Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:9129

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-09-2013
Datum publicatie
03-12-2013
Zaaknummer
P13-0281
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof acht het meer dan wenselijk dat de kliniek ervoor zorgdraagt dat de terbeschikkinggestelde in het kader van een proefplaatsing wordt overgeplaatst naar een GGZ-instelling met het oog op (eventuele) uitstroom op termijn vanuit het tbs-kader naar de reguliere GGZ. Indien de proefplaatsing goed verloopt kan deze gevolgd worden door een opname van de terbeschikkinggestelde in het kader van een BOPZ-machtiging. Een nieuwe vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling kan dan achterwege worden gelaten. Met het oog hierop zal het hof de terbeschikkingstelling met slechts één jaar verlengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P13/0281

Beslissing d.d. 30 september 2013

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1951],

verblijvende in [kliniek] te [plaats] onder verantwoordelijkheid van de [kliniek] te [plaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 27 maart 2013, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- de uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden van 12 februari 1996, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd;

- het verlengingsadvies van de [kliniek] van 27 december 2012;

- de zesjaarsrapportages van 18 december 2012 en 25 december 2012 opgemaakt door respectievelijk [psychiater], psychiater, en [psycholoog], psycholoog;

- de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 24 januari 2013;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de aanvullende informatie van de [kliniek] van 10 september 2013, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 30 november 2012 tot en met 15 augustus 2013.

Het hof heeft ter zitting van 16 september 2013 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr N.A. Heidanus, advocaat te Groningen, en de advocaat- generaal mr M.J.M van der Mark.

Overwegingen:

Het advies van de kliniek

De terbeschikkinggestelde is een chronisch psychiatrische patiënt bij wie sprake is van een bipolaire stoornis, een persoonlijkheidsstoornis en van een forse verslavingsproblematiek. Hij heeft geen enkel ziekte-inzicht of probleembesef. Op grond van de geringe behandelrespons is in 2008 besloten hem de longstay-status toe te kennen. Er is gekozen voor een behandeltraject gericht op langdurige zorg met kwaliteit van leven. De terbeschikkinggestelde is het hier niet mee eens en laat veel passief verzet zien wanneer van hem enige vorm van inzet wordt verwacht. De longstay-status is in 2012 opgeheven; niet op grond van positief behandelresultaat maar om de terbeschikkinggestelde te kunnen plaatsen in een transmurale voorziening waar hij langdurig kan verblijven.

In september 2012 valt de terbeschikkinggestelde onverwacht terug in zijn oude gedrag van manische ontremming en stelt hij zich dreigend en agressief op. Separatie is nodig om hem weer in het gareel te krijgen en hij wordt opnieuw ingesteld op medicatie. Betrokkene pakt hierna de draad van het bestaan weer op, maar blijft intussen alles buiten zichzelf leggen. Deze terugval is voor hem dan ook geen reden om stil te staan bij zijn probleemgedrag. Toewerken naar onbegeleide verloven en nadenken over een toekomst waarin behandeling en begeleiding geleidelijk verminderd kunnen worden is voor betrokkene geen optie. Het ontbreekt hem aan ziekte-inzicht.

Het risico van gewelddadig gedrag wordt bij transmuraal verlof met verblijf op [kliniek], een woonvoorziening met intensieve begeleiding en beveiliging van de [kliniek], met begeleid verlof als laag ingeschat. Zonder het dwingend kader van de maatregel van terbeschikkingstelling wordt het risico van gewelddadig gedrag op de lange termijn ingeschat als matig tot hoog. De inschatting is dat betrokkene dan snel zal terugvallen in excessief alcoholgebruik, geen medicatie meer zal gebruiken en zal ontregelen. In eerste instantie is er een risico van kleine incidenten met willekeurige slachtoffers. De kliniek adviseert daarom de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen.

Uit het aanvullend advies van de kliniek van 10 september 2013 komt naar voren dat de terbeschikkinggestelde een wisselende periode heeft doorgemaakt. De naderende hoger beroep zitting houdt hem veel bezig en zorgt voor spanningen.

Het advies van de externe deskundigen

Uit de psychiatrische rapportage van [psychiater] van 18 december 2013 komt naar voren dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een bipolaire stoornis, een cognitieve stoornis NAO en alcohol afhankelijkheid, die ondanks de justitiële setting niet in remissie is. Daarnaast is er sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en afhankelijke trekken. Naar het recidiverisico kan op verschillende manieren worden gekeken.

De terbeschikkinggestelde is een man zonder ziektebesef en/of-inzicht, met evidente stoornissen die ook zonder de tbs aanwezig zullen zijn en dan zelfs kunnen verslechteren. Dit zal zeker leiden tot botsingen met zijn omgeving, maar op basis van het laag tot matige risico voor een ernstig geweldsdelict of brandstichting, zou besloten kunnen worden de terbeschikkingstelling af te bouwen door middel van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. De reclassering zou de terbeschikkinggestelde dan kunnen ondersteunen bij het vinden van huisvesting en een uitkering en hem zo mogelijk ook kunnen motiveren tot voortgezet medicatie-gebruik. Een forensische polikliniek zou de behandeling over kunnen nemen. Alternatief binnen deze lijn zou een BOPZ -plaatsing kunnen zijn.

Vanwege de alcoholproblematiek, recidive manieën na het staken van medicatiegebruik, de persoonlijkheidsstoornis en de beperkingen vanuit de cognitieve stoornis, vertoont de terbeschikkinggestelde een hoog risico ten aanzien van licht tot matig delict gedrag.

Ter voorkoming van dit delict gedrag, sociaal deraillement, voorspelbaar ontregelend wegzakken van de terbeschikkinggestelde en ten slotte als reactie hierop plaatsvindende overmatige maar onmachtige lokale politie- en hulpverleningsinterventies, lijkt voorzetting van de terbeschikkingstelling, met twee jaar, te prefereren.

Uit de psychologische rapportage van [psycholoog] van 24 januari 2013 komt naar voren dat er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een bipolaire stoornis, een persoonlijkheidsstoornis en een verslavingsgevoeligheid, gecompliceerd door hersenschade, waardoor er sprake is van beperkte leerbaarheid. Binnen het huidige risicomanagement is het risico op geweldsdelicten laag. Zonder maatregelkader is klinisch taxerend de kans op recidive wellicht niet zo hoog, dit in tegenstelling tot de meer statistisch bepaalde bevindingen die naar een matig tot hoog risico op geweldsdelicten in de breedte verwijzen.

Er zou risicomanagement buiten de kliniek mogelijk kunnen zijn, maar betrokkene heeft geen ziektebesef, is, moeilijk begeleidbaar, wil op zichzelf wonen en houdt de hulpverlening op afstand. Betrokkene verzet zich tegen psychiatrische bemoeienis van instellingen en zal zich niet voegen binnen de BOPZ. Om diezelfde reden is een voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging gedoemd te mislukken: de terbeschikkinggestelde zal zich niet houden aan de voorwaarden van de reclassering. Primair wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging te verlengen met twee jaar.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van de officier van justitie moet worden afgewezen. Er is geen recidivegevaar meer en er is sprake van schending van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, gezien ook de lange duur van de terbeschikkingstelling. Ook heeft de rechtbank in haar vorige beslissing al een duidelijke aanwijzing gegeven dat door de kliniek naar de mogelijkheden van een overgang naar de reguliere GGZ gekeken moest worden. Dat is niet gebeurd, de terbeschikkingstelling werd gewoon weer verlengd. De terbeschikkinggestelde hoort als chronische patiënt in de GGZ. De argumenten van de externe deskundigen die een verlenging lijken te onderbouwen, passen bij de criteria van de Wet BOPZ. De adviezen zijn in belangrijke mate gebaseerd op het bestwil-criterium en niet op het gevaar criterium.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht de behandeling van de zaak aan te houden voor het opstellen van een maatregelrapport door de reclassering met het oog op een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Meer subsidiair heeft de raadsman bepleit de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar te verlengen met de overweging dat de kliniek de mogelijkheid van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis dient te onderzoeken.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Uit de zesjaarsrapportage en het advies van de kliniek komt naar voren dat de terbeschikkinggestelde permanent structuur en begeleiding nodig heeft. Voorts komt naar voren dat de terbeschikkinggestelde geen zicht heeft op zijn problematiek en zich verzet tegen psychiatrische bemoeienissen van instellingen. Gelet op de ernst van de stoornis, het feit dat recidivegevaar bij een eventuele beëindiging als matig-hoog wordt ingeschat en het geven dat de terbeschikkinggestelde nog veel zorg en begeleiding nodig heeft, is voortzetting van de maatregel geïndiceerd. Van schending van het proportionaliteitsbeginsel is geen sprake nu niet alleen de duur van de terbeschikkingstelling een rol speelt, maar ook de mate van het delict gevaar. Aan de andere kant duurt de terbeschikkingstelling inmiddels wel al 17 jaar en is het wenselijk dat door de kliniek gekeken wordt naar de mogelijkheden van een geruisloze overgang naar de reguliere GGZ. De advocaat-generaal denkt daarbij aan een proefplaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis. Indien dit goed verloopt kan de proefplaatsing gevolgd worden door een opname van de terbeschikkinggestelde in het kader van een BOPZ-machtiging. Alsdan kan een nieuwe vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling achterwege blijven. De advocaat-generaal heeft in het licht van deze feiten en omstandigheden geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en tot verlenging van de maatregel voor de duur van één jaar met de opdracht aan de kliniek plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis te onderzoeken.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, daar het tot een andere beslissing komt.

Stoornis

Uit voormelde adviezen blijkt dat er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een

bipolaire stoornis, alcohol afhankelijkheid en een persoonlijkheidsstoornis NAO .

Recidivegevaar

Het risico van gewelddadig gedrag wordt bij transmuraal verlof met verblijf op [kliniek], een woonvoorziening met intensieve begeleiding en beveiliging van de [kliniek], met begeleid verlof als laag ingeschat. Zonder het dwingend kader van de maatregel van terbeschikkingstelling is naar het oordeel van het hof het risico voor geweldsdelicten nog onverantwoord hoog. De inschatting is dat betrokkene zonder de geboden structuur snel zal terugvallen in excessief alcoholgebruik, geen medicatie meer zal gebruiken en zal ontregelen.

Verlenging

Gelet op de advisering van de kliniek en de advisering van de externe deskundigen is het hof van oordeel dat de algemene veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling eist.

Afwijzen verzoek

Het hof acht zich op basis van de voorhanden informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek tot het door de reclassering doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen, nu de noodzakelijkheid daarvan niet is gebleken. Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging thans prematuur.

Proportionaliteit en subsidiariteit

De terbeschikkingstelling is ingegaan op 27 februari 1996 en loopt dus thans meer dan zeventien jaren. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat bij verlenging van de maatregel van disproportionaliteit geen sprake is. Het hof acht evenmin strijd met het beginsel van de subsidiariteit aanwezig, nu uit de stukken blijkt dat er nog steeds geen geschikte alternatieven zijn om de terbeschikkinggestelde op een veilige wijze te kunnen laten functioneren in de maatschappij zonder de structuur van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

Bijzondere overweging

Het hof acht het meer dan wenselijk dat de kliniek ervoor zorgdraagt dat de terbeschikkinggestelde in het kader van een proefplaatsing wordt overgeplaatst naar een GGZ-instelling met het oog op (eventuele) uitstroom op termijn vanuit het tbs-kader naar de reguliere GGZ. Indien de proefplaatsing goed verloopt kan deze gevolgd worden door een opname van de terbeschikkinggestelde in het kader van een BOPZ-machtiging. Een nieuwe vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling kan dan achterwege worden gelaten. Met het oog hierop zal het hof de terbeschikkingstelling met slechts één jaar verlengen.

Beslissing

Het hof:

Wijst af het verzoek tot het laten opmaken van een maatregelrapport met betrekking tot de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 27 maart 2013 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar.

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr. J.W. Rijkers en mr F.G. Bauduin als raadsheren,

en drs. R. Poll en prof. dr. W.J. Schudel als raden,

in tegenwoordigheid van mr J.P. Fuchs-van Dis als griffier,

en op 30 september 2013 in het openbaar uitgesproken.

Mr Bauduin en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.