Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:8818

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-11-2013
Datum publicatie
22-11-2013
Zaaknummer
21-002567-11
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALM:2011:184, Meerdere afhandelingswijzen
Cassatie: ECLI:NL:HR:2015:2472, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitspraak Sneep 2. Veroordeling mensenhandel. Vrijspraak criminele organisatie. Interpretatie artikel 273f eerste lid aanhef sub 6 Sr (Opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting van een ander).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002567-11

Uitspraak d.d.: 22 november 2013

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Almelo van 18 februari 2011 met parketnummer 08-963011-07 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van onderscheidenlijk 3 oktober 2011, 1 november 2011, 21 juni 2012, 22 juni 2012, 12 juli 2012, 12 september 2012, 20 december 2012, 5 april 2013, 20 september 2013, 8 oktober 2013, 10 oktober 2013 en 22 november 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal kort en zakelijk weergegeven inhoudende dat verdachte terzake de feiten 1 (voor zover nog aan de orde), 3 en 4 zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 32 maanden.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door en namens verdachte door zijn raadsvrouw mr. M.C. van Megen, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht kort en zakelijk weergegeven inhoudende dat verdachte terzake de feiten 1 (voor zover nog aan de orde), 3 en 4 zal worden vrijgesproken.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover verdachte hoger beroep heeft ingesteld tegen de vrijspraak voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zal de verdachte in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

Daarbij komt dat het hof met zijn beslissing van 1 november 2011 het openbaar ministerie terzake feit 1 (voorzover dat betrekking heeft op [slachtoffer 1]) en feit 2 reeds niet-ontvankelijk heeft verklaard in het ingestelde hoger beroep.

Op grond van het voorstaande zijn in hoger beroep dus nog de volgende feiten aan de orde:

- feit 1: (medeplegen van/medeplichtigheid aan) mensenhandel met betrekking tot [slachtoffer 1] in verschillende varianten

- feit 3: (medeplegen van/medeplichtigheid aan) mensenhandel met betrekking tot [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] in verschillende varianten

- feit 4: deelname aan een criminele organisatie

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen, omdat het tot een andere beslissing komt terzake het onder 4 ten laste gelegd feit en, in verband daarmee, de strafoplegging en ter zake het onder 1 ten laste gelegde feit tot een andere motivering dan de rechtbank. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

Daarbij zij opgemerkt dat het hof terzake feit 3 grotendeels tot dezelfde beslissingen komt als de rechtbank en zoals hierna weergegeven de overwegingen van de rechtbank terzake die feiten grotendeels tot de zijne maakt.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en zoals deze tenlastelegging ter zake deze feiten in hoger beroep is gewijzigd, dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 07 februari 2007 te Alkmaar en/of Utrecht en/of Amsterdam en/of Amstelveen en/of Assendelft, gemeente Zaanstad, en/of (elders) in Nederland en/of Duitsland en/of België en/of Polen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een ander, te weten [slachtoffer 1], (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een ) perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] heeft/hebben, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een) perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] heeft/hebben, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (telkens) onder de omstandighe(i)d(en) dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie en/of het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] heeft, enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of

- (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) ander feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een) perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] heeft/hebben, heeft gedwongen dan bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1]’s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n),

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of die bedreiging met geweld en/of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en), die afpersing en/of die fraude en/of dat misbruik en/of die misleiding en/of

die (ondernomen) handeling(en) hieruit dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) is/heeft/hebben/zijn

(telkens)

- met die [slachtoffer 1] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [slachtoffer 1] (aldus) ingepalmd en/of (emotioneel) van hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s) afhankelijk gemaakt en/of

- voor die [slachtoffer 1] (een) werkplek(ken) en/of gelegenheid geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [slachtoffer 1] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [slachtoffer 1] als prostituee laten werken en/of

- bepaald dat die [slachtoffer 1] moest werken en/of hoe lang zij moest werken en/of hoeveel zij moest verdienen en/of

- die [slachtoffer 1] (het) door haar met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk aan hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afstaan en/of afdragen en/of laten afstaan/afdragen en/of die [slachtoffer 1] (aldus) in een (verder) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijke positie gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] (een) – door verdachte en/of verdachtes mededader(s) geregelde en/of bepaalde – borstvergrotende en/of neuscorrigerende operatie(s) laten ondergaan (om haar als prostituee aantrekkelijker te maken) en/of

- die [slachtoffer 1] geslagen en/of op (anderszins) agressieve/gewelddadige wijze benaderd en/of onder druk gezet en/of (aldus) een dermate dreigende sfeer gecreëerd dat die [slachtoffer 1] geen of (te) weinig weerstand tegen verdachte en/of verdachtes mededader(s) kon/durfde te bieden en/of voortgebouwd op de bij die [slachtoffer 1] door eerder agressief/gewelddadig handelen ontstane angst voor (verder) geweld van de zijde van verdachte en/of verdachtes mededader(s) en/of

- die [slachtoffer 1] vrees ingeboezemd voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of haar vrienden en/of

- die [slachtoffer 1] in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij zich niet kon onttrekken aan de van verdachte en verdachtes mededader(s) uitgaande groepsdwang en/of groepsintimidatie en/of

- die [slachtoffer 1] (tijdens haar prostitutiewerkzaamheden) in de gaten gehouden en/of in haar buurt gebleven en/of haar gecontroleerd en/of zorg gedragen voor de controle en/of het toezicht op haar prostitutiewerkzaamheden, althans haar laten controleren en toezicht laten houden op haar gangen, contacten en/of werkzaamheden en/of

- die [slachtoffer 1] begeleid/gebracht van en naar haar kamer/werkplek (alwaar zij zich prostitueerde en/of van en naar haar/hun woning/verblijfplaats teruggebracht en/of

- die [slachtoffer 1] opgehaald uit Duitsland, althans naar Nederland vervoerd en/of naar Duitsland gebracht, althans naar Duitsland vervoerd, althans [slachtoffer 1] in (een) auto(‘s) vervoerd;

subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden,

[medeverdachte 1] en/of een of meer van zijn mededader(s) op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 07 februari 2007 te Alkmaar en/of Utrecht en/of Amsterdam en/of Amstelveen en/of Assendelft, gemeente Zaanstad, en/of (elders) in Nederland en/of Duitsland en/of België en/of Polen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een ander, te weten [slachtoffer 1], (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhei(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een) perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] heeft/hebben, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhei(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een) perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] heeft/hebben, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (telkens) onder de omstandighe(i)d(en) dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie en/of het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] heeft, enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan die [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of

- (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhei(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een) perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] heeft/hebben, heeft gedwongen dan wel bewogen die [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n),

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of die bedreiging met geweld en/of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en), die afpersing en/of die fraude en/of dat misbruik en/of die misleiding en/of

die (ondernomen) handeling(en) hieruit dat [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) is/heeft/hebben/zijn

- met die [slachtoffer 1] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [slachtoffer 1] (aldus) ingepalmd (emotioneel) van hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s) afhankelijk gemaakt en/of

- voor die [slachtoffer 1] (een) werkplek(ken) en/of gelegenheid geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [slachtoffer 1] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [slachtoffer 1] als prostituee laten werken en/of

- bepaald dat die [slachtoffer 1] moest werken en/of hoe lang zij moest werken en/of hoeveel zij moest verdienen en/of

- die [slachtoffer 1] (het) door haar met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk aan hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afstaan en/of afdragen en/of laten afstaan/afdragen en/of die [slachtoffer 1] (aldus) in een (verder) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijke positie gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] (een) – door verdachte en/of verdachtes mededader(s) geregelde en/of bepaalde – borstvergrotende en/of neuscorrigerende operatie(s) laten ondergaan (om haar als prostituee aantrekkelijker te maken) en/of

- die [slachtoffer 1] geslagen en/of op (anderszins) agressieve/gewelddadige wijze benaderd en/of onder druk gezet en/of (aldus) een dermate dreigende sfeer gecreëerd dat die [slachtoffer 1] geen of (te) weinig weerstand tegen verdachte en/of verdachtes mededader(s) kon/durfde te bieden en/of voortgebouwd op de bij die [slachtoffer 1] door eerder agressief/gewelddadig handelen ontstane angst voor (verder) geweld van de zijde van verdachte en/of verdachtes mededader(s) en/of

- die [slachtoffer 1] vrees ingeboezemd voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of haar vrienden en/of

- die [slachtoffer 1] in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij zich niet kon onttrekken aan de van verdachte en verdachtes mededader(s) uitgaande groepsdwang en/of groepsintimidatie en/of

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op een of meer tijdstippen in of omstreeks bovengenoemde periode, in elk geval in of omstreeks de maand(en) mei en/of juli 2005, te Utrecht en/of (elders) in Nederland (telkens) meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest door

- die [slachtoffer 1] (tijdens haar prostitutiewerkzaamheden) in de gaten te houden en/of in haar buurt te blijven en/of haar te controleren en/of zorg te dragen voor de controle en/of het toezicht op haar prostitutiewerkzaamheden en/of verdiensten en/of zijn bevindingen door te geven en/of melden aan [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) en/of

- die [slachtoffer 1] te begeleiden en/of te brengen van en naar haar kamer/werkplek (alwaar zij zich prostitueerde en/of van en naar haar/hun woning/verblijfplaats teruggebracht en/of

- die [slachtoffer 1] op te halen uit Duitsland, althans naar Nederland te vervoeren en/of naar Duitsland te brengen, althans naar Duitsland te vervoeren, althans [slachtoffer 1] in (een) auto(‘s) te vervoeren;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand augustus 2006 tot en met 05 december 2006 te Alkmaar en/of Amsterdam en/of Haarlem en/of Den Haag en/of (elders) in Nederland en/of België en/of Duitsland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- (een) ander(en), te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een) perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft/hebben, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (telkens) heeft aangeworven en/of medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van (een) seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) tegen betaling en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhei(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een) perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft/hebben, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard)

en/of (telkens) onder de omstandighe(i)d(en) dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie en/of het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft,

enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of

- (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhei(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een) perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft/hebben, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van hun/haar, [slachtoffer 2]'s en/of [slachtoffer 3]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n),

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of die bedreiging met geweld en/of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en), die afpersing en/of die fraude en/of dat misbruik en/of die misleiding en/of

die (ondernomen) handeling(en) hieruit dat [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) is/heeft/hebben/zijn

- met voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] - door/met (van) alles voor hen/haar te betalen en/of het geven van veel aandacht - gepaaid/ingepalmd en/of (aldus) (emotioneel) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijk gemaakt en/of

- bij die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] een schuld gecreërd en/of aldus afhankelijk gemaakt van verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar België en/of Duitsland vervoerd/overgebracht om aldaar als prostituee (verder) te (gaan) werken en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (uiteindelijk) vanuit Duitsland naar Nederland vervoerd/overgebracht en/of laten vervoeren/overbrengen om aldaar als prostituee (verder) te (gaan) werken en/of

- voor die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (een) werkplek(ken) en/of verblijfsadres(sen) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon(den) werken en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar hun/haar werkplek(ken) en/of verblijfsadres(sen) gebracht en/of laten brengen en/of van hun/haar werkplek(ken) en/of verblijfsadres(sen) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dagelijks, althans veelvuldig als prostituee laten werken en/of toegezien en/of laten toezien op (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] als prostituee en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of gecontroleerd en/of laten controleren en/of de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ingeperkt en/of laten inperken en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (het) door hen/haar met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk aan hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), laten/doen afstaan en/of laten/doen afdragen en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (aldus) in een (verder) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijke positie gehouden en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de huur/kosten van de woonruimte/verblijfadres van verdachte en/of die van zijn mededader laten/doen betalen en/of

- die [slachtoffer 3] (in bijzijn van [slachtoffer 2]) geslagen en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op (anderszins) agressieve/gewelddadige wijze benaderd en/of onder druk gezet en/of (aldus) een dermate dreigende sfeer gecreëerd dat die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] geen of (te) weinig weerstand tegen verdachte en/of verdachtes mededader(s) kon(den)/durfde(n) te bieden en/of voortgebouwd op de bij die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] door eerder agressief/gewelddadig handelen ontstane angst voor (verder) geweld van de zijde van verdachte en/of verdachtes mededader(s) en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gedreigd/gezegd dat zij Nederland moest verlaten (indien zij niet 1500 euro per week aan hem verdachte en/of zijn mededader(s) zou betalen en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gedreigd/gezegd dat zij verdachte en/of zijn mededader(s) om toestemming moesten vragen om weer in de prostitutie in Nederland te mogen werken en/of

- bepaald wat [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] wel en/of niet mochten en/of waar zij naar toe mochten gaan en/of met wie zij wel en/of niet contact mochten hebben en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] vrees ingeboezemd voor repressie en/of repercussie jegens hen/haar en/of hun/haar familie en/of hun/haar vrienden en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij zich niet kon(den) onttrekken aan de van verdachte en verdachtes mededader(s) uitgaande groepsdwang en/of groepsintimidatie.

4.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2002, althans 01 januari 2005, tot en met 07 februari 2007, te Assendelft, gemeente Zaanstad, en/of Alkmaar en/of Utrecht en/of Amsterdam en/of Amstelveen en/of Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen, en/of Haarlem en/of Den Haag en/of Breukelen en/of (elders) in Nederland en/of Duitsland en/of België en/of Polen en/of Turkije heeft deelgenomen aan een organisatie, onder meer bestaande uit [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of verdachte ('de organisatie [naam]'), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (telkens) plegen van

- mensenhandel, als bedoeld in artikel 250a (oud) van het Wetboek van Strafrecht en/of 273a (oud) van het Wetboek van Strafrecht en/of 273f van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die mensenhandel onder andere bestond uit het seksueel uitbuiten van vrouwen (prostituees) en/of

- (zware) mishandeling, als bedoeld in artikel 300 en/of 302 van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die (zware) mishandeling onder andere bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen van (meerdere) personen (prostituees, klanten van prostituees en/of pooiers) en/of

- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, als bedoeld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (onder andere het bedreigen van prostituees en/of klanten van prostituees) en/of

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van de Wet wapens en munitie (onder andere het voorhanden hebben van steek- en/of vuurwapens) en/of

- afpersing, als bedoeld in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht (onder andere het afhandig maken van geld van prostituees).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak ten aanzien van feit 1 ([slachtoffer 1])

Door het openbaar ministerie is in hoger beroep gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld terzake de tenlastegelegde mensenhandel voor zover dat is toegesneden op artikel 273a (oud)/273f eerste lid aanhef sub 6 Sr: het opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting van de ander. In dat verband heeft het openbaar ministerie het hof uitdrukkelijk verzocht de rechtsvraag te beantwoorden of het voor een bewezenverklaring van dat feit nodig is te bewijzen dat het opzet van verdachte mede gericht was op de uitbuiting van de ander. Het antwoord op die vraag kan naar het oordeel van het hof worden gevonden in de wetsgeschiedenis. Hetgeen het hof daarover zal overwegen met betrekking tot artikel 273f eerste lid aanhef sub 6 Sr geldt ook voor artikel 273a (oud) eerste lid aanhef sub 6 Sr.

Het huidige artikel 273f eerste lid aanhef sub 6 Sr vindt zijn oorsprong in het oude artikel 250a eerste lid aanhef sub 4 Sr zoals dat in de Wet opheffing algemeen bordeelverbod (Stb. 1999, 464) werd geïntroduceerd. Daarin werd strafbaar gesteld ‘degene die opzettelijk voordeel trekt uit seksuele handelingen van een ander met een derde tegen betaling, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich onder de onder 1 genoemde omstandigheden beschikbaar stelt tot het plegen van die handelingen’. Deze onder 1 genoemde omstandigheden betreffen de (ongeoorloofde) middelen die een uitbuitingsituatie creëren of, anders gezegd, de (dwang)middelen waardoor iemand zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling. Als achtergrond wordt in de bijbehorende Memorie van Toelichting de introductie van deze strafbaarstelling, voor zover hier van belang, als volgt gemotiveerd: “Daar het niet volstrekt zeker is of met behulp van deelnemingsconstructies in voldoende mate effectief kan worden opgetreden tegen achtergronddaders, wordt voorgesteld ook uitdrukkelijk strafbaar te stellen degene die opzettelijk voordeel trekt uit seksuele handelingen van een ander met een derde, terwijl hij weet of behoort te weten dat die andere zich onvrijwillig prostitueert (…)” (Kamerstukken II 1996-1997, 25 437, nr. 3, p. 9)

Naar het oordeel van het hof kan deze (oude) delictsomschrijving niet anders worden uitgelegd dan dat het opzet gericht dient te zijn op het voordeel trekken en dat als bijkomende voorwaarde voor strafbaarheid de verdachte op zijn minst redelijkerwijs moet vermoeden dat diegene van wie hij voordeel trekt zich in een uitbuitingsituatie bevindt. De vergelijking dringt zich in dit verband op met het delict schuldheling. Ook de Memorie van Toelichting bij de Wet opheffing algemeen bordeelverbod geeft geen aanleiding de daarbij geïntroduceerde delictsomschrijving van artikel 250a eerste lid aanhef sub 4 anders te interpreteren. Daarin wordt alleen ten aanzien van het tevens nieuw geïntroduceerde artikel 250a eerste lid aanhef sub 5 (‘degene die opzettelijk voordeel trekt uit seksuele handelingen van een ander met een derde tegen betaling, indien die ander minderjarig is’) uitdrukkelijk vastgesteld dat het opzet gericht dient te zijn op het voordeel trekken en dus niet op de minderjarigheid (Kamerstukken II 1996-1997, 25437, nr. 3, p. 9).

Bij de Wet ter uitvoering van internationale regelgeving ter bestrijding van mensensmokkel en mensenhandel (Kamerstukken II 2003-2004, 29 291, nrs. 1-2) is de delictsomschrijving in artikel 250a eerste lid aanhef sub 4 vervangen door de huidige delictsomschrijving in artikel 273 lid 1 aanhef sub 6. Daarin werd als schuldige aan mensenhandel strafbaar gesteld ‘degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander’. Ter toelichting hierop valt in de Memorie van Toelichting slechts te lezen dat daarmee het bepaalde in artikel 250a, eerste lid, onderdeel 4, geacht wordt te zijn uitgebreid tot andere vormen van uitbuiting dan seksuele uitbuiting (Kamerstukken II 2003-2004, 29 291, nr. 3, p. 19). Bij de verdere behandeling van deze wet wordt aan deze delictsomschrijving verder geen aandacht besteed, zodat de conclusie gerechtvaardigd lijkt dat de wetgever geen wijziging in de reikwijdte van de strafbaarstelling van het opzettelijk voordeel trekken uit seksuele uitbuiting heeft willen nastreven.

De slotsom, en daarmee het antwoord op de door het openbaar ministerie opgeworpen rechtsvraag, moet daarom ook zijn dat het opzet bij seksuele uitbuiting slechts gericht hoeft te zijn op het trekken van voordeel uit seksuele handelingen van een ander met een derde tegen betaling en derhalve niet op de situatie van seksuele uitbuiting op zichzelf. Naar het oordeel van het hof blijft, gelet op het voorgaande, echter wel als voorwaarde voor strafbaarheid op grond van artikel 273 lid 1 aanhef sub 6 staan dat diegene die voordeel trekt weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat sprake is van seksuele uitbuiting.

Met betrekking tot dit feit, ten aanzien waarvan slechts kan worden bewezen dat verdachte in de periode van 3 mei 2005 tot en met 25 augustus 2005 voor [slachtoffer 1] chaufeurswerkzaamheden heeft verricht en [slachtoffer 1] van en naar Duitsland heeft vervoerd, kan naar het oordeel van het hof niet bewezen worden dat verdachte ten tijde van die uitvoeringshandelingen bewust was of bewust had moeten zijn dat [slachtoffer 1] werd uitgebuit. Het hof acht voor het bewijs daarvan onvoldoende dat achteraf kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 1], waardoor [slachtoffer 1] seksueel werd uitgebuit, zich destijds schuldig maakte aan (grootschalige) seksuele uitbuiting van vrouwen. Het gaat er om wat verdachte daarvan wist of moest weten op grond van hetgeen door wettige bewijsmiddelen kan worden vastgesteld. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat verdachte geen ongeschreven blad is en dat hij op een zeker moment, gelet op hetgeen hierna zal worden beslist inzake de tenlastegelegde mensenhandel van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], op zijn minst redelijkerwijs heeft moeten vermoeden dat [medeverdachte 1] zich op grote schaal schuldig maakte aan seksuele uitbuiting van vrouwen, maar die bewustzijnsgraad, laat staan een hogere bewustzijnsgraad, kan niet bewezen worden ten tijde van de werkzaamheden voor [slachtoffer 1].

Nu ten aanzien van ieder van de tenlastegelegde varianten van mensenhandel sprake moet zijn (voorwaardelijk) opzet op de (seksuele) uitbuiting danwel van (redelijkerwijs moeten) weten dat sprake is van (seksuele) uitbuiting, kan het onder 1 tenlastegelegde feit voor zover dat betrekking heeft op [slachtoffer 1] niet worden bewezen. Dat geldt zowel voor het primair tenlastegelegde plegen/medeplegen van mensenhandel in verschillende varianten alsmede de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid daaraan. Het hof zal verdachte, zij het op andere gronden, net als de rechtbank van de onder 1 tenlastegelegde feiten vrijspreken.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 3 ([slachtoffer 2] en [slachtoffer 3])

Anders dan de raadsvrouw acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van mensenhandel voor zover dat is toegesneden op artikel 273a(oud)/273f eerste lid aanhef, sub 1, 3, 4, 6 en 9 Sr.

Het hof verenigt zich ten aanzien van feit 3 met de bewijsoverwegingen van de rechtbank en de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen en maakt haar overwegingen en bewijsconstructie voor zover ze in bijlage 1 zijn overgenomen tot de zijne. In aanvulling daarop overweegt het hof het volgende:

1.

Ook in hoger beroep is het niet gelukt [slachtoffer 3] als getuige te horen, zodat ook in hoger beroep de vraag moet worden beantwoord of die verklaring voor het bewijs mag worden gebruikt. De raadsvrouw heeft de uitsluiting van de verklaring van [slachtoffer 3] bepleit en voorts betoogd dat in dat geval slechts de verklaringen van [slachtoffer 2] resteren en dus niet voldaan kan worden aan het wettelijk bewijsminimum. De telefoontaps bieden in haar ogen onvoldoende ondersteuning. In zijn algemeenheid heeft de raadsvrouw nog aangevoerd dat de verklaringen van zowel [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] onbetrouwbaar zijn en ook daarom niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 3] voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, terwijl dat steunbewijs ziet op de betrokkenheid van de verdachte bij het hem tenlastegelegde feit en voorts betrekking heeft op die onderdelen van de hem belastende verklaring die hij betwist. Zo valt de betrokkenheid van verdachte bij de uitbuiting van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] en de mishandeling van [slachtoffer 3] in de aanwezigheid van de verdachte ook af te leiden uit de verschillende verklaringen van [slachtoffer 2]. Ook de telefoontaps bieden ondersteuning aan het bewijs van betrokkenheid van verdachte bij de uitbuiting van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2]. In een van die taps zegt verdachte op enig moment tegen [medeverdachte 1] dat hij de meisjes gaat ophalen en ze wat laat eten. In een andere tap zegt [medeverdachte 1] tegen verdachte dat de meisjes het geld moeten sparen, het niet her en der moeten uitgeven en dat wanneer ze met anderen gaan neuken zij ervoor zorgen dat ze dan uitgespeeld zijn. Kort daarop vertelt verdachte aan [medeverdachte 1] dat hij het gezegd heeft en dat ‘ze’ zullen sparen. ‘Ze’ waren wat terughoudend omdat ze naakt moesten werken, maar verdachte zou hebben gezegd ‘je bent niet alleen hier, iedereen doet het zelfde, ik zal jullie niet weer terugbrengen, anders koop je hier een ticket en kan je vertrekken’. In latere taps zegt [medeverdachte 1] tegen verdachte dat ze kamers voor de meisjes hebben geregeld en dat ze de meisjes gaan plaatsen in een Ibis-hotel in Den Haag. Dat de meisjes met verdachte en [medeverdachte 1] terecht komen in het [hotel] valt ook te lezen in de verklaringen van [slachtoffer 2]. Hetzelfde geldt voor de discussie over het naakt moeten werken. Op grond daarvan staat het voor het hof ook vast dat [medeverdachte 1] en verdachte hier telkens over [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] spreken.

De onderlinge samenhang van telefoontaps en de verklaringen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2], waarbij voor de verschillende verklaringen van [slachtoffer 2] bovendien geldt dat deze een consistente lezing van de gebeurtenissen geven, maakt dat het hof, anders dan door de raadsvrouw betoogd, van oordeel is dat de verklaring van [slachtoffer 3] voor het bewijs mag worden gebruikt, dat daarmee aan het wettelijk bewijsminimum is voldaan en dat zowel de verklaring van [slachtoffer 3] als die van [slachtoffer 2] betrouwbaar kan worden geacht.

2.

Het hof voegt als bewijsmiddelen toe:

o Het proces-verbaal van de rechter-commissaris in de rechtbank Almelo, nevenzittingsplaats Almelo voor zover inhoudende als de op 3 april 2008 en 18 april 2008 afgelegde verklaring van [slachtoffer 2] – zakelijk weergegeven – als volgt: Als u mij vraagt of het klopt dat ik een liefdesrelatie heb gehad met [verdachte] dan zeg ik ja. (…) Het heeft een paar maanden geduurd. (…) In het begin was ik verliefd op [verdachte]. Hij was lief voor mij. Als u vraagt hoe het later was dan zeg ik dat ik nog steeds van hem hield. [verdachte] was ook nog steeds lief als die andere er niet bij was. (…). Pas toen we uit elkaar gingen was [verdachte] niet meer zo. [verdachte] schreeuwde niet tegen mij. Hij zei alleen over de telefoon ‘ik zal jou mijn baas geven’. Ik was bang om naar buiten te gaan. Ik was bang voor [medeverdachte 1] en niet voor [verdachte]. Als ik dan [medeverdachte 1] aan de telefoon kreeg schreeuwde hij tegen mij en schold mij uit. Hij zei tegen mij dat ik elke maandag 1.500 euro moest inleveren en anders uit Nederland moest vertrekken. (…) Ik heb met [verdachte] gebeld vanuit Tsjechië en [verdachte] vertelde dat ik terug kon komen als ik elke maandag 1.500 euro zou inleveren. Ik ben daarmee akkoord gegaan. Ik moest 1.500 euro betalen, omdat zij, [medeverdachte 1] en [verdachte], een goede werkplaats voor mij hadden gevonden. Als u mij vraagt wat zij daarmee voor hadden gevonden dan zeg ik u dat wij in Alkmaar niet zo goed konden verdienen. Met wij bedoel ik [slachtoffer 3] en ik. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben toen voor ons een werkadres in de [adres] in Den Haag geregeld en daar konden wij goed verdienen (…) Toen [slachtoffer 3] en ik uit Alkmaar wegingen naar Den Haag hadden wij geen geld en hebben zij, [medeverdachte 1] en [verdachte], voor ons de hotels en het eten betaald. Zij hebben voor ons gezorgd gedurende ongeveer twee weken. (…) Ik denk dat ik ongeveer gedurende anderhalve maand gewerkt heb voor [verdachte] (…) Ik zeg u dat ik van [verdachte] in Amsterdam een keer een dure handtas heb gekregen en dure kleren. Omdat ik hem geld moest afdragen had ik het idee dat ik het toch zelf had gekocht. (…) [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben voor mij een werkplek geregeld in Duitsland en in Den Haag. (…) Ik werd gebracht naar en gehaald van mijn werk. In Nederland hebben met name [verdachte] en [medeverdachte 1] mij naar mijn werk gebracht en opgehaald.(…) [medeverdachte 1] en [verdachte] stelden ons voor de keuze een dag- of nachtdienst te draaien. Wij hebben voor de nachtdienst gekozen omdat er niet zoveel mensen zijn. Zij vonden het te duur om zowel voor de dag als voor de nacht een kamer te reserveren (…) Ik kende [verdachte] al heel lang als cliënt. Hij was mijn beste cliënt in Alkmaar. Ik kende [medeverdachte 1] toen ook al. Ik heb niet direct aan [medeverdachte 1] gevraagd mij te helpen. Ik heb het gezegd tegen [verdachte]. [verdachte] vertelde mij dat [medeverdachte 1] er ook bij betrokken zou zijn en dat hij met [slachtoffer 3] samen zou zijn. Daarmee bedoel ik dat wij, [slachtoffer 3] en ik, voor hen zouden werken en een beter leven zouden hebben. Zo hebben [verdachte] dat gezegd (…) [verdachte] heeft tegen mij gezegd dat ik een meisje was dat dure kleding, goud, een eigen woning en een auto verdiende en niet de kleding die ik op dat moment droeg. Ik geloofde wat [verdachte] zei. (…) [medeverdachte 1] heeft gezegd dat ik Nederland moest verlaten en als ik dat niet zou doen dan zou er iets met mij gebeuren. Hij heeft ongeveer gezegd: Dat ik moest opdonderen uit Nederland en anders zou ik zien wat er zou gebeuren.

o Het proces-verbaal van verhoor getuige, in de wettelijke vorm en door de daartoe bevoegde personen opgemaakt en als pagina 17882 e.v. van ordner 39 gevoegd in het dossier Sneep, proces-verbaal Z32084, 27-019999 van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] – zakelijk weergegeven – als volgt: In de periode van [medeverdachte 1] en [verdachte] was dit anders toen bepaalden zij de werktijden. Ik moest toen zeven avonden per week werken. Alleen in de avond omdat zij het raam overdag 225 euro teveel vonden. Voor de avond was het bedrag 125 euro. (…) We moesten altijd alles melden wanneer we ergens heen gingen. Met mannen mochten we niet uitgaan. Ik mocht alleen met [slachtoffer 3] stappen. We moesten zelfs aangeven wat we gingen eten en drinken. (…) Vervolgens moesten we tot op de minuut doorgeven wanneer we het restaurant weer verlieten. V: Mocht u in alle vrijheid contacten onderhouden met anderen? A: Bij [medeverdachte 1] en [verdachte] niet (…) Uiteindelijk wist ik wel van tevoren dat ik de uitgaven die zij maakten terug moet betalen. Dit is dus uiteindelijk het opbouwen van een schuld waardoor wij indirect afhankelijk werden gemaakt door hun.

o Het proces-verbaal van verhoor getuige, in de wettelijke vorm en door de daartoe bevoegde personen opgemaakt en als pagina 21520 e.v. van ordner 46B gevoegd in het dossier Sneep, proces-verbaal Z32084, 27-019999 van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] – zakelijk weergegeven – als volgt: Ik ben met werken in de prostitutie begonnen in Alkmaar. Hier hebben wij problemen gekregen en ik heb toen aan [verdachte] gevraagd of wij met hem mee konden. Wij zijn toen naar Belgie gegaan. Ik ben vervolgens op advies van [medeverdachte 1] samen met [slachtoffer 3] naar België gegaan om te werken in de prostitutie. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben ons voor dat doel daar ook naartoe gebracht. Ik heb van [verdachte] zijn telefoon gekregen, zij zeiden dat wij op een afstand van 10 meter van hen moesten blijven en dat ik moest gaan bellen. Ik ben toen alle telefoonnummers gaan bellen die op de ramen stonden maar er was geen plaats. Wij hebben daar in België toen ook nog met elkaar gegeten. Dat was een pizzeria. Er waren daar nog meer Turken waaronder iemand die [betrokkene 6] heet.

Vrijspraak ten aanzien van feit 5 (Deelneming aan de criminele organisatie [naam])

Het openbaar ministerie heeft in hoger beroep gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld terzake deelname aan de criminele organisatie rond [medeverdachte 1] voor zover het de periode januari 2006 tot en met 30 november 2006 betreft. Verdachte heeft het feit ontkend en de verdediging heeft vrijspraak bepleit.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de stukken in het dossier valt af te leiden dat verdachte door een getuige wordt aangemerkt als een ‘loopjongen’ van onder meer [medeverdachte 1] en dat [medeverdachte 1] in een tap over verdachte zegt dat hij verdachte ‘hierheen’ (met de rechtbank begrijpt het hof: de Wallen) heeft gehaald. Verder zou verdachte in januari 2006 kamers hebben geregeld in opdracht van [medeverdachte 3] voor ene [betrokkene 1] die samen met twee meisjes zou komen. In aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen heeft verdachte zich in de periode van augustus 2006 tot en met november 2006 samen met [medeverdachte 1] schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van twee meisjes. Op grond van het dossier kan ten slotte worden vastgesteld dat er op de Wallen een criminele organisatie actief was als beschreven in de tenlastelegging (in het dossier de groep “[naam]” genoemd). De vraag is nu of vast is komen te staan dat verdachte:

- behoorde tot het bewuste criminele samenwerkingsverband en een aandeel had in

gedragingen die strekten tot of verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie of dat betrokkene deze gedragingen ondersteunde;

- wist dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk had.

Het openbaar ministerie heeft voormelde vragen bevestigend beantwoord.

Het hof beantwoordt deze vragen daarentegen negatief en zal verdachte, anders dan de rechtbank heeft gedaan, van dit feit vrijspreken. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat ten aanzien van de mensenhandel van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] niet afdoende valt uit te sluiten dat verdachte daarbij alleen met [medeverdachte 1] heeft opgetreden. De bewijsmiddelen ter zake die feiten duiden in ieder geval niet op een betrokkenheid van anderen van de criminele organisatie. Dit laat de mogelijkheid open dat dit strafbaar feit niet in het verband van enig crimineel samenwerkingsverband is gepleegd.

De bewijsmiddelen in het dossier die resteren (bijvoorbeeld dat verdachte een loopjongen van onder meer [medeverdachte 1] zou zijn en [medeverdachte 1] verdachte hierheen zou hebben gehaald) zijn naar het oordeel van het hof vervolgens dusdanig vaag dat daaruit geen antwoord op bovenstaande vragen valt te ontlenen. Daarmee blijft over dat verdachte in opdracht van [medeverdachte 3] kamers heeft geregeld. Het hof acht deze mogelijke activiteit van verdachte, mede gezien de relatief lange pleegperiode die volgens het openbaar ministerie bewezen kan worden verklaard, evenmin reden om aan te nemen dat verdachte betrokken was bij het crimineel samenwerkingsverband rond [medeverdachte 1]. Niet onaannemelijk is dat verdachte niet betrokken was bij het samenwerkingsverband, zijn eenmalige activiteit incidenteel was en dat hij geen rechtens relevante rol in die organisatie heeft gespeeld. Niet iedereen die wel eens contact had met de groep [naam] of wel eens een dienst verleende aan (leden van) die groep kan worden beschouwd als deelnemer aan dat criminele samenwerkingsverband, ook al kan men vraagtekens stellen bij de aard en inhoud van dat contact en die dienst.

Bewezenverklaring

Het hof heeft derhalve uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

3.

hij in de periode van augustus 2006 tot en met 05 december 2006 te Amsterdam en Den Haag en elders in Nederland en Duitsland tezamen en in vereniging met een ander:

- [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], telkens door dwang en andere feitelijkheden heeft geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest , met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor derden tegen betaling en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] telkens door dwang en andere feitelijkheden heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard en

- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] door dwang en andere feitelijkheden heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en verdachtes mededader te bevoordelen uit de opbrengst van hun, [slachtoffer 2]'s en [slachtoffer 3]'s, seksuele handelingen met of voor derden,

bestaande die dwang en feitelijkheden hieruit dat verdachte en zijn mededader is/heeft/hebben/zijn

- met voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] een liefdesrelatie aangegaan en die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] - door van alles voor hen te betalen en het geven van veel aandacht - ingepalmd en

- bij die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] een schuld gecreërd en aldus afhankelijk gemaakt van verdachte en zijn mededader en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] naar België en Duitsland vervoerd om aldaar als prostituee te werken en- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] vanuit Duitsland naar Nederland laten vervoeren om aldaar als prostituee verder te werken en

- voor die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] werkplekken geregeld waar zij als prostituee konden werken en die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] naar hun werkplekken gebracht envan hun werkplekken opgehaald en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dagelijks, althans veelvuldig als prostituee laten werken en toegezien op de werktijden en (daarmede) de inkomsten van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] als prostituee en die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] in de gaten gehouden en gecontroleerd en de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ingeperkt en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] het door hen met de prostitutie verdiend geld gedeeltelijk aan hen, verdachte en verdachtes mededader, doen afstaan en die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] aldus in een van hen, verdachte en verdachtes mededader, afhankelijke positie gehouden en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] /gezegd dat zij Nederland moest verlaten indien zij niet 1500 euro per week zou betalen en

- bepaald wat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] wel en niet mochten en waar zij naar toe mochten gaan en met wie zij wel en niet contact mochten hebben.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting het door de rechtbank gestelde kader als uitgangspunt genomen. Daarbij heeft het hof betrokken dat dit kader niet veel afwijkt van het door het openbaar ministerie in hoger beroep voorgestane straftoemetingskader, zeker niet in de concrete toepassing daarvan. Daar waar de uiteindelijk opgelegde straf afwijkt van de eis van het openbaar ministerie wordt dat vooral veroorzaakt door andere bewijsoordelen en in deze zaak de persoonlijke omstandigheden.

Het kader van de rechtbank houdt in dat voor de bewezenverklaarde mensenhandelzaken een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van tien maanden per slachtoffer gehanteerd, waarbij een verhoging zal worden toegepast indien er sprake was van geweld, ernstig geweld of verkrachting of wanneer het feit in vereniging werd gepleegd dan wel wanneer het ging om een lange periode.

Voor verdachte betekent dit het volgende.

Hij heeft zich samen met zijn medeverdachte gedurende een betrekkelijk korte periode schuldig gemaakt aan de seksuele uitbuiting van twee vrouwen. Het hof is evenals de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsstraf terzake deze feiten passend is. Het hof geeft zich echter rekenschap van het feit dat verdachte na het plegen van het feit zich uit het criminele milieu heeft teruggetrokken. Verdachte leidt thans in Duitsland een normaal leven, is getrouwd, heeft een vaste baan en twee jonge kinderen die hij voor een groot deel in hun levensonderhoud voorziet. Gelet op de omstandigheid dat de feiten dateren van zeven jaar geleden en het gaat om een betrekkelijk korte periode waarin verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel, is het hof van oordeel dat die situatie niet door een gevangenisstraf dient te worden doorkruist. Het hof zal daarom oplegging van de gevangenisstraf beperken tot de periode die verdachte reeds als voorarrest heeft ondergaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 273a (oud) en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 (voor zover dat betrekking heeft op [slachtoffer 1]) en 2 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 127 (honderdzevenentwintig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr J.P. Bordes, voorzitter,

mr M. Otte en mr P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr R. Robroek, griffier,

en op 22 november 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Bijlage 1.

Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen rechtbank feit 3

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat, geordend per feit, de genummerde bewijsmiddelen.

Ter toelichting op een aantal bewijsmiddelen geldt, voor zover van toepassing, het volgende.

Algemeen bewijsmiddel

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier Sneep, proces-verbaal Z32084, 27-019999 van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Proces-verbaal van verhoor door rechter-commissaris

Wanneer hierna wordt verwezen naar het proces-verbaal van de rechter-commissaris, betreft dit een proces-verbaal van de rechter-commissaris in de rechtbank Utrecht, nevenzittingsplaats Almelo.

Telefoontap

Wanneer hierna wordt verwezen naar een tapgesprek, betreft dit een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5° Sv, te weten een schriftelijke weergave van een telefoongesprek waarvan de kenmerken worden vermeld – voorzover van toepassing – namelijk datum, tijdstip, lijnnummer, gespreksnummer, ordnernummer/pagina. Indien het gesprek in een vreemde taal is gevoerd, wordt verwezen naar de schriftelijke weergave van de vertaling in de Nederlandse taal.

Sms-bericht

Wanneer hierna wordt verwezen naar een sms-bericht, betreft dit een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5° Sv, te weten een schriftelijke weergave van een getapt sms-bericht waarvan de kenmerken worden vermeld – voorzover van toepassing – namelijk datum, tijdstip, lijnnummer, volgnummer, ordnernummer/pagina. Indien het bericht in een vreemde taal is geschreven, wordt verwezen naar de schriftelijke weergave van de vertaling in de Nederlandse taal.

Foto

Wanneer in de bewijsmiddelen wordt gesproken over foto’s uit ordner 16 dan betreffen dit - tenzij anders wordt vermeld – in ordner 16 onder de noemer ‘verdachten-betrokkenen’ of ‘slachtoffers’ opgenomen foto’s. De ordner bevat verder twee ambtsedige processen-verbaal waarin wordt gerelateerd welke foto’s van welke ‘verdachten’ of ‘slachtoffers’ in de ordner zijn opgenomen. Ook wanneer in het voorbereidend onderzoek foto’s zijn getoond onder andere aanduidingen (bijvoorbeeld ‘de fotomap’) maar met een uit de context op te maken corresponderende nummering, gaat de rechtbank ervan uit dat gedoeld wordt op ordner 16.

In die gevallen waarin het bewijsmiddel zelf niet vermeldt wie volgens de in ordner 16 opgenomen processen-verbaal op de getoonde foto zijn afgebeeld, zal de rechtbank dit zelf doen. Zij brengt dit tot uitdrukking door toevoeging in het bewijsmiddel (achter het fotonummer) van de tekst: “de rechtbank stelt vast (…)”, gevolgd door de naam van de persoon die staat afgebeeld op de uit ordner 16 afkomstige foto. Die vaststelling door de rechtbank is gebaseerd op de inhoud van voornoemde ambtsedige processen-verbaal (16/80018004 voor de verdachten en 16/80638067 voor de slachtoffers).

Bewijsoverwegingen rechtbank ten aanzien van feit 3

Tenlastelegging

Aan verdachte is onder 3 het medeplegen van mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] tenlastegelegd. De tenlastelegging onder feit 3 bevat een aantal feitelijkheden die de uitwerking vormen van de tenlastelegging voor zover die is toegesneden op artikel 273a (oud)/273f, eerste lid aanhef, sub 1°, 3º, 4°, 6° en 9° Sr.

Het gebruik van de verklaring van [slachtoffer 3]

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 3], ondanks het feit dat de verdediging niet in staat is geweest de getuige te horen, wel voor het bewijs kan worden gebruikt nu deze verklaring in voldoende mate steun vindt in ander – hierna te noemen – bewijs.

Vaststelling van de feitelijkheden

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] werkten in Alkmaar in de prostitutie. In de zomer van 2006 ontmoette [slachtoffer 2] [medeverdachte 1] en verdachte. Verdachte was klant van haar. Ze vond hem steeds leuker en werd verliefd op hem. Zij kregen een liefdesrelatie en [slachtoffer 3] werd de vriendin van medeverdachte [medeverdachte 1]. De mannen namen hen mee naar dure hotels, die door verdachte en [medeverdachte 1] werden betaald (2, 6 en 7). Ze werden op die manier ingepalmd. Op zeker moment vertelden de mannen hen dat ze beter in Amsterdam konden werken. Vanaf dat moment moesten de vrouwen het grootste deel van hun geld afdragen. [medeverdachte 1] regelde de geldzaken van [slachtoffer 3] en verdachte die van [slachtoffer 2]. Ze betaalden 500 á 600 euro per dag. De vrouwen kregen 50 euro per dag om van te eten en beltegoed te kopen. (1, 2, 6, 9 en 10).

Ze werden door de mannen naar hun werkplek gebracht. Rond 17.00/18.00 uur stonden de vrouwen klaar om te worden opgehaald door verdachte en [medeverdachte 1] en na het werk wachtten de mannen hen weer buiten op (6 en 7 ).

Ook de werkplek werd door verdachte en [medeverdachte 1] geregeld. Eerst werden [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] naar Duitsland gebracht. Daar moesten ze werken ook al waren de arbeidsomstandigheden niet naar hun zin. Hun geld moesten ze opsparen. Het werd door [medeverdachte 1] opgehaald. Uiteindelijk zijn ze door verdachtes broer weer naar Nederland gebracht (3, 6, 8, 9 en 10). Daarna werd er een werkplek in Den Haag geregeld. Op 7 november 2006 gingen de vrouwen met verdachte en [medeverdachte 1] naar Den Haag. De dag ervoor had [medeverdachte 1] via [betrokkene 2] al kamers laten regelen (11 en 12). De vrouwen moesten een stuk achter de mannen lopen. Als [medeverdachte 1] voor een raamprostitutiepand bleef staan, was dat voor de vrouwen een teken dat ze daar moesten vragen of ze daar aan het werk konden. De rechtbank concludeert dat [medeverdachte 1] stilstond voor de kamer die hij de dag ervoor had laten regelen. Het was de [adres]. (2, 6, 11 en 12). [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] werden steeds in de gaten gehouden en beperkt in hun bewegingsvrijheid. Er werd een hotel voor de vrouwen gezocht, waar ze moesten verblijven. De vrouwen moesten altijd alles melden wat ze deden. Ze mochten niet uitgaan en mochten alleen met elkaar stappen. Als ze naar het restaurant naast de [werkplek] gingen moesten ze tot in detail doorgeven met wie ze spraken of wie er tegen hen lachten. En ze moesten tot op de minuut aangeven wanneer ze het restaurant weer verlieten (4, 6 en 13). [medeverdachte 1] schold tegen de vrouwen en de mannen hadden altijd een wapen bij zich. Daardoor werd ook een zodanig dreigende sfeer gecreëerd dat de vrouwen geen weerstand durfden te bieden (1, 5 en 6). Half november was er een incident in het [hotel] waarbij [medeverdachte 1] [slachtoffer 3] vroeg haar oorbellen uit te doen, waarna hij haar meermalen sloeg. Ze sloeg met haar hoofd hard tegen de muur. [slachtoffer 2] en verdachte waren erbij. [medeverdachte 1] dacht dat [slachtoffer 3] zonder condoom had gewerkt en zei “Mocht zoiets nog eens gebeuren dan maak ik je af” (1 en 2).

De dwangmiddelen

Met de hierboven vastgestelde feitelijkheden acht de rechtbank bewezen dat er sprake was van dwang en andere feitelijkheden, te weten het aangaan van een liefdesrelatie en het inpalmen van de vrouwen. Weliswaar kan worden vastgesteld dat er ook geweld is gebruikt tegen [slachtoffer 3], maar dat heeft ertoe geleid dat de vrouwen niets meer met verdachte en [medeverdachte 1] te maken wilden hebben en zijn gevlucht. Er is geen bewijs dat zij na die tijd nog in de prostitutie hebben gewerkt voor verdachte en [medeverdachte 1]. Het geweld kan daarom niet als voor deze tenlastelegging relevant dwangmiddel worden aangemerkt.

Het medeplegen

Uit het feit dat verdachte bij de mishandeling in het [hotel] aanwezig was en niet heeft ingegrepen, in combinatie met tapgesprekken waaruit blijkt dat [medeverdachte 1] en verdachte plannen en afspraken maakten over onder andere de werkplekken, het ophalen van de vrouwen en de instructies die de vrouwen moeten krijgen (8, 9 en 10) leidt de rechtbank af dat er sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen [medeverdachte 1] en verdachte, zodat de rechtbank medeplegen bewezen acht. Daaraan doet niet af dat de vrouwen na deze mishandeling zijn gevlucht, zodat een einde kwam aan de uitbuitingssituatie.

Bewijsmiddelen rechtbank ten aanzien van feit 3

1.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 3] van 9 december 2006, pagina 17/8345 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

[slachtoffer 2] en ik werkten in de prostitutie in Alkmaar. Vrienden van ons [medeverdachte 1] en [verdachte] vertelden ons dat we beter naar Amsterdam konden gaan. Vanaf het moment dat we daar werkten moesten we aan hen geld afdragen. [medeverdachte 1] regelde mijn geldzaken en [verdachte] die van [slachtoffer 2]. We betaalden 500 á 600 euro per dag. Ook moesten we de kamerhuur van 130 euro betalen. Ik kreeg 50 euro voor mezelf van [medeverdachte 1]. In november werd ik door [medeverdachte 1] mishandeld. Hij vroeg me de oorbellen uit te doen en sloeg me toen in gezicht, ik klapte tegen de muur. [slachtoffer 2] en [verdachte] waren er bij. Daarna sloeg hij nog een keer, ik klapte weer tegen de muur. Het deed pijn en ik werd draaierig en misselijk. Hij dacht dat ik zonder condoom had gewerkt. [verdachte] was er ook bij. Hij zat op een stoel. [medeverdachte 1] zei “Mocht ik nog zoiets horen dan maak ik je af”. Hij was buiten zichzelf en agressief. Ik ben bang van [medeverdachte 1] ik heb een vuurwapen bij hem gezien in de Porsche. [medeverdachte 1] heeft ook altijd een dolk bij zich en een tasje met geld.

2.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] van 9 december 2006, pagina 17/8355 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

Ik ben met mijn vriendin [slachtoffer 3] in Alkmaar in de prostitutie gaan werken. In de zomer van 2006 ontmoetten we daar [verdachte]. Hij was een klant. Hij kwam steeds vaker. We belden steeds vaker. Ik begon hem leuk te vinden. Hij was heel aardig tegen mij. Als hij kwam was dat altijd met een grote groep. De baas was [medeverdachte 1]. Ik werd vriendin van [verdachte] en [slachtoffer 3] van [medeverdachte 1]. De mannen namen ons overal mee naartoe. Ook verbleven wij in de duurste hotels met bubbelbad. In het begin betaalde de mannen alles voor ons. Wij gaven al het geld dat wij verdienden in de prostitutie aan [medeverdachte 1] en [verdachte]. Ik vertrouwde hen. We kregen € 50 per dag voor beltegoed en eten.

Op 7 november 2006 zijn wij met zijn vieren naar Den Haag gegaan. We moesten een stuk achter de mannen lopen. Als [medeverdachte 1] voor een raamprostitutiepand bleef staan, was dat voor ons een teken dat we daar moesten vragen of we daar aan het werk konden. Dat bleek de [adres] te zijn. Een aantal weken geleden werden we door [medeverdachte 1] en [verdachte] opgehaald. We gingen naar het [hotel] in Den Haag. [medeverdachte 1] zei tegen [slachtoffer 3] dat ze haar oorbellen moest uitdoen.

Ik zag dat [medeverdachte 1] [slachtoffer 3] plotseling opzettelijk en met kracht heel hard met zijn vlakke hand in het gezicht sloeg. Deze klap was zo hard dat ze met haar hoofd tegen de muur terechtkwam. Ik zag dat [slachtoffer 3] direct begon te huilen en in een soort shock terechtkwam. Hierna zag ik dat [medeverdachte 1] [slachtoffer 3] nogmaals opzettelijk en met kracht in haar gezicht sloeg met zijn vlakke hand. Ik schrok hier heel erg van. Ik zag dat [slachtoffer 3] naar aanleiding van deze mishandeling een blauwe plek aan de zijkant van haar hoofd kreeg. Ook zag ik dat een gedeelte van het wit van haar oog rood was geworden. De volgende dag was de handafdruk van [medeverdachte 1] nog steeds te zien in het gezicht van [slachtoffer 3]. Tijdens de mishandeling was [verdachte] ook aanwezig. Hij deed net alsof hij het niet zag. Hij keek een beetje naar beneden. Hierna ben ik samen met [verdachte] naar beneden gegaan en heeft hij met mijn geld het hotel betaald. [medeverdachte 1] en [slachtoffer 3] gingen naar buiten. Dezelfde nacht heb ik aan [slachtoffer 3] voorgesteld om te gaan vluchten [slachtoffer 3] wilde dit heel graag aangezien [slachtoffer 3] en ik bang waren geworden van [medeverdachte 1]. Wij wilden vanaf dat moment niets meer met hen te maken hebben.

3.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] van 18 maart 2007, pagina 17/8362 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

We hebben ook nog kort in Duitsland gewerkt. [verdachte] bracht ons erheen. We wilden daar niet werken omdat we naakt moesten werken en moesten pijpen zonder condoom. Ik heb [verdachte] gebeld en gezegd dat we daar niet wilden werken, dat hij ons moest komen halen. [medeverdachte 1] kwam daar een keer langs. Hij heeft toen ons geld meegenomen. We verdienden daar niet zo goed. Het was 200 euro. [medeverdachte 1] zei dat het niet eens genoeg was voor de benzine. Totaal zijn ze twee keer langs geweest. Na Duitsland gingen we naar Den Haag. Dat was in de [adres].

4.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] van 18 mei 2007, pagina 17/8392 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

We moesten altijd alles melden wat we deden. We mochten niet uitgaan en moesten doen of we [medeverdachte 1] en [verdachte] niet kenden. Ik mocht alleen met [slachtoffer 3] stappen. Als we naar het restaurant naast de [werkplek] gingen moesten we tot in detail doorgeven met wie we spraken of wie er tegen ons lachten. En we moesten tot op de minuut aangeven wanneer we het restaurant weer verlieten.

5.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, voor zover inhoudende de verklaring van getuige [slachtoffer 2] van 4 juli 2007, zakelijk weergegeven:

[verdachte] stelde mij voor om ’s nachts te werken. Hij heeft me wel eens gebeld om 6 uur om te vragen of ik op werk was. Ik heb een wapen bij [medeverdachte 1] thuis gezien, een pistool. Het lag in een lade. [verdachte] had altijd een mes bij zich. Volgens hem heeft iedere Turk dat.

6.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, voor zover inhoudende de verklaring van getuige [slachtoffer 2] van 3 en 18 april 2008, zakelijk weergegeven:

(3-4)

In het begin was ik verliefd op [verdachte]. Hij was lief voor mij. Die andere, zijn baas [medeverdachte 1], stookte hem op. Ik werkte voor [verdachte] maar was vooral bang voor [medeverdachte 1]. [verdachte] zei tegen me over de telefoon “ik zal je mijn baas geven”. Die schold dat ik 1500 euro moest verdienen en anders uit Nederland moest vertrekken. [medeverdachte 1] en [verdachte] regelden dan onze werkplek. Met ons bedoel ik [slachtoffer 3] en ik. We zaten eerst in Alkmaar. Uiteindelijk kregen we een werkplek in de [adres] in den Haag.

(18-4)

We werden gebracht en gehaald van werk. [slachtoffer 3] en ik werden vaak gebeld rond 17.00/18.00 uur. We stonden dan klaar en werden opgehaald. [medeverdachte 1] en [verdachte] stonden na het werk buiten voor de vitrines te wachten. We gingen ons dan omkleden en naar hen toe. We gingen daarna naar het restaurant en daarna naar het hotel. We woonden in het [hotel]. We hebben elke dag gewerkt. Ik verdiende tussen de 500 en de 700 euro. Ik gaf alles aan [verdachte]. De man op foto 34 is [verdachte] (de rechtbank stelt vast: [verdachte]). De vrouw op foto 59 is [slachtoffer 3] (de rechtbank stelt vast: [slachtoffer 3]). De vrouw op foto 58 ben ik (de rechtbank stelt vast: [slachtoffer 2]). [verdachte] zei dat ik een meisje was dat dure kleding, goud, een eigen woning en auto verdiende. Ik geloofde hem. Toen [medeverdachte 1] en [verdachte] die dure hotels en eten betaalden wist ik wel dat we dat moesten terugbetalen. Dat was voordat we voor hen in de prostitutie gingen werken.

Ik ben met [medeverdachte 1] en [verdachte] en [slachtoffer 3] naar België gegaan, [medeverdachte 1] bleef daar en wij zijn verder gegaan naar Duitsland. Ik ben steeds in het gezelschap geweest van [verdachte] en [slachtoffer 3]. Volgens mij heeft de broer van [verdachte] ons, [slachtoffer 3] en mij, vanuit Duitsland naar Nederland gebracht. In Duitsland hebben [slachtoffer 3] en ik gewerkt. [verdachte] heeft gebeld met zijn broer. Hij kon ons helpen omdat hij in de buurt woonde en hij heeft ons naar Nederland gebracht.

7.

Een tapgesprek tussen (S) [medeverdachte 1], (stemherkenning) en (T) [verdachte] (stemherkenning) op 31 oktober 2006 om 15.07.42 uur, pagina 46B/21465:

S.: Wat ben je aan het doen?

T.: Ga de meisjes ophalen en laat ze wat eten.

S.: Doe maar langzaam…haal jij de meisjes maar op en laat ze wat eten. Daarna kun je mij

ophalen.

Een tapgesprek tussen (S) [medeverdachte 1], (stemherkenning) en (T) [verdachte] (stemherkenning)

op 1 november 2006 om 18.41.48 uur, pagina 46B/21485 e.v.:

T: Daar kan het niet.

S: Waarom?

T: Zij hebben een verblijfsvergunning nodig voor Duitsland.

S: Wat is dat?

T: Stempel voor Duitsland dat je hier kunt blijven. Zij stellen daar een voorwaarde. Nu is daar ook geen bevoegde aanwezig.

S: Wat gaan we doen broeder.

T: Wat zijn wij pechvogels.

S: Maak dan voor morgen reserverings als het aanwezig is.

T: Als het niet lukt zal ik vandaag naar boven komen, dan zal ik hun ergens plaatsen. En daarna morgen.

S: Precies zo…dan ga je daarheen, je zult dan direct de huur geven. Zij kunnen dan morgen naar de politie toe en kunnen dan direct werken.

9.

Een tapgesprek tussen (S) [medeverdachte 1] (stemherkenning) en (T) [verdachte] (stemherkenning) op 1 november 2006 om 20.06.59 uur, pagina 46B/21487 e.v.:

S: zeg tegen de meisjes dat ze het geld moeten sparen. Ze moeten het niet her en der uitgeven..zeg het. Kijk ze moeten niet met anderen gaan neuken, we zullen ervoor zorgen dat ze dan uitgespeeld zijn.

T: ik heb het precies op die wijze gezegd.

(…)

S: Zeg het tegen hun alle twee. Ze mogen niet met anderen uitgaan. (…) ze moeten het geld sparen. Is dat goed. (…) met een paar dagen neem ik het geld…morgen uiterlijk overmorgen zullen we het geld uit hun handen nemen.

T: oke.

10.

Een tapgesprek tussen (S) [medeverdachte 1] (stemherkenning) en (T) [verdachte] (stemherkenning) op 1 november 2006 om 22.27.13 uur, pagina 46B/21489:

T: ik heb ze achtergelaten (…) ik heb het gezegd (…) ze zeggen akkoord.

S: Ze zeggen akkoord. Had gezegd van geld goed sparen.

T: Ze zullen sparen…Ze waren wat terughoudend omdat ze naakt moesten werken.

(…)

T: ik heb gezegd “je bent niet alleen hier, iedereen doet hetzelfde” heb ik gezegd.

S: ja.

T: ik zal jullie niet weer terugbrengen, anders koop je hier een ticket en kun je vertrekken. (…) daarna zei ze laat mij naar Den Haag gaan. Ik zei niet vandaag.

11.

Een tapgesprek tussen (S) [medeverdachte 1], (stemherkenning) en (St) [betrokkene 2] (stemherkenning) op 6 november 2006 om 23.42.05 uur, pagina 46B/21501:

S: Heb je wat te schrijven (…) je moet voor me die … bellen en een avondkamer vragen voor je vriendin zeg je.

St: Oke (…) nummer?

S: [slachtoffer 3] heet ze he.

St: hoe?

S: (spelt) [slachtoffer 3].

S: die komt van [betrokkene 4].

12.

Een tapgesprek tussen (S) [medeverdachte 1], (stemherkenning) en (U) [betrokkene 3] (stemherkenning) op 6 november 2006 om 23.55.23 uur, pagina 46B/21502:

S.: Ik ben in Den Haag. We hebben net de kamers voor de meisjes geregeld. Kom hierheen.

U: Oké, ik kom.

13.

Een tapgesprek tussen (S) [medeverdachte 1], (stemherkenning) en (K) [betrokkene 5] (naam genoemd) op

7 november 2006 om 21.54.35 uur, pagina 46B/21504A e.v.:

S: is er een hotel die je weet in Den Haag (…) we gaan onze meisjes daar plaatsen weet je…twee meisjes. Het hoeft niet luxe te zijn.

(…)

K: Ja [hotel] is Oké (…) en er is ook een restaurant bij waar je tot 7 uur in de ochtend kunt eten. een benzinestation waar je sigaretten etc. kunt kopen.

S: Ze mogen niet teveel geld uitgeven. Wat doe jij nou.. Dit is er en dat is er.. Er moet niets aanwezig zijn.