Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:9571

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
29-01-2014
Zaaknummer
KS 24-002757-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft een verdachte ter zake van verkrachting, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en 'grooming' veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren. Het hof heeft voorts de vordering van de benadeelde partij toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Verdachte die ten tijde van het plegen van onderhavige feiten 29 jaar oud was, heeft via internet contact gekregen met het slachtoffer. Ondanks dat zij hem verteld had dat zij pas 12 jaar oud was, heeft verdachte contact met haar gehouden via SMS en MSN en heeft hij haar ook gebeld. Verdachte heeft meermalen aangestuurd op een ontmoeting en hij heeft het meisje onder meer geld en een hondje in het vooruitzicht gesteld. Na een paar vruchteloze pogingen is het op 21 oktober 2010, in de vroege avond, in een bosrijk en stil gebied tot een daadwerkelijke ontmoeting gekomen. Verdachte was uit op seks met het meisje, terwijl zij voorafgaande aan de ontmoeting meermalen expliciet en onder verwijzing naar onder meer haar leeftijd had aangegeven onder geen beding seks(uele handelingen) met verdachte te willen. Aanvankelijk is het slachtoffer vrijwillig met verdachte meegelopen, maar toen zij aangaf niet verder te gaan en naar huis te willen, heeft verdachte haar onder bedreiging met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen verder met hem mee te lopen. Op een afgelegen, stille en donkere plek in een weiland, heeft hij haar armen op haar rug vastgebonden en heeft hij haar op brute wijze verkracht. Daarna heeft hij haar alleen op die afgelegen plek achtergelaten. Kort hierop heeft hij ook nog gemeend haar een uiterst bedreigend sms'je te moeten sturen, om te benadrukken dat ze haar mond moest houden over hetgeen er was gebeurd.

Het hof komt tot oplegging van een gevangenisstraf van langere duur dan door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal is geëist, mede omdat het hof - anders dan de rechtbank – wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte bij de verkrachting een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gebruikt en dat hij de armen van het slachtoffer op haar rug heeft vastgebonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 24-002757-11

Uitspraak d.d.: 13 december 2013

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Assen van 13 december 2011 met parketnummer 19-810383-10 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1980],

thans verblijvende in P.I. Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 16 april 2012, 23 april 2012, 18 april 2013 en 29 november 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De advocaat-generaal heeft tevens gevorderd de vordering van de benadeelde partij volledig toe te wijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. I.E. Leenhouwers, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1

primair:
hij op of omstreeks 21 oktober 2010 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente1], door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [benadeelde] (geboren op [1998]) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde], hebbende verdachte

- zijn penis in de vagina van die [benadeelde] geduwd/gebracht en/of

- een of meer vinger(s) in haar vagina geduwd/gebracht, althans haar vagina betast, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [benadeelde] heeft bevolen met hem mee te lopen en/of

- een pistool/vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen/bij de nek van die [benadeelde] heeft gehouden en/of

- de polsen/armen van die [benadeelde] heeft vastgepakt en/of

- een arm om de mond van die [benadeelde] heeft geslagen en/of

- die [benadeelde] vooruit heeft geduwd en/of

- die [benadeelde] heeft belet met haar gsm (om hulp) te bellen en/of

- dreigend tegen die [benadeelde] heeft gezegd: "Als je nu niet meewerkt, dan schiet ik", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- dreigend tegen die [benadeelde] heeft gezegd: "Nu moet je doen wat ik zeg", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- de polsen/armen/handen van die [benadeelde] (met touw) aan elkaar heeft gebonden op haar rug en/of

- die [benadeelde] tegen een baal hooi heeft geduwd en/of

- de kleding van die [benadeelde] (gedeeltelijk) heeft losgemaakt en/of de broek(en) van die [benadeelde] naar beneden heeft getrokken, in elk geval die [benadeelde] (gedeeltelijk) van de door haar gedragen kleding heeft ontdaan en/of

- toen die [benadeelde] hem vroeg waarom hij dat deed, tegen die [benadeelde] heeft gezegd: "Omdat ik de eerste wil zijn bij jou", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- die [benadeelde] heeft bevolen voorover te bukken en/of

- die [benadeelde] heeft bevolen haar benen wijd/uit elkaar te doen en/of

- die [benadeelde] (meermalen) heeft bevolen op haar knieën te gaan zitten en/of

- die [benadeelde] heeft bevolen wat hoger te gaan zitten met haar kont en/of

- de schaamlippen van die [benadeelde] opzij heeft gehouden/geduwd en/of

- de heupen, althans het lichaam, van die [benadeelde] heeft vastgehouden en/of

- de door hem ten opzichte van die [benadeelde] gepleegde handelingen heeft verricht ondanks het door die [benadeelde] geboden lichamelijk en verbaal verzet en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn lichamelijke en/of psychische overwicht op die [benadeelde] en/of (aldus) voor die [benadeelde] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 21 oktober 2010 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente1], met [benadeelde], geboren op [1998], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde], hebbende verdachte

- zijn penis in de vagina van die [benadeelde] geduwd/gebracht en/of

- een of meer vinger(s) in haar vagina geduwd/gebracht, althans haar vagina betast;

2:
hij op of omstreeks 21 oktober 2010 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente1], althans in Nederland, [benadeelde] (geboren op [1998]) en/of familie(leden) van die [benadeelde] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte ((kort) nadat hij die [benadeelde] had verkracht, althans ontucht met die [benadeelde] had gepleegd) opzettelijk dreigend

- tegen die [benadeelde] gezegd: "O wee als je familie dat weet", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [benadeelde] een sms-bericht gestuurd met de tekst: "Hou twee weken lang je bek, dan krijg je een hondje en tweeduizend euro. Zo niet en er gebeurt iets met mij dan gebeurt er iets met jouw familie, jou of jouw familie, de kogel", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

welke laatstgenoemde dreigende tekst (ook) ter kennis is gekomen van de moeder en/of een broer van die [benadeelde];

3:
hij in of omstreeks de periode van 15 oktober 2010 tot en met 21 oktober 2010 in de gemeente(n) [gemeente1] en/of [gemeente2], althans in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst [benadeelde] (geboren op [1998]) van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [benadeelde] te plegen, terwijl hij (enige) handeling(en) heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, een en ander hierin bestaande, dat verdachte

- die [benadeelde] telefonisch (verbaal) heeft benaderd en/of

- die [benadeelde] sms'jes heeft gestuurd en/of

- via het internet msn-/chatcontact met die [benadeelde] heeft gezocht, althans gehad,

in welke telefonische- en/of sms- en/of msn-/chatcontacten verdachte die [benadeelde] heeft voorgesteld haar te ontmoeten op 21 oktober 2010 's avonds (in een bos) in de omgeving van haar woonplaats en (vervolgens) op 21 oktober 2010 daadwerkelijk naar de voorgestelde/afgesproken ontmoetingsplaats is gegaan (waar hij die [benadeelde] heeft ontmoet, waarna hij op genoemde ontmoetingsplaats, althans in de nabijheid daarvan, geslachtsgemeenschap met die [benadeelde] heeft gehad);

4:
hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 30 april 2010 tot en met 14 oktober 2010 in de gemeente(n) [gemeente1] en/of [gemeente2], althans in Nederland, (telkens) door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst [benadeelde] (geboren op [1998]) van wie hij (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [benadeelde] te plegen, terwijl hij (telkens) (enige) handeling(en) heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, een en ander (telkens) hierin bestaande, dat verdachte

- die [benadeelde] telefonisch (verbaal) heeft benaderd en/of

- die [benadeelde] sms'jes heeft gestuurd en/of - via het internet msn-/chatcontact met die [benadeelde] heeft gezocht, althans gehad,

in welke telefonische- en/of sms- en/of msn-/chatcontacten verdachte (telkens) met die [benadeelde] heeft afgesproken dat hij haar zou ontmoeten in de omgeving van haar woonplaats, althans op een bij die [benadeelde] bekende plaats, en verdachte (vervolgens) (telkens) daadwerkelijk naar de voorgestelde/afgesproken ontmoetingsplaats is gegaan.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Verweren

De aangifte

De raadsvrouw van verdachte heeft ter zitting - kort gezegd - aangevoerd dat de opsporing door de politie niet conform de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik is verricht omdat (1) verdachte en aangeefster - ieder voor zich - gehoord zijn door een verhoorkoppel waarvan slechts één verbalisant een gecertificeerd zedenrechercheur was, omdat (2) de ouders vanuit de meekijkruimte hebben meegekeken bij het verhoor van aangeefster en omdat (3) de ouders zich tegen het einde van het verhoor actief hebben bemoeid met dit verhoor. Volgens de raadsvrouw is er aldus sprake van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek waardoor verdachte rechtstreeks in zijn belangen is geschaad en dient er compensatie te volgens. Bij een bewezenverklaring zou dit - aldus de raadsvrouw - moeten zijn in de vorm van strafvermindering.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik zoals deze gold ten tijde van de opsporing van de tenlastegelegde feiten (Aanwijzing van 15 december 2008, Staatscourant 2008, nr. 2738, in werking getreden op 1 januari 2009, hierna te noemen: de Aanwijzing) blijkt dat de opsporing van zedenmisdrijven dient te geschieden door: 'Een deskundig rechercheur, die overwegend belast is met zedenzaken, dus tenminste voor 50% van een volledige werkweek'. En: 'Het is van het grootste belang dat een aangifte professioneel, adequaat en zorgvuldig wordt opgenomen. Het werken van verhoorkoppels draagt hieraan bij omdat opsporingsambtenaren elkaar aan kunnen vullen, het een kritische beschouwing vergemakkelijkt, het meer gelegenheid geeft tot observatie en het de kans op beïnvloeding door de verhoorder verkleint.'

Het hof is van oordeel dat, nu uit het dossier blijkt dat aangeefster en verdachte zijn gehoord door twee afzonderlijke verhoorkoppels en dat beide verhoorkoppels hebben bestaan uit tenminste één ambtenaar die gecertificeerd zedenrechercheur is, de verhoren niet in strijd met de Aanwijzing zijn uitgevoerd. Uit de Aanwijzing blijkt immers niet dat beide verbalisanten van het verhoorkoppel gecertificeerde zedenrechercheurs dienen te zijn. Er is naar het oordeel van het hof derhalve geen sprake van enige schending van de Aanwijzing op dit punt.

Ook het verweer dat de Aanwijzing is geschonden omdat de ouders van het slachtoffer hebben meegekeken vanuit de meekijkruimte en zij tegen het einde van het verhoor van aangeefster in de verhoorruimte aanwezig waren, wordt door het hof verworpen.

Zoals ook door de raadsvrouw in haar pleitnota naar voren is gebracht, is de Aanwijzing met name bedoeld om te bereiken dat een waarheidsgetrouw en objectief beeld van de gebeurtenissen wordt verkregen.

Met betrekking tot de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon bij het opnemen van de aangifte schrijft de Aanwijzing voor: 'Bij voorkeur is de vertrouwenspersoon niet aanwezig bij de aangifte. Indien de vertrouwenspersoon wel bij de aangifte aanwezig zal zijn, verdient het aanbeveling deze eerst als getuige te horen waarna dan pas de aangifte wordt opgenomen.' Het hof leest in dit voorschrift enerzijds het belang dat de aangeefster niet wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de vertrouwenspersoon en anderzijds het belang dat de vertrouwenspersoon als getuige in vrijheid vanuit eigen wetenschap kan verklaren. Het hof stelt vast dat de moeder als enige van de ouders als getuige is gehoord en dat dit verhoor plaatsvond voorafgaande aan het verhoor van aangeefster. Voorts stelt het hof vast dat niet is gebleken – en ook niet is aangevoerd – dat de moeder/ouders het verhoor daadwerkelijk heeft/hebben beïnvloed of gestuurd, dan wel dat anderszins de waarheidsvinding in het gedrang is gekomen. Het enkele feit dat – zoals ook uit de audiovisuele opnames van de verhoren van aangeefster blijkt – de ouders van aangeefster aan het einde van een van de verhoren hun dochter, in bijzijn van de verbalisanten, enkele vragen hebben gesteld over het gebeurde, maakt dat niet anders nu uit die opnames duidelijk blijkt dat het daadwerkelijke (langdurige en kritische) verhoor van hun 12-jarige dochter dan al achter de rug is.

Het hof merkt in dit verband nog op dat de - op verzoek van de verdediging benoemde deskundige - drs. J. van der Sleen een onderzoek heeft ingesteld naar de kwaliteit van het politieverhoor. Hierbij is met name onderzocht of bij het verhoor van aangeefster de richtlijnen, zoals opgenomen in de Aanwijzing, voldoende zijn nageleefd. Op

22 januari 2013 heeft deze deskundige gerapporteerd dat er bij het verhoor van aangeefster naar haar oordeel geen dingen gebeurd zijn die in strijd zijn met de Aanwijzing.

Bewijs feiten 2, 3 en 4

De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 2 aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte dit ten laste gelegde feit (bedreiging) heeft gepleegd omdat verdachte met het versturen van het sms-bericht niet het opzet heeft gehad aangeefster en/of haar familie te bedreigen.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte op 21 oktober 2010 een sms-bericht naar de mobiele telefoon van de op dat moment 12-jarige aangeefster [benadeelde] heeft gestuurd met de tekst: 'Hou twee weken lang je bek, dan krijg je een hondje en tweeduizend euro. Zo niet en er gebeurt iets met mij dan gebeurt er iets met jouw familie, jou of jouw familie, de kogel'. Aangeefster heeft dit sms-bericht ontvangen op het moment dat zij – na door verdachte te zijn verkracht op de in de hiernavolgende bewezenverklaring beschreven wijze – door haar moeder en broertje was opgehaald. Meteen na ontvangst van dit sms-bericht heeft aangeefster haar moeder en broertje op de hoogte gesteld van de inhoud van het bericht. Aangeefster heeft bij de politie verklaard dat haar moeder daardoor “helemaal overstuur” was.

Gelet op bovenstaande kan de aangehaalde tekst niet anders worden geduid dan als een bedreigende tekst. Aangeefster [benadeelde] wordt direct geadresseerd, hier kan het opzet in redelijkheid niet worden betwist. Dat via aangeefster de familieleden van de bedreigende tekst op de hoogte zouden geraken mag - mede gelet op de jonge leeftijd van aangeefster – geen verwondering wekken, en ook verdachte moet zich dit dus bewust zijn geweest. Wat betreft de familieleden is er aldus tenminste sprake van voorwaardelijk opzet.

Het verweer wordt verworpen.

Het hof is van oordeel dat het door de raadsvrouw gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 3 en 4 ten laste gelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging verkregen, dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1

primair:
hij op 21 oktober 2010 te [plaats], door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld [benadeelde] (geboren op [1998]) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde], hebbende verdachte

- zijn penis in de vagina van die [benadeelde] geduwd en

- vingers in haar vagina geduwd,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte

- die [benadeelde] heeft bevolen met hem mee te lopen en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen de nek van die [benadeelde] heeft gehouden en

- de polsen/armen van die [benadeelde] heeft vastgepakt en

- een arm om de mond van die [benadeelde] heeft geslagen en

- die [benadeelde] vooruit heeft geduwd en

- die [benadeelde] heeft belet met haar gsm om hulp te bellen en

- dreigend tegen die [benadeelde] heeft gezegd: "Als je nu niet meewerkt, dan schiet ik", en

- dreigend tegen die [benadeelde] heeft gezegd: "Nu moet je doen wat ik zeg", en

- de polsen/armen van die [benadeelde] met touw aan elkaar heeft gebonden op haar rug en

- die [benadeelde] tegen een baal hooi heeft geduwd en

- de kleding van die [benadeelde] gedeeltelijk heeft losgemaakt en de broeken van die [benadeelde] naar beneden heeft getrokken, en

- toen die [benadeelde] hem vroeg waarom hij dat deed, tegen die [benadeelde] heeft gezegd: "Omdat ik de eerste wil zijn bij jou", en

- die [benadeelde] heeft bevolen voorover te bukken en

- die [benadeelde] heeft bevolen haar benen wijd/uit elkaar te doen en

- die [benadeelde] heeft bevolen op haar knieën te gaan zitten en

- die [benadeelde] heeft bevolen wat hoger te gaan zitten met haar kont en

- de schaamlippen van die [benadeelde] opzij heeft gehouden/geduwd en

- de heupen van die [benadeelde] heeft vastgehouden en

- de door hem ten opzichte van die [benadeelde] gepleegde handelingen heeft verricht ondanks het door die [benadeelde] geboden lichamelijk en verbaal verzet en

- gebruik heeft gemaakt van zijn lichamelijke overwicht op die [benadeelde] en aldus voor die [benadeelde] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2:
hij op 21 oktober 2010 te [plaats], [benadeelde] (geboren op [1998]) en familieleden van die [benadeelde] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte kort nadat hij die [benadeelde] had verkracht, opzettelijk dreigend die [benadeelde] een sms-bericht gestuurd met de tekst: "Hou twee weken lang je bek, dan krijg je een hondje en tweeduizend euro. Zo niet en er gebeurt iets met mij dan gebeurt er iets met jouw familie, jou of jouw familie, de kogel", welke laatstgenoemde dreigende tekst ook ter kennis is gekomen van de moeder en een broer van die [benadeelde];

3:
hij in de periode van 15 oktober 2010 tot en met 21 oktober 2010 in de gemeenten [gemeente1] en/of [gemeente2], door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst [benadeelde] (geboren op [1998]) van wie hij wist dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [benadeelde] te plegen, terwijl hij enige handelingen heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, een en ander hierin bestaande, dat verdachte

- die [benadeelde] telefonisch (verbaal) heeft benaderd en

- die [benadeelde] sms'jes heeft gestuurd en

- via het internet msn-/chat contact met die [benadeelde] heeft gehad, in welke telefonische- en/of sms- en/of msn-/chatcontacten verdachte die [benadeelde] heeft voorgesteld haar te ontmoeten op 21 oktober 2010 's avonds in een bos in de omgeving van haar woonplaats en vervolgens op 21 oktober 2010 daadwerkelijk naar de voorgestelde/afgesproken ontmoetingsplaats is gegaan waar hij die [benadeelde] heeft ontmoet, waarna hij op genoemde ontmoetingsplaats geslachtsgemeenschap met die [benadeelde] heeft gehad;

4:
hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 04 september 2010 tot en met 14 oktober 2010 in de gemeenten [gemeente1] en [gemeente2], telkens door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst [benadeelde] (geboren op [1998]) van wie hij wist dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [benadeelde] te plegen, terwijl hij telkens enige handelingen heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, een en ander hierin bestaande, dat verdachte

- die [benadeelde] telefonisch (verbaal) heeft benaderd en

- die [benadeelde] sms'jes heeft gestuurd en

- via het internet msn-/chat contact met die [benadeelde] heeft gehad, in welke telefonische- en/of sms- en/of msn-/chatcontacten verdachte telkens met die [benadeelde] heeft afgesproken dat hij haar zou ontmoeten in de omgeving van haar woonplaats, en verdachte vervolgens telkens daadwerkelijk naar de voorgestelde/afgesproken ontmoetingsplaats is gegaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

verkrachting.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Het onder 3 en 4 bewezen verklaarde levert op, telkens:

door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een persoon van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen, terwijl hij enige handelingen onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte die ten tijde van het plegen van onderhavige feiten 29 jaar oud was, heeft via internet contact gekregen met het slachtoffer. Ondanks dat zij hem verteld had dat zij pas 12 jaar oud was, heeft verdachte contact met haar gehouden via SMS en MSN en heeft hij haar ook gebeld. Verdachte heeft meermalen aangestuurd op een ontmoeting en hij heeft het meisje onder meer geld en een hondje in het vooruitzicht gesteld. Na een paar vruchteloze pogingen is het op 21 oktober 2010, in de vroege avond, in een bosrijk en stil gebied tot een daadwerkelijke ontmoeting gekomen. Verdachte was uit op seks met het meisje, terwijl zij voorafgaande aan de ontmoeting meermalen expliciet en onder verwijzing naar onder meer haar leeftijd had aangegeven onder geen beding seks(uele handelingen) met verdachte te willen. Aanvankelijk is het slachtoffer vrijwillig met verdachte meegelopen, maar toen zij aangaf niet verder te gaan en naar huis te willen, heeft verdachte haar onder bedreiging met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen verder met hem mee te lopen. Op een afgelegen, stille en donkere plek in een weiland, heeft hij haar armen op haar rug vastgebonden en heeft hij haar op brute wijze verkracht.

Daarna heeft hij haar alleen op die afgelegen plek achtergelaten. Kort hierop heeft hij ook nog gemeend haar een uiterst bedreigend sms'je te moeten sturen, om te benadrukken dat ze haar mond moest houden over hetgeen er was gebeurd. Het hof rekent het verdachte zwaar aan dat hij op berekenende wijze een jong en naïef meisje in de val heeft laten lopen en puur en alleen uit eigen gerief en zonder zich te bekommeren over de gevolgen van zijn handelen voor het jonge slachtoffer, te werk is gegaan. Verdachte heeft de lichamelijke en seksuele integriteit van het slachtoffer op zeer grove wijze geschonden.

Het slachtoffer heeft de feiten als uitermate ingrijpend ervaren en ondervindt daarvan nog dagelijks de (psychische) gevolgen, zoals blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring van 13 november 2013.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 9 oktober 2012 waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens strafbare feiten.

De verkrachting, bedreiging en grooming van een kwetsbaar jong meisje zijn zulke ernstige strafbare feiten dat in beginsel alleen een langdurige gevangenisstraf ter afdoening in aanmerking komt ter vergelding van het leed dat verdachte zijn slachtoffer heeft aangedaan en van de inbreuk die hij op de rechtsorde heeft gemaakt.

Op 19 november 2010 heeft J.A.W.M. Weijzen, psychiater, werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen geadviseerd om - gezien de ernst van de feiten en de aanwijzingen die er zijn voor psychologische ontwikkelingsproblematiek bij verdachte - een gedragskundig onderzoek te laten plaatsvinden. Verdachte is daartoe onderzocht door een psycholoog en een psychiater. Blijkens de door deze gedragsdeskundigen opgemaakte rapportages heeft verdachte slechts gedeeltelijk zijn medewerking verleend aan dit onderzoek. Hierdoor kon niet een volledig beeld worden verkregen van de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte. De psychiater C.G. Huisman heeft op 9 november 2011 gerapporteerd dat er bij verdachte naar alle waarschijnlijkheid geen sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, maar dat er wel sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, geclassificeerd als een antisociale persoonlijkheidsstoornis, welke overigens verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastgelegde niet heeft beïnvloed. Drs. S. Labrijn, GZ-psycholoog heeft op 21 november 2011 gerapporteerd dat zij zich onthoudt van een advies, omdat de eventuele doorwerking van de beschreven problematiek -mede vanwege de ontkennende houding van verdachte- niet voldoende onderzocht kon worden.

Gezien het vorenstaande kan deze zaak alleen met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden afgedaan, nu er niets bekend is over nut en noodzaak van een eventuele behandeling.

Het hof zal derhalve aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van aanzienlijke duur. Het hof komt tot oplegging van een gevangenisstraf van langere duur dan door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal is geëist, mede omdat het hof - anders dan de rechtbank – wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte bij de verkrachting een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gebruikt en dat hij de armen van het slachtoffer op haar rug heeft vastgebonden.

Daarbij komt dat de verdachte, met wiens intelligentie niets mis is, niet alleen geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn verwerpelijke daden heeft willen aanvaarden, maar dat hij het bovendien heeft bestaan jegens zijn 12-jarige slachtoffer de absurde en voor haar uiterst kwetsende beschuldiging te uiten dat zij betrokken zou zijn in een complot om hem - verdachte - te gronde te richten, ter uitvoering waarvan het meisje de inhoud van een door verdachte gevuld condoom in haar vagina zou hebben aangebracht.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de ernst van de bewezenverklaarde feiten en het daardoor veroorzaakte persoonlijke leed, acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.123,91. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.869,51. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 242, 248b en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 5.123,91 (vijfduizend honderddrieëntwintig euro en eenennegentig cent) bestaande uit € 623,91 (zeshonderddrieëntwintig euro en eenennegentig cent) materiële schade en € 4.500,00 (vierduizend vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], een bedrag te betalen van € 5.123,91 (vijfduizend honderddrieëntwintig euro en eenennegentig cent) bestaande uit € 623,91 (zeshonderddrieëntwintig euro en eenennegentig cent) materiële schade en € 4.500,00 (vierduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg en mr. J.A.A.M. van Veen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van H. Pool, griffier,

en op 13 december 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.