Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:9182

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
03-12-2013
Datum publicatie
04-12-2013
Zaaknummer
200.110.091-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De centrale vraag in deze zaak is of scheepsmotoren in een verkocht schip voldoen aan de gegeven garantie omtrent ouderdom en kwaliteit. De stelling dat een algemeen geformuleerde exoneratie ten aanzien van een tekortkoming ter zake aan een beroep op die garantie in de weg staat, wordt verworpen. Ook het beroep op rechtsverwerking gaat niet op. Voorshands wordt - in de sleutel van dwaling - voor juist gehouden wat de koper omtrent de ouderdom en kwaliteit aanvoert. Verkoper wordt in de gelegenheid gesteld tot het leveren van tegenbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.110.091/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 116163 / HA ZA 11-717)

arrest van de tweede kamer van 3 december 2013

in de zaak van

Geo Plus Materieel B.V.,

gevestigd te Scheemda,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Geo Plus,

advocaat: mr. M.H. Rozeboom, kantoorhoudend te Groningen,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. M.M.C. Wingen, kantoorhoudend te Heemstede.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 30 mei 2012 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 6 juli 2012,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord (met producties),

- een akte uitlating producties,

- een antwoordakte.

2.2

Vervolgens heeft Geo Plus de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van Geo Plus luidt:

"Dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, behage om bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden, sector civiel, van 30 mei 2012, gewezen tussen partijen onder zaak-/rolnummer 116163/11-717, en, opnieuw rechtdoende, de door appellante in eerste aanleg ingestelde vorderingen alsnog toe te wijzen, voor zover nodig(deels) onder gedeeltelijke ontbinding, dan wel vernietiging, van de koopovereenkomst tussen partijen met vetrekking tot het schop genaamd "Geo Cat" (voorheen genaamd "Spike Islander"), dan wel wijziging van de gevolgen van deze koop overeenkomst ter opheffing van het nadeel, en vermindering van de koopsom met een bedrag ter grootte van de gevorderde schadevergoeding, zulks met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties, waaronder het nasalaris ad € 131,00, dit nasalaris te verhogen met € 86,00 indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan en betekening heeft plaatsgevonden, met de bepaling dat indien de proceskosten niet binnen veertien dagen na vonniswijziging zijn voldaan, geïntimeerde eveneens de wettelijke handelsrente over de proceskosten is verschuldigd".

3 Eisvermeerdering

[geïntimeerde] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van Geo Plus. Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Ter zake van de vordering van Geo Plus zal derhalve recht worden gedaan op de gewijzigde eis.

4 De vaststaande feiten (grief 1)

4.1

De eerste grief is gericht tegen de door de rechtbank vastgestelde feiten. De juistheid van die feiten wordt niet bestreden; de grief is slechts gericht op uitbreiding van de feitenvaststelling. Op welke feiten daarbij concreet wordt gedoeld, wordt met de grief niet duidelijk gemaakt. Daarop strandt deze grief. Het volgende staat in dit hoger beroep vast.

4.1.1

Bij overeenkomst d.d. 15/16 januari 2008 heeft Geo Plus het motorjacht "Spike Islander" (verder aan te duiden als: het schip) van de commanditaire vennootschap Vlieland Maritiem Vervoer c.v. gekocht. [geïntimeerde] was toentertijd enig beherend vennoot van deze
- inmiddels opgeheven - commanditaire vennootschap. In de overeenkomst is, voor zover van belang, bij de omschrijving van het schip het volgende opgenomen:

"voortbewogen door twee Iveco dieselmotoren, type 8361SMR38, met een vermogen van tweehonderd negenenzeventig kilowatt elk, motornummers stuurboordmotor 513803 en bakboordmotor 513804 (…)"

4.1.2

Het bouwjaar van het schip is 2005.

4.1.3

Het schip is op 16 januari 2008 bij notariële akte, verleden door notaris
[notaris], aan Geo Plus geleverd. In deze leveringsakte is onder meer het volgende bepaald:

"EN VOORTS ONDER DE NAVOLGENDE BEPALINGEN EN BEDINGEN:

1. Het schip, en wat daartoe als voormeld behoort, wordt geleverd in de staat waarin een en ander zich op heden bevindt, met alle eventuele zichtbare en verborgen gebreken.

Elke vrijwaring te dier zake van [geïntimeerde] wordt uitdrukkelijk uitgesloten, kopende de Geo Plus het schip op eigen risico."

(…)

3.Partijen doen afstand van hun recht om uit welken hoofde ook ontbinding of vernietiging dezer koopovereenkomst te vorderen, voorzover de wetten zulks toelaten.

4.1.4

Bij brief d.d. 18 februari 2009 heeft de advocaat van Geo Plus onder meer het volgende aan [geïntimeerde] en de in 2.1 genoemde commanditaire vennootschap geschreven:

"Recentelijk is het schip teruggekeerd van een opdracht in de buurt van Italië. Vervolgens is het schip naar een werf in Delfzijl gebracht (Hunfeld B.V.) voor het reguliere onderhoud.

In dat kader is geconstateerd dat de motoren, welke zich in het schip bevinden, aanzienlijk ouder zijn dan cliënte heeft aangenomen op basis van de door u verstrekte informatie (nieuwbouw 2005). De motoren zijn tenminste tien jaar oud, gereviseerd, en - meer in het bijzonder - slecht gereviseerd. Daarnaast is gebleken dat de zgn. keerkoppelingen circa 19 jaar oud zijn. Ten slotte heeft cliënte moeten constateren dat ook het radar aanzienlijk ouder was dan zij heeft mogen verwachten."

4.1.5

Op 4 mei 2010 heeft de door Geo Plus ingeschakelde deskundige, [deskundige] van D. Touw Expertise- en Ingenieursbureau B.V. onder meer het volgende gerapporteerd:

"5. OORZAAK VAN DE SCHADE

Het schadebeeld duidt op een ernstige mate van slijtage. Dit is duidelijk vast te stellen aan de drijfstanglagers, de nokkenassen, de kleptuimelaars en de uitgeslagen zuigerveersponningen. Aan de hand van het schadebeeld moet worden geconcludeerd dat de motoren aanzienlijk meer draaiuren hebben dan op het dashboard in het stuurhuis staat aangegeven (nl. circa 2.500 uur). (…) Aan de hand van de vaststellingen kan worden vastgesteld dat de motoren in zeer matige conditie zijn en dat de schade mede het gevolg van slijtage is. Op basis van de bevindingen is besloten de beide voortstuwingsmotoren en reductiekeerkoppelingen te laten reviseren.

Na revisie van de motoren is het vaartuig opnieuw in bedrijf gesteld. Na relatief korte tijd constateerde de bemanning dat de motoren opnieuw begonnen te roken. Tevens was opgevallen dat de motoren bij vol vermogen niet aan hun toeren kwamen. (…) Nader uitgebreid onderzoek werd ingesteld waarbij uiteindelijk werd vastgesteld dat de motoren en het brandstofsysteem niet bij elkaar hoorden waardoor de motoren het opgegeven vermogen van 279 kW niet konden leveren, maar, zoals tijdens het onderzoek is gebleken slechts ca. 220 kW. Het brandstofsysteem, gemonteerd op de motoren, blijkt oorspronkelijk geschikt te zijn voor vrachtwagenmotoren, waarbij hetzelfde motorblok wordt gebruikt doch waarvan de verdere configuratie (turbo's, cilinderkoppen, etc.) van een ander type zijn. Ook de verstuivers bleken niet van het correcte type zodat de motoren nog minder vermogen afleveren. De schroeven gemonteerd onder het schip waren wel geschikt voor het opgegeven vermogen van 279 kW bij 2400 min-1, deze waren door Geo Plus BV op basis van het opgegeven vermogen bij [A] besteld. De motoren hebben, het bovenstaande in aanmerking genomen, bij hogere snelheden altijd in een overbelastingssituatie gefunctioneerd waardoor deze overbelast zijn geweest, als gevolg waarvan te hoge interne temperaturen zijn opgetreden en de motoren ernstig hebben gerookt."

4.1.6

Bij brief d.d. 2 juli 2010 heeft de advocaat van Geo Plus [geïntimeerde] aansprakelijk gesteld en gesommeerd tot betaling van een schadevergoeding ten bedrage van € 64.175,-, zijnde de totale kosten met betrekking tot het herstel van de motoren, het aanpassen van de schroeven en het repareren van de reductiekeerkoppelingen. Aan deze sommatie heeft [geïntimeerde] niet voldaan.

5 De vordering en de beslissing van de rechtbank

5.1

Geo Plus heeft in eerste aanleg gevorderd dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld om aan Geo Plus € 74.643,86 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede de door Geo Plus geleden en te lijden schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen, kort gezegd omdat partijen het risico voor gebreken aan het schip geheel bij Geo Plus hebben neergelegd (zie hiervoor artikel 1) en omdat onvoldoende door Geo Plus is onderbouwd dat [geïntimeerde] ten tijde van de verkoop wist van de gestelde gebreken.

6 De omvang van het geschil

6.1

De kern van de discussie tussen partijen in dit hoger beroep betreft de feitelijke vraag of de motoren relatief nieuw waren, dan wel oud en slecht gereviseerd. In juridische zin spitst het geschil zich toe op de vraag of [geïntimeerde] heeft gegarandeerd dat de motoren relatief nieuw zijn en - als dat zo is - of hij daar tegenin kan brengen dat hij zijn aansprakelijkheid heeft uitgesloten voor schending van die garantie. Geo Plus, die het bestaan van die garantie bestrijdt, beroept zich ter onderbouwing van haar vordering op meerdere leerstukken, te weten verzuim, dwaling en bedrog. Van de zijde van [geïntimeerde] is bovendien een beroep op schending van de klachtplicht gedaan.

6.2

Het hof zal hierna eerst ingaan op de vraag of sprake is van een garantie en (of) van exoneratie, alsmede op het verband daartussen. Daarna zal het beroep op rechtsverwerking worden besproken. Tot slot zal, uitgaande van dwaling als grondslag van de vordering, worden ingegaan op de vraag of is vast komen te staan dat de motoren oud en slecht gereviseerd waren.

7 De impliciete garantie

7.1

Beide partijen zijn het erover eens dat [geïntimeerde] een schip aan Geo Plus diende te leveren dat was voorzien van tijdens de bouw in 2005 geïnstalleerde nieuwe motoren, althans motoren die op dat moment waren samengesteld uit nieuwe onderdelen, overeenkomstig de specifieke wensen van de opdrachtgever (custom built motoren, die in dit geval in 2006 zijn gebouwd in opdracht van de eerste eigenaar, [X]). Deze motoren hadden volgens opgave van Geo Plus een vermogen van 279 kW, en hadden ten tijde van de verkoop volgens de urenteller in 2008 een beperkt aantal uren gevaren (1.300 uur volgens [geïntimeerde], 1.800 uur volgens Geo Plus).

7.2

Geo Plus voert bij wijze van grief aan dat het hier om zodanig essentiële eigenschappen gaat dat [geïntimeerde] deze impliciet heeft gegarandeerd. [geïntimeerde] heeft dat vervolgens niet bestreden. Het hof zal om die reden van de gestelde garantie hebben uit te gaan.

7.3

Geo Plus legt aan haar vordering de stelling ten grondslag dat het schip niet aan deze garantie voldeed: uit onderzoek zou zijn gebleken dat de stuurboordmotor het bouwjaar 1999 heeft, dat de bakboordmotor ook ouder was dan gegarandeerd, dat de reductiekeerkoppe-lingen waarschijnlijk rond 1990 zijn geproduceerd en tenminste 25.000 vaaruren achter de rug hebben, dat de brandstofpompen en de verstuivers niet bij elkaar horen en niet bij het type motoren, waardoor deze motoren niet het opgegeven vermogen van 297 kW konden leveren, maar slechts circa 220 kW. Het brandstofsysteem dat op de motoren was gemon-teerd, zou oorspronkelijk geschikt zijn geweest voor vrachtwagenmotoren, maar niet voor de scheepsmotoren.

7.4

Aan de beantwoording van de vraag of deze verwijten terecht zijn, komt het hof niet toe als een algemene exoneratie aan het beroep op deze garantie in de weg staat. Daaromtrent wordt het volgende overwogen,

8 De algemene exoneratie

8.1

De rechtbank heeft als onweersproken vastgesteld dat de algemene exoneratie in de leveringsakte is overeengekomen en dat de inhoud en strekking daarvan is dat alle zichtbare en verborgen gebreken voor risico van Geo Plus blijven. In hoger beroep wordt dat uitgangspunt bestreden: Geo Plus voert aan dat de koopovereenkomst zonder een dergelijke exoneratie mondeling tot stand is gekomen. Naast het opgegeven bouwjaar (2005), de elkaar opvolgende motorennummers en het opgegeven vermogen en aantal vaaruren, zijn op dat moment volgens haar geen bijzondere voorbehouden of andere bijzonderheden aan de orde geweest. Nadien is dat niet veranderd. Ook in de door de notaris opgestelde schriftelijke koopovereenkomst ontbreken dergelijke voorbehouden of bijzonderheden. Omdat de notaris vervolgens een akte van levering heeft opgesteld volgens een standaardtekst waarin de algemene exoneratie is opgenomen, dient aan die bepaling voorbij te worden gegaan. Geo Plus beroept zich daarbij op een door haar overgelegde verklaring van de notaris van 10 december 2012.

8.2

Het hof kan Geo Plus in deze redenering niet volgen. De notaris heeft immers verklaard dat Geo Plus bij de ondertekening van de akte van levering aanwezig was en dat de inhoud van de akte, waaronder ook het exoneratiebeding, is toegelicht en besproken. Het feit dat partijen het exoneratiebeding bij het maken van de daaraan voorafgaande mondelinge afspraken nog niet waren overeengekomen, staat er niet aan in de weg dat zulks op een later moment, ten tijde van de levering, alsnog gebeurt. Uit de verklaring van de notaris blijkt dat het exoneratiebeding uitdrukkelijk met partijen is besproken op het moment dat zij bij de notaris hun wederzijdse afspraken bevestigden. Het exoneratiebeding is daarmee deel gaan uitmaken van de overeenkomst. Ook uit de dwingende bewijskracht van de akte volgt op grond van artikel 157 Rv dat partijen in deze zin hebben verklaard. De grief faalt in zoverre. Voor nadere bewijslevering is geen plaats, omdat Geo Plus in dit opzicht niet aan haar stelplicht heeft voldaan.

9 Het verband tussen de garantie en de exoneratie

9.1

[geïntimeerde] heeft tegen het beroep op de gegeven garantie primair ingebracht dat het exoneratiebeding dat is overeengekomen hier 'prevaleert’. Naar het oordeel van het hof is dat echter onjuist: de garantie betreft een voor Geo Plus essentiële eigenschap van het schip. Indien de gestelde gebreken zouden komen vast te staan, dan zou sprake zijn van een buitensporige en wezenlijke inbreuk daarop. De garantie daarentegen, is in zeer algemene bewoordingen geformuleerd en is uitsluitend opgenomen in de leveringsakte, zonder dat partijen over de reikwijdte van die bepaling hebben gesproken. Onder die omstandigheden moet de garantie worden beschouwd als een bijzondere, van die exoneratie afwijkende bepaling die erop neerkomt dat [geïntimeerde] instaat voor de door [geïntimeerde] opgegeven en uit de urenteller blijkende leeftijd en kwaliteit van de scheepsmotoren en het gebruik dat daarvan voorafgaand aan de levering is gemaakt. Die garantie is voor Geo Plus niet alleen van wezenlijk belang, het wezen van de garantie zelf is ook onverenigbaar met dat van een exoneratie. Onjuist is daarom hier het standpunt dat de garantie ter zijde wordt gesteld omdat de overeenkomst een beding bevat dat iedere vrijwaring uitsluit (vergelijk HR 9 oktober 1992, LJN ZC0710, NJ 1994, 289).

9.2

Voor zover [geïntimeerde] zich behalve op de exoneratie ook heeft willen beroepen op artikel 3 van de leveringsakte, waarin partijen onder meer afstand hebben gedaan van hun recht om vernietiging van de koopovereenkomst te vorderen, geldt ook in zoverre dat de garantie als een bijzondere, daarvan afwijkende bepaling moet worden gezien. In zoverre treft de grief doel. De grieven behoeven voor het overige geen behandeling.

9.3

Nu de grieven deels slagen, zal het hof de (meer) subsidiair opgeworpen verweren van [geïntimeerde] moeten beoordelen voor zover hij die niet heeft prijsgegeven. Die verweren strekken tot betwisting van de gestelde gebreken en de hoogte van de gevorderde schade. Bovendien beroept [geïntimeerde] zich op rechtsverwerking als bedoeld in artikelen 6:89 juncto 7:23 BW. Dit laatste verweer is het meest verstrekkend, en zal daarom als eerste worden beoordeeld.

10 Rechtsverwerking

10.1

Omdat [geïntimeerde] zich erop heeft beroepen dat Geo Plus niet binnen bekwame tijd heeft geprotesteerd, dient Geo Plus gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat en op welk moment zij op een voor [geïntimeerde] kenbare wijze heeft geklaagd over de onderhavige inbreuk op de gegeven garantie. Het antwoord op de vraag of hij dat tijdig heeft gedaan, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval (HR 8 februari 2013, LJN BY4600). Daarbij is ook van belang of [geïntimeerde] nadeel lijdt door het late tijdstip waarop is geklaagd. In dit verband dient de rechter rekening te houden met enerzijds het voor Geo Plus ingrijpende rechtsgevolg van het te laat protesteren - te weten verval van al zijn rechten ter zake van de tekortkoming - en anderzijds de concrete belangen waarin [geïntimeerde] kan zijn geschaad door het tijdstip waarop dat protest is gedaan, zoals een benadeling in zijn bewijspositie of een aantasting van zijn mogelijkheden de gevolgen van de gestelde tekortkoming te beperken. De tijd die is verstreken tussen het tijdstip dat bekendheid met het gebrek bestaat of redelijkerwijs diende te bestaan, en dat van het protest, vormt in die beoordeling weliswaar een belangrijke factor, maar is niet doorslaggevend.

10.2

Geo Plus voert in dit verband het volgende aan.

Na levering op 16 januari 2008 is eerst enige tijd verstreken waarin Geo Plus in het schip de benodigde apparatuur en een motorverwarming heeft geplaatst. Het schip is vervolgens op een ponton naar Italië vervoerd. Daar zijn zich gaandeweg problemen gaan voordoen, zoals rookvorming, een hoge carterdruk en gebrek aan vermogen. Nadat het schip in 2009 van het project in Italië was teruggekeerd, is het voor regulier onderhoud overgebracht naar Machinefabriek Scheepswerf Hunfeld in Farmsum. Op dat moment was sinds de levering aan Geo Plus 700 uur met het schip gevaren. Bij endoscopisch onderzoek is schade aan de voeringen van de motoren vastgesteld. Daarop is besloten de motoren, inclusief de reductiekeerkoppelingen, uit te bouwen voor nader onderzoek. Dat onderzoek is in opdracht van Hunfeld uitgevoerd door het gespecialiseerde bedrijf Esco Aandrijvingen, in de persoon van de heer J. Mulder. Uit dit onderzoek bleek dat sprake was van ernstige slijtage. Bij nader onderzoek kwamen vervolgens diverse aan de vordering ten grondslag gelegde gebreken aan het licht: de motoren en keerkoppelingen waren aanzienlijk ouder dan het bouwjaar van het schip, met veel meer vaaruren dan was opgegeven. De motoren waren bovendien slecht gereviseerd. Nadat Geo Plus daarover door Hunfeld werd ingelicht, heeft zij het deskundige D. Touw Expertise- en Ingenieursbureau ingeschakeld ([deskundige]). Deze heeft op 17 februari 2009 een eerste inspectie uitgevoerd. Daags daarna, op 18 februari 2009, is [geïntimeerde] schriftelijk van de bevindingen op de hoogte gesteld en aansprakelijk gesteld. [geïntimeerde] is daarbij in de gelegenheid gesteld de motoren te (laten) inspecteren op de werf van Hunfeld in Delftzijl. De kosten van deze onderzoeken en van de revisie waartoe die hebben geleid, belopen het overgrote deel van het gevorderde, te weten € 52.675,- exclusief btw. Omdat de klachten aanhielden, heeft Geo Plus daarna een nader onderzoek opgedragen aan Diesel Service Emmeloord. Toen bleek dat de brandstofpomp en de verstuivers niet bij elkaar hoorden, en niet bij het type motoren, waardoor het vereiste vermogen niet kon worden geleverd. Het vermogen is toen noodgedwongen bijgesteld tot 243 kW, aldus Geo Plus. Op in die fase gemaakte kosten ziet het restant van de vordering, ten belope van € 11.500,- exclusief btw.

10.3

Het hof oordeelt als volgt.

Gesteld noch gebleken is dat Geo Plus al voorafgaand aan de onderhoudsbeurt door Hunfeld heeft ontdekt of had behoren te ontdekken dat de problemen die zich in Italië hadden voorgedaan erop duidden dat de motoren zodanige gebreken vertoonden dat zij geacht konden worden niet aan de impliciet gegeven garantie te voldoen. [geïntimeerde] voert juist aan dat er geen enkele aanleiding toe bestond om daarover te klagen, omdat de motoren op het moment van de verkoop in goede conditie verkeerden en aan de overeenkomst voldeden. Naar het oordeel van het hof heeft Geo Plus vervolgens, nadat Hunfeld ernstige slijtage had vastgesteld, adequaat gehandeld. Hetgeen zij onbestreden heeft aangevoerd over de gang van zaken vanaf dat moment, rechtvaardigt de conclusie dat zij op 18 februari 2009 tijdig heeft geklaagd en ook nadien de belangen van [geïntimeerde] niet heeft gefrustreerd. [geïntimeerde] heeft niets aangevoerd dat daaraan af kan doen. Het verwijt dat hij niet de gelegenheid heeft gehad de motoren in ‘draaiende toestand’ te beoordelen, is ongefundeerd. Dat de motoren op enig moment waren gedemonteerd, is immers verklaarbaar en verdedigbaar. Bovendien ging het op dat moment om de vraag of (onderdelen van) de motoren oud en slecht gereviseerd waren. Niet valt in te zien dat het voor de beoordeling van dat verwijt nodig was om de motoren in draaiende toestand te testen, te meer niet omdat het slechte functioneren ervan direct voorafgaand aan de demontage tussen partijen nooit ter discussie heeft gestaan. Het beroep op rechtsverwerking in verband met het niet binnen bekwame tijd protesteren strandt hierop.

11 De gestelde gebreken

11.1

[geïntimeerde] heeft niet de impliciete stelling van Geo Plus bestreden dat deze partij de overeenkomst niet (zo) zou hebben gesloten indien juist is, en aan Geo Plus bekend zou zijn geweest, wat Geo Plus omtrent de aangevoerde gebreken stelt, en dat de conclusie gerechtvaardigd is dat [geïntimeerde] haar – als die gebreken zouden vaststaan - zodanig onjuiste inlichtingen omtrent de ouderdom en toestand van de scheepsmotoren heeft verstrekt dat een beroep op dwaling om die reden doel treft. Het hof verwijst in dat verband naar onderdeel 20 van de memorie van antwoord, waar het verweer in dat verband wordt beperkt tot het standpunt dat een vordering op grond van wederzijdse dwaling niet toewijsbaar is. Voor de vraag of het beroep op eenzijdige dwaling kan slagen, is dus uitsluitend beslissend of die gebreken komen vast te staan.

11.2

[geïntimeerde] heeft de bevindingen en conclusies bestreden uit de inspectierapporten die van de zijde van Geo Plus ter onderbouwing van zijn stellingen zijn overgelegd. Op grond van diverse beschrijvingen van het schip voert hij aan dat de motoren ten tijde van de bouw wel degelijk nieuw waren. Hij verwijst van zijn kant ter onderbouwing onder meer naar een e-mail van 8 april 2009 van de eerste eigenaar, [X], naar een brief van Marlin Marine Engineering (dat de motoren heeft geproduceerd) en naar een e-mail van 26 maart 2009 van South Boats Special Products Ltd. (dat het schip heeft gebouwd). Volgens [geïntimeerde] zijn de motoren tijdens het gebruik door Geo Plus beschadigd geraakt: ze hebben gedraaid met sterk vervuilde smeer- en dieselolie, waardoor oververhitting en dientengevolge abnormale slijtage is opgetreden. Voor hem is onbegrijpelijk dat uit onderzoek zou zijn gebleken dat de stuurboordmotor in 1999 is gebouwd en dat de reduceerkoppeling uit 1990 stamt.

11.3

Het hof concludeert op grond van hetgeen Geo Plus heeft aangevoerd en met rapportages van gespecialiseerde bedrijven heeft onderbouwd, dat voorshands vast staat dat bij gelegenheid van de bouw in het schip oude, (slecht) gereviseerde motoren zijn geplaatst. De verklaringen die daaromtrent van de zijde van [geïntimeerde] zijn afgelegd, kunnen gelet op het karakter van de bevindingen van de deskundig te achten rapporteurs niet afdoen. Ook is voorshands niet aannemelijk gemaakt dat de (diverse onderdelen van) de motoren ten tijde van de bouw nieuw waren, maar dat de toestand van de motoren ten tijde van de inspecties geheel kan worden verklaard door slijtage als gevolg van ondeskundig gebruik. [geïntimeerde] zal evenwel worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs in die zin.

12 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

alvorens nader te beslissen:

draagt [geïntimeerde] op tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorshands vaststaande feit dat bij gelegenheid van de bouw in het schip oude, gereviseerde motoren zijn geplaatst;

bepaalt dat, indien [geïntimeerde] dat bewijs (ook) door middel van getuigen wenst te leveren, het verhoor van deze getuigen zal geschieden ten overstaan van het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. Zandbergen, die daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan het Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden en wel op een nader door deze vast te stellen dag en tijdstip;

verhinderdata enquête

bepaalt dat [geïntimeerde] het aantal voor te brengen getuigen alsmede de verhinderdagen van beide partijen, van hun advocaten en van de getuigen zal opgeven op dinsdag

17 december 2013, waarna de raadsheer-commissaris dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) vaststelt;

bepaalt dat [geïntimeerde] overeenkomstig artikel 170 Rv de namen en woonplaatsen van de getuigen tenminste een week voor het verhoor aan de wederpartij en de griffier van het hof dient op te geven;

verstaat dat de advocaat van [geïntimeerde] uiterlijk twee weken voor het getuigenverhoor zal plaatsvinden een kopie van het volledige procesdossier ter griffie van het hof doet bezorgen, bij gebreke waarvan de advocaat van Geo Plus alsnog de gelegenheid heeft uiterlijk één week voor de vastgestelde datum een kopie van de processtukken over te leggen;

Dit arrest is gewezen door mr. M.W. Zandbergen, mr. G. van Rijssen en mr. R.A. van der Pol en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 3 december 2013.