Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:8867

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-11-2013
Datum publicatie
21-11-2013
Zaaknummer
200.121.526
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Aanbesteding; verzoek voorlopig getuigenverhoor over afgesloten aanbestedingsprocedure in verband met mogelijke vordering tot schadevergoeding.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 186
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 187
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2014/5
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.121.526/01

(zaaknummer rechtbank 324439)

beschikking van de zesde kamer van 19 november 2013

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Human Company B.V.,

gevestigd te Amersfoort,
verzoekster,

hierna: Human Company,

advocaat: mr. P.M. Smid,

en

de naamloze vennootschap

NS Groep N.V.,

gevestigd te Utrecht,

verweerster,

hierna: NS Groep,

advocaat: mr. I.S. Feenstra.


1.Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de beschikking van 7 november 2012 (met het hierboven vermelde kenmerk) die de rechtbank Utrecht tussen Human Company als verzoekster en NS Groep als verweerster heeft gegeven.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij verzoekschrift van 6 februari 2013 heeft Human Company verzocht de beschikking van de rechtbank Utrecht van 7 november 2012 te vernietigen en alsnog rechtdoende, het verzoek van Human Company tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor toe te wijzen en NS Groep te veroordelen in de kosten van dit geding, alsmede de kosten van het geding in eerste aanleg, daaronder begrepen het salaris van de advocaat van Human Company.

2.2

Bij verweerschrift van 3 april 2013 heeft NS Groep het hof verzocht de grieven van Human Company te verwerpen en de beschikking van de rechtbank Utrecht van 7 november 2012 te bekrachtigen, al dan niet met verbetering van gronden, en het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor af te wijzen, met veroordeling van Human Company in de proceskosten aan de zijde van NS Groep.

2.3

Op 4 oktober 2013 is ingekomen ter griffie van het hof de brief van 3 oktober 2013 van de zijde van NS Groep, met producties.

2.4

Op 14 oktober 2013 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Human Company zijn verschenen [medewerker G] en [medewerker J], bijgestaan door hun advocaat. Namens NS Groep zijn verschenen [medewerker D] en [medewerker R], eveneens bijgestaan door hun advocaat.

3 De motivering van de beslissing

3.1

Het verzoek van Human Company strekt ertoe dat - kort gezegd – een voorlopig getuigenverhoor zal worden bevolen omtrent (1) de aanbestedingsprocedure met betrekking tot de opdracht van werving en selectie van 100 man personeel voor NS Groep in 2010, (2) de aanbestedingsprocedure met betrekking tot de opdracht psychologische veiligheidgeschiktheidskeuringen van het personeel van NS Groep in 2011 en (3) de beëindiging van de raamovereenkomst tussen Human Company en NS Groep. Human Company wenst haar stellingen ten aanzien van deze drie onderwerpen door middel van een voorlopig getuigenverhoor met getuigenbewijs te onderbouwen. Human Company stelt dat NS Groep onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en daarom schadeplichtig is. Zij wenst zeven met name genoemde getuigen te horen.

3.2

Het hof stelt voorop dat ingevolge artikel 186 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de rechter in gevallen, waarin bij de wet het bewijs door getuigen is toegelaten, een voorlopig getuigenverhoor kan bevelen. Op grond van artikel 187 lid 3 onder a en b Rv dient een verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor de aard en het beloop van de vordering te vermelden en de feiten of rechten die men wil bewijzen. Vaste rechtspraak is dat de verzoeker het feitelijke gebeuren waarover hij de getuigen wil horen, zodanig moet omschrijven dat de rechter die op het verzoek beslist, kan toetsen of dit, gelet op de wettelijke eisen en de mogelijkheid van misbruik, voor toewijzing vatbaar is, en dat verder voor de rechter voor wie het verhoor wordt gehouden en voor de wederpartij met het oog op de te stellen vragen voldoende duidelijk is op welk feitelijk gebeuren dit betrekking zal hebben. Een verzoekschrift dient evenwel voldoende concreet en ter zake dienend te zijn en feiten te bevatten die zich lenen voor een getuigenverhoor.

3.3

Het hof is van oordeel dat het verzoek van Human Company ten aanzien van het eerste, een gedeelte van het tweede onderwerp en het derde onderwerp niet voldoet aan het bepaalde in artikel 187 lid 3 onder b Rv. Human Company heeft in het licht van het door NS Groep gevoerde verweer niet (voldoende duidelijk) omschreven welke concrete feiten en omstandigheden zij wil bewijzen. Weliswaar vermeldt Human Company ten aanzien van het eerste onderwerp (aanbesteding in 2010) in haar beroepschrift onder de nummers 15, 16, 17, 77 en 78 dat zij met het voorlopig getuigenverhoor duidelijkheid wil verkrijgen over de gehanteerde regelgeving en de voorwaarden waaronder, de duur van en de wijze waarop de aanbesteding in de markt is gezet en welke omvang deze opdracht had en nu heeft, maar zij verzuimt te beschrijven welk concreet, als onrechtmatig aan te merken, handelen of nalaten van NS Groep zij wil bewijzen. De toelichting in de nummers 7 tot en met 16 van de pleitnota van Human Company maakt dit niet anders. Ook ten aanzien van het derde onderwerp (beëindiging raamovereenkomst) is het verzoek van Human Comany te vaag. Uit de toelichting van Human Company in de nummers 54 tot en met 69 en de punten 25 en 26 van de pleitnota blijkt onvoldoende welk concreet handelen of nalaten van de NS Groep zij ten aanzien van dit onderwerp wil bewijzen. Het oordeel van het hof is niet anders ten aanzien van het gedeelte van het tweede onderwerp (aanbesteding 2011) dat ziet op de beoordeling van de gunningscriteria betreffende de kwaliteit en de uitbreiding van de opdracht na gunning. Human Company heeft onder de nummers 31 tot en met 45 van haar beroepschrift en in haar pleitnota een toelichting gegeven waarom zij een voorlopig getuigenverhoor wenst, maar laat ook op deze onderwerpen na te beschrijven welk concreet, als onrechtmatig aan te merken, handelen of nalaten van de NS Groep zij wil bewijzen. Het verzoek van Human Company zal in zoverre dus worden afgewezen.

3.4

Het verzoek van Human Company voldoet ten aanzien van het tweede onderwerp (aanbesteding 2011) op het onderwerp 'erkenning DVIS als minimumeis' wel aan de in artikel 187 lid 3 Rv vermelde eis. Human Company heeft onweersproken gesteld dat TestNed, welk bedrijf een combinatie is van Bijleveld & Vriesland en LTP, ten tijde van de inschrijving en ook thans niet voldoet aan de minimumeisen, meer specifiek de eis onder 4.3.3.5 van de eisen zoals genoemd in de Offerteaanvraag. Volgens Human Company wordt in de Offerteaanvraag in artikel 4.3.3.5 IVW-certificering als minimumeis gesteld dat inschrijvers voor de keuringen van trainmanagers en machinisten van NS Hispeed dienen te beschikken over de erkenning van DVIS (Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit Spoorwegen). Een inschrijver dient blijkens artikel 8.12 van de Offerteaanvraag zowel het IVW-certificaat, het auditrapport als de erkenning DVIS bij te voegen, althans te uploaden. Volgens Human Company heeft Testned noch Bijleveld & Vriesland en LTP hieraan voldaan.

Het hof is van oordeel dat Human Company haar belang bij het doen houden van een voorlopig getuigenverhoor op dit onderwerp voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Het gaat hierbij immers om voldoende concrete feiten die Human Company in dit kader wenst te bewijzen. Het verweer van NS Groep dat TestNed nog niet bestond ten tijde van de inschrijving en dat uit de aanbestedingsstukken niet volgt dat beide partijen in de combinatie TestNed aan deze minimumeis moeten voldoen, doet aan dit oordeel niet af.

3.5

Human Company voert in het kader van de aanbesteding in 2011 tevens aan dat de voorwaarden na de gunning gewijzigd zijn, meer specifiek ten aanzien van het gebruik van de historische gegevens. Human Company heeft naar het oordeel van het hof - in het licht van het verweer van NS Groep en de toelichting van NS Groep ter zitting - onvoldoende aangetoond wat haar belang is bij het horen van getuigen over dit onderwerp. Dit onderwerp zal derhalve geen onderdeel uitmaken van een voorlopig getuigenverhoor.

3.6

Nu geen sprake is van misbruik van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel, strijd met een goede procesorde, dan wel een ander als zwaarwichtig aan te merken bezwaar (zie HR 11 februari 2005, LJN AR6809, en HR 21 november 2008, LJN BF3938), zal het hof het verzoek van Human Company in zoverre toewijzen.

3.7

Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en het verzoek ten aanzien van het hierboven onder 3.4 in de eerste alinea weergegeven onderwerp van erkenning DVIS als minimumeis toewijzen en de bestreden beschikking voor het overige bekrachtigen. Het hof zal de zaak terugverwijzen naar de rechtbank Utrecht voor de verdere afdoening met inachtneming van deze beschikking.

3.8

Nu partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld, zal het hof de kosten van de beide instanties op na te noemen wijze compenseren.

4 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Utrecht van 7 november 2012 voor zover het verzoek van Human Company daarbij geheel is afgewezen en in zoverre opnieuw beschikkende:

beveelt een voorlopig getuigenverhoor met betrekking tot de onder 3.4 van deze beschikking omschreven feiten;

bekrachtigt die beschikking voor het overige;

compenseert de kosten van het geding in beide instanties aldus, dat iedere partijen de eigen kosten draagt;

verwijst de zaak terug naar de Rechtbank Utrecht ter verdere afdoening.

Deze beschikking is gegeven door mrs. S.M. Evers, P.H. van Ginkel en A.A. van Rossum, bijgestaan door mr. M. Ligtenberg-Vastenholt als griffier, en is op 19 november 2013 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.