Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:9829

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
24-12-2013
Zaaknummer
ks 21-002732-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft een verdachte ter zake van het plegen van ontucht (meermalen gepleegd) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en TBS met dwangverpleging.

Verdachte heeft gedurende een lange periode met grote regelmaat ontuchtige handelingen gepleegd met de twee zeer jonge dochters van zijn toenmalige partner, soms in aanwezigheid van elkaar. Bij aanvang van het misbruik waren de meisjes nog in de kleuterleeftijd van respectievelijk 5 en 4 jaar oud. Het seksueel misbruik bestond onder meer uit het (vaginaal, oraal en anaal) binnendringen van het lichaam van de meisjes, waarbij verdachte ook nog eens gebruik heeft gemaakt van verschillende seksattributen.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het seksueel misbruik van een vriendinnetje van zijn stiefdochters, waarbij eveneens sprake is geweest van seksueel binnendringen.

Gezien de ernst en de omvang van de feiten ziet het hof aanleiding om aan verdachte een aanzienlijk langere gevangenisstraf op te leggen dan de rechtbank heeft gedaan en de advocaat-generaal heeft geëist, nu de eerder opgelegde straf onvoldoende recht doet aan deze zaak.

Het hof heeft tevens aan verdachte - anders dan door de raadsvrouw bepleit en door de deskundigen geadviseerd - TBS met dwangverpleging opgelegd. Het is in het belang van de maatschappij dat verdachte zich pas weer in de samenleving begeeft wanneer hij een volledige behandeling heeft ondergaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002732-13

Uitspraak d.d.: 24 december 2013

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 21 januari 2013 met parketnummer 18-670281-12 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1979],

thans verblijvende in P.I Overijssel, Huis van Bewaring Zwolle te Zwolle.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 14 mei 201, 15 oktober 2013 en 11 december 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis in eerste aanleg. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J. Boelstra, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt en zal opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij in of omstreeks de periode van 4 oktober 2009 tot en met 2 juni 2012 te [plaats], in de gemeente [gemeente], meermalen, met [slachtoffer1], geboren op 9 augustus 2004, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer1], hebbende verdachte meermalen

- zijn tong en/of penis en/of vinger en/of diverse voorwerpen (o.a. een dildo en/of vibrator en/of een seksspeeltje met balletjes) in haar vagina en/of tussen de schaamlippen en/of in haar anus geduwd/gebracht/bewogen en/of

- zich door die [slachtoffer1] laten aftrekken en/of

- zijn penis bij die [slachtoffer1] in de mond geduwd/gebracht en/of door die [slachtoffer1] laten kussen en/of

- die [slachtoffer1] een vibrator gegeven en tegen de vagina van haar zusje laten houden;


2:
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 2 juni 2012 te [plaats], in de gemeente [gemeente], meermalen, met [slachtoffer2], geboren 28 april 2007, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer2], hebbende verdachte, meermalen

- zijn tong en/of hand in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer2] geduw/gebracht en/of die [slachtoffer2] aan/bij haar vagina gelikt en/of

- zijn pink in en/of tegen de anus van die [slachtoffer2] geduwd/gebracht en/of

- diverse voorwerpen (o.a. een dildo en/of vibrator en/of een seksspeeltje met balletjes) in/tegen de anus en/of vagina van die [slachtoffer2] geduwd gebracht en/of

- zich door die [slachtoffer2] laten aftrekken en/of zijn penis laten betasten en/of

- die [slachtoffer2] een vibrator gegeven en tegen de vagina van haar zusje laten houden;


3:
hij in of omstreeks de periode van 29 mei 2012 tot en met 2 juni 2012 te [plaats], in de gemeente [gemeente], met [benadeelde1], geboren op 11 maart 2003, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde1], hebbende verdachte

- zijn vingers tussen de schaamlippen en/of in de vagina van die [benadeelde1] geduwd/gebracht en/of heen en weer bewogen en/of

- die [benadeelde1] zijn penis laten betasten;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 29 mei 2012 tot en met 2 juni 2012 te [plaats], in de gemeente [gemeente], met [benadeelde1], geboren op 11 maart 2003, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hebbende verdachte

- de vagina van die [benadeelde1] betast en/of

- die [benadeelde1] zijn penis laten betasten;


4:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 4 april 2011 te [plaats], in de gemeente [gemeente], meermalen, met [benadeelde2], geboren op 30 juni 2003, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hebbende verdachte die [benadeelde2] betast bij haar vagina en/of kusjes gegeven in de nek en/of op haar buik en/of die [benadeelde2] op/tegen zijn (harde) penis laten zitten en/of die [benadeelde2] op zijn arm laten zitten met haar ene been aan de ene kant en haar andere been aan de andere kant en haar vervolgens heen en weer gewiebeld (waarbij haar vagina bewust werd aangeraakt) en/of bovenop die [benadeelde2] gelegen.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt als volgt:

Op 4 april 2011 heeft de moeder van [benadeelde2] contact gezocht met de politie en heeft – kort gezegd – melding gemaakt van seksueel misbruik gepleegd door verdachte ten aanzien van haar dochter. Na enige bedenktijd heeft de moeder destijds besloten geen aangifte te doen. Vanwege nieuwe verdenkingen van seksueel misbruik met jonge meisjes richting verdachte heeft de moeder van [benadeelde2] zich opnieuw gemeld bij de zedenpolitie met de mededeling dat ze alsnog aangifte wilde doen namens haar dochter.

Deze aangifte is op 11 juni 2012 opgenomen. De moeder van [benadeelde2] heeft verklaard dat (destijds) [benadeelde2] tegen haar heeft gezegd dat ze bij verdachte op schoot moest zitten, waarbij ze verdachtes piemel voelde en dat verdachte haar kusjes in de nek gaf. Daarnaast heeft [benadeelde2] tegen haar moeder gezegd dat zij op verdachtes arm moest zitten met haar benen aan weerszijden en dat verdachte haar heen en weer heeft gewiebeld, waarbij haar vagina werd aangeraakt.

Verdachte heeft zowel ter terechtzitting in eerste aanleg als ter zitting in hoger beroep erkend dat hij [benadeelde2] bij hem op schoot heeft laten zitten, dat hij haar op zijn arm heeft gewiegd en dat hij haar kusjes in haar nek heeft gegeven. Verdachte heeft daarbij echter steeds - anders dan bij de overige en zwaardere (en zeer vergaande) feiten die op de tenlastelegging staan - stellig ontkend dat deze handelingen een ontuchtig karakter hadden.

Verdachte heeft verklaard dat deze handelingen zijn gepleegd tijdens het ravotten en het ‘ouwehoeren’. Volgens verdachte behoren deze aanrakingen bij een normale omgang tussen volwassenen en kinderen, wanneer volwassenen met kinderen stoeien. Verdachte heeft tevens verklaard dat het kan zijn dat [benadeelde2] - toen ze bij hem op schoot zat - zijn telefoon heeft gevoeld die altijd in zijn broekzak zit of zijn autosleutels, omdat hij ten tijde van het ravotten met [benadeelde2] geen erectie had.

Ontuchtige handelingen als bedoeld in artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht zijn handelingen gericht op seksueel contact, althans contact van seksuele aard, in strijd met de sociaal-ethische norm. Het gaat om handelingen die, indien door een meerderjarige gepleegd ten aanzien van kinderen onder de zestien jaar, soms vanwege hun expliciet seksuele aard, soms vanwege de omstandigheden waaronder die handelingen plaatsvinden, als ontuchtig zijn aan te merken. Bij dit laatste zijn, in onderling verband en samenhang bezien, onder meer van belang de aard van de handeling, het betrokken lichaamsdeel dan wel lichaamsdelen, de context waarbinnen de handeling plaatsvindt, de intentie van de betrokkenen en de verhouding tussen de betrokkenen.

Of de handelingen die verdachte heeft gepleegd ontuchtige handelingen zijn, hangt derhalve af van de omstandigheden van het geval.

Buiten de verklaringen van de moeder van [benadeelde2] blijkt niet uit het dossier van omstandigheden op grond waarvan het op schoot laten zitten, het op de arm heen en weer wiegen en het geven van kusjes in de nek, een ontuchtig karakter hebben gehad, terwijl van expliciete handelingen van seksuele aard geen sprake is. De handelingen van verdachte hebben immers op zichzelf geen ontuchtig karakter

Naar het oordeel van het hof is - anders dan de advocaat-generaal, overeenkomstig het standpunt van de raadsman - derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 4 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging verkregen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij in de periode van 4 oktober 2009 tot en met 2 juni 2012 te [plaats], in de gemeente [gemeente], meermalen, met [slachtoffer1], geboren op 9 augustus 2004, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer1], hebbende verdachte meermalen

- zijn tong en penis en vinger en diverse voorwerpen (o.a. een dildo en vibrator en een seksspeeltje met balletjes) in haar vagina en/of tussen de schaamlippen en/of in haar anus geduwd/gebracht/bewogen en

- zich door die [slachtoffer1] laten aftrekken en

- zijn penis bij die [slachtoffer1] in de mond geduwd/gebracht en door die [slachtoffer1] laten kussen en

- die [slachtoffer1] een vibrator gegeven en tegen de vagina van haar zusje laten houden;


2:
hij in de periode van 1 juli 2011 tot en met 2 juni 2012 te [plaats], in de gemeente [gemeente], meermalen, met [slachtoffer2], geboren 28 april 2007, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer2], hebbende verdachte, meermalen

- zijn tong en hand in de vagina en tussen de schaamlippen van die [slachtoffer2] geduw/gebracht en die [slachtoffer2] aan haar vagina gelikt en

- zijn pink in en tegen de anus van die [slachtoffer2] geduwd/gebracht en

- diverse voorwerpen (o.a. een dildo en vibrator en een seksspeeltje met balletjes) in/tegen de anus en vagina van die [slachtoffer2] geduwd gebracht en

- zich door die [slachtoffer2] laten aftrekken en zijn penis laten betasten en

- die [slachtoffer2] een vibrator gegeven en tegen de vagina van haar zusje laten houden;


3 primair:
hij op 2 juni 2012 te [plaats], in de gemeente [gemeente], met [benadeelde1], geboren op 11 maart 2003, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde1], hebbende verdachte

- zijn vingers tussen de schaamlippen en in de vagina van die [benadeelde1] geduwd/gebracht en heen en weer bewogen en

- die [benadeelde1] zijn penis laten betasten.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Strafbaarheid van de verdachte

Omtrent verdachte is door H.A. de Jonge, GZ-psycholoog, naar aanleiding van de ten laste gelegde feiten een rapport d.d. 5 september 2012 uitgebracht, welk rapport als conclusie inhoudt dat er bij verdachte sprake is van pedofilie van het niet exclusieve type, gericht op meisjes. Verder is er sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO (niet nader omschreven) met vermijdende en afhankelijke trekken en een lage verstandelijke begaafdheid. Deze persoonlijkheidsproblematiek was ook aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. Verdachte dient volgens De Jonge licht verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd.

Voorts is omtrent verdachte door H. bij de Weg, psychiater, een rapport d.d. 4 september 2012 uitgebracht, welk rapport als conclusie inhoudt dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de zin van pedofilie, niet-exclusieve type, met als hoofddiagnose een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een persoonlijkheidsstoornis met ontwijkende en afhankelijke trekken. Deze persoonlijkheidsproblematiek bestond volgens Bij de Weg ook reeds ten tijde van het ten laste gelegde. Verdachte dient volgens Bij de Weg licht verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd.

Gelet op de inhoud van voormelde rapporten kan het hof zich verenigen met de conclusies van de deskundigen De Jonge en Bij de Weg Het hof zal dan ook uitgaan van een licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Nu niet gebleken is dat verdachte het bewezen verklaarde in het geheel niet valt toe te rekenen en er ook anderszins geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht het hof verdachte strafbaar.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft gedurende een lange periode met grote regelmaat ontuchtige handelingen gepleegd met de twee zeer jonge dochters van zijn toenmalige partner, soms in aanwezigheid van elkaar. Bij aanvang van het misbruik waren de meisjes nog in de kleuterleeftijd van respectievelijk 5 en 4 jaar oud. Het seksueel misbruik bestond onder meer uit het (vaginaal, oraal en anaal) binnendringen van het lichaam van de meisjes, waarbij verdachte ook nog eens gebruik heeft gemaakt van verschillende seksattributen. Het seksueel misbruik vond thuis plaats, een plek waar de kinderen zich bij uitstek veilig en geborgen moeten kunnen voelen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het seksueel misbruik van een vriendinnetje van zijn stiefdochters, waarbij eveneens sprake is geweest van seksueel binnendringen.

Verdachte heeft zich laten leiden door zijn eigen seksuele gevoelens en in het geheel geen rekening gehouden met de uiterst nadelige psychische gevolgen die jonge kinderen van dergelijk handelen kunnen ondervinden.

Met betrekking tot deze door de verdachte gepleegde zedendelicten kan als feit van algemene bekendheid worden aangenomen, dat slachtoffers van dit soort delicten vaak langdurig te lijden hebben van de tengevolge van deze delicten opgelopen trauma’s en de daardoor veroorzaakte emotionele schade. Zo is er kans op scheefgroei in de psychoseksuele ontwikkeling van de slachtoffers en kan het vertrouwen in de medemens bij zijn slachtoffers ernstig verstoord raken. De verdachte heeft hiermee een zeer grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de zeer jonge slachtoffers. Het hof rekent het verdachte ook ernstig aan dat hij zijn twee stiefdochters in zijn aanwezigheid ook onderling seksuele handelingen heeft laten verrichten.

Naar het oordeel van het hof kan op dergelijke feiten niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Het hof heeft bij de bij de bepaling van de hoogte van deze straf rekening gehouden met de persoonlijkheidsproblematiek, de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid en de achtergrond van verdachte zoals deze zijn gebleken, en met de op te leggen maatregel.

Bij de straftoemeting is in aanmerking genomen dat verdachte – blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 5 november 2013 niet eerder is veroordeeld.

Gelet op het voorgaande dient – vooral ter vergelding van het leed dat de slachtoffers is aangedaan – een gevangenisstraf te worden opgelegd voor de duur van vijf (5) jaren. Gezien de ernst en de omvang van de feiten ziet het hof aanleiding om aan verdachte een aanzienlijk langere gevangenisstraf op te leggen dan de rechtbank heeft gedaan en de advocaat-generaal heeft geëist, nu die eerder opgelegde straf onvoldoende recht doet aan deze zaak.

Oplegging van de maatregel

Voormeld psychologisch rapport van De Jonge, houdt naast het eerder overwogene – voor zover hier van belang zakelijk weergegeven – in:

‘Gezien het feit dat betrokkene zich tot kinderen aangetrokken voelt, hij sociaal niet bijzonder competent is, kwetsbaar is en weinig in staat is om zijn leven sturing te geven om een voor hem bevredigend leven op te bouwen zal de verleiding om andermaal seks met kinderen te hebben aan de orde zijn als er kinderen in de buurt zijn. Pedofilie is een aandoening die blijvend is. Gezien de vermijdende trekken in de persoonlijkheid en de onrijpe afweermechanismen valt te verwachten dat betrokkene er zich (als hij niet behandeld wordt) geen rekenschap zal geven dat hij zich in risicosituaties begeeft. Andermaal seksueel misbruik van kinderen zal dan niet uitgesloten zijn.

Gezien het feit dat een ambulante behandeling bijna geen resultaat gehad heeft en gezien de stoornis in combinatie met persoonlijkheidsproblematiek wordt een klinische behandeling noodzakelijk geacht. Naast de pedofilie dient in de behandeling aandacht te zijn voor persoonlijkheidsontwikkeling, sociale competentie, assertiviteit en zelfzorg. Aangeraden wordt betrokkene op te laten nemen in een FPK. Als wettelijk kader wordt, vanwege de mogelijkheid om betrokkene lang te kunnen volgen, TBS met voorwaarden geadviseerd’.

Het psychiatrische rapport van Bij de Weg, houdt naast het eerder overwogene – voor zover hier van belang zakelijk weergegeven – in:

‘De uit de persoonlijkheidsstoornis voortkomende inadequate emotieregulatie- en copingmechanismen en onderzochtes neiging zijn emotionele behoeften te vervullen middels (seksueel) contact met kinderen voortkomend vanuit zijn pedofiele stoornis en zijn onvermogen tot het aangaan van gelijkwaardige relaties met volwassenen, zijn factoren die van belang zijn bij de kans op recidivering. Onderzochte heeft geen steunend sociaal netwerk, geen vast werk of eigen woonplek en was tot op heden in sterke mate aangewezen op zijn toenmalige partner en haar gezin. Onderzochte is nog steeds onzelfstandig en is niet goed in staat om zelf sturing te geven aan zijn leven. Onderzochte zijn gebrekkige zelfredzaamheid en grote afhankelijkheid van derden om zich sociaal-emotioneel en maatschappelijk te handhaven, maken hem extra kwetsbaar voor herhaling van pedofiel gedrag.

Een klinische behandeling binnen een Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) met expertise op het gebied van zedenproblematiek wordt geadviseerd. Hierbij kan gedacht worden aan twee juridische kaders, te weten een klinische behandeling als voorwaarde binnen een voorwaardelijk strafdeel, dan wel een TBS met voorwaarden. Er bestaat namelijk bij onderzoeker twijfel of de behandeling binnen de maximale duur van een voorwaardelijk strafdeel kan worden uitgevoerd. Daarom wordt TBS met voorwaarden eveneens in overweging gegeven. De onderzoeker schat in dat onderzochte zich vrijwillig aan een behandeling zal onderwerpen en zich nauwlettend aan de gestelde voorwaarden zal houden.'

Beide rapporteurs achten, mede op basis van het voorgaande, behandeling van verdachte noodzakelijk. Het hof onderschrijft deze conclusies in zoverre en maakt deze tot de zijne.

Beide rapporteurs adviseren het opleggen van een TBS met voorwaarden, als bedoeld in artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht. Deze conclusie hebben de beide gedragsdeskundigen herhaald ter zitting van de rechtbank d.d. 11 december 2012, alwaar ze als deskundigen zijn gehoord.

De grondslag van dit advies ligt in het feit dat de deskundigen van mening zijn dat verdachte behandeld dient te worden. Ze hebben geadviseerd om deze behandeling in het kader van een TBS met voorwaarden op te leggen, omdat de deskundigen vrezen dat een behandeling in het kader van een voorwaardelijk strafdeel niet afdoende is gelet op de mogelijke duur van die behandeling.

Ter zitting van de rechtbank d.d. 11 december 2012 hebben beide deskundigen bevestigd dat de behandeling van verdachte een langdurig proces zal zijn. Hoewel beide deskundigen op de vraag van de officier van justitie hebben verklaard dat het gegeven dat een TBS met voorwaarden in duur beperkt is tot negen jaar, hen niet brengt tot een ander advies heeft Van de Weg ook verklaard dat hij de kans van slagen in die negen jaar niet in een percentage kan uitdrukken omdat dit van allerlei factoren afhankelijk is. Het hof leidt hieruit af dat het niet valt te voorspellen of een behandeling in het kader van een TBS met voorwaarden afdoende zal zijn.

De Jonge heeft verklaard dat het afhankelijk is van het verloop van de behandeling of de duur (9 jaar) voldoende is voor een succesvolle behandeling. De Jonge heeft daarbij nog opgemerkt dat wanneer verdachte de diagnose pedofilie niet accepteert de behandeling van verdachte op een ander punt aanvangt waardoor de behandeling langer zal duren.

Het hof merkt daarbij op dat het, ook na het onderzoek ter terechtzitting van het hof, nog onduidelijk is of verdachte de diagnose pedofilie accepteert. Uit het Reclasseringsrapport d.d. 4 januari 2013 blijkt dat de FPK te Assen verdachte heeft geweigerd vanwege (onder andere) het feit dat verdachte de diagnose pedofilie niet accepteert. Ter zitting van het hof heeft verdachte desgevraagd verklaard dat hij deze diagnose wel wil accepteren, maar dat hij hier moeite mee heeft omdat hij het zo’n beladen woord vindt.

Uit het vorenstaande leidt het hof af dat een behandeling in het kader van een TBS met voorwaarden achteraf onvoldoende kan blijken te zijn en verdachte derhalve zonder dat hij de behandeling met afdoende resultaat zal hebben afgerond weer op straat kan komen te staan. Gezien de ernst van de onderhavige feiten en het feit dat de deskundigen een behandeling noodzakelijk achten om recidive te voorkomen, biedt een behandeling in het kader van een TBS met voorwaarden onvoldoende waarborgen. Het is in het belang van de maatschappij dat verdachte zich pas weer in de samenleving begeeft wanneer hij de volledige behandeling heeft ondergaan. De maatschappij dient de grootst mogelijke bescherming te worden geboden tegen verdachte. Het hof zal dan ook – anders dan door de raadsvrouw bepleit – aan verdachte TBS met verpleging van overheidswege opleggen.

Gebleken is dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond. De door hem begane feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld.

Het hof beoordeelt het recidivegevaar als groot.

De veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen eisen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling en het daarbij te geven bevel dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

De duur van de maatregel wordt niet in tijd beperkt omdat de door verdachte begane misdrijven waren gericht op, en veroorzaakte gevaar voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.

Gezien het vorenstaande en dan met name het feit dat het hof van oordeel is dat verdachte enkel in aanmerking komt voor een TBS met verpleging van overheidswege, zal het hof het verzoek van de raadsvrouw om de zaak aan te houden teneinde de mogelijkheid van een TBS met voorwaarden in het FPA te Heilloo te onderzoeken, afwijzen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 860,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 4 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.131,92. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 37a, 37b, 38e, 57 en 244 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 ( vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

De duur van de terbeschikkingstelling is niet in tijd beperkt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde2] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde1] ter zake van het onder 3 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.131,92 (duizend honderdeenendertig euro en tweeënnegentig cent) bestaande uit € 31,92 (eenendertig euro en tweeënnegentig cent) materiële schade en € 1.100,00 (duizend honderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde1], een bedrag te betalen van € 1.131,92 (duizend honderdeenendertig euro en tweeënnegentig cent) bestaande uit € 31,92 (eenendertig euro en tweeënnegentig cent) materiële schade en € 1.100,00 (duizend honderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter,

mr. J.M. Rowel-van der Linde en mr. J. Hielkema, raadsheren,

in tegenwoordigheid van H. Pool, griffier,

en op 24 december 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zijnde mr. Rowel-van der Linde buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.