Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:9750

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
24-12-2013
Zaaknummer
21-003836-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De militaire kamer van het gerechtshof legt een gevangenisstraf van vier jaren op voor zware mishandeling en verkrachting van een prostituee.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003836-13

Uitspraak d.d.: 24 december 2013

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de militaire kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de militaire kamer van de rechtbank Oost-Nederland van 18 maart 2013 met parketnummer 05-900427-12 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende in PI [verblijfplaats],

eertijds wachtmeester, registratienummer[registratienummer],

13

[onderdeel te plaats]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 december 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 7.000 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr M.P.K. Ruperti, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en het zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1

primair:
hij op of omstreeks 12 februari 2012, te Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, opzettelijk die [slachtoffer] meermalen met kracht in/tegen het gezicht, althans tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

1

subsidiair:
hij op of omstreeks 12 februari 2012, te Nijmegen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken neus en/of een zware hersenschudding en/of een gescheurde wenkbrauw en/of blauwe ogen en/of een of meer kneuzingen in het gelaat), heeft toegebracht, door deze opzettelijk met kracht meermalen, althans eenmaal in/tegen het gezicht, althans tegen het hoofd te stompen en/of te slaan en/of te schoppen en/of te trappen;

1

meer subsidiair:
hij op of omstreeks 12 februari 2012, te Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk die [slachtoffer] een- of meermalen in/tegen het gezicht, althans tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam, heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:
hij op of omstreeks 12 februari 2012, te Nijmegen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten het binnendringen met de penis en/of vinger(s) in de anus van die [slachtoffer], welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk die [slachtoffer] in/tegen het gezicht, althans tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van het onder 1 primair tenlastegelegde

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Dat verdachtes opzet op de dood van het slachtoffer was gericht, is naar het oordeel van het hof niet gebleken, ook niet in voorwaardelijke zin. Het hof overweegt daartoe dat het door verdachte uitgeoefende geweld zoals dat hierna bewezen zal worden verklaard, te weten het meermalen met de blote vuist in het gezicht stompen of slaan, niet zonder meer de aanmerkelijke kans met zich brengt dat het slachtoffer komt te overlijden. Van poging tot doodslag is dan ook geen sprake.

Bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en het onder 2 tenlastegelegde

Verdachte heeft op 12 februari 2012 te Nijmegen een prostituee, genaamd [slachtoffer] bezocht en haar in/tegen het gezicht gestompt en/of geslagen. [slachtoffer] heeft als gevolg hiervan een gezwollen blauw rechteroog, diverse kneuzingen in haar gelaat, een gebroken neus, een zware hersenschudding, een hechtwond aan haar linker wenkbrauw en bloedverlies opgelopen. Ook is zij enige tijd bewusteloos geweest.

Verdachte had gedronken en kan zich van dit bezoek weinig meer dan flarden herinneren. Hij heeft verklaard dat hij bovenop haar zat en veel bloed zag. Hij realiseerde zich toen dat hij [slachtoffer] had mishandeld. Verdachte stelt dat hij ergens door getriggerd moet zijn, maar hij weet niet waardoor.

Verdachte heeft deze verwondingen bij [slachtoffer] kennelijk met zijn blote handen of vuisten toegebracht. Hij moet daarbij meermalen met kracht op het slachtoffer hebben ingeslagen.

Naar het oordeel van het hof is sprake van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer, waarvan zij een lange periode ook psychisch last heeft gehad. Het onder 1 subsidiair tenlastegelegde is dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte ontkent dat hij [slachtoffer] op 12 februari 2012 gedwongen zou hebben tot het hebben van anale seks met hem. Hij kan het zich niet voorstellen omdat hij geen verkrachter is en anale seks “niet zijn ding” is.

[slachtoffer] heeft verklaard dat zij tegen betaling orale en vaginale seks heeft gehad en dat zij op een gegeven moment haar bewustzijn heeft verloren. Toen zij bijkwam, was haar gezicht gezwollen en zat zij onder het bloed. [slachtoffer] heeft tegenover de politie verklaard dat zij ook pijn van achteren had en dat zij anaal verkracht was. Bij de rechter-commissaris heeft ze verklaard dat zij even bijkwam en voelde dat verdachte anale seks met haar had.

De verklaring van het slachtoffer wordt ondersteund door de conclusie van dr. [wetenschapper], wetenschapper bij het NFI. Na onderzoek van specifieke bacteriesoorten en -combinaties in de bemonstering van het condoom en de tissue waarin het condoom was gewikkeld, is het volgens haar “waarschijnlijker” -waarmee wordt bedoeld 10 tot 100 maal waarschijnlijker- dat het condoom is gebruikt bij zowel vaginaal als anaal geslachtsverkeer dan dat het condoom alleen is gebruikt bij vaginaal geslachtsverkeer en niet bij anaal geslachtsverkeer, en dat het “waarschijnlijker” is dat het condoom is gebruikt bij zowel vaginaal als anaal geslachtsverkeer dan dat het condoom alleen is gebruikt bij anaal geslachtsverkeer en niet bij vaginaal geslachtsverkeer.

Gelet op de verklaring van het slachtoffer en de conclusies uit het forensisch technisch onderzoek is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat anaal geslachtsverkeer heeft plaatsgevonden en dat dit tegen de zin van het slachtoffer is geweest.

Het hof heeft geen reden om aan de verklaring van het slachtoffer te twijfelen. De verklaring van verdachte dat anale seks “niet zijn ding” is, doet daaraan niet af.

Het hof acht bewezen dat verdachte het slachtoffer anaal heeft verkracht.

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1

subsidiair:
hij op of omstreeks 12 februari 2012, te Nijmegen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken neus en/of een zware hersenschudding en/of een gescheurde wenkbrauw en/of blauwe ogen en/of een of meer kneuzingen in het gelaat) heeft toegebracht, door deze opzettelijk met kracht meermalen, althans een maal in/tegen het gezicht en tegen het hoofd te stompen en/of te slaan;en/of te schoppen en/of te trappen;


2:
hij op of omstreeks 12 februari 2012, te Nijmegen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten het binnendringen met de penis en/of vinger(s) in de anus van die [slachtoffer], welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk die [slachtoffer] in/tegen het gezicht, althans en tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

zware mishandeling.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

verkrachting.

Strafbaarheid van de verdachte

Omtrent verdachte is op 2 augustus 2012 een multidisciplinaire rapportage uitgebracht door drs [psycholoog], psycholoog, en dr [psychiater], psychiater.

De beide deskundigen concluderen dat er bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en afhankelijkheid van zowel alcohol als slaapmedicatie.

De deskundigen adviseren verdachte op grond hiervan verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Het hof neemt deze conclusies en het advies over en maakt die tot de zijne.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte onder invloed van alcohol een prostituee heeft bezocht en haar anaal verkracht heeft. Hij heeft haar daarbij met zijn vuisten zodanig geslagen dat het slachtoffer als gevolg daarvan zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Verkrachting en zware mishandeling maken op ernstige wijze inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Naast het gegeven dat dergelijke feiten bij slachtoffers in het bijzonder maar ook in de samenleving in het algemeen gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaken, is het slachtoffer [slachtoffer] als gevolg van het bewezenverklaarde zwaar getraumatiseerd geraakt, zoals blijkt uit de toelichting die haar raadsvrouw heeft gegeven op de vordering van de benadeelde partij.

Bij de strafoplegging houdt het hof ook rekening met de omstandigheid dat verdachte lijdt aan PTSS en dat hij ten tijde van het plegen van het feit verminderd toerekeningsvatbaar was.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaar passend en geboden is. Het hof legt een lagere straf op dan in eerste aanleg is opgelegd en thans is gevorderd, nu het vrijspreekt van de tenlastegelegde poging tot doodslag.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 20.000. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 7.000. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 subsidiair en 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden.Verdachte heeft de hoogte van de vordering niet betwist. De verdediging heeft zich ter terechtzitting van het hof ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij namelijk gerefereerd aan het oordeel van het hof.

De vordering komt het hof niet onredelijk of ongegrond voor en deze zal dan ook in haar geheel worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 242 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 20.000 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 20.000 (twintigduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 135 (honderdvijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr R. van den Heuvel, voorzitter,

mr R.H. Koning, lid, en commandeur (A) (tit.) mr R.R.H. Laurens, militair lid,

in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,

en op 24 december 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr R.R.H. Laurens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.