Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:9058

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-11-2013
Datum publicatie
29-11-2013
Zaaknummer
21-002603-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling art. 6 WVW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002603-13

Uitspraak d.d.: 29 november 2013

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Nederland van 25 januari 2013 met parketnummer 05-700176-11 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 november 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. I.C.E. Draisma, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

Feit 1

Primair

hij op of omstreeks 13 januari 2011, te Druten, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A73 en/of de Maas en Waal weg en/of de Noord-Zuid, roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl het zicht ter plaatse werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd door het ontbreken van (enig) daglicht en/of door (lichte) regenval, en/of terwijl het wegdek van die Noord-Zuid ter plaatse nat was, en/of terwijl hij onder invloed verkeerde van (een aanzienlijke hoeveelheid) drugs namelijk (ongeveer 90 mg/l) GHB (gamma-hydroxy-boterzuur) en/of een (geringe) hoeveelheid van een of meerdere andere stoffen (bevattende cannabionoiden en/of cocaïne en/of lidocaine), althans na het gebruik van een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid drugs, die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, over die Rijksweg A73 slingerend heeft gereden, en/of (vervolgens), aangekomen op de Maas en Waal weg, over die Maas en Waal weg met wisselende snelheden en/of slingerend heeft gereden en/of daarbij een of meerdere rijstroken heeft gebruikt, en/of (daarbij) in strijd met artikel 76 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn, verdachtes, voertuig de op die Maas en Waal weg aangebrachte doorgetrokken streep heeft overschreden en/of met zijn, verdachtes, voertuig aan de linkerzijde van die doorgetrokken streep heeft gereden, en/of (daarbij) niet, althans onvoldoende, aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van voornoemd Reglement, en/of (vervolgens), aangekomen op die Noord-Zuid, over die Noord-Zuid heeft gereden waarbij hij, verdachte, ter hoogte van een bocht, bezien vanuit de rijrichting van verdachte, naar links bij de kruising/splitsing van de Noord-Zuid met de Houtsestraat de binnenbocht heeft genomen, en/of (daarbij) is gaan rijden en/of heeft gereden over de weghelft bestemd voor het tegemoetkomend verkeer, en/of (daarbij) niet, althans onvoldoende, aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, als gesteld in artikel 3 lid 1 van voornoemd Reglement, en/of (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen gedeelte van die Noord-Zuid en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een ander motorrijtuig (personenauto), welke hem tegemoet kwam, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht, terwijl bij dit ongeval verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, lid 1 WVW 1994 aangezien verdachte toen dat voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten (ongeveer 90 mg/l) GHB (gamma-hydroxy-boterzuur) en/of een hoeveelheid van een of meerdere andere stoffen (bevattende cannabinoïden en/of cocaïne en/of lidocaïne), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.

Subsidiair

1.

hij op of omstreeks 13 januari 2011 te Druten in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Rijksweg A73 en/of de Maas en Waal weg en/of de Noord-Zuid, terwijl het zicht ter plaatse werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd door het ontbreken van (enig) daglicht en/of door (lichte) regenval, en/of terwijl het wegdek van die Noord-Zuid ter plaatse nat was, en/of terwijl hij onder invloed verkeerde van (een aanzienlijke hoeveelheid) drugs namelijk (ongeveer 90 mg/l) GHB (gamma-hydroxy-boterzuur) en/of een (geringe) hoeveelheid van een of meerdere andere stoffen (bevattende cannabionoiden en/of cocaïne en/of lidocaine), althans na het gebruik van een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid drugs, die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, over die Rijksweg A73 slingerend heeft gereden, en/of (vervolgens), aangekomen op de Maas en Waal weg, over die Maas en Waal weg met wisselende snelheden en/of slingerend heeft gereden en/of daarbij een of meerdere rijstroken heeft gebruikt, en/of (daarbij) in strijd met artikel 76 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn, verdachtes, voertuig de op die Maas en Waal weg aangebrachte doorgetrokken streep heeft overschreden en/of met zijn, verdachtes, voertuig aan de linkerzijde van die doorgetrokken streep heeft gereden, en/of (daarbij) niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, als gesteld in artikel 3 lid 1 van voornoemd Reglement, en/of (vervolgens), aangekomen op die Noord-Zuid, over die Noord-Zuid heeft gereden waarbij hij, verdachte, ter hoogte van een bocht, bezien vanuit de rijrichting van verdachte, naar links bij de kruising/splitsing van de Noord-Zuid met de Houtsestraat de binnenbocht heeft genomen, en/of (daarbij) is gaan rijden en/of heeft gereden over de weghelft bestemd voor het tegemoetkomend verkeer, en/of (daarbij) niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, als gesteld in artikel 3 lid 1 van voornoemd Reglement, en/of (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen gedeelte van die Noord-Zuid en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een ander motorrijtuig (personenauto), welke hem tegemoet kwam, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

en

2.

hij op of omstreeks 13 januari 2011 te Druten als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten (ongeveer 90 mg/l) GHB (gamma-hydroxy-boterzuur) en/of een hoeveelheid van een of meerdere andere stoffen (bevattende cannabionoiden en/of cocaïne en/of lidocaine), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder dat het niet aannemelijk acht dat verdachte zich niet bewust was van het gebruik van GHB op de dag van het ongeval. De stelling dat zonder medeweten van verdachte in de whisky die verdachte kort voor het ongeval heeft genuttigd GHB zat, is op geen enkele manier onderbouwd. Daarbij komt dat verdachte ter terechtzitting in hoger beroep op dit punt niet consistent heeft verklaard. Zo verklaart hij voorafgaand aan zijn verklaring dat hij niet wist dat hij GHB had ingenomen dat hij vaker middelen gebruikt, dat het de dag van het ongeval ‘wel wat uit de hand gelopen is’, omdat hij ‘het echt niet meer zag zitten’ en dat hij vlak voor dat hij vertrok verdovende middelen heeft gebruikt.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1

Primair

hij op 13 januari 2011, te Druten als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A73 en de Maas en Waal weg en de Noord-Zuid zeer onoplettend en onvoorzichtig heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl het zicht ter plaatse werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd door het ontbreken van (enig) daglicht en door (lichte) regenval, en terwijl het wegdek van die Noord-Zuid ter plaatse nat was, en terwijl hij onder invloed verkeerde van een aanzienlijke hoeveelheid drugs namelijk ongeveer 90 mg/l GHB (gamma-hydroxy-boterzuur), die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, over die Rijksweg A73 slingerend heeft gereden, en vervolgens, aangekomen op de Maas en Waal weg, over die Maas en Waal weg met wisselende snelheden en slingerend heeft gereden en daarbij meerdere rijstroken heeft gebruikt, en daarbij in strijd met artikel 76 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn, verdachtes, voertuig de op die Maas en Waal weg aangebrachte doorgetrokken streep heeft overschreden en met zijn, verdachtes, voertuig aan de linkerzijde van die doorgetrokken streep heeft gereden, en daarbij niet, aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van voornoemd Reglement, en vervolgens, aangekomen op die Noord-Zuid, over die Noord-Zuid heeft gereden waarbij hij, verdachte, ter hoogte van een bocht, bezien vanuit de rijrichting van verdachte, naar links bij de kruising van de Noord-Zuid met de Houtsestraat de binnenbocht heeft genomen, en daarbij is gaan rijden en heeft gereden over de weghelft bestemd voor het tegemoetkomend verkeer, en daarbij niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, als gesteld in artikel 3 lid 1 van voornoemd Reglement, en daarbij niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen gedeelte van die Noord-Zuid en het overige verkeer heeft gelet en is blijven letten, en vervolgens is gebotst tegen een ander motorrijtuig (personenauto), welke hem tegemoet kwam, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, terwijl bij dit ongeval verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, lid 1 WVW 1994 aangezien verdachte toen dat voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten ongeveer 90 mg/l GHB (gamma-hydroxy-boterzuur), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van deze wet.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft, door zich op de weg te begeven terwijl hij niet tot behoorlijk rijden in staat was, een ongeval veroorzaakt waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Mede in aanmerking dat het ongeval is voorafgegaan door zeer gevaarzettend rijgedrag en dat de gevolgen vele malen erger hadden kunnen zijn, is het hof van oordeel dat het gedrag van verdachte in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt.

In de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet het hof reden om de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Het hof heeft daarbij in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte hulp heeft gezocht om abstinent te blijven van GHB en dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf verdachtes plannen om een eigen bedrijf te beginnen zouden doorkruisen, Ter compensatie zal het hof verdachte wel veroordelen tot een forse werkstraf en een onvoorwaardelijk ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) jaren.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door

mr M. Otte, voorzitter,

mr P.A.H. Lemaire en mr. K. Lindenberg, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr R. Robroek, griffier,

en op 29 november 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. K. Lindenberg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.