Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:7778

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-10-2013
Datum publicatie
17-10-2013
Zaaknummer
200.132.385-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellant is niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep nu de vordering waarover de kantonrechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer beloopt dan € 1.750,- (art. 332 Rv). De uitsluiting van hoger beroep in dit soort zaken wordt niet doorbroken door, kort gezegd, de doorbrekingsgronden die in de rechtspraak zijn ontwikkeld in situaties waarin andere wetsbepalingen hoger beroep uitsluiten. Voor zaken als deze is cassatie de aangewezen weg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.132.385/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 542749 CV EXPL 12-1818)

arrest van de eerste kamer van 15 oktober 2013

in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellante],

advocaat: mr. E. Henkelman-de Mooy, kantoorhoudend te Groningen,

tegen

Stichting Zorgkantoor Menzis,

gevestigd te Wageningen,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: het Zorgkantoor,

advocaat: mr. D.R. van Oppenraaij-Beijdorff, kantoorhoudend te Enschede.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 11 juni 2013 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij exploot van 19 augustus 2013 heeft [appellante] hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis, met dagvaarding van het Zorgkantoor om op de roldatum

10 september 2013 ter zitting van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te verschijnen.

3 De beoordeling

De ontvankelijkheid

5.1

Art. 332 Rv stelt hoger beroep open van in eerste aanleg gewezen vonnissen, tenzij de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te oordelen niet meer dan € 1.750,- beloopt, waarbij voor vorderingen van onbepaalde waarde deze grens ook bestaat indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de waarde van die vordering minder is dan dit bedrag. Voor de bepaling van de waarde van de vordering wordt de tot aan de dag van dagvaarding in eerste aanleg verschenen rente bij de vordering inbegrepen.

5.2

Het Zorgkantoor heeft in eerste aanleg (terug)betaling gevorderd van het door [appellante] ontvangen persoonsgebonden budget. In hoofdsom heeft het Zorgkantoor een bedrag van € 1.182,90 gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 818,80 gerekend vanaf 30 maart 2012 tot aan de dag der voldoening.

5.3

Gelet op de hoogte van de vordering van het Zorgkantoor waarover de kantonrechter in eerste aanleg had te oordelen, heeft de rolraadsheer [appellante] bij brief van 17 september 2013 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over wat, gelet op het bepaalde in artikel 332 Rv, haar belang is bij het ingestelde hoger beroep, nu dat a prima vista niet-ontvankelijk lijkt te zijn.

5.4

Bij akte van 1 oktober 2013 heeft [appellante] zich - samengevat weergegeven - op het standpunt gesteld dat zij ontvankelijk is in haar beroep, nu de rechtbank ten onrechte geen hoor en wederhoor heeft toegepast. [appellante] merkt op dat zij eerst in een laat stadium formeel rechtsbijstand heeft genoten, wat er toe geleid heeft dat bij latere akte een inhoudelijk standpunt over de ontvankelijkheid van de vordering van geïntimeerde is ingenomen.
De rechtbank heeft het verweer van [appellante] bij vonnis terzijde geschoven, althans heeft dit niet bij haar besluitvorming betrokken. In dat kader is volgens [appellante] sprake van schending van het beginsel van hoor, en, nu het Zorgkantoor ook niet in de gelegenheid is gesteld om op de akte te reageren, schending van wederhoor.

5.5

Het hof oordeelt als volgt. Nu de vordering waarover de kantonrechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer beloopt dan € 1.750,- is [appellante] ingevolge het bepaalde in artikel 332 Rv niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep.
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad (zie o.a. HR 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1490) wordt de uitsluiting van hoger beroep in dit soort zaken niet doorbroken door, kort gezegd, de doorbrekingsgronden die in de rechtspraak zijn ontwikkeld in situaties waarin andere wetsbepalingen hoger beroep uitsluiten. Voor zaken als deze is cassatie (op grond van artikel 80 lid 1 RO) de aangewezen weg.
Er is dan ook geen reden om [appellante] ondanks het bepaalde in artikel 332 Rv ontvankelijk te achten.

5.6

Als de in het ongelijk te stellen partij zal [appellante] worden veroordeeld in de proceskosten van het geding in hoger beroep.

De beslissing



Het gerechtshof:

verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in haar hoger beroep;

veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van het Zorgkantoor begroot op € 683,- voor verschotten.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. H. de Hek en mr. M.E.L. Fikkers en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 15 oktober 2013.