Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:9863

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
17-06-2014
Zaaknummer
WAHV 200.124.914T e.v.
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenarrest. "Een gebeurtenis"als bedoeld in de Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Beroepsmatig verlenen van rechtsbijstand. Eindarrest: zie ECLI:NL:GHARL:2014:4289

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 200.124.914, 200.124.915, 200.124.916, 200.124.918, 200.124.920, 200.124.922, 200.124.924, 200.124.135

24 december 2013

CJIB 156483548, 156483558, 156483557, 156534594, 156534604, 156483541, 156534603, 156534595

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Tussenarrest

op de hoger beroepen tegen de beslissingen

van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag

van 11 februari 2013 en 23 januari 2013

betreffende

[naam betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [plaats],

voor wie als gemachtigde optreedt [naam gemachtigde], kantoorhoudende te [plaats].

De beslissingen van de kantonrechter

In de zaak met kenmerk 200.124.135 heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Den Haag genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard.

In de overige voormelde zaken heeft de kantonrechter de beroepen van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Den Haag genomen beslissingen ongegrond verklaard.

De beslissingen van de kantonrechter zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissingen van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1.

Blijkens de gedingstukken is aan de betrokkene als kentekenhouder bij inleidende beschikkingen een achttal administratieve sancties opgelegd:

- bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 156534595 (kenmerk hoger beroep: 200.124.135) is een sanctie van € 180,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2011 om 01.46 uur op de Koningin Julianalaan te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg;

- bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 156483548 (200.124.914) is een sanctie van € 100,- opgelegd ter zake van “rijdend met een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2011 om 01.50 uur op de Monseigneur van Steelaan te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg met het voertuig met het kenteken [kenteken];

- bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 156483558 (200.124.915) is een sanctie van € 70,- opgelegd ter zake van “geen dim- of grootlicht voeren, bij nacht, binnen de bebouwde kom”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2011 om 01.45 uur op de Spinozalaan te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg;

- bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 156483557 (200.124.916) is een sanctie van € 100,- opgelegd ter zake van “rijden in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingverkeer)”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2011 om 01.53 uur op de Ulenbeckstraat te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg;

- bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 156534594 (200.124.918) is een sanctie van € 180,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2011 om 01.45 uur op de Koningin Julianalaan te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg;

- bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 156534604 (200.124.920) is een sanctie van € 180,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2011 om 01.48 uur op de Prins Bernhardlaan te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg;

- bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 156483541 (200.124.922) is een sanctie van € 100,- opgelegd ter zake van “rijdend met motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2011 om 01.45 uur op de Koningin Julianalaan te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg;

- bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 156534603 (200.124.924) is een sanctie van € 180,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2011 om 01.44 uur op de Prins Bernhardlaan te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg.

2.

Voorts heeft de gemachtigde van de betrokkene nog een afschrift van een aanschrijving boetevonnis d.d. 26 november 2012 in het geding gebracht, waaruit blijkt dat de betrokkene als verdachte van een snelheidsovertreding, eveneens gepleegd op 15 oktober 2011 te Voorburg, is veroordeeld tot een geldboete.

3.

De gemachtigde klaagt er in hoger beroep (onder meer) over dat aan de betrokkene ter zake van 1 gebeurtenis 8 administratieve sancties en 1 strafrechtelijke boete zijn opgelegd. Naar zijn mening is dat in strijd met de Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Aanwijzing), temeer nu de verbalisant van deze afdoening geen melding heeft gemaakt in de verschillende processen-verbaal. De gemachtigde meent daarom dat de inleidende beschikkingen waarbij de sancties aan de betrokkene zijn opgelegd, vernietigd zouden moeten worden, dan wel dat ten hoogste 3 administratieve sancties hadden mogen worden opgelegd.

4.

In de Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften van het college van procureurs-generaal (verder: de Aanwijzing), is - voor zover hier van belang - bepaald dat, indien een gebeurtenis uit gedragingen en overtredingen bestaat, voor ten hoogste drie feiten een administratieve sanctie wordt opgelegd, dan wel een strafbeschikking wordt uitgevaardigd of een proces-verbaal opgemaakt of een transactie wordt aangeboden. Afdoening langs één traject is daarbij het uitgangspunt. Indien zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke weg wordt bewandeld, moet in het proces-verbaal melding worden gemaakt van de opgelegde administratieve sanctie(s) en op de aankondiging van beschikking van het/de opgemaakte proces(sen)-verbaal. Van deze mogelijkheid mag slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik worden gemaakt.

5.

De ambtsedige verklaringen van de verbalisant, zoals opgenomen in de verschillende zaakoverzichten van het CJIB die zich in onderhavige dossiers bevinden, houden - zakelijk weergegeven - in dat de onder 1. genoemde gedragingen op de genoemde tijdstippen en locaties zijn verricht met het voertuig waarvan de betrokkene op dat moment als kentekenhouder stond geregistreerd.

6.

Naar aanleiding van de eerdere beroepschriften in onderhavige procedures heeft de officier van justitie de verbalisant verzocht aanvullende informatie te verstrekken met betrekking tot de aan de betrokkene opgelegde sancties en de daaraan ten grondslag liggende waarnemingen. Het schrijven van de verbalisant van 26 maart 2012 houdt daaromtrent het volgende in, voor zover thans van belang:

“Aan betrokkene was een stopteken gegeven na verdenking van rijden onder invloed, waaraan hij gevolg leek te geven doordat hij snelheid minderde. Toen wij ons dienstvoertuig echter geheel stopten gaf betrokkene gas bij en stuurde de andere kant op waarna hij via een rood verkeerslicht met hoge snelheid wegreed. (…) De burgerauto waar betrokkene het over had reed inderdaad achter hem, dit was een burgervoertuig van de koninklijke marechaussee welke gebruik maakte van optische signalen zodat hij voor betrokkene kenbaar moest zijn als politievoertuig. (…) Op het moment dat het stopteken gegeven werd reed betrokkene achter ons, het burgervoertuig van de koninklijke marechaussee was nog een stuk verwijderd van de situatie en verder was er nagenoeg geen verkeer op de weg.

Betrokkene is niet in één stuk doorgereden naar zijn huis maar heeft het naast zijn woning gelegen winkelcentrum meermalen rondgereden alvorens hij stopte. Betrokkene stelt door één rood verkeerslicht te zijn gereden doch hij heeft zelfs meermalen een rood verkeerslicht gepasseerd zonder dat hij daarvoor geverbaliseerd is. Tevens heeft betrokkene eenzelfde rood verkeerslicht meermalen gepasseerd, daar hij rondjes reed. (…) Betrokkene heeft tevens fietspaden gebruikt en meermalen het trottoir. (…)

Betrokkene stelt dat hij niet is aangehouden. Dit klopt, betrokkene viel eenvoudigweg niet aan te houden daar hij zijn voertuig niet wilde stoppen en zijn woning invluchtte. De ter plaatse gearriveerde hulp-officier van justitie van Politie Haaglanden gaf aan geen last tot binnentreden af te kunnen geven voor de gepleegde feiten. (…) Betrokkene kon door zijn ontvluchting niet worden geïdentificeerd (…) en niet gehoord worden (…) dan wel onderworpen worden aan een blaastest. (…)

Betrokkene heeft de gedragingen op diverse momenten en locaties gepleegd (…).”

7.

Het hof dient te beoordelen of onder de door de verbalisant geschetste omstandigheden sprake is van 'één gebeurtenis' in de zin van de Aanwijzing. Voor die beoordeling acht het hof zich op dit moment onvoldoende voorgelicht; het hof acht het noodzakelijk dat de advocaat-generaal zijn visie op de uitleg van dit begrip en de betekenis die daaraan toekomt met betrekking tot onderhavige zaken aan het hof kenbaar maakt, niet in het minst omdat de Aanwijzing een beleidsregel betreft van het college van procureurs-generaal van het openbaar ministerie. Hoewel de gemachtigde deze kwestie nadrukkelijk aan de orde heeft gesteld in het hoger beroepschrift, heeft de advocaat-generaal de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen en daaromtrent een standpunt in te nemen, niet benut.

8.

Het hof zal de advocaat-generaal daarom opdragen om alsnog een standpunt in te nemen met betrekking tot voornoemde vraag, binnen een termijn van vier weken na dagtekening van dit arrest. De gemachtigde zal vervolgens nog in de gelegenheid worden gesteld te reageren op het standpunt van de advocaat-generaal.

9.

Het hof acht zich eveneens onvoldoende voorgelicht met betrekking tot het volgende. De gemachtigde heeft in het hoger beroepschrift verzocht om vergoeding van de kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Om vast te stellen of er sprake is van het beroepsmatig verlenen van rechtsbijstand is van belang dat deze werkzaamheden een vast onderdeel vormen van een duurzame, op het vergaren van inkomsten gerichte taakuitoefening. Het hof acht het noodzakelijk dat de gemachtigde daaromtrent schriftelijk en met overlegging van bewijsstukken (waarbij te denken valt aan de jaarstukken van het adviesbureau van de gemachtigde) informatie aan het hof verstrekt. De gemachtigde dient voorts opgave te doen van de door hem genoten, al dan niet afgeronde, opleiding(en), waaruit zijn deskundigheid kan blijken, zoals die vereist is voor het kunnen verlenen van rechtsbijstand. De gemachtigde zal in de gelegenheid worden gesteld deze informatie te verstrekken, eveneens binnen vier weken na dagtekening van dit arrest.

10.

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

Beslissing

Het gerechtshof:

draagt de advocaat-generaal op om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest zijn standpunt met betrekking tot de onder 7. genoemde vraag schriftelijk aan het hof kenbaar te maken;

stelt de gemachtigde in de gelegenheid om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest de onder 9. genoemde informatie schriftelijk aan het hof te verstrekken;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Verdoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.