Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:7888

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-10-2013
Datum publicatie
28-10-2013
Zaaknummer
200.100.775
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2011:BV1040, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overname procedure in hoger beroep door cessionaris na faillissement cedent

Wetsverwijzingen
Faillissementswet
Faillissementswet 27
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 225
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 227
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RBP 2014/13
JOR 2014/52 met annotatie van prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.100.775

(zaaknummer rechtbank Arnhem 194523)

arrest van de eerste kamer van 22 oktober 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Internationaal Verhuis- en Transportbedrijf Jan de Lely B.V.,

gevestigd te Geldermalsen,

appellante,

advocaat: mr. A.G.W. van Kessel,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Autobedrijf Van Dijk Culemborg B.V.,

gevestigd te Culemborg,

belanghebbende die in het geding in reconventie een aanzegging tot schorsing heeft gedaan,

advocaat: mr. A.G.W. van Kessel,

tegen:

de naamloze vennootschap

BNP Paribas Leasing Solutions N.V.

gevestigd te ’s-Hertogenbosch,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.J. Drop.

Partijen en de belanghebbende zullen hierna worden aangeduid als Jan de Lely, Van Dijk en BNP Paribas.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 7 april 2010, 15 december 2010 en 14 december 2011 die de rechtbank Arnhem tussen BNP Paribas (voorheen Fortis Lease Nederland N.V.) als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en Jan de Lely als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Jan de Lely heeft bij exploot van 9 januari 2012 BNP Paribas aangezegd van voornoemde vonnissen van 15 december 2010 en 14 december 2011 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van BNP Paribas voor hof Arnhem. Op de roldatum 24 januari 2012 is jegens BNP Paribas verstek verleend.

2.2

Op 15 mei 2012 is Jan de Lely in staat van faillissement verklaard. Op de rol van die dag is verstaan dat de procedure in conventie deels is geschorst op grond van artikel 29 van de Faillissementswet (Fw), dat op de procedure in conventie voor het overige artikel 28 Fw van toepassing is en dat op de procedure in reconventie artikel 27 Fw van toepassing is.

2.3

Op de roldatum 9 juli 2013 heeft BNP Paribas het verstek gezuiverd en heeft zij schorsing van de procedure gevraagd op grond van artikel 27 Fw teneinde de curator in het faillissement van Jan de Lely (hierna: de curator) tot overname van het geding op te roepen. Op diezelfde roldatum heeft Jan de Lely bericht dat de reconventionele vordering voorafgaand aan haar faillissement is gecedeerd aan Van Dijk en dat Van Dijk als appellante in het geding zal dienen te verschijnen.

2.4

Op de roldatum 30 juli 2013 heeft de curator bericht het geding (in reconventie) niet over te nemen. Daarop is de zaak verwezen naar de rol van 13 augustus 2013 voor beraad partijen/uitlaten ex artikel 27 lid 2 Fw. Vervolgens is de zaak verwezen naar de rol van 27 augustus 2013 voor uitlating ex artikel 27 lid 2 Fw voor zover het het in reconventie niet gecedeerde deel van de vordering betreft en voor uitlating ex artikel 227 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voor zover het het in reconventie gecedeerde deel van de vordering betreft.

2.5

Op de roldatum van 27 augustus 2013 heeft mr. Van Kessel voornoemd zich gesteld voor Van Dijk en medegedeeld dat Van Dijk als appellante in de plaats zal treden van Jan de Lely. Van Dijk heeft daarbij een akte uitlating artikel 227 Rv genomen.

2.6

Bij brief van 9 september 2013 heeft BNP Paribas medegedeeld verval van instantie te vorderen van zowel de procedure in conventie als de procedure in reconventie en geconcludeerd dat Van Dijk niet-ontvankelijk is. Van Dijk zou, aldus BNP Paribas, moeten worden ontzegd de procedure van Jan de Lely over te nemen. Bij brief van 27 september 2013 heeft BNP Paribas dit herhaald. Op de roldatum 8 oktober 2013 heeft BNP Paribas verzocht om op deze vordering te beslissen en tevens om uitstel verzocht voor het nemen van een akte tot verval (bedoeld zal zijn: ontslag) van instantie ex artikel 27 Fw.

2.7

Vervolgens heeft het hof arrest bepaald op het griffiedossier ten aanzien van de vordering van BNP Paribas om Van Dijk niet-ontvankelijk te verklaren althans om Van Dijk niet toe te staan de procedure van Jan de Lely over te nemen.

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1

Artikel 225 lid 1 aanhef en sub c Rv voorziet erin dat een procedure kan worden geschorst op grond van het ophouden van een betrekking waarin een partij het geding voerde. Daaronder valt ook het geval van rechtsopvolging onder bijzondere titel.

3.2

Niet is betwist dat de vordering waarvan Jan de Lely in reconventie betaling vordert (deels) is gecedeerd aan Van Dijk. Deze (stille) cessie heeft plaatsgevonden bij akte van 1 maart 2010 die op 1 juli 2010 is geregistreerd bij de belastingdienst. In zoverre is Van Dijk de rechtsopvolger onder bijzondere titel van Jan de Lely ten aanzien van de gestelde vordering op BNP Paribas. De cessie van de vordering is met de registratie van de cessieakte voltooid (en levering heeft pas plaatsgevonden) nadat de eis in reconventie was ingesteld. Daarmee doet zich dus een situatie voor als bedoeld in artikel 225 lid 1 aanhef en sub c Rv.

3.3

BNP Paribas heeft zich, in de kern genomen, op het standpunt gesteld dat, nu is gebleken dat deze cessie heeft plaatsgevonden hangende de procedure in eerste aanleg, Van Dijk niet pas nu als partij aan de procedure kan gaan deelnemen. Aldus verzet BNP Paribas zich tegen de door Van Dijk gedane aanzegging van schorsing en hervatting van de procedure in reconventie. Dit verzet slaagt niet.

3.4

Hoewel in het algemeen voor de hand ligt dat schorsing van het geding ex artikel 225 Rv zo spoedig mogelijk nadat de grond voor de schorsing is opgekomen wordt ingeroepen, is dit geen vereiste. In een geval als het onderhavige, waarin sprake is van een stille cessie, staat niets eraan in de weg dat de procedure wordt voortgezet door de cedent, totdat de cessionaris de procedure alsnog wenst over te nemen. Van Dijk was geen (formele) procespartij bij het bestreden vonnis in eerste aanleg en mocht wel maar behoefde niet zelf hoger beroep in te stellen (zo volgt ook uit HR 5 juni 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0620, NJ 1993, 204 m.nt. H.J. Snijders). Dat mocht Jan de Lely doen en zij heeft dat ook tijdig gedaan. Van kracht (en gezag) van gewijsde van dit vonnis is dan ook geen sprake; dat is voorkomen door het (tijdige) hoger beroep van Jan de Lely (zie ook de noot van Snijders onder voormeld arrest).

3.5

Het staat Van Dijk, als werkelijk belanghebbende bij de uitkomst van de procedure in reconventie, dan ook vrij om, na het faillissement van Jan de Lely, alsnog de schorsingsgrond ex artikel 225 lid 1 aanhef en sub c in te roepen en de procedure in reconventie van de cedent over te nemen. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom het in strijd zou zijn met de eisen van een goede procesorde dat Van Dijk eerst nu als partij aan de procedure gaat deelnemen en waarom BNP Paribas daardoor op onaanvaardbare wijze in haar belangen zou worden geraakt. Er bestaat dan ook geen grond om Van Dijk niet-ontvankelijk te verklaren of om haar het recht te ontzeggen de procedure van Jan de Lely over te nemen.

3.6

Van Dijk heeft bij akte ter rolle verklaard het geding ex artikel 227 Rv te hervatten in de stand waarin het zich bij de schorsing bevond. Het hof beschouwt deze akte uitsluitend als een akte van aanzegging tot schorsing zoals bedoeld in artikel 225 lid 2 Rv. Blijkens het bepaalde in artikel 227 lid 1 aanhef en sub b Rv kan de aanzegging tot hervatting van het geding na schorsing alleen bij akte ter rolle plaatsvinden indien de andere partij daarmee instemt. Dat geldt ook voor een gecombineerde aanzegging van de schorsing en van de hervatting. Van een dergelijke instemming is niet gebleken. Dat Van Dijk de aanzegging ook bij exploot heeft gedaan, is evenmin gebleken. Van Dijk zal daarom alsnog een exploot dienen uit te brengen zoals bedoeld in artikel 227 lid 1 aanhef en sub b Rv teneinde BNP Paribas op te roepen tegen de dag waarop Van Dijk de procedure in reconventie in hoger beroep wil hervatten.

3.7

BNP Paribas heeft verzocht een akte tot verval (of ontslag) van instantie te mogen nemen, naar het hof begrijpt zowel ten aanzien van de procedure in conventie als ten aanzien van de procedure in reconventie voor zover die het niet-gecedeerde gedeelte van de vordering betreft. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol.

3.8

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

wijst af het verzet tegen de door Van Dijk gedane aanzegging tot schorsing van de procedure in reconventie in hoger beroep (voor zover die het gecedeerde gedeelte van de vordering betreft);

verwijst de zaak naar de rol van 5 november 2013 voor akte aan de zijde van BNP Paribas zoals bedoeld in rechtsoverweging 3.7;

houdt verder iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.J. Laurentius-Kooter, K.J. Haarhuis en F.J.P. Lock, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2013.