Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:9414

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-12-2013
Datum publicatie
26-09-2014
Zaaknummer
200.106.205
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewijsopdracht in kader van aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid en onvoorziene omstandigheden met betrekking tot (1) handelwijze bij vergelijkbare transacties met het oog op vaststelling van verkeersopvattingen binnen de sector en (2) de wijze van totstandkoming van onderhavige transactie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.106.205

(zaaknummer rechtbank Arnhem 218493)

arrest van de tweede civiele kamer van 10 december 2013

in de zaak van

[appellant sub 1] en [appellante sub 2],

beiden wonende te [woonplaats appellanten],

appellanten,

hierna:[appellanten] (in mannelijk enkelvoud),

advocaat: mr. F.R.H. Kuiper,

tegen:

[geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2],

beiden wonende te [woonplaats geïntimeerden],

geïntimeerden,

hierna: [geïntimeerden] (in mannelijk enkelvoud),

advocaat: mr. J.M.M. Kroon.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding tot aan het arrest van 18 juni 2013 verwijst het hof naar dat arrest.

1.2

Ingevolge het arrest van 18 juni 2013 heeft op 22 november 2013 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Het proces-verbaal van die comparitie behoort tot de gedingstukken. Bij gelegenheid van de comparitiezitting zijn [deskundige 1] en [deskundige 2] gehoord als deskundigen.

1.3

Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.

2 Voortgezette motivering van de beslissing in hoger beroep

2.1

Volgens hetgeen bij gelegenheid van de comparitie van partijen is besproken, wensen beide partijen dat het hof thans een bewijsopdracht zal geven, opdat getuigen kunnen worden gehoord met betrekking tot: (1) de vraag op welke wijze bij vergelijkbare transacties is gehandeld, dit met het oog op vaststelling van de verkeersopvattingen binnen de sector, en (2) de wijze van totstandkoming van de onderhavige transactie, naar het hof begrijpt in verband met de vraag welke omstandigheden in de koopovereenkomst zijn verdisconteerd. Zowel wat betreft de verkeersopvattingen binnen de sector als wat betreft de vraag wat in de koopovereenkomst was verdisconteerd, draagt[appellanten] op grond van de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de bewijslast. Het hof zal het bedoelde bewijs dus aan hem opdragen.

2.2

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

laat[appellanten] toe tot het onder 2.1 bedoelde bewijs;

bepaalt dat het verhoor van de getuigen zal geschieden ten overstaan van het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. W.L. Valk, die daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op 20 december 2013 vanaf 9.00 uur;

bepaalt dat partijen in persoon bij het getuigenverhoor aanwezig dienen te zijn opdat hen naar aanleiding van de getuigenverklaringen vragen kunnen worden gesteld;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.L. Valk, H.E. de Boer en Th.C.M. Willemse, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 december 2013.