Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:7407

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-10-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
21-000136-10
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2015:943, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onderzoek Sneep. Steekincident internetwinkel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000136-10

Uitspraak d.d.: 8 oktober 2013

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Almelo van 28 oktober 2009 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-963010-07 en 08-963002-08, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Verdachte is bij vonnis van beroep van het hem onder parketnummer 08-963002-08 tenlastelegde vrijgesproken. Hoger beroep tegen deze gegeven vrijspraak staat niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep verklaren.

De advocaat-generaal heeft bij akte intrekken rechtsmiddel het hoger beroep ingetrokken ten aanzien van het onder parketnummer 08-963002-08 tenlastegelegde. Dit feit is derhalve niet meer aan de orde.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 8 april 2011, 18 september 2012 en 24 september 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw, mr M.A.C. de Vilder-van Overmeire, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en voorts tot een andere straf komt.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen tenlastegelegd dat:

08 963010-07

1

primair

verdachte op of omstreeks 11 mei 2006 te [plaatsnaam] in de gemeente [plaatsnaam], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een mes en/of puntig (scherp) voorwerp in het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of stekende bewegingen in de richting van het lichaam heeft gemaakt en/of (met kracht) tegen het lichaam en/of hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of geschopt,

zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

subsidiair

verdachte op of omstreeks 11 mei 2006 te [plaatsnaam] in de gemeente [plaatsnaam], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en vereniging met

een of meer anderen, althans alleen opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met een mes en/of puntig (scherp) voorwerp in het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of stekende bewegingen in de richting van het lichaam heeft gemaakt en/of (met kracht) tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of geschopt,

zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

meer subsidiair

verdachte op of omstreeks 11 mei 2006 te [plaatsnaam] in de gemeente [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk (zwaar) lichamelijk letsel heeft toegebracht, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk met een mes en/of puntig (scherp) voorwerp in het lichaam van die [slachtoffer 1] gestoken en/of met kracht tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] geschopt en/of geslagen, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] een steekwond in de buik heeft bekomen en/of letsel aan (een van) zijn nier(en) en/of intern letsel heeft bekomen, althans (zwaar) lichamelijk letsel opliep;

meest subsidiair

verdachte op of omstreeks 11 mei 2006 te [plaatsnaam] in de gemeente [plaatsnaam], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk met een mes en/of puntig (scherp) voorwerp in het lichaam van die [slachtoffer 1] gestoken en/of met kracht tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] geschopt en/of geslagen, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] een steekwond in zijn buik heeft bekomen en/of letsel aan (een van) zijn nier(en) en/of intern letsel heeft bekomen,

zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

2

primair

verdachte op of omstreeks 11 mei 2006 te [plaatsnaam] in de gemeente [plaatsnaam], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon zich noemende [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een mes en/of puntig (scherp) voorwerp in het lichaam van (die) een persoon zich noemende [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man heeft gestoken en/of stekende bewegingen in de richting van het lichaam heeft gemaakt en/of (met kracht) tegen het lichaam en/of hoofd van (die) een persoon zich noemende [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man heeft geslagen en/of geschopt,

zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

subsidiair

verdachte op of omstreeks 11 mei 2006 te [plaatsnaam] in de gemeente [plaatsnaam], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk een persoon zich noemende [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met een mes en/of puntig (scherp) voorwerp in het lichaam van (die) een persoon zich noemende [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man heeft gestoken en/of stekende bewegingen in de richting van het lichaam heeft gemaakt en/of (met kracht) tegen het lichaam van (die) een persoon zich noemende [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man heeft geslagen en/of geschopt,

zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

meer subsidiair

verdachte op of omstreeks 11 mei 2006 te [plaatsnaam] in de gemeente [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon zich noemende [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk (zwaar) lichamelijk letsel heeft toegebracht, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk met een mes en/of puntig (scherp) voorwerp in het lichaam van (die) een persoon zich noemende [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man gestoken en/of met kracht tegen het lichaam van (die) een persoon zich noemende [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN man geschopt en/of geslagen, tengevolge waarvan (die) een persoon zich noemende [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man een (steek)wond in de (rechter) elleboog en/of een of meer (open) wond(en) op het hoofd en/of letsel aan zijn rug heeft bekomen, althans (zwaar) lichamelijk letsel opliep;

meest subsidiair

verdachte op of omstreeks 11 mei 2006 te [plaatsnaam] in de gemeente [plaatsnaam], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan een persoon zich noemend [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man, opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk met een mes en/of puntig (scherp) voorwerp in het lichaam van een persoon zich noemend [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man, gestoken en/of met kracht tegen het lichaam van een persoon zich noemend [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man, geschopt en/of geslagen, tengevolge waarvan een persoon zich noemende [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man, een (steek)wond in de (rechter)elleboog en/of een of meer (open) wond(en) op het hoofd en/of letsel aan zijn rug heeft bekomen,

zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

De feiten 1 en 2 waren oorspronkelijk tenlastegelegd als de feiten 4a en 4b. Het hof heeft deze hernummerd.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde (parketnummer 08-963010-07) heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof verwijst voor wat betreft de motivering hiervan naar de bewijsoverweging (hieronder).

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 subsidiair en 2 meest subsidiair tenlastegelegde (parketnummer 08-963010-07) wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Betrouwbaarheidsverweer

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [slachtoffer 1] volstrekt ongeloofwaardig zijn en niet tot het bewijs gebezigd kunnen worden.

Het hof verwerpt het verweer. Voor wat betreft de verklaringen van [slachtoffer 1] overweegt het hof dat het uitgaat van zijn eerste twee verklaringen, te weten de verklaringen afgelegd op respectievelijk 12 en 27 mei 2006. Deze zijn gedetailleerd en kort na het incident afgelegd.

Ruim een jaar later, vanaf zijn verklaring van 27 augustus 2007 (13.20 uur) gaat [slachtoffer 1] weliswaar anders verklaren, maar het hof hecht hier geen geloof aan, nu zich in het dossier diverse tapgesprekken bevinden die zijn gevoerd in de tussenliggende periode, op basis waarvan het hof het aannemelijk acht dat [slachtoffer 1] is opgedragen zijn aangifte/belastende verklaring in te trekken.

Het hof heeft geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van zijn eerste twee afgelegde verklaringen en zal deze ook voor het bewijs bezigen.

Bewijsoverweging

Vast staat dat op 11 mei 2006 een groep van vier of vijf mannen de internetwinkel in de [straatnaam] te [plaatsnaam] binnen is gegaan, waarbij een tweetal personen, te weten [slachtoffer 1] en een persoon zich noemend [slachtoffer 2], is belaagd. [slachtoffer 1] is geslagen en geschopt op het lichaam en in het gezicht en gestoken met een mes of een scherp voorwerp in de linkerzij. Hij heeft daardoor een steekwond in zijn linkernier opgelopen waardoor die linkernier beschadigd is geraakt, operatief ingrijpen noodzakelijk was en een ziekenhuisopname van dertien dagen is gevolgd. De persoon zich noemend [slachtoffer 2] is geslagen en geschopt in het gezicht en tegen het lichaam en gestoken met een mes of scherp voorwerp. Hij heeft daarbij een hoofdwond van 10 centimeter en een wond op zijn elleboog van 5 centimeter opgelopen.

Naar het oordeel van het hof is verdachte één van de hiervoor genoemde vier of vijf mannen geweest. Het slachtoffer [slachtoffer 1] heeft hem immers herkend van de afdrukken van de videoregistratie, die van de binnenkomst van de groep mannen en het geweldsincident door de in de winkel aanwezige beveiligingsapparatuur is gemaakt. Daarbij heeft hij ook verdachtes volledige naam genoemd. Ook het slachtoffer zich noemend [slachtoffer 2] heeft de voornaam van verdachte genoemd.

Het hof is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet valt af te leiden dat de groep mannen de internetwinkel is binnengegaan met het vooropgezette plan om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te doden. Op de beelden is te zien dat de voorste man even inhoudt en omkijkt op het moment dat hij heeft gezien dat achterin de L-vormige ruimte de beide genoemde personen zitten, waarna de hele groep gedecideerd op hen afmarcheert en hen te pakken neemt. Uit de omstandigheden dat de mannen op zo’n manier de winkel in groepsverband binnen gaan, rechtstreeks op hun doel afgaan, tegelijkertijd de twee slachtoffers schoppen en slaan, en minder dan een minuut na binnenkomst de internetwinkel weer als groep verlaten valt af te leiden dat de leden van de groep, onder wie verdachte, het vooropgezette plan hadden om -kort gezegd- geweld uit te oefenen. Uit het voorgaande volgt ook dat zij nauw en bewust hebben samengewerkt.

Het letsel dat de persoon zich noemend [slachtoffer 2] heeft opgelopen, valt niet als zwaar lichamelijk letsel in de zin van het Wetboek van Strafrecht aan te merken. Naar het oordeel van het hof valt uit de jegens hem verrichte handelingen niet het voorwaardelijk opzet op diens dood af te leiden. Wel zijn de gedragingen van de groep mannen, waarvan verdachte deel uitmaakte, te weten het slaan en schoppen op het lichaam en in het gezicht en het steken met een mes, althans met een scherp voorwerp, in het lichaam, naar hun uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dat het niet anders kan zijn dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Het hof is daarom van oordeel dat tenminste sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het hof acht bewezen dat verdachte zich voor wat betreft dit slachtoffer samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan poging zware mishandeling.

Voor wat betreft [slachtoffer 1] is het hof van oordeel dat uit de bewijsmiddelen valt af te leiden dat het verdachte is geweest die het slachtoffer heeft gestoken. Dit blijkt uit de verklaring van [slachtoffer 1]. Zoals eerder overwogen is weliswaar niet gebleken dat verdachte (en zijn medeverdachten) de winkel binnen is gegaan met het vooropgezette plan om het slachtoffer van het leven te beroven. Echter door met een mes, althans een scherp voorwerp, te steken in en/of rondom vitale onderdelen van het lichaam, heeft hij wel willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer zodanig verwond zou worden dat hij aan dat letsel zou overlijden. Het hof is dan ook van oordeel dat sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de dood. Het hof acht bewezen dat verdachte zich voor wat betreft [slachtoffer 1] schuldig heeft gemaakt aan poging doodslag.

Voorbedachte raad

Door de advocaat-generaal is het standpunt ingenomen dat er ten aanzien van beide slachtoffers sprake zou zijn van voorbedachte raad aan de zijde van verdachte en zijn medeverdachten. Het hof volgt de advocaat-generaal daarin niet. Weliswaar laten zich situaties denken dat voorbedachte raad en voorwaardelijk opzet samen gaan, maar in casu is dat naar het oordeel van het hof niet het geval. Het hof gaat, na het zien van de videobeelden, er van uit dat verdachte en medeverdachten, de slachtoffers door het uitoefenen van geweld wilden intimideren of afstraffen. Bijzonderheden over de achtergrond van dat plan zijn niet bekend geraakt. Zoals overwogen sluit deze wijze van geweldsuitoefening de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel in zich. Maar als het vooropgezette plan daadwerkelijk en expliciet was gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, dan valt niet in te zien waarom de groep in het geval van [slachtoffer 2] niet zo ver is gegaan. Het hof ziet die omstandigheid als een contra-indicatie voor het aannemen van voorbedachte raad. Het hof zal verdachte daarom van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 meest subsidiair tenlastegelegde (parketnummer 08-963010-07) heeft begaan, met dien verstande, dat:

1

subsidiair

verdachte op of omstreeks 11 mei 2006 te [plaatsnaam] in de gemeente [plaatsnaam], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en vereniging met

een of meer anderen, althans alleen opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met een mes en/of puntig (scherp) voorwerp in het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of stekende bewegingen in de richting van het lichaam heeft gemaakt en/of (met kracht) tegen het lichaam en van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of geschopt,

zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;



2.

meest subsidiair

verdachte op of omstreeks 11 mei 2006 te [plaatsnaam] in de gemeente [plaatsnaam], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan een persoon zich noemend [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man, opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk met een mes en/of puntig (scherp) voorwerp in het lichaam van een persoon zich noemend [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een die NN-man, gestoken en/of met kracht tegen het lichaam van die een persoon zich noemend[slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man, geschopt en/of geslagen, tengevolge waarvan die een persoon zich noemende [slachtoffer 2], werkelijk genaamd [naam], althans een NN-man, een (steek)wond in de (rechter)elleboog en/of een of meer (open) wond(en) op het hoofd en/of letsel aan zijn rug heeft bekomen,

zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde (parketnummer 08-963010-07) levert op:

Poging tot doodslag.

Het onder 2 meest subsidiair bewezen verklaarde (parketnummer 08-963010-07) levert op:

Poging tot medeplegen van zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-963010-07 onder 4a (thans 1) primair en 4b (thans 2) primair tenlastegelegde en voorts ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-963002-08 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van zes jaren.

De rechtbank Almelo heeft de verdachte veroordeeld ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-963010-07 onder 4a (thans 1) primair en 4b (thans 2) primair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van zeven jaren en zes maanden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-963010-07 onder 4a (thans 1) primair en 4b (thans 2) primair tenlastegelegde tot zes jaren gevangenisstraf.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte is samen met drie of vier mannen een voor publiek geopende internetwinkel op klaarlichte dag binnen gegaan. Zij hebben doelbewust kortstondig bruut geweld uitgeoefend op de twee slachtoffers, die beiden gewond zijn geraakt. Voor wat betreft [slachtoffer 1] was operatief ingrijpen noodzakelijk. Hij heeft vervolgens dertien dagen in het ziekenhuis gelegen. De groep mannen heeft zich zeer agressief en intimiderend gedragen. De feiten hebben op de slachtoffers een zeer bedreigende en beangstigende indruk gemaakt. De ervaring leert dat de slachtoffers van geweldsmisdrijven nog geruime tijd psychische schade kunnen ondervinden in de vorm van gevoelens van onzekerheid en onveiligheid.

De ernst van het bewezenverklaarde rechtvaardigt in beginsel een forse gevangenisstraf. Verdachte is echter in de tussentijd bij arrest van 20 december 2010 door het hof Arnhem veroordeeld ter zake van onder andere mensenhandel en deelname aan een criminele organisatie tot een gevangenisstraf van vier jaren en negen maanden. Het hof zal bij de strafoplegging dan ook rekening houden met de doorwerking van artikel 63 Wetboek van Strafrecht in dit specifieke geval.

Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf van drie jaren passend en geboden.

De berechting heeft in hoger beroep niet binnen redelijke termijn plaatsgevonden, hetgeen in het bijzonder te wijten is aan de vertraging die is opgetreden bij de uitvoering van de rechtshulpverzoeken tot het horen van twee door de verdediging gewenste getuigen.

Het vonnis dateert van 28 oktober 2009, terwijl het hof bijna vier jaar later uitspraak doet. Gelet daarop zal het hof ter compensatie een gevangenisstraf van kortere duur opleggen dan hiervoor vermeld, te weten een gevangenisstraf van twee jaren en acht maanden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 47, 57, 63, 287 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder parketnummer 08-9630020-08 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde (parketnummer 08-963010-07) heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 meest subsidiair ten laste gelegde (parketnummer 08-963010-07) heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair en 2 meest subsidiair bewezen verklaarde (parketnummer 08-963010-07) strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren en 8 (acht) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr P.R. Wery, voorzitter,

mr A.G. Coumans en mr G. Dam, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr L. Gereke, griffier,

en op 8 oktober 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.