Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:7660

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
14-10-2013
Datum publicatie
28-02-2014
Zaaknummer
WAHV 200.120.174
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

..

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.120.174

14 oktober 2013

CJIB 153656115

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Roermond

van 5 december 2012

betreffende

[de betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [plaats],

voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts,

kantoorhoudende te [plaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter het verzoek van betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1.

Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 152,- opgelegd ter zake van “overschrijding van de maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 23 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 29 juni 2011 om 17.02 uur op de Zandberg te Maasbree.

2.

De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat de betrokkene op de haar gekozen route geen verkeersbord A1 is gepasseerd, zodat voor haar niet duidelijk was dat een snelheid van 60 km/h was toegestaan. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de betrokkene foto's overgelegd, kennelijk afkomstig van Google Maps (streetview), waarop blijkens die foto's de situatie staat afgebeeld zoals die was in november 2008.

3.

Uit de door de betrokkene overgelegde foto's en uit Google Maps, streetview, volgt dat het bord A1 op de toegangsweg Pratwinkel te Baarlo in november 2008 haaks op de paal was bevestigd, waardoor het niet goed zichtbaar was voor het verkeer op de doorgaande weg.

4.

In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

5.

Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens houdt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB het volgende in, voor zover van belang:

“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter.

Gemeten (afgelezen) snelheid: 86 km per uur.

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 83 km per uur.

Toegestane snelheid: 60 km per uur.

Overschrijding met: 23 km per uur. (…)

Verklaring betrokkene: Ik wist niet dat ik 60 km/h mocht rijden.”

6.

Op verzoek van de advocaat-generaal heeft de verbalisant een aanvullend proces-verbaal opgemaakt. In dit proces-verbaal d.d. 27 maart 2013 verklaart de verbalisant het volgende, voor zover van belang:

“De bebording op de openbare weg Zandberg Maasbree zou volgens verweerder niet juist zijn. Derhalve zijn ik verbalisant van Wijlick en verbalisant Peeters ter plaatse gegaan en hebben alle toegangswegen die leiden naar de Zandberg te Maasbree welke gelegen is in een 60 kilometer zone gecontroleerd en hebben ons ervan overtuigd dat alle borden daar waar nodig geplaatst zijn. Er is géén toegangsweg waar geen zone bord 60 km is geplaatst. Het betreft het A1 zonebord. Ik heb tevens van alle toegangswegen foto's gemaakt welke ik u reeds per email heb verzonden.”

7.

De betrokkene en haar gemachtigde voeren onderbouwd aan dat de situatie ten tijde van de gedraging zo was als afgebeeld op Google Maps, streetview. Het hof heeft kennisgenomen van de situatie, zoals die op Google Maps, streetview wordt gepresenteerd. Uitgaande van die situatie is het hof van oordeel dat het bord A1 wel aanwezig was, maar zodanig was gedraaid dat van een weggebruiker niet mocht worden verwacht dat hij het bord waar nam en zich dienovereenkomstig zou gedragen. Voorts is tussen de plaats waar de gedraging is geconstateerd en het bord A1, dat op de Pratwinkel was bevestigd onder het bord H2 te Baarlo op de door de betrokkene aangegeven route verder geen aanduiding van de 60-km zone te zien. Nog daargelaten, dat de door de verbalisant toegezonden foto's geen afbeelding bevatten van de plaats waar de betrokkene stelt de bebouwde kom van Baarlo te hebben verlaten geeft de aanvullende verklaring van de verbalisant geen duidelijkheid over de zichtbaarheid van het bord A1 ten tijde van de gedraging, maar geeft enkel een beeld van de huidige situatie. Niet is nagegaan of de situatie, zoals die zich op Google Maps in de afbeeldingen uit 2008 presenteert, voorafgaand aan de gedraging zodanig is gewijzigd, dat de betrokkene een verwijt kan worden gemaakt dat zij het bord niet heeft opgemerkt.

8.

Het vorenstaande leidt ertoe dat bij het hof gerede twijfel is ontstaan of het bord A1 als bedoeld in bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) redelijkerwijs zichtbaar voor de betrokkene was geplaatst. De door de advocaat-generaal ingebrachte verklaring van de verbalisanten kan de bij het hof ontstane twijfel over de zichtbaarheid van het bord niet wegnemen.

9.

Nu ervan moet worden uitgegaan dat het bord A1, 60 km zone, redelijkerwijs niet zichtbaar was geplaatst, kan de betrokkene niet worden verweten dat zij ervan uit is gegaan dat een maximumsnelheid gold van 80 km/h. Een en ander betekent dat de gedraging weliswaar is begaan, maar dat de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden het opleggen van een sanctie niet billijken. Het hof zal derhalve de beschikking waarbij de sanctie is opgelegd vernietigen en bepalen dat het bedrag van de zekerheidstelling aan de betrokkene dient te worden gerestitueerd.

10.

Namens de betrokkene is verzocht om vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. In beginsel worden door het hof de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand geheel vergoed. Dat neemt niet weg, dat artikel 13a WAHV inhoudt, dat alleen die kosten worden vergoed die de betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken. Ten aanzien van de hoogte van de kosten voor rechtsbijstand voorziet het Besluit proceskosten bestuursrecht in een regeling. Ook het maken van die kosten moet echter redelijk zijn. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

11.

Bij brief van 16 augustus 2011 heeft de betrokkene de gemachtigde in kennis gesteld van hetgeen in hoger beroep is aangevoerd, zoals onder punt 2 hierboven weergegeven. Bij fax van 20 augustus 2011 heeft de gemachtigde pro forma beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking. Nadat bij brief van 19 oktober 2011 de gemachtigde in de gelegenheid is gesteld de gronden van het beroep in te dienen is als grond van het beroep is aangevoerd, dat ten onrechte de beschikking zou zijn opgelegd door het CJIB. Nadat daarop bij beslissing van de officier van justitie het beroep is verworpen, met als motivering, dat het CJIB alleen de beschikking heeft verzonden, maar dat de beschikking (het hof leest, gelet op artikel 3, tweede lid, WAHV: sanctie) is opgelegd door de daartoe bevoegde verbaliserende instantie, heeft de gemachtigde tegen die beslissing opnieuw met dezelfde argumenten

beroep ingesteld. Pas na ontvangst van de uitnodiging voor de zitting van de kantonrechter d.d. 21 november 2012 voert de gemachtigde bij brief van 14 november 2012 aan, onder mededeling dat niemand ter zitting aanwezig zal zijn, hetgeen de betrokkene hem bij brief van 16 augustus 2011 heeft meegedeeld, met als bijlage een aantal opnamen van Google Maps, streetview. Het indienen van gronden, die weinig kans van slagen hebben is niet op zichzelf onredelijk, maar wel wanneer deze niet worden vergezeld door de door de betrokkene aan de gemachtigde aangegeven bezwaren tegen de inleidende beschikking.

Naar het oordeel van het hof overstijgen het door de gemachtigde ingediende inleidend beroepschrift en het beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie niet het karakter van een pro forma beroep. Het hof zal daarom voor die twee verrichtingen geen kostenvergoeding toekennen.

12.

De vergoeding van kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand zijn in het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair bepaald per proceshandeling. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht die voor vergoeding in aanmerking komen: het indienen van een nadere toelichting op het beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen van een hoger beroepschrift en het indienen van een nadere toelichting op het hoger beroep. Aan het indienen van een beroepschrift dient één punt te worden toegekend en aan het indienen van een nadere toelichting een half punt. De waarde per punt bedraagt € 472,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 472,- (= 2 punten x € 472,- x 0,5).

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 23 januari 2012, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 153656115 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van €158,-, door de advocaat-generaal aan haar wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 472,-;

wijst het kostenverzoek voor zover meer of anders verzocht af.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.