Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:7711

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-10-2013
Datum publicatie
28-10-2013
Zaaknummer
200.115.783
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALM:2012:BX3880, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid beherend vennoot en haar bestuurder jegens commanditaire vennootschap en vennoten bij projectontwikkeling in het buitenland?

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2014/334
JOR 2014/63 met annotatie van mr. P.D. Olden
OR-Updates.nl 2013-0387
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.115.783

(zaaknummer rechtbank Almelo 122337)

arrest van de eerste kamer van 15 oktober 2013

in de zaak van

de commanditaire vennootschap

Vienna Gate 1 C.V.,

gevestigd te Lochem,

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

hierna: de CV,

advocaat: mr. J.B. Rijpkema,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellant in het incidenteel hoger beroep,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. M.B. Bollen.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 19 oktober 2011 (in het bevoegdheid incident) en van 1 augustus 2012 (eindvonnis) die de rechtbank Almelo heeft gewezen tussen de CV als eiseres in conventie tevens verweerster in voorwaardelijke reconventie en [geïntimeerde] als gedaagde in conventie tevens eiser in voorwaardelijke reconventie. Het eindvonnis is gepubliceerd onder ECLI:NL:RBALM:2012:BX3880.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 12 oktober 2012,

- de memorie van grieven, tevens akte houdende vermindering van eis, met producties,

- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep,

- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

Vanwege het grote aantal in deze zaak betrokkenen volgt hieronder een organogram (ontleend aan de memorie van antwoord p. 3):

Tussen partijen staan voorts de volgende feiten vast.

3.1

Bij notariële akte van 4 juli 2005 (productie 5 bij de inleidende dagvaarding) hebben MEI Beheer B.V. als enig beherend vennoot (verder: "MEI Beheer"), vertegenwoordigd door haar bestuurder [geïntimeerde], en 123 commanditaire vennoten (verder: "de commandieten"), vertegenwoordigd door [geïntimeerde] als gevolmachtigde, met ingang van 15 augustus 2003 de commanditaire vennootschap Vienna Gate 1 C.V. (de CV) opgericht met het in artikel 2 omschreven doel:

"(…) te participeren in Vienna Gate 1 a.s. (…), gevestigd te Petržalka, Bratislava, Slowakije, en voorts het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande rechtstreeks of zijdelings in verband kan staan, alles in de meest ruime zin genomen"

voor de in artikel 3 beschreven duur:

"van het participeren in Vienna Gate 1 a.s., zoals beschreven in het als ‘Informatie Memorandum Vienna Gate-1 C.V.’ aangeduide document (…), waarvan een exemplaar aan deze akte wordt gehecht."

3.2

Het memorandum, genaamd "Vienna Gate 1 CV Projectontwikkeling in Bratislava, Slowakije" (productie 4 bij de inleidende dagvaarding) vermeldt op de voorpagina: "MEI Middle Europe Investments" en "Lochem, december 2004" en op de laatste bladzijde:

" Middle Europa Investments

Voor informatie kunt u contact opnemen met (…); [geïntimeerde] RA; (en vijf andere daar genoemde personen, hof)

(…)
Internet: www.mei.nl

E-mail: info@mei.nl ".

Het memorandum vermeldt (op bladzijde 1) onder meer:

"Het Vienna Gate project omvat de aankoop en projectontwikkeling op het voormalig sportcomplex van [M] a.s., bestaande uit (…). De perceelgrootte is in totaal 51.781 m². De aankoopprijs bedraagt inclusief rente in totaal SKK 240.000.000.

(…)

De grond is ondergebracht in vier verschillende ondernemingen, te weten:

- Vienna Gate 1 a.s. (perceelgrootte is 7.773 m²)

Hier wordt een multifunctioneel gebouw (…) gebouwd. Bestaande uit twee woontorens van 24 en 17 verdiepingen met in de onderste 3 lagen winkels en kantoren. Onder de grond is er een parkeergarage met 2 verdiepingen. Het gebouw is gesitueerd tegenover het internationale treinstation Petržalka.

Start bouw: april 2005, einde project: maart 2008.

Voor de start van de bouw wordt beoogd om zoveel mogelijk van het verkoopbaar vloeroppervlak van Vienna Gate 1 project te verkopen.

- Vienna Gate 2 a.s. (perceelgrootte is 13.473 m²) (…)

- Vienna Gate 3 a.s. (perceelgrootte is 18.087 m²) (…)

- Vienna Gate 4 a.s. (perceelgrootte is 12.448 m²) (…)

De projecten Vienna Gate 2, 3 en 4 zullen na of tijdens Vienna Gate 1 worden opgestart. (…)".

Het memorandum beschrijft (op bladzijde 4) de aandeelhoudersstructuur van Vienna Gate 1 a.s.: de CV zal voor € 620.000 62% van de aandelen Vienna Gate 1 a.s. houden, waarnaast Vienna Gate 1 a.s. voor de projectinvestering leningen zal krijgen van een institutionele belegger van € 3.752.000 en van de CV van € 8.308.000.

Ook bevat het memorandum financiële informatie, onder andere over de totale investering in Vienna Gate 1 a.s., de financiering daarvan en een rendementsberekening van de CV. De grondaankoop zou (aldus pagina 5) € 2.600.000 vergen.

3.3

Van de beherend vennoot van de CV, MEI Beheer, was [geïntimeerde] een van de vier bestuurders. MEI Beheer was een 100% dochter van Reggehuys Management B.V. (verder: Reggehuys), van welke laatste vennootschap [geïntimeerde] op enig moment medebestuurder en medeaandeelhouder was.

3.4

Tot verwerving van de gronden heeft Reggehuys in 2004 gelden van particulieren geleend. Als haar bestuurder heeft [geïntimeerde] bij overeenkomst van 1 augustus 2004 (productie 21 bij conclusie van repliek in conventie) SKK 240.987.000 en aanvullend SKK 21.013.000 geleend aan (de door [X] vertegenwoordigde) vennootschap MEI Slovakia a.s., waarvan Reggehuys 60% van de aandelen hield en [geïntimeerde] in ieder geval sedert 13 december 2005 bestuurder was. MEI Slovakia a.s. heeft deze gelden weer geleend aan Vienna Gate 1 a.s., 2, 3 en 4, voor hun grondaankopen van de eigenaresse [M]. Van Vienna Gate 1 a.s. waren de CV voor 62%, Reggehuys en MEI Slovakia a.s. ieder voor 5% en institutionele belegger Faisal Bank voor 28% aandeelhouder.

3.5

Op basis van het memorandum en overeenkomstig de door hen op zich genomen verplichtingen hebben de commandieten omstreeks december 2004 tezamen ruim € 9 miljoen bijeengebracht, de meesten de minimum inbreng van € 50.000 (waardoor het memorandum op grond van artikel 2, lid 1 onder (a), 4e van de Vrijstellingsregeling Wft niet behoefde te voldoen aan de voorschriften van de Wft en dus niet viel onder het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten).

3.6

Bij schriftelijke overeenkomst van geldlening van 15 december 2004 (productie 6 bij de inleidende dagvaarding) heeft ([geïntimeerde] als vertegenwoordiger van de beherend vennoot MEI Beheer namens) de CV aan (de door haar bestuurder [X] vertegenwoordigde) Vienna Gate 1 a.s. tot 30 juni 2008 een bedrag van SKK 324.531.250 (destijds € 8.275.368) uitgeleend tegen 8% rente per jaar.

3.7

Bij schriftelijke overeenkomsten aangaande geldlening (productie 1 bij memorie van grieven) heeft Vienna Gate 1 a.s. op 30 december 2004 SKK 65.221.563,86 aan Vienna Gate 3 a.s. en op 14 januari 2005 SKK 48.072.984,74 aan Vienna Gate 2 a.s. en SKK 55.377.913,11 aan Vienna Gate 4 a.s. uitgeleend tegen een rente van 10% per jaar, zonder zekerheden en niet opeisbaar voor 1 januari 2010. In totaal gaat het om ruim € 4,4 miljoen. Deze contractspartijen zijn daarbij over en weer vertegenwoordigd door procuratiehouder [X]. Van Vienna Gate 3 a.s. en Vienna Gate 4 a.s. was [geïntimeerde] destijds voor 17% respectievelijk 50% medeaandeelhouder. Vienna Gate 2 a.s., 3 en 4 hebben op hun beurt aan hun aflossingsverplichtingen voldaan jegens MEI Slovakia a.s. (de lokale vestiging van MEI Beheer, oprichter van en participante in en manager voor Vienna Gate 1 a.s.), waarna de gelden via Reggehuys weer aan de oorspronkelijke geldverstrekkers konden worden terugbetaald.

3.8

Aan de commandieten zijn in de jaren 2005 tot en met 2007 jaarlijks twee nieuwsbrieven gestuurd, de twee uit 2005 afkomstig van MEI Beheer en de vier uit 2006 en 2007 afkomstig van "Central Europe Group" ("CEG"), en soms getekend door MEI Beheer.

3.9

Reggehuys heeft in 2006 aan Vienna Gate 1 a.s. circa € 600.000 betaald opdat deze haar renteverplichtingen aan de CV kon voldoen.

3.10

De beoogde projectduur van het project van Vienna Gate 1 a.s. (ongeveer 3 jaar) is niet gehaald. De projectkosten zijn hoger uitgevallen dan begroot. De verkoop van appartementen is achtergebleven. Vienna Gate 1 a.s. is "in herstructurering" terecht gekomen, een soort surséance naar Slowaaks recht.

3.11

Op 29 januari 2010 heeft BDO Accountants & Belastingadviseurs B.V. (verder: "BDO") in opdracht van Reggehuys een notitie geschreven (gebaseerd op de financiële rapportage met betrekking tot het jaar 2008) met als doel nader inzicht te verschaffen in de financiële positie van de CV (productie 8 bij de inleidende dagvaarding).

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1

Deze zaak gaat over de vraag of [geïntimeerde] in zijn hoedanigheid van bestuurder van de beherend vennoot MEI Beheer aansprakelijk is voor de door de commandieten gestelde, door hen geleden schade bij projectontwikkeling in het buitenland.

4.2

In conventie heeft de CV [geïntimeerde] doen dagvaarden en gevorderd hem te veroordelen om aan haar een schadevergoeding van (wegens de grondtransacties € 1.684.861 + wegens ontbreken van zekerheden en van informatieverstrekking € 5.071.137 =) € 6.755.988 te betalen met de wettelijke rente daarover vanaf 13 juli 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede de proceskosten.

Voor het geval van afwijzing van de vorderingen in conventie heeft [geïntimeerde] in voorwaardelijke reconventie gevorderd de te zijnen laste gelegde beslagen op straffe van verbeurte van een dwangsom op te heffen, met veroordeling van de CV in de werkelijke kosten in conventie en in voorwaardelijke reconventie.

4.3

Na afwijzing bij tussenvonnis van 19 oktober 2011 van een door [geïntimeerde] opgeworpen bevoegdheidsincident heeft de rechtbank in haar eindvonnis van 1 augustus 2012 zowel het in conventie als het in reconventie gevorderde afgewezen met veroordeling van de CV respectievelijk [geïntimeerde] in de geliquideerde proceskosten. Daartoe heeft de rechtbank in conventie overwogen met betrekking tot (bestuurdersaansprakelijkheid van [geïntimeerde] voor) het memorandum:

"5.4 Aan het verweer dat niet [geïntimeerde] het memorandum heeft vervaardigd maar Reggehuys, gaat de rechtbank voorbij nu, ten tijde van het opstellen van het memorandum (dat gedateerd is: december 2004) [geïntimeerde] bestuurder was van Reggehuys.

5.5

De CV voert met betrekking tot het memorandum aan dat dit misleidend is, nu dit zou suggereren dat de ingelegde gelden zouden worden geïnvesteerd in het project in VG1 en dat -zo begrijpt de rechtbank- door niet alle ingelegde gelden tot dat doel aan te wenden, [geïntimeerde] jegens de CV onrechtmatig heeft gehandeld.

5.6

De rechtbank is van oordeel dat het memorandum weliswaar een tamelijk summiere beschrijving geeft van het Project, maar dat niet gezegd kan worden dat de suggestie wordt gewekt dat alleen geïnvesteerd zou worden in VG1, nu het memorandum ook vermeldt dat de grond is "ondergebracht in vier verschillende ondernemingen" die met name worden genoemd met de daarbij behorende karakteristieken (grootte, bestemming, e.d.).

5.7

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat op zich van onrechtmatig handelen door [geïntimeerde] vanwege een misleidend memorandum geen sprake is."

Voorts heeft de rechtbank overwogen met betrekking tot (bestuurdersaansprakelijkheid van [geïntimeerde] voor) gebrekkige informatievoorziening aan de commandieten en de geldleningen door Vienna Gate 1 a.s. aan Vienna Gate 2 a.s., 3 en 4:

"5.16 MEI Beheer is geen partij in deze procedure. Dat staat er echter op zich niet aan in de weg dat de rechtbank op basis van de door partijen naar voren gebrachte feiten kan oordelen of de beherend vennoot jegens de CV in gebreke is gebleven met -in dit concrete geval- de juiste uitvoering van het Project en een voldoende zorgvuldige aanwending van het door de (vennoten van de) CV ten behoeve van het Project ter beschikking gestelde kapitaal.

5.17

In dat verband heeft de CV een aantal feiten naar voren gebracht die naar haar oordeel aantonen dat de beherend vennoot ernstig tekort is geschoten in de vervulling van haar verplichtingen jegens de CV, zoals -kort gezegd-: gebrekkige informatievoorziening aan de vennoten en het doorlenen van gelden door VG1 aan VG2, VG3 en VG4 zonder behoorlijke zekerheid.

5.18

Echter, ook indien deze feiten, die door [geïntimeerde], deels gemotiveerd, deels ‘bij gebrek aan wetenschap’ worden betwist, zouden komen vast te staan, kan dit, naar het oordeel van de rechtbank, nog niet leiden tot [geïntimeerde]’ persoonlijke aansprakelijkheid. Daarvoor is immers niet alleen nodig dat [geïntimeerde] heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de beherend vennoot wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt, maar ook dat enig handelen of nalaten van [geïntimeerde] als bestuurder ten opzichte van de CV zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (o.a. HR 8.12.2006, NJ 2006, 659).

5.19

De CV is onvoldoende concreet geweest en heeft dus niet voldoende aannemelijk gemaakt dat [geïntimeerde] zodanig onzorgvuldig heeft gehandeld dat hem persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt.

[geïntimeerde] is op zich gebleven binnen de doelomschrijving van de CV (het participeren in VG1), welke doelomschrijving ook ruimte liet om via andere -in het memorandum genoemde - projectvennootschappen te investeren in onroerend goed projecten in Bratislava.

[geïntimeerde] had geen bestuurlijke functie in enige van de projectvennootschappen die leningen gaven (VG1) of leningen van VG1 opnamen (VG2, VG3 en VG4). Wel was [geïntimeerde] gedurende enige tijd bestuurder van Mei Slovakia, maar onvoldoende aannemelijk is geworden dat [geïntimeerde] als bestuurder van die Slowaakse vennootschap een doorslaggevende rol heeft gespeeld in de uitvoering van het Project.

De CV heeft ook niet aannemelijk kunnen maken dat het Project door ernstig onzorgvuldig handelen van [geïntimeerde] is mislukt nu kennelijk ook andere omstandigheden zoals een tegenvallende onroerend goed markt, een rol speelden.

Tenslotte is ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [geïntimeerde] niet of nauwelijks informatie heeft verstrekt. Enige informatie in de vorm van nieuwsbrieven is immers verschaft en verder waren in de CV-akte of het memorandum geen procedure- of andere afspraken over informatievoorziening gemaakt. De afwezigheid van die afspraken hebben de vennoten kennelijk op de koop toegenomen toen zij vennoten in de CV werden."

4.4

In het principaal appel heeft de CV haar schadevergoedingsvordering wegens de grondtransacties ingetrokken en richt zij haar grieven tegen de afwijzing van de in conventie gevorderde schadevergoeding wegens andere bestuurdersaansprakelijkheden. In het incidenteel appel richt [geïntimeerde] een grief tegen rov. 5.4 van het eindvonnis.

4.5

Aan deze vordering tot schadevergoeding legt de CV het volgende ten grondslag.

1) In strijd met de doelstelling in de statuten van de CV en het memorandum zijn de door de geldschieters ingelegde gelden niet uitsluitend besteed aan de realisering van het doel van Vienna Gate 1 a.s., maar via Vienna Gate 1 a.s. in belangrijke mate aangewend om geldleningen aan Venna Gate 2 a.s., 3 en 4 te verstrekken. 2) Als dit een vooropgezet plan was, moet het memorandum als misleidend worden gekwalificeerd. 3) Ten behoeve van de CV had voor de aan Vienna Gate 1 a.s. verstrekte geldlening van ruim € 8,3 miljoen moeten worden bedongen dat Vienna Gate 1 a.s. de geleende gelden alleen zou gebruiken voor de realisering van de bouw en had ook zekerheid moeten worden bedongen (hypotheek op haar perceel). Ook had (de bestuurder van) Vienna Gate 1 a.s. bewogen moeten worden om zekerheid te verlangen van Vienna Gate 2 a.s., 3 en 4 (een pandrecht op de vorderingen van Vienna Gate 1 a.s. op Vienna Gate 2 a.s., 3 en 4 dan wel een hypotheekrecht op hun gronden). 4) Aan de CV c.q. de commandieten is niet eerder dan op de CV-vergadering van juni 2009 gemeld dat haar/hun gelden waren doorgeleend. De halfjaarlijkse nieuwsbrieven gaven een onjuist en onvolledig beeld van de werkelijkheid. De CV is over alle essentiële zaken niet tijdig geïnformeerd.

Bij dit alles heeft [geïntimeerde], mede-initiator van het project en van het memorandum, medebestuurder van Reggehuys, als met het project belast bestuurder van de beherend vennoot MEI Beheer, de spin in het web, op grond van zijn hoedanigheid van bestuurder van de beherend vennootschap MEI Beheer, zijn andere hoedanigheden van aandeelhouder in diverse vennootschappen en reeds vanaf 7 januari 2005 als bestuurder van MEI Slovakia a.s. jegens de CV onrechtmatig gehandeld dan wel het nodige nagelaten. Door geen ander dan [geïntimeerde] zijn activiteiten ontplooid in het kader van het beheer van de CV. Hij was geheel en volledig alleen op de hoogte van alle relevante ins en outs. Hij heeft de geldlening van Reggehuys aan MEI Slovakia a.s. en de geldlening aan Vienna Gate 1 a.s. getekend. Hij heeft er (indirect) medewerking aan verleend dan wel toegestaan dat de ingelegde gelden niet conform het memorandum werden aangewend of in ieder geval verzuimd toe te zien op de juiste bestemming. Als bestuurder reeds vanaf 7 januari 2005 van MEI Slovakia a.s., die 5% van de aandelen in Vienna Gate 1 a.s. hield, heeft hij de aanvankelijke aan Vienna Gate 2 a.s., 3 en 4 verstrekte geldleningen begin 2005 weer afgelost bij Reggehuys. [geïntimeerde] was medeaandeelhouder van Vienna Gate 3 a.s. en 4. In zijn verschillende hoedanigheden van bestuurder en aandeelhouder was hij in persoon betrokken bij alle relevante beslissingen, feiten en gebeurtenissen en direct en volledig op de hoogte van de geldverstrekkingen aan Vienna Gate 2 a.s., 3 en 4 en hun onmiddellijke aflossingen aan MEI Slovakia a.s.. Van zijn onrechtmatig handelen of nalaten kan hem persoonlijk een voldoende ernstig verwijt worden gemaakt.

Door dit een en ander waren er minder gelden beschikbaar om het project van Vienna Gate 1 a.s. te realiseren, moest de CV gelden van derden lenen tegen extra rentekosten, terwijl Vienna Gate 2 a.s., 3 en 4 aan haar geen rente betaalden, waardoor haar liquiditeit van meet af onder druk stond. Dit heeft bijgedragen aan de mislukking van het project. Ook om andere redenen kon het project geen doorgang vinden: de kosten van de bouw bleken aanmerkelijk hoger, terwijl de verkoop van de appartementen uitbleef. Niettemin zou de CV niet zoveel schade hebben geleden indien [geïntimeerde], registeraccountant, die al jarenlang zaken deed in onroerend goed, overeenkomstig zijn verplichting ten minste zorg had gedragen voor zekerheden. De CV is haar inleg van bijna € 9 miljoen vrijwel volledig kwijt, aldus de CV.

[geïntimeerde] heeft een en ander gemotiveerd betwist.

4.6

Het gaat er dan om of [geïntimeerde] als bestuurder van MEI Beheer, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening, persoonlijk een voldoende ernstig verwijt treft dan wel of [geïntimeerde], afgezien van een tekortschietende of onbehoorlijke taakuitoefening als bestuurder, op grond van een daarvan op zichzelf staande zorgvuldigheidsnorm een onrechtmatige daad heeft begaan, hetgeen naar de gewone regels van onrechtmatige daad moet worden beoordeeld (vergelijk HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881).

4.7

Dat het memorandum misleidend zou zijn, heeft de CV slechts gegrond op haar vaststelling achteraf dat de belegde gelden direct door Vienna Gate 1 a.s. zijn doorgeleend aan Vienna Gate 2 a.s., 3 en 4, hetgeen volgens de CV duidt op een vooropgezet plan om op die wijze de eerder aangegane geldleningen ter verkrijging van de grondstukken te kunnen aflossen. Als het de bedoeling op voorhand was om de gelden aan te wenden voor de ontwikkeling van andere delen van het totale project, moet het memorandum volgens de CV als misleidend worden gekwalificeerd.

Naar het oordeel van het hof heeft de CV aldus het volgens de CV misleidende karakter van het memorandum afhankelijk gesteld van voorafgaande plannen en bedoelingen van de uitgevers ervan. Zij heeft echter niet in voldoende mate onderbouwd dat die plannen en bedoelingen destijds als zodanig bestonden.

Grief 2 in het principaal appel wordt verworpen.

4.8

Het hof wil er veronderstellenderwijs van uitgaan dat (de CV erop mocht vertrouwen dat) de door haar commandieten ingelegde gelden volgens de doelstelling in de statuten en het memorandum uitsluitend bestemd waren voor de realisering van het doel van Vienna Gate 1 a.s. en dat de doorlening ervan aan Vienna Gate 2 a.s., 3 en 4 daarmee in strijd kwam. Het staat wel vast dat [geïntimeerde] als bestuurder van MEI Beheer voor de CV de akte van geldlening aan Vienna Gate 1 a.s. heeft ondertekend. Gesteld noch gebleken is echter dat [geïntimeerde] concrete bemoeienis heeft gehad met de daarop gevolgde doorlening. In ieder geval is hij daarbij niet als vertegenwoordiger van een of meer van die vennootschappen opgetreden; dat is immers [X] geweest. Aan de CV moet worden toegegeven dat [geïntimeerde] als aandeelhouder van Vienna Gate 3 a.s. en 4 van deze doorlening zou kunnen hebben geprofiteerd en ook dat hij als vertegenwoordiger van Reggehuys betrokken was bij de voorfinanciering van de aankoop van de gronden, maar deze beide omstandigheden zijn te ver verwijderd van de doorlening zelf om daaruit te concluderen dat [geïntimeerde] persoonlijk van de doorlening een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt dan wel anderszins onrechtmatig heeft gehandeld.

De CV heeft gesteld dat [geïntimeerde] al vanaf 7 januari 2005 bestuurder was van MEI Slovakia a.s. en zo betrokken was bij de terugbetalingsconstructie wegens de voorgefinancierde gronden. Uit het uittreksel uit het handelsregister (productie 13 bij conclusie van repliek in conventie), dat blijkens zijn aanhef slechts een indicatief karakter heeft en niet van toepassing is op "legal acts", blijkt niet meer dan dat [geïntimeerde] per 13 december 2005 als bestuurder staat ingeschreven van Vienna Gate Group a.s. vanaf 7 januari 2005. Door deze inschrijving achteraf is onvoldoende zeker dat [geïntimeerde] reeds vanaf 7 januari 2005 bestuurder van Mei Beheer was. De stelplicht en bewijslast van deze stelling rusten op de CV, maar zij heeft hiervan in hoger beroep geen bewijs aangeboden. Daarom kan, gelet op de betwistingen van [geïntimeerde], daarvan niet van worden uitgegaan.

Dat [geïntimeerde] mede-initiator van het project en van het memorandum was, de met het project belaste bestuurder van de beherend vennoot MEI Beheer en de spin in het web, dat geen ander dan [geïntimeerde] activiteiten in het kader van het beheer van de CV heeft ontplooid, dat [geïntimeerde] geheel en volledig alleen op de hoogte was van alle relevante ins en outs en dat hij in persoon betrokken was bij alle relevante beslissingen, feiten en gebeurtenissen, heeft [geïntimeerde] gemotiveerd betwist. In dit verband is van belang dat Reggehuys en MEI Beheer meer bestuurders hadden, dat MEI Slovakia a.s. aanvankelijk andere bestuurders had en dat niet is gebleken van bestuurderschap van [geïntimeerde] van Vienna Gate 1 a.s. tot en met 4. Ook hier rusten de stelplicht en bewijslast van haar stellingen op de CV, maar zij heeft daarvan in hoger beroep geen bewijs aangeboden, zodat ook deze stellingen niet zijn komen vast te staan.

De CV heeft nog aangevoerd dat [geïntimeerde] als bestuurder van MEI Beheer heeft verzuimd erop toe te zien dat de ingelegde gelden door de CV in overeenstemming met het memorandum werden aangewend. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is een dergelijk verzuim van [geïntimeerde] als een der bestuurders van MEI Beheer onvoldoende om aan te nemen dat hem ter zake persoonlijk een voldoende ernstig verwijt treft.

Dit alles leidt tot de conclusie dat er onvoldoende feiten en omstandigheden vaststaan om aan te nemen dat [geïntimeerde] jegens de CV of de commandieten onrechtmatig zou hebben gehandeld.

In het principaal appel worden de grieven 3 en 5 met betrekking tot deze kwestie verworpen en behoeven de grieven 1 en 4 geen verdere behandeling.

4.9

Het antwoord op de vraag of een schuldeiser in het kader van de verstrekking van een geldlening in verband met de belangen van de commandieten zekerheid (in de vorm van pand of hypotheek) moet verlangen, hangt af van alle omstandigheden van het geval, zoals onder meer de financiële gegoedheid van de geldlener, de aan de lening verbonden risico's, de mate van zeggenschap over het financiële en andere beleid van de schuldenaar etc. In dit geval was de CV voor 62% aandeelhouder van Vienna Gate 1 a.s., zodat de CV (door middel van MEI Beheer) overwegende invloed moest kunnen uitoefenen op de benoeming van de bestuurders van Vienna Gate 1 a.s. Tegen die achtergrond en zonder nadere toelichting van de CV, die ontbreekt, kan niet zonder meer worden geoordeeld dat MEI Beheer ten behoeve van de CV zekerheid moest verlangen, laat staan dat [geïntimeerde] persoonlijk, ook al was hij registeraccountant en deed hij al jarenlang zaken in onroerend goed, ter zake een voldoende ernstig verwijt treft.

Indien, zoals veronderstellenderwijs aangenomen, de lening aan Vienna Gate 2 a.s., 3 en 4 in het licht van de statuten van de CV en van het memorandum niet was toegestaan, dan nog valt niet in te zien dat [geïntimeerde] persoonlijk een voldoende ernstig verwijt valt te maken dat voor de lening geen zekerheden zijn verlangd zolang niet vaststaat dat hij tevoren met het voornemen daartoe bekend was, hetgeen hij gemotiveerd betwist. Hoewel de bewijslast daarvan de CV rust, heeft zij ook daarvan geen bewijs aangeboden, zodat dit evenmin is komen vast te staan.

De CV heeft nog aangevoerd dat [geïntimeerde], toen bleek dat de verkopen tegenvielen, alsnog al het nodige had moeten doen om zekerheden te verkrijgen, hetgeen hij heeft nagelaten. Naar het oordeel van het hof valt echter, zonder nadere toelichting van de CV, die ontbreekt, niet in te zien waarom Vienna Gate 2 a.s., 3 en 4 na de totstandkoming van de overeenkomsten van geldlening, toen de verkopen tegenvielen, zouden hebben kunnen worden bewogen, laat staan worden verplicht om alsnog zekerheden te verstrekken.

Ook grief 3 met betrekking tot deze kwestie en grief 6 in het principaal appel worden verworpen.

4.10

Ten slotte nog het informatietekort. De CV heeft niet gesteld wat zij zou hebben kunnen uitrichten en hebben gedaan indien zij eerder was geïnformeerd over de doorlening van de gelden. Dat er dan volgens de CV nadere maatregelen hadden kunnen worden getroffen door het vragen van nadere zekerheden, betekent nog niet dat Vienna Gate 1 a.s. of 2, 3 en 4 dan hadden kunnen worden bewogen of verplicht die alsnog gewenste zekerheden te verstrekken. Daarom valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat een hierop betrokken informatieverzuim - indien daarvan sprake zou zijn - heeft bijgedragen aan de door de CV gestelde schade.

Grief 7 in het principaal appel treft geen doel.

5 Slotsom

5.1

De grieven 1 tot en met 7 in het principaal appel falen, zodat het bestreden eindvonnis moet worden bekrachtigd.

De grief in het incidenteel appel en de daarop gevallen kosten behoeven daarom geen behandeling.

5.2

Als de in het ongelijk gestelde c.q. te stellen partij is de CV terecht in de kosten van de eerste aanleg veroordeeld en zal zij in de kosten van het principaal appel worden veroordeeld. Grief 8 in het principaal appel wordt verworpen.

De kosten voor de procedure in het principaal appel aan de zijde van [geïntimeerde] zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 1.513

subtotaal verschotten € 1.513

- salaris advocaat € 4.580 (1 punt x appeltarief VIII)

totaal € 6.093.

5.3

Als niet weersproken zal ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten worden toegewezen zoals hierna vermeld.

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

in het principaal appel:

bekrachtigt het eindvonnis van de rechtbank Almelo van 1 augustus 2012;

veroordeelt de CV in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 1.513 voor verschotten en op € 4.580 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en -voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

in het incidenteel appel:

verstaat dat dit geen behandeling behoeft en dat een kostenbeslissing achterwege kan blijven.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.W. Steeg, P.H. van Ginkel en Ch.E. Bethlem, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2013.