Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:8008

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-10-2013
Datum publicatie
29-10-2013
Zaaknummer
KS 24-002231-12 24-10-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan een weldoordachte, op professionele wijze geplande en uiterst brutaal uitgevoerde overval op een juwelierswinkel. Daarbij zijn de drie slachtoffers, een juwelier en twee vrouwelijke medewerksters waarvan de één 32 weken zwanger was, met messen bedreigd en in een hoek gedreven. De juwelier is bovendien daadwerkelijk een aantal keren gestoken, terwijl getracht is hem vast te tapen.

Verdachte is weliswaar niet daadwerkelijk als feitelijk uitvoerder van de overval aan te merken, maar hij heeft in alle fasen van de overval de touwtjes in handen gehad en een essentiële, coördinerende rol vervuld.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het exploiteren van een hennepkwekerij, waarvoor verdachte de elektriciteit afnam buiten de meter om. Daarmee hij de leverancier van de elektriciteit in financieel opzicht benadeeld. Bovendien heeft verdachte aanpassingen in zijn meterkast op een risicovolle wijze uitgevoerd, zodanig dat brandgevaar te duchten is geweest.

Het hof komt tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 24-002231-12

Uitspraak d.d.: 24 oktober 2013

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 2 oktober 2012 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 07-663646-11 en 07-650178-10, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1986],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in HvB Ooyerhoekseweg - Zutphen te Zutphen.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 9 april 2013, 30 mei 2013, 20 augustus 2013 en 10 oktober 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van de hem tenlastegelegde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, telkens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en tot verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. M.J. Lamers, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

parketnummer 07-663646-11:

1:

hij op of omstreeks 30 november 2011 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen ringen (zogenaamde 'dummy ringen'), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde1] en/of [benadeelde1] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde1] en/of[slachtoffer1] en/of [slachtoffer2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) - die [benadeelde1] en/of[slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] (tegen de grond) heeft/hebben geduwd/getrokken en/of - met een mes in de richting van die [benadeelde1] en/of[slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] heeft/hebben gewezen en/of - die [benadeelde1] en/of[slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] heeft/hebben vastgepakt en/of - die [benadeelde1] meermalen, althans eenmaal, met een mes heeft/hebben gestoken - die [benadeelde1] en/of[slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] heeft/hebben getracht met tape vast te binden.

parketnummer 07-650178-10 (gevoegd):

1:

hij op of omstreeks 09 juni 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk heeft geteeld en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 284 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2:

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 9 juni 2010 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie (stroom), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3:

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 9 juni 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk een elektriciteitswerk, te weten een zogenaamde meterkast en/of elektriciteitsinstallatie voor de stroomvoorziening in een woning, althans een gebouw aan de [adres], heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of een stoornis in de gang en/of in de werking van die meterkast en/of elektriciteitsinstallatie voor die stroomvoorziening heeft veroorzaakt en/of een ten opzichte van die meterkast en/of elektriciteitsinstallatie voor die stroomvoorziening, genomen veiligheidsmaatregel(en) heeft verijdeld, immers heeft hij, verdachte, in een elektriciteitsnetwerk/ elektriciteitsinstallatie/ elektriciteitsaansluiting, welke onderdeel uitmaakt van voornoemde woning, althans gebouw,

- de verzegeling van de hoofdaansluitingkast en/of de daarboven gemonteerde railkast verbroken en/of

- in die railkast een illegale elektriciteitsaansluiting (buiten de elektriciteitsmeter om) gemaakt en/of

- de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie verzwaard (contractueel hoort er 1x35A (40A) in te zitten) en/of rechtstreeks op de rail aangesloten (wat betekent dat de zekeringen in de middenspanningsruimte voor deze contractant de zekering was),

zodanig dat daardoor gemeen gevaar voor brand en/of kortsluiting en/of elektrocutie in die woning, althans dat gebouw en/of in één of meer belendende woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Verdachte heeft ter zitting van het hof bekend alle hem tenlastegelegde feiten te hebben gepleegd. Verdachtes bekennende verklaring wordt ondersteund door de overige gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 07-663646-11 en in de zaak met parketnummer 07-650178-10 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

parketnummer 07-663646-11:

hij op 30 november 2011 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen ringen (zogenaamde 'dummy ringen'), toebehorende aan [benadeelde1] en/of [benadeelde1] welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [benadeelde1] en [slachtoffer1] en [slachtoffer2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededaders

- die [benadeelde1] en/of[slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] (tegen de grond) heeft/hebben geduwd/getrokken en/of

- met een mes in de richting van die [benadeelde1] en/of[slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] heeft/hebben gewezen en/of

- die [benadeelde1] en/of[slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] heeft/hebben vastgepakt en/of

- die [benadeelde1] meermalen, althans eenmaal, met een mes heeft/hebben gestoken

- die [benadeelde1] en/of[slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] heeft/hebben getracht met tape vast te binden.

parketnummer 07-650178-10 (gevoegd):

1:

hij op 9 juni 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk heeft geteeld 284 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2:

hij in de periode van 1 april 2010 tot en met 9 juni 2010 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie (stroom), toebehorende aan [benadeelde2];

3:

hij in de periode van 1 april 2010 tot en met 9 juni 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk een elektriciteitswerk, te weten een zogenaamde meterkast voor de stroomvoorziening in een woning aan de [adres], heeft vernield en ten opzichte van die meterkast voor die stroomvoorziening genomen veiligheidsmaatregelen heeft verijdeld, immers heeft hij, verdachte, in een elektriciteitswerk, welke onderdeel uitmaakt van voornoemde woning,

- de verzegeling van de hoofdaansluitingkast en de daarboven gemonteerde railkast verbroken en

- in die railkast een illegale elektriciteitsaansluiting (buiten de elektriciteitsmeter om) gemaakt en

- de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie verzwaard (contractueel hoort er 1x35A (40A) in te zitten) en rechtstreeks op de rail aangesloten (wat betekent dat de zekeringen in de middenspanningsruimte voor deze contractant de zekering was),

zodanig dat daardoor gemeen gevaar voor brand in die woning, althans dat gebouw en in één of meer belendende woningen te duchten was.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 07-663646-11 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het in de zaak met parketnummer 07-650178-10 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Het in de zaak met parketnummer 07-650178-10 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 07-650178-10 onder 3 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk vernielen van een elektriciteitswerk en een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel verijdelen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan een weldoordachte, op professionele wijze geplande en uiterst brutaal uitgevoerde overval op een juwelierswinkel. Daarbij zijn de drie slachtoffers, [benadeelde1] en twee vrouwelijke medewerksters waarvan de een 32 weken zwanger was, met messen bedreigd en in een hoek gedreven. [benadeelde1] is bovendien daadwerkelijk een aantal keren gestoken, terwijl getracht is hem vast te tapen.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben puur uit financiële motieven gehandeld en geen enkel oog gehad voor de ellende die zij bij de slachtoffers aanrichtten. Voor de slachtoffers is de overval een zeer beangstigende ervaring geweest waarvan zij blijkens hun schriftelijke slachtofferverklaringen grote gevolgen ondervinden. Een dergelijke overval zorgt daarnaast ook maatschappelijk voor grote gevoelens van onrust en onveiligheid.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 6 september 2013, waaruit blijkt dat hij eerder ter zake van een diefstal en van geweldsdelicten is veroordeeld. Dat heeft hem er echter niet van weerhouden ook het onderhavige feit mede te plegen.

Verdachte heeft blijkens de Pro Justitia psychologische rapportage d.d. 11 juni 2012 van drs. J.H.A.M. Kobussen, klinisch psycholoog-psychotherapeut, geweigerd volledige medewerking te verlenen aan een onderzoek naar zijn geestvermogens, zodat het voor de onderzoeker niet mogelijk was valide conclusies te trekken met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Het hof rest daarom geen andere mogelijkheid dan hem volledig toerekeningsvatbaar te achten.

Voorts heeft het hof acht geslagen op de reclasseringsrapportages d.d. 12 december 2011 en 27 februari 2012, waarin - evenals in de bovengenoemde rapportage van Kobussen - de rapporteurs zich onthouden van een strafadvies en/of conclusies met betrekking tot het recidiverisico.

Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft het hof acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten. Het hof als strafverzwarende omstandigheden meewegen dat verdachte en zijn mededaders de overval op professionele wijze hebben voorbereid en volgens een vooropgezet plan hebben uitgevoerd, waarbij ieder de hem toebedeelde taak uitvoerde. Op brute wijze is een kleine groep personen overmeesterd, waaronder een als kwetsbaar persoon aan te merken zwangere vrouw, waarbij niet is geschroomd geweld te gebruiken.

Verdachte is weliswaar niet daadwerkelijk als feitelijk uitvoerder van de overval aan te merken, maar hij heeft in alle fasen van de overval de touwtjes in handen gehad. Zo regelt hij dat er een vluchtscooter wordt aangeschaft en dat deze scooter naar [plaats] wordt gebracht. Verdachte haalt de bestuurder en de bijrijder van de scooter op uit [plaats] met zijn auto en op de dag van de overval brengt hij de twee medeverdachten weg die de overval feitelijk uitvoeren. Na de overval haalt hij ze weer op en zorgt er vervolgens voor dat er valse aangifte wordt gedaan van de diefstal van de vluchtscooter door zijn broer [broer]. Ook heeft verdachte een rol vervuld bij het zoeken van een koper voor de buit en is verklaard dat hij zou meedelen in de buit. Aldus heeft verdachte een essentiële, coördinerende rol vervuld.

Het hof ziet in de te bezigen bewijsmiddelen geen enkele aanleiding om aan verdachte een ten opzichte van zijn mededaders beperktere rol toe te dichten, nu hij bij de het voorbereiden van de overval en het faciliteren van de uitvoerende mededaders een initiërende rol heeft gespeeld.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het exploiteren van een hennepkwekerij, waarvoor verdachte de elektriciteit afnam buiten de meter om. Daarmee hij de leverancier van de elektriciteit in financieel opzicht benadeeld. Bovendien heeft verdachte aanpassingen in zijn meterkast op een risicovolle wijze uitgevoerd, zodanig dat brandgevaar te duchten is geweest.

Het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, brengt het hof tot het oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren passend en geboden is.

Beslag

Het in de zaak met parketnummer 07-663646-11 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Zij behoren de veroordeelde toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.344,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 794,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 07-663646-11 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.982,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. Van de zijde van verdachte is deze vordering inhoudelijk niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 07-650178-10 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 24, 33, 33a, 36f, 47, 57, 161bis, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 07-663646-11 en in de zaak met parketnummer 07-650178-10 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 07-663646-11 en in de zaak met parketnummer 07-650178-10 onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- personenauto, Opel Vectra, kenteken [kenteken];

- een dummy-ring;

- twee kassabonnen;

- twee handschoenen;

- een kaartlezer (random reader Rabobank).

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 07-663646-11 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 794,00 (zevenhonderdvierennegentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde1], een bedrag te betalen van € 794,00 (zevenhonderdvierennegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 07-650178-10 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.982,00 (duizend negenhonderdtweeëntachtig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde2], een bedrag te betalen van € 1.982,00 (duizend negenhonderdtweeëntachtig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 29 (negenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. L.T. Wemes, voorzitter,

mr. H.J. Deuring en mr. J.A.A.M. van Veen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. de Ruijter, griffier,

en op 24 oktober 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.