augustus 2009 inhoudende de tekst: "Als je rust wil en mij uit je leven, dan weet je wat je moet doen. Dan ben ik zelfs bereid te zorgen dat ze je niet wegpesten, aftuigen of kapot treiteren op school. Ik zou wel opschieten, tijd is een luxe die je niet bezit"

en/of

een email van 28 augustus 2009 inhoudende de tekst: "It is time. Decide your faith",

en/of

een email van 31 augustus 2009 inhoudende de tekst: "je gaat zo'n ongelovelijke kankertijd tegemoet. Meisje, meisje toch, je besef niet waar je aan begonnen bent. Nog maar 2 jaar. En als klap op de vuurpijl, een (regelmatig?) VIP bezoek van mij. Geen dank, doe het graag. Je krijgt wat je verdiend hè. Tot (G)auw",

althans (telkens) woorden en/of handelingen van dreigende aard en/of strekking;

6:
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 december 2010 tot en met 2 april 2012 te Apeldoorn en/of te Groningen en/of te Leeuwarden en/of te Veenwouden en/of te Buitenpost en/of te Dokkum en/of te Kollum en/of te Westereen en/of te Harlingen en/of te Borger, in elk geval (telkens) in Nederland,

(telkens) opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 3], geboren op 31 december 1994, heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende,

immers heeft verdachte meermalen,

- contact gelegd en/of gehouden met die [slachtoffer 3] middels internet en/of per telefoon en/of met die [slachtoffer 3] afgesproken en/of die [slachtoffer 3] getroffen en/of

- goederen voor die [slachtoffer 3] gekocht, onder meer kleding en/of (een) mobiele telefoon(s) en/of simkaart(en) en/of voedingsmiddelen en/of een ov-kaart en/of die [slachtoffer 3] geld gegeven en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd "zet je gsm uit, liefst accu er helemaal uit. Niet OV kaart, maar met los geld kaartje kopen. Niet je bankpas gebruiken.", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- aan die [slachtoffer 3] porno-filmpjes gestuurd en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] onderdak geboden in zijn, verdachtes woning en/of (een) hotelkamer(s) en/of

- seks met die [slachtoffer 3] gehad;

9:
hij op meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 oktober 2006 tot en met 9 oktober 2011, te Apeldoorn en/of te Haren en/of te Winschoten en/of te Harkstede, in elk geval (telkens) in Nederland,

telkens opzettelijk de gezondheid van

- [slachtoffer 4] en/of

-[slachtoffer 5] en/of

- [slachtoffer 6] en/of

- [slachtoffer 2] en/of

- [slachtoffer 1]

heeft benadeeld door voornoemde personen,

terwijl deze personen anorexia problematiek en/of een eetprobleem hebben,

- op te nemen in zijn woning en/of

- vervolgens aan die personen voeding te onthouden en/of deze personen te stimuleren (verder) af te vallen door aan voornoemde personen afvaltips te geven en/of verdovende middelen te geven en/of andere pillen te geven, zodat deze anorexia-problematiek en/of dit eetprobleem zich verder kon ontwikkelen en/of in elk geval niet werd gestopt en/of niet werd behandeld;

10:
hij op of omstreeks 9 januari 2010 te Haren, althans in het arrondissement Groningen, meermalen, althans éénmaal [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, althans met verkrachting, althans met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk terwijl hij, verdachte, en die [slachtoffer 1] op een hotelkamer waren en/of terwijl hij verdachte wilde dat [slachtoffer 1] in de prostitutie zou gaan werken en/of terwijl er wapens in de hotelkamer lagen, voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd:

- " Als jij de badkamer ingaat, maak ik je dood" en/of

- " Goedkope hoer, je hebt wel veel spullen gekregen voor hetgeen je hebt gedaan. Kom uit de badkamer stom wijf. Ik zal je wel krijgen, kom uit de badkamer", althans woorden van gelijke dreigende aard en/strekking;

11:
hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 9 januari 2010 te Haren althans in het arrondissement Groningen, een of meer wapens van categorie I, onder 1°, te weten twee, althans een of meer, vlindermessen voorhanden heeft gehad;

en/of

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 9 januari 2010 te Haren althans in het arrondissement Groningen, een of meer wapens van categorie II voorhanden heeft gehad, te weten

- een wapen van categorie II onder 5°, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht en/of

- een wapen van categorie II onder 6°, te weten een busje traangas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;


12:
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 december 2010 tot en met 2 april 2012 te Apeldoorn, in elk geval (telkens) in Nederland,

(telkens) 3, althans meerdere, althans (een) afbeelding(en) heeft vervaardigd, te weten [afbeelding] en/of [afbeelding] en/of [afbeelding] en/of

(telkens) een gegevensdrager(s), te weten een computer, bevattende voornoemde 3, althans meerdere, althans (een) afbeelding(en), in bezit heeft gehad, te weten [afbeelding] en/of [afbeelding] en/of [afbeelding] en/of

terwijl op die voornoemde afbeelding(en) (telkens) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten [slachtoffer 3], geboren 31 december 1994,

te weten,

op [afbeelding] het ontblote bovenlichaam van die [slachtoffer 3] waarbij deze [slachtoffer 3] poseert voor de camera en/of waarbij haar borsten duidelijk zichtbaar zijn en/of waarbij de aanzet van de schaamstreek zichtbaar is

en/of

op [afbeelding] voornoemde [slachtoffer 3], die op haar rug op een bed ligt en/of daarbij haar onderlichaam in de richting van de camera heeft gericht en/of waarbij zij alleen een zwart slipje draagt en/of waarbij haar benen gespreid zijn waardoor de aanzet van de schaamlippen nadrukkelijk in beeld wordt gebracht

en/of

op [afbeelding] voornoemde [slachtoffer 3] die voorovergebogen ligt op haar onderarmen en knieën en/of waarbij haar billen naar de camera zijn gekeerd en/of waarbij die [slachtoffer 3] een kort zwart jurkje en/of rokje draagt en/of een zwart slipje en/of waarbij de door die [slachtoffer 3] aangenomen pose en/of positie van de camera haar kruis prominent in beeld wordt gebracht en/of waarbij de contouren van haar vagina en/of haar billen zeer duidelijk zichtbaar zijn;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof met de verdediging van oordeel

dat het voorhanden bewijs tekortschiet om tot een bewezenverklaring van de onder 3 tenlastegelegde verkrachting te kunnen komen. De verdachte zal daarvan dan ook worden

vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Hoewel er in principe geen reden is te twijfelen aan de oprechtheid van aangeefster [slachtoffer 2] bij haar verhoren, bestaat voor de inhoud van haar verklaringen onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen, zoals vereist ingevolge (de rechtspraak omtrent) artikel 342 tweede lid Wetboek van Strafvordering.

Als mogelijk ondersteunende bewijsmiddelen komen naar het oordeel van het hof alleen in aanmerking verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5], voor zover deze inhouden dat verdachte aan hen verteld zou hebben dat hij [slachtoffer 2] zou hebben verkracht. Het hof is echter van oordeel dat - afgezien van het feit dat verdachte betwist een dergelijke uitlating te hebben gedaan - de betreffende verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] om de volgende redenen niet als (voldoende) ondersteuning kunnen worden aangemerkt.

Het gaat om verklaringen van horen zeggen. Het gaat niet om eigen waarnemingen door de getuigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] van onderdelen van het tenlastegelegde.

De in de verklaring overgebrachte uitlating van verdachte is bovendien in zeer algemene bewoordingen gesteld en bevat geen nadere aanduidingen naar tijd en plaats. Nu [slachtoffer 2] en verdachte gedurende langere tijd (ook) vrijwillige seksuele contacten hadden, is verder niet zonder meer duidelijk dat - ervan uitgaande dat verdachte de uitlating wel zou hebben gedaan - in de verklaringen dezelfde gebeurtenissen worden bedoeld.

Daar komt nog het volgende bij. Weliswaar blijkt niet uitdrukkelijk dat er vóór de verhoren en verklaringen van de getuigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] sprake is geweest van contact tussen beide personen. Maar mede gelet op contacten zoals die wel uit het dossier naar voren komen tussen diverse aangeefsters, kan het hof contact tussen beide getuigen ook niet buiten redelijke twijfel uitsluiten. In het verlengde hiervan kan het hof ook niet uitsluiten dat er sprake is geweest van een vorm van beïnvloeding of besmetting van herinneringen en beleving - mogelijk gevoed door wraakgevoelens - die afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van die verklaringen. Ook kan er nog sprake van zijn geweest dat - ervan uitgaande dat verdachte de uitlating gedaan zou hebben - in zijn verklaring wordt gedoeld op een door verdachte en aangeefster [slachtoffer 2] met wederzijdse instemming in scène gezet verkrachtingsfilmpje.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Verdachte heeft de onder 4, 6, 9, 10, 11 en 12 tenlastegelegde gelegde feiten bekend.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

Door de verdediging is algehele vrijspraak van dit feit bepleit.

Het hof acht het ten laste gelegde alleen bewezen voor zover het – kort gezegd - betreft het verwijt dat verdachte [slachtoffer 1] heeft vervoerd naar Rotterdam, waar [slachtoffer 1] een gesprek heeft gevoerd met het oog op werk als prostituee. Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat [slachtoffer 1] als gevolg van haar voorgeschiedenis en geestelijke gesteldheid in een kwetsbare en afhankelijke positie ten opzichte van verdachte was en dat verdachte daarmee bekend was. Door verdachtes aandrang om de schuld aan hem te voldoen is [slachtoffer 1] ertoe gebracht om het zojuist vermelde gesprek te voeren. Dat [slachtoffer 1] een schuld aan verdachte zou hebben staat niet in de weg aan het bestaan van het oogmerk van uitbuiting evenmin als de omstandigheid dat verdachte te kennen had gegeven dat [slachtoffer 1] ook uit de inkomsten van andere werkzaamheden haar schuld kon voldoen en de omstandigheid dat [slachtoffer 1] vervolgens uiteindelijk niet de prostitutie is ingegaan. Het hof acht “vervoeren” bewezen; verdachte is niet alleen meegereisd, maar heeft de reis ook betaald.

Het hof acht niet bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] heeft gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting. Daarbij is van belang dat [slachtoffer 1] al langere tijd vóór het gesprek in Rotterdam bij verdachte had gewoond. Evenmin acht het hof bewezen dat bij verdachte het oogmerk van uitbuiting voorzat toen [slachtoffer 1] door hem de straat werd “opgestuurd” om 200 euro te verdienen. Daarbij is van belang dat verdachte naar het oordeel van het hof dat deed uit ergernis over het gedrag van [slachtoffer 1] en dat het hof er niet van overtuigd is dat hij op dat moment handelde met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer 1].

Het hof acht evenals de rechtbank in eerste aanleg enkele van de in de tenlastelegging omschreven feitelijkheden, waaronder de mishandeling, bedreiging, gedwongen seks, het “chanteren” met naaktfoto’s en het geven van amfetamine niet bewezen nu het hof voor die onderdelen van de tenlastelegging onvoldoende bewijs aanwezig acht.

Gelet op het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft gepleegd.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 4, 6, 9, 10, 11 en 12 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 7 september 2009 tot en met 9 oktober 2011 te Apeldoorn en/of te Haren en/of te Winschoten en/of te Harkstede en/of te Rotterdam in elk geval (telkens) in Nederland een ander, te weten, [slachtoffer 1]

(lid 1, onder 1°) en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1]

en/of

(lid 1, onder 4°) (telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [slachtoffer 1] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

immers heeft verdachte (één of meermalen)

- terwijl die [slachtoffer 1] seksueel is misbruikt en/of

- terwijl die [slachtoffer 1] anorexia heeft en/of

- terwijl die [slachtoffer 1] in een orthopedisch behandelcentrum verbleef en/of

- terwijl die [slachtoffer 1] zwanger is

- die [slachtoffer 1] mishandeld en/of

- die [slachtoffer 1] bedreigd en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen seks met hem, verdachte, te hebben en/of gedwongen hem, verdachte, te pijpen en/of

- die [slachtoffer 1] (gedwongen) een borstvergroting laten ondergaan en/of

- die [slachtoffer 1] gezegd dat zij een tatoeage met de naam van hem, verdachte, moest nemen en/of

- die [slachtoffer 1] verdovende middelen en/of (afslank)pillen gegeven, onder meer amfetamine en/of speed en/of xtc-pillen en/of

- naaktfoto's gemaakt van die [slachtoffer 1] en/of gedreigd deze openbaar te maken en/of

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij haar zou helpen met afvallen en/of die [slachtoffer 1] aangespoord verder af te vallen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat haar ouders niet goed voor haar waren en/of dat iedereen haar had laten vallen en/of

- de telefoon en/of de laptop van die [slachtoffer 1] gecontroleerd en/of de telefoon van die [slachtoffer 1] afgepakt en/of die [slachtoffer 1] beperkt in de omgang met vrienden en/of familie en/of

- die [slachtoffer 1] cadeaus gegeven, onder meer een tongpiercing en/of beltegoed en/of kleding en/of verzorgingsspullen en/of

- meermalen gevraagd of ze zich al had aangemeld en/of gezegd dat hij, verdachte, nog behoorlijk veel geld van haar kreeg en daar geen maanden op wilde wachten en

- die [slachtoffer 1] in de woning van hem, verdachte, opgenomen en/of gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 1] vervoerd naar en/of naar een seksclub,

door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 1] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte heeft kunnen bieden;

4:
hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 25 november 2009 te Apeldoorn en/of te Veendam, in elk geval (telkens) in Nederland

[slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans en met zware mishandeling,

immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] bedreigd door

- een vuuraansteker, althans een daarop gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 2] te tonen en/of te dreigen deze te gebruiken en/of

- een riem, althans een daarop gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 2] te tonen en/of te dreigen die [slachtoffer 2] hiermee te slaan en/of

- en mes, althans een daarop gelijkend voorwerp, op de keel van die [slachtoffer 2] te zetten en/of

- aan die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik maak je dood" en/of "ik snij je keel door" en/of "ik doe je familie en/of zusje iets aan", en/of

- meerdere briefjes op te hangen op de deur(en) van de woning van die [slachtoffer 2] en/of in de nabijheid van de woning van die [slachtoffer 2], (telkens) bevattende de tekst "You know what to do to end this, just do it or i'll be back" en/of "Soon, very soon, it has begun" en/of "The future is not yet, you decide your faith, last chance" en/of bevattende die briefjes een (bewerkte) foto van die [slachtoffer 2] en/of

- in een, nabij de woning van die [slachtoffer 2] gelegen, park de tekst aan te brengen "no [slachtoffer 2] lies, no [slachtoffer 2] time, last chance to, confess face to face", en/of

- die [slachtoffer 2] een foto te mailen waaruit blijkt dat hij, verdachte, in Veendam aanwezig is en/of

- die [slachtoffer 2] een filmpje te tonen waarop hij, verdachte, een foto met het portret van die [slachtoffer 2] in brand steekt en/of,

- die [slachtoffer 2] een of meer emails te sturen waarin hij, verdachte, aankondigt dat hij, verdachte, naar Veendam zou komen en/of dat het haar geld zou gaan kosten, te weten

- onder meer –

een email van 27 mei 2009 inhoudende de tekst: "Je moest mij vandaag nog het één en ander opbiechten hier. Je bent niet komen opdagen. Nu moet ik dus naar jou komen. Heel domme zet van je. Heel dom."

en/of

een email van 1 juni 2009 inhoudende de tekst: "Aangezien je mij die info niet gegeven hebt, kom ik nu echt eerdaags "praten". Als je denkt dat mij doodzwijgen de manier is om van me af te komen, dan heb je juist het tegenovergestelde gedaan. Nu zal ik niet rusten totdat ik die info van je hebt. Aangezien ik daarvoor naar dat dorp van jou moet komen, gaat je dat ook nog eens geld kosten. Je weet niet waar je aan begonnen bent."

en/of

een email van 27 augustus 2009 inhoudende de tekst: "A.s. zaterdag is de werkelijk de allerlaatste kans die ik je geef. Je weet dat je dit niet gaat winnen. Je kunt je trots verliezen door naar hier te komen en mij de waarheid te vertellen OF je komt niet en verliest zoveel meer (en dan nog ben je er nog niet vanaf). Weeg je opties maar eens goed af. Ik heb de mensen, de tijd, het geld, en de vastberadenheid van een bulldog om te winnen."

en/of

een email van 27 augustus 2009 inhoudende de tekst: "Als je rust wil en mij uit je leven, dan weet je wat je moet doen. Dan ben ik zelfs bereid te zorgen dat ze je niet wegpesten, aftuigen of kapot treiteren op school. Ik zou wel opschieten, tijd is een luxe die je niet bezit"

en/of

een email van 28 augustus 2009 inhoudende de tekst: "It is time. Decide your faith",

en/of

een email van 31 augustus 2009 inhoudende de tekst: "je gaat zo'n ongelovelijke kankertijd tegemoet. Meisje, meisje toch, je besef niet waar je aan begonnen bent. Nog maar 2 jaar. En als klap op de vuurpijl, een (regelmatig?) VIP bezoek van mij. Geen dank, doe het graag. Je krijgt wat je verdiend hè. Tot (G)auw",

althans (telkens) woorden en/of handelingen van dreigende aard en/of strekking;

6:
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 december 2010 tot en met 2 april 2012 te Apeldoorn en/of te Groningen en/of te Leeuwarden en/of te Veenwouden en/of te Buitenpost en/of te Dokkum en/of te Kollum en/of te Westereen en/of te Harlingen en/of te Borger, in elk geval (telkens) in Nederland,

(telkens) opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 3], geboren op 31 december 1994, heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende,

immers heeft verdachte meermalen,

- contact gelegd en/of gehouden met die [slachtoffer 3] middels internet en/of per telefoon en/of met die [slachtoffer 3] afgesproken en/of die [slachtoffer 3] getroffen en/of

- goederen voor die [slachtoffer 3] gekocht, onder meer kleding en/of (een) mobiele telefoon(s) en/of simkaart(en) en/of voedingsmiddelen en/of een ov-kaart en/of die [slachtoffer 3] geld gegeven en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd "zet je gsm uit, liefst accu er helemaal uit. Niet OV kaart, maar met los geld kaartje kopen. Niet je bankpas gebruiken.", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- aan die [slachtoffer 3] porno-filmpjes gestuurd en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] onderdak geboden in zijn, verdachtes woning en/of (een) hotelkamer(s) en/of

- seks met die [slachtoffer 3] gehad;

9:
hij op meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 oktober 2006 tot en met 9 oktober 2011, te Apeldoorn en/of te Haren en/of te Winschoten en/of te Harkstede, in elk geval (telkens) in Nederland,

telkens opzettelijk de gezondheid van

- [slachtoffer 4] en/of

- [slachtoffer 5] en/of

- [slachtoffer 6] en/of

- [slachtoffer 2] en/of

- [slachtoffer 1]

heeft benadeeld door voornoemde personen,

terwijl deze personen anorexia problematiek en/of een eetprobleem hebben,

- op te nemen in zijn woning en/of

- vervolgens aan die personen voeding te onthouden en/of deze personen te stimuleren (verder) af te vallen door aan voornoemde personen afvaltips te geven en/of verdovende middelen te geven en/of andere pillen te geven, zodat deze anorexia-problematiek en/of dit eetprobleem zich verder kon ontwikkelen en/of in elk geval niet werd gestopt en/of niet werd behandeld;

10:
hij op of omstreeks 9 januari 2010 te Haren, althans in het arrondissement Groningen, meermalen, althans éénmaal [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, althans met verkrachting, althans met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk terwijl hij, verdachte, en die [slachtoffer 1] op een hotelkamer waren en/of terwijl hij verdachte wilde dat [slachtoffer 1] in de prostitutie zou gaan werken en/of terwijl er wapens in de hotelkamer lagen, voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd:

- " Als jij de badkamer ingaat, maak ik je dood" en/of

- " Goedkope hoer, je hebt wel veel spullen gekregen voor hetgeen je hebt gedaan. Kom uit de badkamer stom wijf. Ik zal je wel krijgen, kom uit de badkamer", althans woorden van gelijke dreigende aard en/strekking;

11:
hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 9 januari 2010 te Haren althans in het arrondissement Groningen, een of meer wapens van categorie I, onder 1°, te weten twee, althans een of meer, vlindermessen voorhanden heeft gehad;

en/of

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 9 januari 2010 te Haren althans in het arrondissement Groningen, een of meer wapens van categorie II voorhanden heeft gehad, te weten

- een wapen van categorie II onder 5°, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht en/of

- een wapen van categorie II onder 6°, te weten een busje traangas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;


12:
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 december 2010 tot en met 2 april 2012 te Apeldoorn, in elk geval (telkens) in Nederland,

(telkens) 3, althans meerdere, althans (een) afbeelding(en) heeft vervaardigd, te weten [afbeelding] en/of [afbeelding] en/of [afbeelding] en/of

(telkens) een gegevensdrager(s), te weten een computer, bevattende voornoemde 3, althans meerdere, althans (een) afbeelding(en), in bezit heeft gehad, te weten [afbeelding] en/of [afbeelding] en/of [afbeelding] en/of

terwijl op die voornoemde afbeelding(en) (telkens) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten [slachtoffer 3], geboren 31 december 1994,

te weten,

op [afbeelding] het ontblote bovenlichaam van die [slachtoffer 3] waarbij deze [slachtoffer 3] poseert voor de camera en/of waarbij haar borsten duidelijk zichtbaar zijn en/of waarbij de aanzet van de schaamstreek zichtbaar is

en/of

op [afbeelding] voornoemde [slachtoffer 3], die op haar rug op een bed ligt en/of daarbij haar onderlichaam in de richting van de camera heeft gericht en/of waarbij zij alleen een zwart slipje draagt en/of waarbij haar benen gespreid zijn waardoor de aanzet van de schaamlippen nadrukkelijk in beeld wordt gebracht

en/of

op [afbeelding] voornoemde [slachtoffer 3] die voorovergebogen ligt op haar onderarmen en knieën en/of waarbij haar billen naar de camera zijn gekeerd en/of waarbij die [slachtoffer 3] een kort zwart jurkje en/of rokje draagt en/of een zwart slipje en/of waarbij de door die [slachtoffer 3] aangenomen pose en/of positie van de camera haar kruis prominent in beeld wordt gebracht en/of waarbij de contouren van haar vagina en/of haar billen zeer duidelijk zichtbaar zijn;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel.

het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

meermalen gepleegd.

en

bedreiging met zware mishandeling,

meermalen gepleegd.

het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag,

meermalen gepleegd.

het onder 9 bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijke benadeling van de gezondheid, meermalen gepleegd.

het onder 10 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

het onder 11 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

meermalen gepleegd.

het onder 12 bewezen verklaarde levert op:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen,

meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Inleiding

De officier van justitie heeft in eerste aanleg geëist dat verdachte ter zake van het bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren en oplegging van de maatregel tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen heeft de verdachte vrijgesproken van een viertal feiten en ter zake van het door de rechtbank bewezenverklaarde veroordeeld tot 4 (vier) jaar met aftrek van voorarrest en oplegging van de maatregel tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep eveneens gevorderd dat verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar wordt opgelegd met aftrek van voorarrest en voorts dat de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging zal worden opgelegd.

De raadsman heeft primair, gelet op de door hem bepleite vrijspraak voor de feiten 1 en 3 een deels voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit. Hij heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de wijze waarop de zaak is behandeld. De raadsman doelt hiermee op het geschetste beeld van verdachte door de pers en het Openbaar Ministerie ten tijde van het opsporingsonderzoek. De pers spreekt volgens de raadsman ten onrechte over de zaak van ‘de anorexiaverkrachter’ en over ‘één van de meest gruwelijke zaken in jaren’. Het Openbaar Ministerie heeft bovendien een beeld geschetst van een man die doelbewust tienermeisjes met eetproblemen benadert, hen volledig van hem afhankelijk maakt door ze te isoleren van de buitenwereld en hen vervolgens mishandelt en misbruikt.

Volgens het Openbaar Ministerie zou verdachte daarbij zeer geraffineerd en doelbewust te werk zijn gegaan. Volgens de raadsman is dat geschetste beeld ook van invloed geweest op de wijze van rechercheren en is er vrijwel geen belangstelling geweest voor het verhaal van zijn cliënt.

Ook heeft de raadsman bepleit dat het advies van de deskundige [psycholoog] wordt gevolgd en aan zijn cliënt een TBS-maatregel met voorwaarden wordt opgelegd.

Beoordeling door het hof

Verdachte - die toen begin 40 was - heeft door zijn gedrag inbreuk gemaakt op de persoon van kwetsbare jonge vrouwen. Verdachte volgde een patroon waarbij hij kwetsbare jonge vrouwen, met name lijdend aan of neigend tot anorexia nervosa, voor zich innam, hen opnam, hen van zich afhankelijk maakte, een seksuele relatie met hen had en hen stimuleerde tot volharding in hun streven verder af te vallen in plaats van hen te stimuleren daarvan af te zien en deskundige hulp te zoeken. Daarmee werd de gezondheid van de in de bewezenverklaring van feit 9 genoemde jonge vrouwen ernstig geschaad. Als de vrouwen vervolgens afstand van hem namen of wilden nemen, ging hij over tot intimidatie en bedreigingen. Het hof verwijst naar de bewezenverklaarde feiten 4 en 10. Feit 11 (wet wapens en munitie) lijkt daarbij te passen. Verdachte was ten aanzien van een van de vrouwen zo gedreven dat hij haar als minderjarige onttrok aan het blikveld en het gezag van haar ouders (feit 6). De feiten 1 (mensenhandel) en 12 (kinderporno) zijn weliswaar ook een gevolg van verdachtes houding en gedrag, maar het hof merkt hierbij op dat het om niet méér dan één situatie van mensenhandel gaat en om niet méér dan drie afbeeldingen van één jonge vrouw, met wie verdachte een seksuele relatie had. Dat doet niet af aan het ernstige en verontrustende totaalbeeld.

Kan een verklaring voor verdachtes gedrag worden gevonden in zijn persoon? Er zijn twee rapportages over verdachte uitgebracht. Op 25 september 2012 is een monodisciplinair rapport uitgebracht door [psycholoog], psycholoog. Vervolgens is op 2 mei 2013 een rapport uitgebracht door deskundigen verbonden aan het Pieter Baan Centrum. Uit het voormelde rapport van [psycholoog] komt naar voren dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis met narcistische en theatrale trekken. Vanuit de borderline problematiek heeft verdachte een sterke behoefte aan aandacht. Er is sprake van een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en affecten hetgeen hij afdekt met een maskerade van onraakbaarheid, gevoelens van grootheid en de behoefte aan bewondering, begrip en aandacht. Verder is sprake van een groot gebrek aan empathie.

Verdachte stelt zich in zijn gedrag buitensporig emotioneel op om aandacht te genereren waarbij zijn uiterlijk erg belangrijk is. Dit houdt in dat verdachte zich presenteert als alwetend, zelfzeker en graag in de aandacht, maar dat er feitelijk sprake is van grote onzekerheid waar het zijn zelfbeeld, zijn mogelijkheden en zijn identiteit aangaat. Hij klampt zich in relaties feitelijk vast aan de ander en is buitengewoon angstig deze te verliezen. Bij dreigend verlies wordt hij overmand door verlatingsangsten die er debet aan zijn dat hij zich sterk controlerend. eisend en dwingend opstelt. Volgens [psycholoog] is bij verdachte ook sprake van impulsiviteit en een groot gebrek aan zelf controlerende mogelijkheden.

Verdachte kampt met een voortdurend gevoel van leegte en gevoelsarmoede waardoor hij geneigd is tot extreem gedrag om iets te kunnen voelen maar daarmee ook tot verslavingsgedrag, seksueel promiscue gedrag en het idealiseren of devalueren van de ander.

[psycholoog] meent dat verdachte slecht in staat is perspectief te nemen en afstand te bewaren in relaties. Hij heeft in grote mate misbruik gemaakt van zijn positie als volwassene en egosterker mens en (onbewust) gezocht naar kwetsbare partners waar hij zijn zelfbeeld aan kon laven en sterken. Hij werd bij voortduring door jonge en kwetsbare meisjes gestut in zijn overwaardige ideeën omtrent eigen kunnen en goedheid en tolereerde geen tegenspraak of kritiek of anderszins van zijn ideeën afwijkende opvattingen.

[psycholoog] komt tot de conclusie dat de kans op herhaling van vergelijkbare delicten

onverminderd groot is als verdachte niet wordt behandeld.

De deskundigen verbonden aan het Pieter Baan Centrum hebben als diagnose gesteld dat

verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Volgens de

deskundigen laat deze zich omschrijven als een ernstige persoonlijkheidsproblematiek, te

weten een borderline persoonlijkheidsstoornis en een narcistische persoonlijkheidsstoornis,

met daarbij theatrale kenmerken. Ten aanzien van de narcistische persoonlijkheidsstoornis

staan betrokkenes opgeblazen maar kwetsbare gevoel van eigenwaarde, een gebrek aan

empathie, alsmede een zeer grote behoefte aan bewondering en waardering centraal. De

borderline persoonlijkheidsstoornis kenmerkt zich vooral door instabiele intermenselijke

relaties (gekenmerkt door een overmatig idealiseren of devalueren), hevig wisselende

stemmingen (affectlabiliteit), impulsiviteit, een moeite kwaadheid te reguleren en een

aanhoudend instabiel zelfbeeld. Er is geen sprake van psychopathie.

Ook is sprake van een ziekelijke stoornis in de vorm van misbruik van xtc, amfetamine en

Sustanon (anabole steroïde).

In het onderzoek naar verdachtes seksuele leven lijkt verdachte sociaal wenselijke

antwoorden te geven. Een parafilie kan daarom niet worden vastgesteld, noch uitgesloten.

Volgens de deskundigen wordt verdachte vanuit zijn persoonlijkheidsproblematiek en dan

vooral vanuit zijn grote behoefte aan bewondering en waardering gedreven tot het aangaan

van ongelijkwaardige relaties. Naast een grote behoefte aan bewondering en waardering is er

sprake van een grote zelfoverschatting van het eigen kunnen en de eigen belangrijkheid in

relaties. Zo zag en ziet hij zich als hulpverlener, weldoener, vader en seksueel partner van de

aangeefsters. Naast deze overschatting van de eigen belangrijkheid in de relaties met

aangeefsters is sprake van een devaluatie van daadwerkelijke steunfiguren zoals de ouders,

de professionele medische en psychiatrische hulpverlening. Naast het feit dat hij zichzelf op

deze wijze in het contact met aangeefster positioneerde, verwende hij hen in materieel en

financieel opzicht en voorzag hij hen van drugs. Hij bond de aangeefsters op deze wijze in

sterke mate aan zich. In de relaties is verder sprake van een vervaging van grenzen en een

mate van identificatie met de aangeefsters. Naast de leeftijd van aangeefsters maakte hij zich

ook de eetproblematiek eigen. Vervolgens lijkt in de loop van de relaties steeds duidelijker te

worden dat niet het belang van aangeefsters voorop staat maar het eigen belang van

verdachte. Waar seksuele grenzen aanvankelijk gerespecteerd worden, worden deze later

door hem geschonden. Wanneer vervolgens in de relaties sprake is van een vermeende of daadwerkelijke verlating, een vermeend verraad of afwijzing van aangeefsters, is hij diep gekrenkt en roept de afwijzing bij hem intense gevoelens van woede en angst op waarbij de gekrenktheid verbonden is aan de narcistische persoonlijkheidsstoornissen en de angst voor verlating hoort bij de borderline pathologie. Deze sterke emoties en zijn beperkte mogelijkheden tot het adequaat reguleren van zijn gevoelsleven, resulteren in manipulatief gedrag zoals bijvoorbeeld het dreigen met zelfmoord en/of een wraakzuchtige woede. Hij belaagt de aangeefsters met dreigende en denigrerende berichten (via de e-mailmail, sms of door het op straat schrijven van leuzen) en/of plaatst ze in een beangstigende en/of denigrerende positie (bijvoorbeeld door middel van het aanzetten tot prostitutie) en/of door verbaal en/of fysiek agressief naar hen te zijn.

Volgens de deskundigen bestaan echter geen objectiveerbare gegevens waarmee aangetoond, dan wel uitgestoten kan worden dat verdachte onder invloed van een middel was ten tijde van het tenlastegelegde. Om die reden kunnen zij dan ook geen gefundeerde uitspraak doen over een mogelijke doorwerking ten aanzien van middelengebruik op de ten laste gelegde feiten.

De deskundigen van het Pieter Baan Centrum schatten het recidiverisico als hoog in. Er is sprake van een duurzaam patroon van ernstige persoonlijkheidsproblematiek. Verdachte wordt vanuit deze problematiek gedreven tot het aangaan van ongelijkwaardige relaties. Hoewel het mogelijk is dat verdachte in de toekomst niet wederom relaties aan zal gaan met jonge vrouwen met een eetstoornis, zijn er in de maatschappij tal van andersoortige ongelijkwaardige relaties denkbaar die verdachte kan aangaan.

Binnen een dergelijke ongelijkwaardige relatie zullen zijn behoefte aan bewondering en zijn overschatte maar wankele zelfbeeld onverminderd voortduren. Als hij opnieuw geconfronteerd wordt met krenking en/of verlating zal hij moeite ondervinden deze gevoelens van krenking en/of de emoties die dit oproept, adequaat te reguleren. Denkbaar is dat het ontremmend effect van middelengebruik kan bijdragen aan het recidiverisico. Het hoge recidiverisico wordt onderschreven door de HKT-30. Er is sprake van een beperkt probleembesef waarbij verdachte zijn gedrag vergoelijkt en weinig verantwoordelijkheid neemt. Er is sprake van een gebrek aan empathische vermogens en van impulsief gedrag.

Copingvaardigheden schieten tekort waardoor hij in perioden van conflicten en tegenslagen met agressie reageert, ook in zelfdestructieve zin. Daarnaast is er sprake van een verhoogde vijandigheid, onder andere richting autoriteit en mensen die naar zijn mening een te burgerlijk leven leiden. Volgens de deskundigen is verdachtes sociale netwerk zeer beperkt en is er sprake van een slechte maatschappelijke inbedding. Hoewel intelligentie een beschermende factor kan zijn, is dit in het geval van verdachte niet zo. In de delictscenario’s vormt overwicht, ook op cognitief gebied, juist een risico.

Met de conclusies van de rapporten, dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden aangemerkt - waarbij het Pieter Baan Centrum overigens heeft opgemerkt dat dit niet geldt voor feit 11 - kan het hof zich verenigen. Het hof neemt deze conclusies over.

Het hof is ten aanzien van minder feiten tot bewezenverklaring gekomen dan de rechtbank. Tevens rekening houdend met de verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid komt het hof tot oplegging van een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan in eerste aanleg is opgelegd en door de advocaat-generaal is geëist. Het hof ziet geen reden tot strafvermindering in het betoog van de raadsman over het beeld dat, zoals de raadsman stelde, door de media en het Openbaar ministerie van verdachte geschetst zou zijn.

Het hof is van oordeel dat oplegging van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk deel van de straf teneinde verdachte klinische behandeling te doen ondergaan uit een oogpunt van beveiliging van de samenleving onvoldoende moet worden geacht.

De vraag of de maatregel van terbeschikkingstelling dient te worden opgelegd wordt door het hof positief beantwoord. Er is sprake van feiten waarvoor deze maatregel kan worden opgelegd. Formeel voldoen in ieder geval de onder 1, 4, 6, 10 en 12 vermelde feiten aan de voorwaarde van art. 37a, eerste lid onder ten eerste Wetboek van Strafrecht. Uit het voorgaande vloeit voort dat verdachte lijdt aan een ernstige persoonlijkheidsstoornis en dat de veiligheid van anderen vooral in geding is waar het gaat om de feiten 4, 6 en 10. Dat de veiligheid van anderen oplegging van terbeschikkingstelling ook eist, vloeit voort uit de hiervoor vermelde rapportages. Het recidiverisico wordt zonder behandeling immers als hoog ingeschat.

Over de vraag of terbeschikkingstelling met voorwaarden dan wel met dwangverpleging dient te worden opgelegd verschillen de rapporteurs van opvatting. Door [psycholoog] wordt geadviseerd om verdachte in het kader van een TBS met voorwaarden op te laten nemen op een FPK.

De deskundigen van het Pieter Baan Centrum menen daarentegen dat verdachte in een gedwongen kader dient te worden behandeld teneinde de gevaarzetting van zijn stoornis te reduceren. Geadviseerd wordt de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege op te leggen. De reden daarvoor is de volgende. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat verdachte, wanneer hij met een autoritair kader wordt geconfronteerd, niet in staat blijkt tot een constructieve samenwerking. Hij is in algemene zin negatief over de professionele hulpverlening en toezichthoudende instanties en heeft in het onderzoek bij het Pieter Baan Centrum geen openheid willen geven over door hem gevolgde behandelingen.

Verwacht wordt dat verdachte slechts onder eigen voorwaarden bereid zal zijn openheid van zaken te geven en zijn medewerking aan een behandeling te verlenen. Als hij niet tevreden is met de gang van zaken zal hij vanuit zijn persoonlijkheidsproblematiek geneigd zijn tot manipulatief gedrag en hoewel hij enerzijds aangeeft open te staan voor behandeling, toont hij anderzijds geen probleembesef en laat hij weinig lijdensdruk zien. De deskundigen achten verdachte dan ook niet in staat zich aan de gestelde voorwaarden te houden.

Het hof is van oordeel dat het belang van de algemene veiligheid van personen eist dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd. De bevindingen van het PBC komen in substantiële mate overeen met het beeld van verdachte dat het hof van verdachte heeft gekregen uit de rapportages maar ook uit de bewezenverklaarde feiten.

Naar het oordeel van het hof gaat het bij de feiten onder 4 om misdrijven die, gelet op het aldaar bewezenverklaarde en de aanwezigheid en het gebruik van een wapen (mes), gericht zijn of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dat blijkt afdoende uit de bewezenverklaring en de bewijsmiddelen.

Het hof heeft bij het opleggen van de straf gelet op artikel 63 van het Wetboek van

Strafrecht rekening gehouden met de veroordeling van de politierechter te Zutphen op

9 maart 2011.

Ten aanzien van de in beslag genomen messen en de computer zal het hof tot verbeurdverklaring beslissen. Deze zal worden verbeurd verklaard aangezien het onder 4 en 12 tenlastegelegde en bewezenverklaarde met betrekking hiermee is begaan. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

De hierna te noemen inbeslaggenomen voorwerpen, die nog niet zijn teruggegeven, behoren aan de verdachte toe. Zij zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het onder 1, 6, 9, 10 en 11 begane misdrijf aangetroffen. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen in strijd is met het algemeen belang en de wet en zij kunnen dienen tot het begaan van misdrijven.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 31.072,89 vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces.

Vergoeding wordt gevraagd voor de volgende kosten:

- € 4.568,- voor een lening ten behoeve van inrichtingskosten;

- € 500,- voor een laptop;

- € 500,- voor kleding;

- € 800,- voor eigen bijdrage ziektekosten;

- € 704,89 voor reiskosten;

- € 24.000,- voor immateriële schade.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep deels toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 en 9 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Van belang is allereerst de vaststelling dat met betrekking tot [slachtoffer 1] bewezen is verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 (mensenhandel), 9 (benadeling van de

gezondheid) en 10 (bedreiging) en dat hij in eerste aanleg is vrijgesproken van feit 2 (verkrachting).

Het hof zal evenals de rechtbank [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering voor zover dit betreft de door haar aangegane lening voor inrichtingskosten. Niet is gebleken van enig causaal verband tussen de lening voor inrichtingskosten voor de woning van [slachtoffer 1] en een bewezen verklaard feit en is de schade bovendien onvoldoende onderbouwd, zeker nu sprake is van een lening voor inrichtingskosten van een woning. Aan [slachtoffer 1] is derhalve geen rechtstreekse schade, in de vorm van een lening voor inrichtingskosten van haar woning, toegebracht door een bewezen verklaard feit.

De gevorderde vergoeding voor de kosten van een laptop en kleding zijn eveneens onvoldoende onderbouwd. Niet aannemelijk is geworden dat [slachtoffer 1] deze schade heeft geleden.

Ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor de eigen bijdrage van haar ziektekostenverzekering overweegt het hof dat dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert nu onduidelijk is in hoeverre er een causaal verband is tussen de bewezen verklaarde feiten en de gemaakte c.q. nog te maken kosten.

Gelet op het voorgaande zal het hof [slachtoffer 1] eveneens niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor een laptop, kleding en de eigen bijdrage.

De ingediende vordering voor de gemaakte reiskosten komt wel voor toewijzing in aanmerking.

Het hof acht verder ten aanzien van de benadeling van dc gezondheid een bedrag van € 2.500,- en ten aanzien van de mensenhandel een bedrag van € 500,- redelijk en billijk.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 24.100,00, vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3, 4 en 9 ten laste gelegde. Vergoeding wordt gevraagd voor de volgende kosten:

- € 100,- voor reis- en telefoonkosten;

- € 24.000,- voor immateriële schade.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep deels toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Van belang is allereerst de vaststelling dat met betrekking tot [slachtoffer 2] bewezen is verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 4 (bedreigingen) en feit

9 (

benadeling van de gezondheid) en voorts dat hij door het hof is wordt vrijgesproken van feit 3 (verkrachtingen). [slachtoffer 2] is om die reden niet-ontvankelijk in haar vordering voor de door haar gevorderde immateriële schadevergoeding voor feit 3.

Nu niet is weersproken dat [slachtoffer 2] materiële schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering het hof niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering van € 100,- worden toegewezen.

Verder is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering voor immateriële schade is gebleken, komen vast te staan dat de [slachtoffer 2] als gevolg van het onder 4 en 9 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. Het hof acht ten aanzien van feit 4 (bedreigingen) een bedrag van € 1 .000,- en ten aanzien van feit 9 (benadeling van de gezondheid) een bedrag van € 2.500,- redelijk en billijk. De vordering voor immateriële schade is derhalve tot een bedrag van in totaal € 3.500,- voor toewijzing vatbaar.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.380,88, vermeerderd met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde. Vergoeding wordt gevraagd voor de volgende kosten:

- € 880,88 voor reiskosten;

- € 500,- voor immateriële schade.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep integraal toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 6 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 17.719,89 vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 7 en 9 ten laste gelegde. Vergoeding wordt gevraagd voor de volgende kosten:

- € 300.00 voor een consult bij de diëtist;

- € 371,06 voor reiskosten:

- € 1.048.80 voor hotelovernachtingen:

- € 16.000,00 voor immateriële schade.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep voor een deel toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Van belang is allereerst de vaststelling dat met betrekking tot [slachtoffer 4] bewezen is verklaard

dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 9 (benadeling van de gezondheid) en dat hij in eerste aanleg is vrijgesproken van feit 7 (zedendelict).

[slachtoffer 4] is om die reden niet-ontvankelijk in haar vordering voor de door haar gevorderde immateriële schadevergoeding voor feit 7.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 9 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor wat betreft de door [slachtoffer 4] gevorderde materiële schadevergoeding voor het consult bij de diëtist is het hof van oordeel dat de schade onvoldoende is onderbouwd en dat [slachtoffer 4] om die reden voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

Naar het oordeel van het hof is ook komen vast te staan dat [slachtoffer 4] gelet op haar gezondheid kosten heeft moeten maken voor hotelovernachtingen. Het hof acht steeds per aangegeven periode één overnachting redelijk. [slachtoffer 4] heeft onvoldoende gesteld ten aanzien van de onderbouwing van de noodzaak voor het maken van kosten voor de tweede hotel overnachting. Derhalve zijn naar liet oordeel van het hof deze kosten onvoldoende onderbouwd. Het hof heeft de kosten voor de overnachtingen geschat op € 300,- en zal dit bedrag toewijzen. Daarnaast acht het hof de ingediende vordering voor gemaakte reiskosten van €  371,06 voor toewijzing vatbaar.

Het hof acht evenals de rechtbank in eerste aanleg ten aanzien van de benadeling van de gezondheid een bedrag van € 1.500,- redelijk en billijk. De vordering voor immateriële schade is derhalve tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 16.786,96, vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 5 en 9 ten laste gelegde. Vergoeding wordt gevraagd voor de volgende kosten:

- € 100,- voor een broek;

- € 200,- voor eigen risico;

- € 486,96 voor reis- en parkeerkosten;

- € 16.000,- voor immateriële schade.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep voor een deel toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Van belang is allereerst de vaststelling dat met betrekking tot [slachtoffer 5] bewezen is verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan Feit 9 (benadeling van de gezondheid) en dat hij in eerste aanleg is vrijgesproken van feit 5 (verkrachting(en)).

[slachtoffer 5] is niet-ontvankelijk in haar vordering voor zover dit de door haar gevorderde materiële schadevergoeding voor de broek betreft en de door haar gevorderde immateriële schadevergoeding voor wat betreft dat feit 5.

De door [slachtoffer 5] gevorderde materiële schadevergoeding voor het eigen risico is naar het oordeel van het hof onvoldoende onderbouwd en om die reden is zij ook voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Niet is weersproken dat [slachtoffer 5] als gevolg van het onder 9 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks materiële schade in de vorm van reis- en parkeerkosten heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Het hof zal de vordering van € 486,96 dan ook toewijzen.

Het hof acht ten aanzien van de benadeling van de gezondheid een bedrag van € 1.500,- redelijk en billijk. De vordering voor immateriële schade is derhalve tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 37a, 37b, 55, 57, 63, 240b, 273f, 279, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2, 5, 7 en 8 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 4, 6, 9, 10, 11 en 12 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 4, 6, 9, 10, 11 en 12 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

drie messen en een computer.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

een stroomstootwapen en medicijnen op naam van [slachtoffer 3].

Gelast de teruggave aan [slachtoffer 1] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

(op de lijst van in beslag genomen voorwerpen vermeld onder de nummers 7 tot en met 20), te weten:

- een babydoek,

- een papier, betreffende administratie van [slachtoffer 1],

- een HP printer,

- een wit bakje,

- een papier betreffende nota's,

- een (ROC) schoolkaart van [slachtoffer 1],

- een tas met bescheiden,

- Rabobank papieren,

- een kinderstoel,

- een tas met bescheiden van [slachtoffer 1],

- een blauwe tas,

- een kinderwagen,

- een Maxi Cosi,

- een roze ATB fiets.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

twee sleutels en een sleutelbos.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 9 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 en 9 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 704,89 (zevenhonderdvier euro en negenentachtig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 704,89 (zevenhonderdvier euro en negenentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 14 (veertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Verwijst de verdachte telkens in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] in haar vordering tot schadevergoeding ter zake van het onder 3 tenlastegelegde niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.000,00 (duizend euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 1.000,00 (duizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 november 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 9 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 4 en 9 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 100,00 (honderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 100,00 (honderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte telkens in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt telkens dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij W. [slachtoffer 3] ter zake van het onder 6 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd W. [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij W. [slachtoffer 3] ter zake van het onder 6 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 880,88 (achthonderdtachtig euro en achtentachtig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd W. [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van € 880,88 (achthonderdtachtig euro en achtentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 (zeventien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt telkens dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Verwijst de verdachte telkens in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het onder 9 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4], een bedrag te betalen van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het onder 9 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 671,06 (zeshonderdeenenzeventig euro en zes cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4], een bedrag te betalen van € 671,06 (zeshonderdeenenzeventig euro en zes cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 (dertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt telkens dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Verwijst de verdachte telkens in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] ter zake van het onder 9 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5], een bedrag te betalen van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] ter zake van het onder 9 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 486,96 (vierhonderdzesentachtig euro en zesennegentig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5], een bedrag te betalen van € 486,96 (vierhonderdzesentachtig euro en zesennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt telkens dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Verwijst de verdachte telkens in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door

mr F.A.M. Bakker, voorzitter,

mr J.A.W. Lensing en mr P. van Dijken, raadsheren,

in tegenwoordigheid van P. Heinst, griffier,

en op 24 december 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr P. van Dijken is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.