Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:8711

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-11-2013
Datum publicatie
18-11-2013
Zaaknummer
21-003991-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte, een vennootschap, is veroordeeld tot een geldboete van € 40.000,= wegens een gewoonte maken van het op grote schaal witwassen van gestolen auto’s en gestolen auto onderdelen en het witwassen van van misdrijf afkomstig geld. Daarnaast heeft verdachte grootschalige BTW-fraude gepleegd. Het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden ten aanzien van de BTW-fraude omdat de Belastingdienst geen boete meer had mogen opleggen na de aanvang van de strafvervolging en er beter overleg had moeten plaatsvinden tussen het openbaar ministerie en de Belastingdienst wordt verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003991-11

Uitspraak d.d.: 18 november 2013

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 20 oktober 2011 met parketnummer 05-898005-07 in de strafzaak tegen

[verdachte 1]

gevestigd te[adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 november 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsvrouw, mr. J.H.D. van Onna, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is door rechtbank vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. Aangezien tegen een vrijspraak voor de verdachte geen hoger beroep open staat dient het onbeperkt ingestelde beroep in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Hetzelfde geldt voor feit 2 en het onder 5 tenlastegelegde voor zover het de maanden september 2003 tot en met december 2004 betreft, ter zake waarvan het openbaar-ministerie niet-ontvankelijk is verklaard in de vervolging.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – voor zover in hoger beroep aan het oordeel van het hof onderworpen - tenlastegelegd dat:

3:
zij in of omstreeks de periode 30 maart 2005 tot en met 25 juli 2007 in de gemeente[pleegplaats A], tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte omzetbelasting, als bedoeld in de Algemene wet inzake Rijksbelastingen, te weten de aangifte omzetbelasting over de maand(en) maart 2005 en/of april 2005 en/of mei 2005 en/of juni 2005 en/of december 2005 en/of februari 2006 en/of april 2006 en/of juni 2006 en/of juli 2006 en/of augustus 2006 en/of september 2006 en/of oktober 2006 en/of november 2006 en/of december 2006 en/of januari 2007 en/of februari 2007 en/of maart 2007 en/of juni 2007, onjuist of onvolledig heeft gedaan en of heeft laten doen, aan de Inspecteur der Belastingen van de Belastingdienst, terwijl dat feit er toe heeft gestrekt dat er te weinig belasting werd geheven, welke onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaat dat in genoemd aangiftebiljet over die maand(en), een onjuiste omzet en/of (een) te hoog bedrag aan voorbelasting, althans een onjuist bedrag was vermeld/opgegeven/aangegeven,

4:
zij in of omstreeks 1 januari 2003 tot en met 9 juni 2008 te [pleegplaats B], tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s)

van de navolgende gestolen auto's:

- MAZDA 323 met kenteken [kenteken 1] en

- BMW met kenteken[kenteken 2] en

- Kia Sorento met kenteken [kenteken 3] en

- Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 4],

althans van gestolen auto's

en

van onderdelen van de navolgende gestolen auto's:

- BMW met kenteken [kenteken 5]en

- Peugeot met kenteken [kenteken 6] en

- Peugeot 407 met kenteken [kenteken 7] en

- Audi A6 met kenteken [kenteken 8] en

- BMW 116i met kenteken [kenteken 9] en

- Volkswagen Sharan met kenteken [kenteken 10] en

- Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 11] en

- Volkswagen Passat met kenteken[kenteken 12] en

- Volkwagen Golf met kenteken [kenteken 13] en

- Renault Vel Satis met kenteken [kenteken 14] en

- Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 15] en

- Seat Leon met kenteken[kenteken 16] en

- Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken 17]

- Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 18]en

- Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 19] en

- Suzuki SX4 met kenteken [kenteken 20] en

- Mazda 3 sport met kenteken[kenteken 21] en

- Mazda 3 sport met kenteken [kenteken 22] en

- Volkswagen met kenteken [kenteken 23] en

- Volkswagen Touran met kenteken [kenteken 24] en

- Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 25] en

- Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 26] en

- Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 27] en

- Audi Q7 met kenteken[kenteken 28] en

- Audi A6 met kenteken [kenteken 29] en

- Mazda 3 met kenteken [kenteken 30] en

- Hyundai Tucson met kenteken [kenteken 31] en

- Skoda Octavia met kenteken [kenteken 32] en

- BMW met kenteken [kenteken 33]),

althans van onderdelen van gestolen auto's

en

van geld,

de aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben zij verborgen en/of verhuld wie de rechthebbenden op de genoemde voorwerpen waren,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s);

- gestolen auto's in onderdelen voorhanden gehad, waardoor de herkomst van deze onderdelen verborgen en/of verhuld werden;

- door middel van valse inkoopfacturen een legale herkomst van deze auto's en/of van onderdelen van deze auto's gesuggereerd;

- door middel van een valse verkoopfactuur en een valse vrachtbrief de werkelijke herkomst van de goederen verhuld en/of door de goederen niet te specificeren op de verkoopfactuur, gezorgd dat de herkomst/inkoop niet te traceren is; terwijl zij wist(en) dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie

Op 31 december 2008 zijn belastingaanslagen met vergrijpboetes op grond van artikel 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) opgelegd aan [verdachte 1]over de tijdvakken januari 2003 tot en met augustus 2003 en aan de fiscale eenheid [verdachte 1]en [medeverdachte] over de tijdvakken september 2003 tot en met december 2004.
Er is sprake van oplegging van een fiscale boete en strafvervolging ter zake van hetzelfde feit als bedoeld in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht. Na de doorlopen bezwaarprocedure heeft de rechtbank te Arnhem bij vonnissen van 21 juni 2011 beslist tot vernietiging van de boetebeschikkingen.

De onderhavige strafzaak is aangevangen op 20 mei 2010 met het onderzoek ter terechtzitting van de rechtbank te Arnhem.

Op 30 juni 2010 is een belastingaanslag met een vergrijpboete opgelegd op grond van artikel 67f AWR aan fiscale eenheid [verdachte 1] en [medeverdachte] over de tijdvakken januari 2005 tot en met december 2007. Betrokkenen hebben hiertegen bezwaar gemaakt. De vergrijpboete is bij uitspraak op bezwaar van 26 augustus 2011 door de Belastingdienst herzien en op nul euro gezet.

De verdediging heeft bepleit dat het openbaar ministerie, naast de reeds door de rechtbank uitgesproken gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid, eveneens niet-ontvankelijk dient te worden verklaard ten aanzien van de overige periode die onder feit 5 is tenlastegelegd. Hiertoe is aangevoerd dat de Belastingdienst op 30 juni 2010 geen boete meer had mogen opleggen na de aanvang van de strafvervolging op 20 mei 2010 en dat er beter overleg had moeten plaatsvinden tussen het openbaar ministerie en de Belastingdienst. Doordat ten aanzien van eerdere periodes al een bestuursrechtelijke afdoening had plaats gevonden heeft de overheid vertrouwen bij verdachte geschapen dat hij niet strafrechtelijk vervolgd zou worden, hetgeen dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, aldus de verdediging.

Het hof verwerpt het verweer. De stelling van de raadsvrouw geen steun vindt in het recht. Het openbaar ministerie is tot strafvervolging overgegaan en mocht ook tot strafvervolging overgaan voor die feiten die nog niet administratiefrechtelijk door de Belastingdienst waren afgedaan. Dat de Belastingdienst daarna nog een bestuursrechtelijke boete aan verdachte heeft opgelegd is niet aan het openbaar ministerie toe te rekenen en raakt niet aan de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging. Bovendien is de vergrijpboete bij vonnis van 26 augustus 2011 op nihil gesteld, zodat ook op die grond verdachte geen rechtens te respecteren belang heeft bij een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

De raadsvrouw heeft bepleit dat vrijspraak dient te volgen van diverse onder feit 4 tenlastegelegde auto-onderdelen. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat haar uit informatie van het RDW en twee autobedrijven is gebleken dat niet altijd aan de hand van de onderdelen vastgesteld kan worden of deze van een specifieke gestolen auto afkomstig zijn. Identificatie is wel mogelijk aan de hand van het VINnummer, het motorbloknummer en het chassisnummer, maar van binnenbekleding, spiegels, achterlichten en dergelijke onderdelen kan alleen vastgesteld worden van welk merk, jaar en model de onderdelen afkomstig zijn.
De raadsvrouw heeft meer specifiek bepleit dat, mede gelet op het voorgaande:

  • -

    niet vastgesteld kan worden dat de aangetroffen onderdelen behoren bij de gestolen BMW met kenteken [kenteken 5], nu in de aangifte gesproken wordt over een grijze auto en in het rapport voorwerp- en voertuig identificatie onderzoek wordt gesproken over een zwarte auto;

  • -

    dat van twee als “re achter” en “li achter” geduide onderdelen en twee spiegels niet vastgesteld kan worden dat deze horen bij de Peugeot Expert met kenteken [kenteken 6];

  • -

    dat van twee binnenschermen niet vastgesteld kan worden dat die horen bij de Peugeot 407 met kenteken [kenteken 7];

  • -

    dat van de op pagina 1619 genoemde onderdelen – met uitzondering van het motorblok – niet vastgesteld kan worden dat deze horen bij een Audi A6 met kenteken [kenteken 8];

  • -

    dat van de op pagina 1660 genoemde onderdelen, behorende bij een BMW 116i met kenteken [kenteken 9]de koplampen, het voorspatscherm, de insteeksas, lichten, spiegels en aircopomp niet getraceerd kunnen worden naar een specifieke auto;

  • -

    dat van de Volkwagen Sharan met kenteken [kenteken 10] de achterlichten niet naar een specifieke auto zijn te traceren;

  • -

    dat ten aanzien van de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 19] aan de hand van de inbeslaggenomen achterlichten niet vastgesteld kan worden of het om lichten gaat van een specifieke auto;

  • -

    dat de lichten genoemd op pagina 1959 niet getraceerd kunnen worden naar de Suzuki SX4 met kenteken [kenteken 20];

  • -

    dat van de Volkswagen Eos Cabrio met kenteken [kenteken 34] de inbeslaggenomen bekleding, stoelen, middenconsole en achterlichten niet gelinkt kunnen worden aan de auto.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Uit de ten aanzien van de BMW met kenteken [kenteken 6], de Peugeot Expert met kenteken [kenteken 7], de Peugeot 407 met kenteken [kenteken 8], de Audi A6 met kenteken [kenteken 9], de BMW 116i met kenteken [kenteken 10], de Volkwagen Sharan met kenteken [kenteken 19], de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 19] de Suzuki SX4 met kenteken [kenteken 20] en de Volkswagen Eos Cabrio met kenteken [kenteken 34] op ambtseed opgemaakte rapporten voorwerp- & voertuig identificatie onderzoek blijkt het volgende. De identificatie van de inbeslaggenomen onderdelen bij de betreffende auto’s heeft plaatsgevonden aan de hand van in en om de goederen aangetroffen gegevens die mede kunnen dienen tot het identificeren van deze goederen, de aangetroffen gegevens zijn bij de fabrikant bevraagd, de fabrikant heeft medegedeeld dat de bevraagde gegevens af-fabriek gekoppeld stonden aan het voertuig waarvoor een Voertuig Identificatie Nummer, een VINnummer, was afgegeven en voor die voertuigen is een betreffend kenteken afgegeven. Deze voertuigen met die betreffende kenmerken stonden onder opgemaakte processen-verbaal als gestolen gemeld.
Het hof is van oordeel dat de inbeslaggenomen onderdelen, genoemd op pagina 1055 en zoals opgenomen in de rapporten voorwerp- & voertuig identificatie onderzoek, geïdentificeerd konden worden en gekoppeld konden worden aan de gestolen auto’s zoals is gerelateerd. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van deze processen-verbaal en verwerpt derhalve het verweer van de raadsvrouw.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

3:
zij in of omstreeks de periode 29 oktober 2003 van 30 maart 2005 tot en met 25 juli 2007 in de gemeente [pleegplaats A], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte omzetbelasting, als bedoeld in de Algemene wet inzake Rijksbelastingen, te weten de aangifte omzetbelasting over de maand(en maart 2005 en/of april 2005 en/of mei 2005 en/of juni 2005 en/of december 2005 en/of februari 2006 en/of april 2006 en/of juni 2006 en/of juli 2006 en/of augustus 2006 en/of september 2006 en/of oktober 2006 en/of november 2006 en/of december 2006 en/of januari 2007 en/of februari 2007 en/of maart 2007 en/of juni 2007, onjuist of onvolledig heeft gedaan en of heeft laten doen, aan de Inspecteur der Belastingen van de Belastingdienst, terwijl dat feit er toe heeft gestrekt dat er te weinig belasting werd geheven, welke onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaat dat in genoemd aangiftebiljet over die maand(en), een onjuiste omzet en/of (een) te hoog bedrag aan voorbelasting, althans een onjuist bedrag was vermeld/opgegeven/aangegeven,

4:
zij in of omstreeks 1 januari 2003 tot en met 9 juni 2008 te [pleegplaats B], tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s)

van de navolgende gestolen auto's:

- MAZDA 323 met kenteken [kenteken 1] en

- BMW met kenteken [kenteken 2] en

- Kia Sorento met kenteken[kenteken 3] en

- Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 4],

althans van gestolen auto's

en

van onderdelen van de navolgende gestolen auto's:

- BMW met kenteken [kenteken 5] en

- Peugeot met kenteken [kenteken 6] en

- Peugeot 407 met kenteken [kenteken 7] en

- Audi A6 met kenteken [kenteken 8]en

- BMW 116i met kenteken [kenteken 9] en

- Volkswagen Sharan met kenteken[kenteken 10] en

- Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 11]en

- Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 12]

- Volkwagen Golf met kenteken [kenteken 13] en

- Renault Vel Satis met kenteken [kenteken 14]en

- Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 15]en

- Seat Leon met kenteken [kenteken 16]en

- Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken 17]

- Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 18]en

- Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 19] en

- Suzuki SX4 met kenteken [kenteken 20] en

- Mazda 3 sport met kenteken [kenteken 21] en

- Mazda 3 sport met kenteken [kenteken 22] en

- Volkswagen met kenteken [kenteken 23] en

- Volkswagen Touran met kenteken[kenteken 24] en

- Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 25] en

- Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 26]en

- Volkswagen Passat met kenteken[kenteken 27] en

- Audi Q7 met kenteken [kenteken 28] en

- Audi A6 met kenteken [kenteken 29] en

- Mazda 3 met kenteken [kenteken 30] en

- Hyundai Tucson met kenteken [kenteken 31] en

- Skoda Octavia met kenteken [kenteken 32] en

- BMW met kenteken [kenteken 33]

althans van onderdelen van gestolen auto's

en

van geld,

de aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben zij verborgen en/of verhuld wie de rechthebbenden op de genoemde voorwerpen waren,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s);

- gestolen auto's in onderdelen voorhanden gehad, waardoor de herkomst van deze onderdelen verborgen en/of verhuld werden;

- door middel van valse inkoopfacturen een legale herkomst van deze auto's en/of van onderdelen van deze auto's gesuggereerd;

- door middel van een valse verkoopfactuur en een valse vrachtbrief de werkelijke herkomst van de goederen verhuld en/of door de goederen niet te specificeren op de verkoopfactuur, gezorgd dat de herkomst/inkoop niet te traceren is;

terwijl zij wist(en) dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl dat feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven meermalen gepleegd.

het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op het maatschappelijk functioneren van verdachte en haar draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft een gewoonte gemaakt van het op grote schaal witwassen van gestolen auto’s en gestolen auto onderdelen en het witwassen van van misdrijf afkomstig geld. Daarnaast heeft verdachte grootschalige BTW-fraude gepleegd. Alleen al voor de BTW-fraude met het berekende nadeel van ongeveer € 200.000,= is, gelet op vergelijkbare zaken, een substantiële geldboete een passende straf. Met de witwaspraktijken heeft verdachte het plegen van andere misdrijven gefaciliteerd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 69 (oud) van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 23, 24, 47, 57, 62 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde en het onder 5 tenlastegelegde voor zover het de maanden september 2003 tot en met december 2004 betreft.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan de orde - en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 40.000,00 (veertigduizend euro).

Aldus gewezen door

mr R. de Groot, voorzitter,

mr C. Caminada en mr P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr M. Vodegel, griffier,

en op 18 november 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.