Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:8856

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-11-2013
Datum publicatie
26-11-2013
Zaaknummer
21-006238-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opgewekt vertrouwen openbaar ministerie. Het hof verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006238-13

Uitspraak d.d.: 15 november 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 3 april 2013 met parketnummer 16-030559-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 november 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. S. Meeuwsen, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De dagvaarding voor de terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland op 3 april 2013 is op 12 februari 2013 in persoon aan verdachte betekend.

Verdachte kon volgens de wet gedurende veertien dagen na de uitspraak van het vonnis op 3 april 2013 – derhalve uiterlijk op 17 april 2013 – daartegen hoger beroep instellen. Het hoger beroep is pas na het verstrijken van die termijn, te weten op 11 juli 2013, ingesteld. In beginsel heeft verdachte derhalve te laat hoger beroep ingesteld.

Ter terechtzitting van het hof heeft de raadsman een mededeling uitspraak houdende het vonnis waarvan beroep overgelegd alsmede een daarbij behorende akte van uitreiking van 2 juli 2013. In de bijsluiter van de mededeling uitspraak is vermeld dat het vonnis waarvan beroep niet onherroepelijk is en dat verdachte daartegen binnen veertien dagen na uitreiking van de mededeling uitspraak een rechtsmiddel kan aanwenden. De raadsman heeft, gelet op het vorenstaande, betoogd dat door het openbaar ministerie de gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat de beroepstermijn nog niet was aangevangen. Derhalve is sprake van een bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheid welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doet zijn.

Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

‘De omstandigheid dat, zoals uit de gedingstukken kan blijken, na het verstrijken van de appeltermijn door onjuiste informatie van de Officier van Justitie bij de verdachte het vertrouwen is gewekt dat een alsnog binnen een bij de mededeling van de Officier van Justitie genoemde termijn ingesteld hoger beroep ontvankelijk is, brengt niet mee dat — in geval binnen laatstbedoelde termijn hoger beroep is ingesteld — de rechter art. 408, eerste lidart. 408, eerste lid, onder a, Sv buiten toepassing zou behoren te laten en de verdachte ontvankelijk zou moeten verklaren in zijn hoger beroep. Immers in dat geval is de verdachte op grond van dat — na het verstrijken van de appeltermijn opgewekt — vertrouwen niet in een nadeliger positie gekomen dan indien dat vertrouwen niet zou zijn opgewekt, zodat onvoldoende grond bestaat om het buiten behandeling blijven van het hoger beroep onaanvaardbaar te achten’.

(HR 10 september 1996, NJ 1997,10).

Gelet op het vorenstaande verwerpt het hof het verweer van de raadsman.

Nu ook overigens niet is gebleken van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, kan de verdachte niet in zijn beroep worden ontvangen Het hof zal de verdachte derhalve niet ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr B.J.J. Melssen, voorzitter,

mr P.R. Wery en mr F.G. Bauduin, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr G.J.B. van Weegen, griffier,

en op 15 november 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr F.G. Bauduin is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.