Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:7390

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-09-2013
Datum publicatie
04-10-2013
Zaaknummer
TBS P13-0297
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P13/0297

Beslissing d.d. 26 september 2013

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [Huis van bewaring].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2013, houdende de last tot hervatting van de dwangverpleging.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

  • -

    de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 21 oktober 2003, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd;

  • -

    de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2010, waarbij de verpleging van de terbeschikkinggestelde voorwaardelijk is beëindigd;

  • -

    de beslissing van het gerechtshof Arnhem van 5 december 2011 tot verlenging van de terbeschikkingstelling met 2 jaar en afwijzing van de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege;

  • -

    het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 maart 2013, parketnummers 13/676865-10 en 13/670782-12;

  • -

    het advies van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering van

25 april 2013 tot hervatting van de verpleging van overheidswege;

  • -

    de vordering tot voorlopige hervatting van de verpleging van 18 mei 2013;

  • -

    het verhoor van de terbeschikkinggestelde op de vordering tot voorlopige hervatting van de verpleging van overheidswege van 18 mei 2013;

  • -

    het bevel voorlopige hervatting van de verpleging van overheidswege van 18 mei 2013;

  • -

    de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege van de officier van justitie van 18 mei 2013;

  • -

    de brief van de raadsvrouw van 29 mei 2013, met als bijlage de rapportage van M.C.J. van Rijn, psycholoog, van 29 mei 2013;

  • -

    het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

  • -

    het reclasseringsadvies van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering, gedateerd 6 juni 2013;

  • -

    de beslissing waarvan beroep;

  • -

    de akte van hoger beroep van 14 juni 2013;

  • -

    het 11e voortgangsverslag TBS Voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging TBS van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering van 18 juni 2013;

  • -

    de brief van de raadsvrouw van 14 augustus 2013, met als bijlagen:

o de rapportage van M.C.J. van Rijn, psycholoog, van 29 mei 2013;

o de rapportage van E.P.K. Sikkens, psychiater, van 12 juni 2013;

o de rapportage van L.H.W.M. Kaiser, psychiater, van 18 juni 2013;

o de rapportage van I. Schilperoord, psycholoog, van 25 juni 2013;

  • -

    de brief van de raadsvrouw van 11 september 2013, inhoudende het verzoek tot het horen van de heer M.L. Sikkens en mevrouw M. Groenevelt, met als bijlage een brief aan de voorzitter van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, gedateerd 11 september 2013, met bijlagen;

  • -

    de brief van de raadsvrouw van 17 september 2013, met als bijlage de pleitnota en het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank Amsterdam van 5 augustus 2013;

  • -

    het faxbericht van de raadsvrouw van 18 september 2013, met als bijlage het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant], genummerd PL1810 2012084450-22, met bijlagen;

  • -

    het uittreksel uit de justitiële documentatie, de terbeschikkinggestelde betreffende, gedateerd 18 september 2013.

Het hof heeft ter zitting van 19 september 2013 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr C. Stroobach, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal mr M.J.M van der Mark.

Overwegingen:

Het standpunt van het Leger des Heils, Jeugdzorg & Reclassering

De reclassering heeft aangegeven dat de terbeschikkinggestelde zich korte tijd na de herstart van de voorwaardelijke beëindiging opnieuw heeft begeven in een risicosituatie waarbij sprake was van het voorhanden hebben en gebruik van wapens. De reclassering heeft onvoldoende zicht en grip op het leven van de terbeschikkinggestelde en op zijn netwerk. De terbeschikkinggestelde heeft zich niet begeleidbaar opgesteld. Het resocialisatietraject is mislukt. Het toezicht is niet uitvoerbaar, onwerkbaar, onverantwoord en risicovol gebleken, met risico op letselschade voor onder andere de reclasseringswerkers. De reclassering acht een langduriger en strakker kader, waarin de terbeschikkinggestelde stap voor stap op een verantwoorde wijze terugkeert in de maatschappij, noodzakelijk. De reclassering heeft geadviseerd om de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging om te zetten in een terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

De standpunten van de externe deskundigen

Psycholoog Van Rijn heeft geconcludeerd dat de psychiatrische problematiek van de terbeschikkinggestelde, voor zover daar überhaupt al sprake van is, niet zo ernstig is dat daarvoor psychiatrische behandeling geïndiceerd is. Het opnieuw plaatsen van de terbeschikkinggestelde in een tbs-kliniek werkt zonder meer contraproductief. Een tbs-behandeling is in het geval van de terbeschikkinggestelde niet zinvol vanwege de afwezigheid van psychiatrische pathologie.

Psychiater Sikkens heeft aangegeven dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. Verwacht wordt dat de problematiek van de terbeschikkinggestelde niet veranderbaar zal zijn. Het recidiverisico bij voortduren van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, waarbij er voldoende externe structuur en begeleiding geboden wordt, wordt als laag tot matig geschat. Bij het wegvallen van de terbeschikkingstelling wordt het recidiverisico op vergelijkbare delicten als het indexdelict verhoogd, maar dit is door behandeling niet veranderbaar. De deskundige heeft geadviseerd de terbeschikkingstelling niet te verlengen.

Psychiater Kaiser heeft aangegeven dat bij betrokkene sprake is van een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische en antisociale trekken. Er is een matig risico op agressief gedrag. De terbeschikkinggestelde heeft geen zorg en beveiliging nodig. De deskundige acht voortzetting van de terbeschikkingstelling niet aangewezen en heeft geadviseerd om de terbeschikkingstelling te beëindigen.

Psycholoog Schilperoord heeft gerapporteerd dat er bij de terbeschikkinggestelde wel antisociale trekken zijn geconstateerd, doch geen stoornis. Met de afwezigheid van een aantoonbare psychische stoornis in de zin van een persoonlijkheidsstoornis is er geen grond zijn voor de conclusie dat sprake is van pathologische delictgevaarlijkheid. De deskundige heeft geadviseerd tot onvoorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling.

Het advies van de deskundigen ter zitting

De heer Sikkens, psycholoog bij FPC Oostvaarderskliniek, heeft ter zitting verklaard dat er gedurende de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging geen sprake is geweest van een samenwerking tussen de kliniek en de reclassering. De start van het toezicht in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging is stroef verlopen. Formeel heeft de terbeschikkinggestelde voldaan aan zijn verplichtingen. Dat wil niet zeggen dat de Reclassering daadwerkelijk zicht kon krijgen op zijn reilen en zeilen.

De deskundige is van mening dat een hervatting van de dwangverpleging niet opportuun is. Qua behandeling van zijn problematiek heeft de terbeschikkinggestelde het hoogst haalbare bereikt. De deskundige betreurt het dat de rechtbank niet is ingegaan op het aanbod van de kliniek om samen met de reclassering te bezien hoe mogelijke risico’s beter gemanaged zouden kunnen worden. Indien het hof besluit tot afwijzing van de vordering tot hervatting van de dwangverpleging is de kliniek nog steeds bereid samen te werken met de reclassering. Het netwerk van de terbeschikkinggestelde kent ook pro sociale aspecten. In de kliniek is het wel tot een samenwerking met de terbeschikkinggestelde gekomen. De reclassering heeft die kans niet gehad.

Mevrouw Groeneveld van het Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering heeft ter zitting van het hof aangegeven dat de reclassering nog steeds van oordeel is dat sprake is van een hoog recidiverisico. De reclassering heeft de terbeschikkinggestelde drie korte periodes begeleid. Daarbij heeft de terbeschikkinggestelde zich niet open en begeleidbaar opgesteld. Hij wilde zelfstandig functioneren in de vrije maatschappij en vond de reclassering alleen maar hinderlijk. De reclassering had geen grip en zicht op de terbeschikkinggestelde. De reclassering heeft geen contact gezocht met de kliniek, omdat de kliniek al lange tijd niet meer bij de behandeling van de terbeschikkinggestelde betrokken was.

De reclassering is tot het uiterste gegaan om de samenwerking te laten slagen. Dit is echter niet gelukt. De gedragskundige overwegingen van psycholoog Sikkens, zoals genoemd in het reclasseringsrapport, zijn van belang geweest, maar hebben geen invloed gehad op de conclusie van de reclassering dat de dwangverpleging dient te worden hervat. Deze conclusie is breed gedragen binnen de organisatie.

Indien het hof besluit de vordering tot hervatting van de dwangverpleging af te wijzen en de terbeschikkinggestelde weer onder toezicht van de reclassering te stellen, dan zal dat een moeilijke situatie worden. De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven dat hij niet meer met de reclassering wil samenwerken.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verlenging van de terbeschikkingstelling en de vraag of aan alle vereisten voor verlenging is voldaan, op dit moment niet aan de orde is. De advocaat-generaal heeft verzocht de vordering tot hervatting van de dwangverpleging toe te wijzen. Deze vordering is onverwijld ingediend.

De terbeschikkinggestelde heeft een voorwaarde verbonden aan de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging overtreden. Er is sprake van een hoog recidiverisico. De terbeschikkinggestelde is recent veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 34 maanden. Deze veroordeling is niet onherroepelijk, maar uit het vonnis kan wel worden afgeleid dat sprake is van ernstige bezwaren ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten. De bereidheid van een terbeschikkinggestelde tot het naleven van voorwaarden verbonden aan een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, ook in geval van een wijziging van voorwaarden, wordt uitdrukkelijk verlangd bij wet. De grondhouding van de terbeschikkinggestelde is altijd geweest dat hij de reclassering niet nodig heeft. Er is onvoldoende bereidheid van de terbeschikkinggestelde om zich in te zetten voor de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Dat er voor een last tot hervatting van de dwangverpleging sprake moet zijn van acuut gevaar is geen eis die de wet stelt, aldus de advocaat-generaal.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw

De terbeschikkinggestelde heeft ter zitting verklaard dat hij zich altijd begeleidbaar heeft opgesteld. De feiten waarvoor hij door de rechtbank Amsterdam is veroordeeld, heeft hij niet gepleegd. Hij heeft geen behandeling nodig.

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering tot hervatting van de dwangverpleging af te wijzen. Daartoe heeft de raadsvrouw primair aangevoerd dat de terbeschikkinggestelde geen voorwaarden heeft overtreden, althans niet zodanig dat dit een hervatting van de dwangverpleging rechtvaardigt. Subsidiair heeft zij met verwijzing naar de in het kader van de nieuwe verlengingsprocedure uitgebrachte gedragsrapportages aangevoerd dat hervatting niet gerechtvaardigd is, nu niet is voldaan aan het gevaarscriterium. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat er minder vergaande alternatieven mogelijk waren en zijn dan een hervatting van de dwangverpleging. In dat kader heeft de raadsvrouw verzocht de voorwaarden te wijzigen dan wel aan te scherpen en een andere instelling met de begeleiding van de terbeschikkinggestelde te belasten. De terbeschikkinggestelde is nog steeds bereid tot samenwerking met de reclassering.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen daar het tot een andere beslissing komt.

Afwijzing vordering tot hervatting

De bestreden beslissing tot hervatting van de verpleging van overheidswege stoelt op de vaststelling dat de terbeschikkkinggestelde de hem opgelegde voorwaarden heeft overtreden door het plegen van strafbare feiten en het zich voor de reclassering niet begeleidbaar opstellen.

De terbeschikkinggestelde is bij nog niet onherroepelijk vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 maart 2013 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 34 maanden ter zake van:

  • -

    medeplegen van poging tot afpersing;

  • -

    eendaadse samenloop van medeplegen van poging tot handelen in strijd met artikel 31 lid 1 van de Wet wapens en munitie en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie;

  • -

    handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

Het hof is van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten zoals genoemd in het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 maart 2013 - mede gelet op de beslissing van het hof van 5 december 2011, waarbij een eerdere vordering tot hervatting van de dwangverpleging op grond van (een deel van) diezelfde strafbare feiten is afgewezen - in ieder geval zodanig oud zijn dat deze op zichzelf onvoldoende aanleiding vormen om thans nog tot hervatting van de verpleging van overheidswege over te gaan. Daaraan doet niet af de omstandigheid dat deze nog niet onherroepelijke veroordeling voor de vaststelling dat sprake is geweest van het overtreden van de aan de terbeschikkinggestelde opgelegde voorwaarden, op zich redengevend kan zijn.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de terbeschikkinggestelde een hem opgelegde voorwaarde heeft overtreden door zich meermalen onvoldoende open en controleerbaar op te stellen. Deze overtredingen zijn naar het oordeel van het hof echter niet van een zodanige ernst dat zij moeten leiden tot het hervatten van de verpleging van overheidswege.

Tot slot oordeelt het hof dat, in het bijzonder gelet op de standpunten van de externe deskundigen, ook het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de hervatting van de verpleging van overheidswege niet eist. Op zich is er weliswaar sprake van een relatief groot recidivegevaar, maar niet op basis van een stoornis, althans zodanig ernstige stoornis, die hervatting van de dwangverpleging in het kader van een terbeschikkingstellingssmaatregel kan rechtvaardigen.. Een hervatting van de verpleging is in dit geval ook vanuit gedragskundig oogpunt niet zinvol.

Gelet op het voorgaande zal het hof de vordering van de officier van justitie tot hervatting van de verpleging van overheidswege afwijzen.

Wijziging van de voorwaarden

Daarbij ziet het hof reden om ter voorkoming van een nieuwe impasse tussen de terbeschikkinggestelde en de reclassering de door de rechtbank Amsterdam in haar beslissing van 21 juli 2010 opgelegde voorwaarden te wijzigen als na te melden.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2013 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde].

Wijst af de vordering van de officier van justitie.

Wijzigt de aan de terbeschikkinggestelde opgelegde voorwaarden, zoals opgenomen in de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2010 in die zin dat deze thans luiden:

1.

De terbeschikkinggestelde pleegt geen strafbare feiten;

2.

De terbeschikkinggestelde zal zich gedurende de looptijd van de terbeschikkingstelling niet buiten de Nederlandse landsgrenzen begeven;

3.

De terbeschikkinggestelde meldt zich op de door het Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering te Amsterdam te bepalen tijdstippen en plaatsen.

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr P.R. Wery en mr. J.W. Rijkers als raadsheren,

en dr W. van Kordelaar en dr W.J. Canton als raden,

in tegenwoordigheid van mr N.D. Mavus-ten Elshof als griffier,

en op 26 september 2013 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.