Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:8662

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-11-2013
Datum publicatie
15-11-2013
Zaaknummer
21-004090-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, met uitzondering van de strafoplegging en de vordering tenuitvoerlegging en met aanvulling/verbetering van gronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004090-13

Uitspraak d.d.: 15 november 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 21 maart 2013 met parketnummer 16-601186-11 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 16-600587-09, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 2 augustus 2013, 25 oktober 2013 (pro forma), 1 november 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, onder meer inhoudende dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk. De vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. H. Seton, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel dat de eerste rechter – afgezien van de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging – op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Het vonnis waarvan beroep dient derhalve voor wat betreft de strafoplegging en de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging te worden vernietigd en in zoverre zal opnieuw worden rechtgedaan.

Voor het overige zal het vonnis met aanvulling en verbetering van de volgende gronden worden bevestigd.

Aanvulling van gronden

De door de rechtbank ten aanzien van de feit 1 gebezigde bewijsmiddelen dienen te worden aangevuld met de navolgende bewijsmiddelen:

1.

De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –:

Ik ben in maart 2011 op het verjaardagsfeest van [betrokkene] geweest. Ik heb [slachtoffer] bij dat feest weggehaald.

2.

Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige, genummerd PL0940 2011277530-26, gesloten en getekend op 29 december 2011 door H.J. Benne, agent van de politie Utrecht (op pagina 208-209 van het ‘voorblad’, met registratienummer PL0930 2011281347 B), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige] – zakelijk weergegeven –:

Op 12 maart 2011 was ik op het verjaardagsfeestje van [betrokkene]. Ik hoorde rumoer vanuit de woonkamer. Ik liep de woonkamer in en zag dat[slachtoffer] over één van de schouders van [verdachte] hing. Ik zag dat [verdachte] met [slachtoffer] de trap afliep naar buiten.

Verbetering van gronden

Feit 1

De rechtbank heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde, 2e gedachte streepje (het gebeurde op 21 november 2011) bewezenverklaard:

‘op of omstreeks 21 november 2011 in Nederland die [slachtoffer] in haar gezicht en tegen haar arm heeft geslagen waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden’

Het hof verbetert het bovenstaande als volgt:

‘op of omstreeks 21 november 2011 in Nederland die [slachtoffer] in haar gezicht en tegen haar arm heeft geslagen waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden’

Feit 2

De rechtbank heeft ten aanzien van het bewezenverklaarde feit 2 als bewijsmiddel gebezigd (voetnoot 7) het proces-verbaal van verhoor getuige, op pagina 185 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 5.

Het hof verbetert het bovenstaande cursieve gedeelte in die zin dat dat gedeelte wordt vervangen door ‘het proces-verbaal van bevindingen’.

De rechtbank heeft voorts het onder 2 bewezenverklaarde gekwalificeerd als: ‘opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden’.

Het hof verbetert deze kwalificatie als volgt: ‘opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven’.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen – en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden – dat verdachte een zestal ernstige misdrijven heeft gepleegd waarbij hij geweld heeft toegepast jegens zijn vriendinnen. Uit het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 15 oktober 2013 blijkt dat verdachte eerder ter zake geweldsmisdrijven onherroepelijk is veroordeeld tot straf. Het hof acht, gelet op de ernst van de feiten en de recidive, een hogere straf dan door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd passend en geboden. Het hof zal een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur opleggen. Het hof ziet, gegeven het feit dat verdachte eerder met justitie in aanraking is gekomen en een voorwaardelijke straf gekregen heeft, thans geen meerwaarde meer in een voorwaardelijk deel bij de aan hem op te leggen gevangenisstraf.

Vordering tenuitvoerlegging

Parketnummer 16-600587-09

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Utrecht van 12 april 2010 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 63, 242, 266, 282, 300, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Utrecht van 12 april 2010, parketnummer 16-600587-09, te weten van:

gevangenisstraf voor de duur van 33 (drieëndertig) dagen.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door

mr P.R. Wery, voorzitter,

mr B.J.J. Melssen en mr F.G. Bauduin, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr G.J.B. van Weegen, griffier,

en op 15 november 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr F.G. Bauduin is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.