Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:7392

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-10-2013
Datum publicatie
04-10-2013
Zaaknummer
200.124.082/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Er is een auto gehuurd, maar de rekening is niet betaald. In eerste aanleg is geen inhoudelijk verweer gevoerd en is de vordering toegewezen. In hoger beroep wordt de vordering alsnog afgewezen, omdat niet vast staat dat de eiser de verhurende partij is en omdat evenmin vaststaat dat de (oorspronkelijk) gedaagde de huurder is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.124.082/01

(zaaknummer rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad 610881 CV EXPL 12-7716)

arrest van de eerste kamer van 1 oktober 2013

in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats 1],

appellante,

in eerste aanleg gedaagde,

hierna: [appellante],

advocaat: mr. O.H.A. Mo-Ajok, kantoorhoudende te Amsterdam,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats 2],

geïntimeerde,

in eerste aanleg eiser,

hierna: [geïntimeerde],

niet verschenen.

1 Het geding in eerste instantie

1.1

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 8 augustus 2012 gewezen door de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Lelystad (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij exploot van 6 november 2012 is door [appellante] bij het gerechtshof te Arnhem hoger beroep ingesteld van het vonnis van 8 augustus 2012 met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 11 december 2012. De conclusie van de appeldagvaarding luidt:

"(…) te vernietigen het vonnis door de rechtbank Zwolle-Lelystad (…) gewezen en opnieuw rechtdoende, geïntimeerde alsnog in zijn vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze hem te ontzeggen, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van deze procedure in beide instanties."

2.2

[geïntimeerde] is in de procedure in hoger beroep niet verschenen en tegen hem is verstek verleend.

2.3

Bij arrest van 15 januari 2013 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, de zaak in de stand waarin deze zich bevindt verwezen naar de zittingsplaats Leeuwarden, en bepaald dat [appellante] een exploot tot oproeping van [geïntimeerde] om op een roldatum te verschijnen in de zittingsplaats Leeuwarden, in het geding kan brengen.

2.4

Bij exploot van 14 februari 2013 heeft [appellante] [geïntimeerde] opgeroepen om op 5 maart 2013 te verschijnen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden.

2.5

Omdat het exploot van 14 februari 2013 niet tijdig is aangebracht, heeft [appellante] op 11 maart 2013 een herstelexploot uitgebracht, waarbij [geïntimeerde] is opgeroepen om op 26 maart 2013 te verschijnen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden.

2.6

Op de rol van 16 juli 2013 heeft [appellante] van grieven gediend.

2.7

In de periode na het arrest van 15 januari 2013 tot heden heeft zich voor [geïntimeerde] in hoger beroep nog steeds geen advocaat gesteld, zodat de verstekverlening gehandhaafd blijft.

2.8

Ten slotte heeft [appellante] arrest gevraagd en heeft daartoe de stukken overgelegd.

3 De beoordeling

3.1

Bij inleidende dagvaarding van 16 mei 2012 (met producties) heeft [geïntimeerde] gevorderd dat [appellante] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde] van € 12.522,68, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 11.262,48 vanaf 24 april 2012 tot de dag van algehele voldoening, en tot betaling van de proceskosten.

3.2

In de inleidende dagvaarding is de vordering van [geïntimeerde] als volgt onderbouwd:

[geïntimeerde] is bestuurder van de inmiddels opgeheven vennootschap naar het recht van het Verenigd Koninkrijk genaamd [de limited] (hierna: [de limited]), statutair gevestigd te [plaats]. [geïntimeerde] heeft op 16 december 2010 een auto verhuurd aan [appellante], te weten een Peugeot 207 CC met kenteken [kenteken] (hierna: de auto). [appellante] heeft de auto niet tijdig terug gebracht, waardoor zij op grond van de algemene voorwaarden van [de limited] een contractuele boete van € 75,- per dag verschuldigd is. Eerst op 14 februari 2011 heeft [appellante] de auto geretourneerd. [geïntimeerde] vordert betaling van twee onbetaald gebleven facturen van 17 februari 2011 en 24 maart 2011 ten bedrage van € 2.464,14 respectievelijk € 8.798,34. Deze bedragen, vermeerderd met € 800,- aan buitengerechtelijke incassokosten en € 460,20 aan reeds verschenen rente, zijn de samenstellende delen van het gevorderde bedrag van € 12.522,68. Tot zover de stellingen van [geïntimeerde].

3.3

Uit het vonnis waarvan beroep blijkt dat [appellante] wel in het geding in eerste aanleg is verschenen, maar dat zij - hoewel zij daartoe behoorlijk in de gelegenheid is gesteld - niet heeft geconcludeerd voor antwoord. De kantonrechter heeft vervolgens, onder verwijzing naar de aan het vonnis van 8 augustus 2012 gehechte dagvaarding, de vordering toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkwam. Tevens is [appellante] veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [geïntimeerde] tot een bedrag van (totaal) € 834,64.

3.4

[appellante] heeft twee grieven opgeworpen.

3.5

Grief I stelt aan de orde dat [appellante] de auto van [de limited] heeft gehuurd en niet voor zichzelf, maar voor World Sky Air B.V. (hierna: World Sky Air). Grief II valt uiteen in drie onderdelen. Ten eerste stelt [appellante] dat de algemene voorwaarden van [de limited] niet aan haar ter hand zijn gesteld. Ten tweede stelt [appellante] dat zij niet wist en ook niet kon weten dat zij een contractuele boete zou kunnen verbeuren. In de derde plaats stelt [appellante] dat zij niet wist en ook niet kon weten dat zij in geval van wanprestatie rente en incassokosten verschuldigd zou zijn.

3.6

[appellante] heeft ter onderbouwing van haar eerste grief gesteld dat zij de auto heeft gehuurd van [de limited]. Daarbij is zij opgetreden als vertegenwoordiger van World Sky Air. Omdat [appellante] op dat moment geen uittreksel van de Kamer van Koophandel bij zich had, is afgesproken dat de huurovereenkomst eerst op haar naam zou komen en dat zij, [appellante], niet hoofdelijk aansprakelijk zou zijn voor de handelingen van World Sky Air. De directeur van World Sky Air, mevrouw [X], is ook nog bij [de limited] langs geweest teneinde het huurcontract op naam van World Sky Air over te laten zetten. Een vertegenwoordiger van [de limited] heeft toegezegd daarvoor te zullen zorgen, maar die toezegging is nimmer nagekomen. Aangezien [geïntimeerde] in hoger beroep verstek heeft laten gaan, zijn de feitelijke stellingen van [appellante] niet betwist, zodat het hof van de juistheid daarvan uitgaat. Dat betekent dat als vaststaand wordt aangenomen dat [appellante] de auto niet voor zichzelf, maar voor een derde (World Sky Air) heeft gehuurd.

3.7

In grief I ligt ook besloten dat [appellante] aan de orde stelt dat zij niet als de contractspartner van [geïntimeerde] heeft te gelden. [appellante] stelt immers dat zij de auto van [de limited] heeft gehuurd. Bij gebreke van betwisting in hoger beroep neemt het hof ook dit als vaststaand aan. Uit de inleidende dagvaarding is niet op te maken waarom [geïntimeerde] meent dat hij een vordering op [appellante] heeft in verband met de verhuur van de auto. De enkele omstandigheid dat [geïntimeerde] bestuurder is van de inmiddels opgeheven vennootschap [de limited], zoals vermeld in de aanhef van de inleidende dagvaarding, is daarvoor onvoldoende, te meer omdat in het door [geïntimeerde] in eerste aanleg overgelegde contract van 16 december 2010 [de limited] als verhuurder staat vermeld.

3.8

Op grond van hetgeen is overwogen in 3.6 en 3.7 slaagt grief I, waardoor [appellante] geen belang meer heeft bij bespreking van grief II. Het aangevallen vonnis zal worden vernietigd en de vorderingen van [geïntimeerde] zullen alsnog worden afgewezen.

3.9

[geïntimeerde] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. De proceskosten van de eerste aanleg zullen worden vastgesteld op nihil. In hoger beroep zullen de proceskosten worden vastgesteld op € 758,17 aan verschotten en op € 894,- aan geliquideerd salaris van de advocaat (1 punt in tarief II). De betekeningskosten die [appellante] heeft gemaakt na het exploot van 6 november 2012 worden als nodeloos veroorzaakt voor haar eigen rekening gelaten.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis van de kantonrechter van 8 augustus 2012,

en opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af;

veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het geding in eerste aanleg en stelt deze kosten aan de zijde van [appellante] vast op nihil;

veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het geding in hoger beroep en stelt deze kosten aan de zijde van [appellante] vast op:

- € 758,17 aan verschotten,

- € 894,- aan geliquideerd salaris van de advocaat;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mr. K.E. Mollema, mr. J.H. Kuiper en mr. H. de Hek en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op

dinsdag 1 oktober 2013.