Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:7984

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-10-2013
Datum publicatie
25-10-2013
Zaaknummer
CR 200.120.276-01 15-10-2013
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onderbewindstelling. Om verdere verdeeldheid in financiële kwesties te voorkomen, wordt een onafhankelijke derde tot bewindvoerder benoemd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.120.276/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 618097 BM VERZ 12-711)

beschikking van de familiekamer van 15 oktober 2013

inzake

1 [appellant 1],

wonende te [woonplaats 1],

2 [appellant 2],

wonende te [woonplaats 2],

appellanten,

advocaat: mr. R. Zwiers, kantoorhoudend te Almere,

tegen

1 [geïntimeerde 1],

wonende te [woonplaats 3],

2 [geïntimeerde 2],

wonende te [woonplaats 4],

geïntimeerden,

advocaat: mr. A.P. Fijn van Draat, kantoorhoudend te Utrecht.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

1 [belanghebbende 1],

wonende te [woonplaats 2],

hierna te noemen: [belanghebbende 1],

2 [belanghebbende 2],

als zodanig handelende onder de naam [X],

gevestigd te [woonplaats 2],

hierna te noemen: de bewindvoerder en/of mentor,

advocaat: mr. M. Falkena, kantoorhoudende te Lelystad,

3 [belanghebbende 3],

wonende te [woonplaats 2],

4. [belanghebbende 4] ,

wonende te [woonplaats 5],

5 [belanghebbende 5],

wonende te [woonplaats 6].

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad van 9 november 2012, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2. Het geding in hoger beroep

2.1

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 18 januari 2013, zijn appellanten in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. Zij verzoeken het hof die beschikking te vernietigen en het inleidend verzoek tot het instellen van een bewind ten behoeve van de rechthebbende alsnog integraal toe te wijzen en appellanten tot bewindvoerders te benoemen.

2.2

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 27 maart 2013, heeft de bewindvoerder het verzoek in hoger beroep bestreden.

2.3

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 29 maart 2013, hebben geïntimeerden het verzoek in hoger beroep bestreden.

2.4

Ter griffie van het hof zijn binnengekomen:

- op 11 februari 2013 een brief van 8 februari 2013 van mr. Zwiers met bijlage;

- een journaalbericht van 13 juni 2013 van mr. Zwiers.

2.5

De mondelinge behandeling heeft op 17 juni 2013 plaatsgevonden, waarbij de onderhavige zaak en het hoger beroep in de zaak met zaaknummer 200.120.280 gelijktijdig zijn behandeld. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Voorts zijn de belanghebbenden en mr. Falkena verschenen. [belanghebbende 1] is niet ter zitting verschenen. Mr. Zwiers heeft het woord gevoerd aan de hand van een pleitnotitie.

3. Procedureel

3.1

Het hof acht [appellant 2] ontvankelijk in zijn appel, aangezien zijn belang rechtstreeks betrokken is omdat [belanghebbende 1] tot zijn gezin behoort en hij ook deel heeft in de belangenbehartiging van [belanghebbende 1] op financieel en verzorgend gebied.

3.2

Voor zover appellanten klagen over de wijze van totstandkomen van de bestreden beschikking is het hof van oordeel dat zij geen belang hebben bij behandeling van die klacht. Immers, appellanten hebben thans in hoger beroep de zaak in zijn geheel ter beoordeling aan het hof voorgelegd en zijn in de gelegenheid gesteld hun inhoudelijke bezwaren tegen de bestreden beschikking kenbaar te maken. Voorts strekt de procedure in hoger beroep er mede toe eventuele onvolkomenheden uit de eerste aanleg te verbeteren. Aldus is het hof - anders dan appellanten - van oordeel dat hetgeen door hun op dit punt is gesteld, wat daar ook van zij, niet tot vernietiging van de bestreden beschikking dient te leiden.

4. De motivering van de beslissing

4.1

[belanghebbende 1] lijdt aan gevorderde dementie. In hoger beroep is niet in geschil dat [belanghebbende 1] als gevolg van haar geestelijke toestand duurzaam niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen, zodat de goederen die haar (zullen) toebehoren onder bewind dienen te blijven en/of te worden gesteld. Het hoger beroep beperkt zich tot de vraag wie in deze tot bewindvoerder dient te worden benoemd.

4.2

Het hof heeft het noodzakelijk geacht [belanghebbende 1] te horen alvorens te beslissen. Het proces-verbaal, dat van dit verhoor is opgemaakt, heeft het hof aan alle belanghebbenden doen toekomen, waarna deze in de gelegenheid zijn gesteld om hierop te reageren. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

4.3

Ten aanzien van de keuze van de persoon van de bewindvoerder dient op grond van de wet de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene te worden gevolgd, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten. [belanghebbende 1] heeft tijdens het verhoor echter geen duidelijke mening naar voren gebracht ten aanzien van de vraag wie haar financiële belangen dient te behartigen. Wel heeft zij aangegeven dat het goed gaat en dat zij geen problemen ervaart, dan wel heeft ervaren. Het hof acht het niet onaannemelijk dat zij de recente wijziging ten aanzien van haar financiën niet of nauwelijks heeft bemerkt.

4.4

Het hof is van oordeel dat het, vanwege de verstoorde familieverhoudingen, het onderlinge wantrouwen en de beschuldigingen over en weer ten aanzien van financiële aangelegenheden, niet in het belang van [belanghebbende 1] is om een persoon tot bewindvoerder te benoemen die tot haar familiekring behoort. Het hof heeft waargenomen dat [belanghebbende 1] het belangrijk vindt dat iedereen goed met elkaar kan opschieten en dat zij ook naar buiten toe uitdraagt dat het allemaal prima verloopt binnen de familie. Om verdere verdeeldheid tussen de familieleden in financiële kwesties te voorkomen, acht het hof het -evenals de rechtbank- in het belang van [belanghebbende 1] dat de behartiging van haar vermogensrechtelijke belangen in handen is van een onafhankelijke en professionele derde.

4.5

Wellicht had de huidige bewindvoerder er beter aan gedaan zich, bij aanvang van haar werkzaamheden maar ook in een later stadium, meer bewust te zijn van haar onafhankelijke positie die zij als professionele bewindvoerder dient in te nemen, echter het hof heeft geen aanleiding om op basis van het door appellanten aangevoerde, dan wel anderszins aan haar deskundigheid op financieel gebied te twijfelen. Het hof zal daarom de benoeming van de huidige bewindvoerder ondanks de naar voren gebrachte bezwaren handhaven.

5. Slotsom

5.1

Gelet op voorgaande zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.

5.2

Het hof ziet ten aanzien van de proceskosten geen aanleiding af te wijken van het gebruikelijke uitgangspunt dat de kosten zullen worden gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;

compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.A. Vermeulen, J.H. Kuiper en mr. J.G. Idsardi, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 15 oktober 2013 in bijzijn van de griffier.