Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:7958

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-10-2013
Datum publicatie
24-10-2013
Zaaknummer
200.117.291-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling van advocaat in de kosten van een voegingsincident dat was ingesteld namens een niet meer bestaande rechtspersoon. Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2013:5730.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

Locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.117.291/01

(zaaknummer rechtbank Leeuwarden: 84261 / HA ZA 07-628)

arrest van de eerste kamer van 22 oktober 2013 in het incident tot voeging in de zaak van:

Salieblad Management B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres in het incident,

hierna: Salieblad,

advocaat: mr. P. van Bommel, kantoorhoudende te Franeker,

tegen

[appellant] ,

wonende te [woonplaats],

appellant,

tevens verweerder in het incident,

in eerste aanleg eiser,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. P. van Bommel, kantoorhoudende te Franeker,

en

Facilium Marslanden B.V.,

gevestigd te Heerhugowaard,

geïntimeerde,

tevens verweerster in het incident,

in eerste aanleg gedaagde,

hierna: Facilium,

advocaat: mr. B.J.H. Kesnich, kantoorhoudende te Alkmaar.

Het tussenarrest van 30 juli 2013 wordt hier overgenomen.

1 De verdere loop van het geding in hoger beroep

1.1

In voormeld tussenarrest heeft het hof mr. Van Bommel in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren op het voornemen haar in het incident met toepassing van art. 245 lid 1 Rv in de proceskosten van Facilium te veroordelen.

1.2

Ter rolle van 27 augustus 2013 heeft mr. Van Bommel bedoelde akte genomen.

1.3

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest in het incident.

2 De verdere beoordeling

2.1

Voor zover de inhoud van de akte ertoe strekt het hof te bewegen terug te komen van de in het tussenarrest van 30 juli 2013 opgenomen bindende eindbeslissing dat Salieblad als niet meer bestaande rechtspersoon niet in haar incidentele vordering kan worden ontvangen, miskent mr. Van Bommel dat zij geen deelnemer is in het partijdebat tussen Salieblad en/of [appellant] enerzijds en Facilium anderzijds. Het hof gaat daarom in zoverre voorbij aan de inhoud van de akte.

2.2

Voor het overige heeft mr. Van Bommel aangevoerd dat zij zich refereert aan het oordeel van het hof en verzoekt zij de kostenveroordeling te beperken tot 1 punt, zo mogelijk in tarief I.

2.3

Het hof zal mr. Van Bommel met toepassing van art. 245 lid 1 Rv veroordelen in de proceskosten in het incident, tot op heden aan de zijde van Facilium vastgesteld op € 894,- aan geliquideerd salaris van de advocaat. Het bedrag van de proceskostenveroordeling is vastgesteld op basis van 1 punt in tarief II, aangezien de vordering tot voeging als van onbepaalde waarde moet worden aangemerkt.

2.4

De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen om door te procederen.

De beslissing

Het gerechtshof:

in het incident:

verklaart de incidentele vordering niet-ontvankelijk;

veroordeelt mr. Van Bommel in de proceskosten van het incident en stelt deze kosten aan de zijde van Facilium vast op € 894,- aan geliquideerd salaris van de advocaat;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 3 december 2013 voor memorie van grieven aan de zijde van [appellant].

Dit arrest is gewezen door mr. K.E. Mollema, mr. M.E.L. Fikkers en mr. A.M. Koene en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 22 oktober 2013.