Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:9637

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-12-2013
Datum publicatie
18-12-2013
Zaaknummer
200.112.867-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellant vordert nakoming uit hoofde van een koopovereenkomst. Het verweer van geïntimeerde luidt dat sprake is geweest van een schenking. De rechtbank oordeelt dat het beroep op een schenking een bevrijdend verweer is, laat appellant toe tot het leveren van tegenbewijs en wijst na bewijslevering de vordering af. Het hof is van oordeel dat de bewijslast (van de gestelde koopovereenkomst) bij appellant rust, en dat geen sprake is van een bevrijdend verweer. Appellant niet geslaagd in het bewijs. Volgt bekrachtiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.112.867/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 115223/ HA ZA 10-1)

arrest van de tweede kamer van 17 december 2013

in de zaak van

S&S Import & Export B.V.,

gevestigd te Stadskanaal,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: S&S,

advocaat: mr. E.T. van Dalen, kantoorhoudend te Groningen,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudend te Leeuwarden.

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 9 oktober 2012 hier over.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Naar aanleiding van voormeld tussenarrest heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Daarvan is een proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.

1.2

Daarop heeft S&S een memorie van grieven genomen en heeft [geïntimeerde] een memorie van antwoord genomen.

1.3

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

bij arrest, bij voorraad uitvoerbaar, de vonnissen die op 12 januari 2011 en 25 juli 2012 door de Rechtbank Groningen met zaaknummer 115223, tussen partijen zijn gewezen te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, geïntimeerde alsnog te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan appellante te betalen een bedrag van € 7.356,86 op de gronden voornoemd, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, althans de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over een bedrag van € 6.656,86 vanaf 3 september 2009 tot de dag der algehele voldoening en met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties”.

1.4

De conclusie van de memorie van antwoord luidt:

“voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vonnissen van de Rechtbank Groningen d.d. 3 maart 2010, 12 januari 2011 en 25 juli 2012 te bekrachtigen, met veroordeling van S&S in de kosten van zowel het hoger beroep, alsmede die in eerste aanleg”.

1.5

Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.

2 De feiten

2.1

De volgende feiten zijn tussen partijen niet in geschil.

2.2

S&S exploiteert een onderneming die zich bezig houdt met de import en export van, en groothandel in, meerwandige papierzakken, polyethyleen verpakkingen, pallets, tuinmeubelen, tuinartikelen, pallethout, toiletpapier en blokhutten. Bestuurder en aandeelhouder van S&S is Xandor Beheer B.V. Deze vennootschap is tevens directeur en aandeelhouder van HS Graniet B.V. Directeur en aandeelhouder van Xandor Beheer B.V. is A. [getuige 4] (hierna: [getuige 4]).

2.3

[geïntimeerde] is werknemer geweest van HS Graniet B.V. Nadat [geïntimeerde] zich medio 2009 heeft ziekgemeld, is hij door HS Graniet B.V. op non-actief gesteld en uiteindelijk ontslagen.

2.4

S&S heeft een factuur, gedateerd 18 augustus 2009, aan [geïntimeerde] gestuurd met, voor zover relevant, de volgende inhoud:

‘Uw ref: door u afgehaald

Omschrijving Aantal Prijs Bedrag

Spa/Whirlpool Elite + afdekzeil, 228x218x97cm 1 4.995,00 4.995,00

Dion Set – enkel en dubbel sofa + tafel wicker incl 1 599,00 599,00

kussen

speciale prijs

Subtotaal %btw Bedrag btw Val Factuurbedrag

5.594,00 19% 1.062,86 EUR 6.656,86

Betalingsconditie: Per omgaande/netto’

2.5

De in de factuur genoemde roerende zaken, hierna te noemen Whirlpool en de lounge set, zijn in de zomer van 2008 respectievelijk in september 2008 in bezit van [geïntimeerde] gesteld.

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

S&S heeft betaling gevorderd van een bedrag van € 6.656,86 in hoofdsom vermeerderd met buitengerechtelijke kosten (€ 700,-) en rente. Zij legt daaraan ten grondslag dat zij aan [geïntimeerde] de in de factuur van 18 augustus 2009 genoemde Whirlpool en lounge set heeft verkocht voor een totaalbedrag van € 6.656,86, dat [geïntimeerde] deze zaken heeft opgehaald maar dat hij de koopprijs niet heeft voldaan.

3.2

Nadat de rechtbank bij het bestreden tussenvonnis van 12 januari 2011 heeft vastgesteld dat [geïntimeerde] zich op het standpunt stelde dat sprake was van een schenking, oordeelde zij (in rov. 6.2) dat sprake is van een bevrijdend verweer en dat conform de hoofdregel van artikel 150 Rv op [geïntimeerde] de bewijslast daarvan rust. Vervolgens is de rechtbank (in rov. 6.3) tot de conclusie gekomen dat voorshands, behoudens tegenbewijs, moet worden vermoed dat sprake is geweest van een schenking en is S&S toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Na vervolgens in enquête en in contra enquête getuigen te hebben gehoord is de rechtbank bij het bestreden eindvonnis van 25 juli 2012 tot de slotsom gekomen dat S&S er niet in is geslaagd genoemd vermoeden te ontzenuwen, en heeft zij de vordering van S&S afgewezen met haar veroordeling in de proceskosten.

4 De beoordeling van het hoger beroep

4.1

De grieven I en II beogen beide op te komen tegen de bewijswaardering door de rechtbank. Indien deze grieven slagen brengt de devolutieve werking van het appel mee dat de appelrechter ambtshalve dient te beoordelen of de rechtbank de bewijslast op juiste wijze heeft verdeeld (vgl. HR 11 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6015, NJ 2005, 282, HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3160, NJ 2012, 582). Het hof oordeelt daaromtrent als volgt.

4.2

S&S vordert in deze procedure, kort samengevat, betaling door [geïntimeerde] van de koopprijs voor een Whirlpool en een lounge set, die S&S in 2008 voor een bedrag van € 6.656,86 aan [geïntimeerde] heeft verkocht. De vordering betreft dus de nakoming van de betalingsverplichting uit hoofde van de met [geïntimeerde] gesloten koopovereenkomst. Blijkens het proces-verbaal van de comparatie van partijen van 25 mei 2010 heeft [geïntimeerde] verklaard dat in eerste instantie de jacuzzi (=de Whirlpool) door hem en zijn vrouw zou worden gekocht, dat toen een prijsafspraak is gemaakt van € 1.450,00 en dat [getuige 4] later heeft gebeld met de mededeling dat de jacuzzi geschonken zou worden in verband met het werk dat zijn echtgenote voor [getuige 4] verrichtte. [geïntimeerde] voert ook in de schriftelijke stukken in beide instanties het verweer dat zowel de Whirlpool als de lounge set door S&S aan hem zijn geschonken. Dat verweer richt zich derhalve tegen de feitelijke grondslag van de vordering van S&S, te weten de door S&S gestelde koopovereenkomst en de daarop gegronde verbintenis van [geïntimeerde] tot betaling van de koopprijs. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv rust in dat geval op S&S de last haar stelling te bewijzen dat zij de Whirlpool en de lounge set voor een koopprijs van € 6.656,86 aan [geïntimeerde] heeft verkocht. Slaagt zij daarin, dan is daarvan immers het rechtsgevolg dat [geïntimeerde] de op hem rustende verbintenis tot betaling van de overeengekomen koopprijs dient te voldoen. Het oordeel van de rechtbank dat het verweer van [geïntimeerde] een zogenoemd bevrijdend verweer betreft, is dus onjuist.

4.3

Het hof zal vervolgens hebben te beoordelen of S&S is geslaagd in het op haar rustende bewijs.

4.4

[getuige 4], (indirect) directeur/aandeelhouder van S&S heeft als getuige verklaard dat de jacuzzi en de lounge set in de vakantieperiode van 2008 door S&S aan [geïntimeerde] zijn verkocht. Zijn verklaring is een partijgetuigenverklaring die is onderworpen aan de beperkte bewijskracht van artikel 164 lid 2 Rv. Dat betekent dat zijn verklaring geen bewijs in het voordeel van S&S kan opleveren, behoudens indien aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijgetuigenverklaring voldoende geloofwaardig maken. De verklaring van [getuige 4] wordt weliswaar bevestigd door de verklaring van zijn mede directeur, F.G. [getuige 5], maar bij de waardering daarvan past terughoudendheid omdat ervan moet worden uitgegaan dat hij, als mededirecteur van S&S, belang heeft bij een voor S&S gunstige uitkomst van de zaak. De verklaring van [getuige 4] wordt voor het overige weersproken door de in contra enquête gehoorde getuigen [geïntimeerde], [getuige 1] (echtgenote van [geïntimeerde]), [getuige 2] en [getuige 3].

4.5

Gelet daarop moet de conclusie zijn dat S&S niet is geslaagd in het op haar rustende bewijs, terwijl gesteld noch gebleken is dat overige bewijsmiddelen voorhanden zijn die de stelling kunnen schragen dat S&S de Whirlpool en de lounge set voor een koopprijs van € 6.656,86 aan [geïntimeerde] heeft verkocht.

4.6

Aan het aanbod om de in eerste aanleg gehoorde getuigen [getuige 4] en [getuige 5] in hoger beroep nogmaals te horen gaat het hof voorbij, reeds omdat niet is gesteld wat deze getuigen in hoger beroep anders of meer zouden kunnen verklaren dan zij in eerste aanleg hebben gedaan.

4.7

Beide grieven kunnen, ook als zij zouden slagen, niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis. Daarmee faalt ook grief III, die zich richt tegen de door de rechtbank uitgesproken kostenveroordeling.

4.8

Het hoger beroep faalt. Het bestreden vonnis van 25 juli 2012 dient te worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk gestelde partij zal S&S in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld (2 punten tarief I)

De beslissing

Het gerechtshof, recht doende in hoger beroep,

bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank Groningen van 12 januari 2011 en 25 juli 2012,

veroordeelt S&S in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op

€ 291,- voor verschotten en op € 1.264,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief,

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mr. R.A. van der Pol, mr. M.W. Zandbergen en mr. G. van Rijssen en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 17 december 2013.