Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:7269

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-09-2013
Datum publicatie
27-09-2013
Zaaknummer
21-003804-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak ter zake van mensenhandel. Bewezenverklaring ter zake van mishandelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003804-12

Uitspraak d.d.: 27 september 2013

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van 13 september 2012 in de strafzaak met parketnummer 16-600601-11 tegen

[verdachte] ,

geboren te[geboorteplaats] op[geboortedatum],

wonende te[woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van het onder 1 en 3 tot en met 7 tenlastegelegde. Hoger beroep tegen deze gegeven vrijspraken staat niet open. De advocaat-generaal heeft bij akte intrekken rechtsmiddel, gedateerd 29 augustus 2013, het hoger beroep ingetrokken ten aanzien van de feiten 3 tot en met 6. Deze feiten zijn derhalve niet meer aan de orde. Het hoger beroep van de officier van justitie richt zich niet tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak voor feit 1. Het hof zal de officier van justitie daarom in zoverre niet-ontvankelijk in het hoger beroep verklaren wegens gebrek aan belang.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 13 september 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr C.H. Dijkstra, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en voorts tot een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep- voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen tenlastegelegd dat:



2.

hij in of omstreeks de periode van ongeveer 01 juni 2001 tot en met 17 juni 2011 te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 4] en/of [plaatsnaam 3] en/of [plaatsnaam 2], in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon, te weten [betrokkene 2], (telkens) (meermalen) heeft geslagen en/of geschopt tegen het lichaam en/of bij de keel/hals heeft gegrepen en/of met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in de arm(en) en/of de/het be(e)n(en) en/of de hand(en), althans in het lichaam, heeft gestoken, waardoor deze [betrokkene 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

7.

hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2001 tot en met 11 juli 2011 te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 4] en/of [plaatsnaam 3] en/of [plaatsnaam 2], in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) opzettelijk mishandelend [betrokkene 1] (telkens) (meermalen) heeft geslagen en/of geschopt tegen het lichaam, waardoor deze [betrokkene 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

8.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2004, te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 3] en/of [plaatsnaam 2] en/of [plaatsnaam 4], in elk geval in Nederland,

-meermalen, althans eenmaal, (telkens) een ander, te weten[betrokkene 1], door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen, dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling, dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [betrokkene 1] zich daardoor tot het verrichten van die (seksuele) handelingen beschikbaar stelde (sub 1), en/of

-meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit (een) seksuele handeling(en) van een ander, te weten[betrokkene 1], met en/of voor een derde tegen betaling, terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die[betrokkene 1] zich door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding beschikbaar heeft gesteld tot het plegen van die handelingen (sub 4), en/of

-meermalen, althans eenmaal, (telkens) een ander, te weten [betrokkene 1], door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen, dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen hem, verdachte, uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met en/of voor een derde te bevoordelen (sub 6),

hetgeen hieruit bestond dat hij, verdachte,

- met die [betrokkene 1] gehuwd was/een (liefdes)relatie heeft onderhouden en/of (vervolgens) na ontbinding van het huwelijk/beëindiging van de (liefdes)relatie met die [betrokkene 1] (intensief) contact is blijven houden en/of

- die[betrokkene 1] tijdens het huwelijk/de (liefdes)relatie en/of de (intensieve) contacten na ontbinding van het huwelijk/beëindiging van de (liefdes)relatie meermalen (met kracht) tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt en/of

- aan/tegen die [betrokkene 1] heeft gevraagd/gezegd of/dat zij voor hem, verdachte, in de prostitutie wilde/moest werken en/of

- tegen die [betrokkene 1] heeft geschreeuwd en/of gegild en/of

-voor die[betrokkene 1] heeft bepaald waar zij haar (prostitutie)werkzaamheden moest verrichten en/of

- voor die[betrokkene 1] de werktijden heeft bepaald en/of

- die [betrokkene 1] (werk)instructies heeft gegeven en/of

- die [betrokkene 1] (telkens) naar haar (prostitutie)werkplek heeft gebracht en/of van haar (prostitutie)werkplek heeft opgehaald en/of

- controle en/of toezicht heeft gehouden op de prostitutiewerkzaamheden van die [betrokkene 1] en/of

- die [betrokkene 1] (met kracht) tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt wanneer zij aangaf niet te willen werken en/of

- die [betrokkene 1] al het door haar verdiende geld, althans een aanzienlijk deel daarvan, aan hem, verdachte, heeft laten afgeven,

- terwijl die [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet goed machtig was en/of niet kon lezen en schrijven en/of geen familie in Nederland had en/of/aldus

- van verdachte afhankelijk was, in welke afhankelijkheidsrelatie zij zich niet tegen hem, verdachte, durfde te verzetten;

9.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot 16 maart 2008 te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 3] en/of [plaatsnaam 2] en/of [plaatsnaam 4], in elk geval in Nederland,

-meermalen, althans eenmaal, (telkens) een ander, te weten [betrokkene 1], door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding, dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [betrokkene 1] (sub 1), en/of

-meermalen, althans eenmaal, (telkens) een ander, te weten[betrokkene 1], door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding, dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (bestaande uit het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor (een) derde(n) tegen betaling), dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [betrokkene 1] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van die arbeid of diensten (sub 4), en/of

-meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [betrokkene 1] (sub 6), en/of

-meermalen, althans eenmaal, (telkens) een ander, te weten [betrokkene 1], door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding, dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met en/of voor (een) derde(n) (sub 9),

hetgeen hieruit bestond dat hij, verdachte,

- met die [betrokkene 1] gehuwd is geweest/een (liefdes)relatie heeft gehad en/of (vervolgens) na ontbinding van het huwelijk/beëindiging van de (liefdes)relatie met die [betrokkene 1] (intensief) contact is blijven houden en/of

- die[betrokkene 1] tijdens het huwelijk/de (liefdes)relatie en/of de (intensieve) contacten na ontbinding van het huwelijk/beëindiging van de (liefdes)relatie meermalen (met kracht) tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt en/of

- tegen die [betrokkene 1] heeft gezegd/is blijven zeggen dat zij voor hem, verdachte, in de prostitutie moest werken en/of

- tegen die[betrokkene 1] heeft geschreeuwd en/of gegild en/of

-voor die [betrokkene 1] heeft bepaald waar zij haar (prostitutie)werkzaamheden moest verrichten en/of

- voor die [betrokkene 1] de werktijden heeft bepaald en/of

- die [betrokkene 1] (werk)instructies heeft gegeven en/of

- die [betrokkene 1] (telkens) naar haar (prostitutie)werkplek heeft gebracht en/of van haar (prostitutie)werkplek heeft opgehaald en/of

- controle en/of toezicht heeft gehouden op de prostitutiewerkzaamheden van die[betrokkene 1] en/of

- die [betrokkene 1] (met kracht) tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt wanneer zij aangaf niet te willen werken en/of

- die [betrokkene 1] al het door haar verdiende geld, althans een aanzienlijk deel daarvan, aan hem, verdachte, heeft laten afgeven,

- terwijl die [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet goed machtig was en/of niet kon lezen en schrijven en/of geen familie in Nederland had en/of/aldus

- van verdachte afhankelijk was, in welke afhankelijkheidsrelatie zij zich niet tegen hem, verdachte, durfde te verzetten;

De oorspronkelijke feiten 8, 9A en 9B zijn bij wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep samengevoegd in één feit, te weten feit 8.

De oorspronkelijke feiten 10 en 11 zijn bij wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep samengevoegd in één feit, te weten feit 9.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vaststelling van de feiten met betrekking tot de feiten 8 en 9

Algemeen

Op basis van de stukken uit het dossier en het verhandelde ter zitting dient het hof de feiten vast te stellen en aan de hand daarvan de vragen te beantwoorden die in deze zaak voorliggen, zoals of tot een bewezen verklaring kan worden gekomen van de tenlastegelegde feiten.

Ten aanzien van de tenlastegelegde mensenhandel waarvan mevrouw [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) slachtoffer is geworden, geldt dat er drie personen zijn die van dichtbij de feiten hebben meegemaakt. Dit zijn [betrokkene 1] zelf, mevrouw [betrokkene 2] (hierna:[betrokkene 2]) en verdachte. Voldoende is komen vast te staan dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] eind 2003 in de prostitutie zijn gaan werken, eerst in [plaatsnaam 3] en daarna in [plaatsnaam 1], dat ze dit een aantal jaren hebben gedaan en dat verdachte daar (in ieder geval) als chauffeur bij betrokken was.

Verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van mensenhandelactiviteiten met betrekking tot [betrokkene 2], omdat haar verklaringen op diverse belangrijke punten niet rijmden met andere onderdelen in het dossier. Het openbaar ministerie had (ook) tegen deze vrijspraak hoger beroep ingesteld, maar heeft dit vervolgens (op dat onderdeel) weer ingetrokken.

Ten aanzien van [betrokkene 1] geldt dat de rechtbank haar verklaringen (op onderdelen) wel voldoende betrouwbaar achtte. Wel is gebleken uit het dossier dat [betrokkene 1] in het verleden is aangemerkt als verdachte van het doen van een valse aangifte (in 2001) en het plegen van meineed (in 2004). Ook is gebleken dat [betrokkene 1] tegenover de sociale recherche in 2009 heeft ontkend ooit prostitutiewerkzaamheden te hebben verricht. Uit het dossier volgt dus dat [betrokkene 1] niet altijd de waarheid heeft verklaard tegenover de (justitiële) autoriteiten.

Verdachte tenslotte heeft ook verklaringen afgelegd. Van die verklaringen kan worden gezegd dat deze in ieder geval op onderdelen ongeloofwaardig zijn. Zo heeft verdachte ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij weliswaar [betrokkene 2] en [betrokkene 1] naar [plaatsnaam 3] en [plaatsnaam 1] heeft gebracht, zodat zij daar hun prostitutiewerkzaamheden konden verrichten, maar dat dit tegen zijn zin was en dat hij min of meer gedwongen werd door de dames om hen te rijden.

Bovenstaande leidt er toe dat met de verklaringen van deze personen behoedzaam dient te worden omgesprongen. Anderzijds betekent bovenstaande niet dat de verklaringen (op alle punten) niet betrouwbaar zijn. Vast staat namelijk dat de verklaringen van bovengenoemde personen op veel punten wel waar zijn, namelijk over de periode waarin de prostitutiewerkzaamheden werden verricht, de plaatsen waar gewerkt werd en de onderlinge relaties tussen die personen.

Ten aanzien van de vraag of verdachte zich met betrekking tot [betrokkene 1] heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel, neemt het hof de verklaringen van [betrokkene 1] als uitgangspunt en zal het hof vervolgens nagaan of de onderdelen die relevant zijn voor de tenlastegelegde feiten voldoende worden ondersteund door ander bewijsmateriaal.

Verklaringen [betrokkene 1]

Op 26 maart 2007 werd [betrokkene 1] in een andere zaak als verdachte van meineed gehoord (p. 426 ordner financieel onderzoek). Zij heeft toen onder meer het volgende verklaard:

Ik ben in 2006 gescheiden van mijn man [verdachte]. Ik begrijp dat u mij (…) wil horen over het plegen van meineed in de ontvoeringszaak uit 2004. Ik heb in [plaatsnaam 3] niet helemaal de waarheid gesproken. (…) Ik wil nu praten over de ontvoeringszaak in [plaatsnaam 3]. (…) Ik werkte toen als prostituee op de [straatnaam 3] in [plaatsnaam 3] samen met [betrokkene 2]. Mijn man [verdachte] was dan altijd in de buurt. Ik ben die avond mee gegaan met [naam]. Ik ken [naam] al langer, dat heb ik in mijn eerdere verklaring gelogen. (…) Ik werd ongeveer een keer per week door [naam] opgehaald. (….) [naam] had het nummer van de rode telefoon die ik voor mijn werk in gebruik had. Soms belde ik [naam]. (….) [naam]had mij gezegd dat hij verliefd op mij was. (…) Op die avond in augustus 2004, vertelde [naam]dat hij mij mee wilde nemen naar een huis. Ik vertrouwde [naam] omdat het een vaste klant van me was. (…) Toen ik binnenkwam zag ik dat er nog meer mannen waren. (…) Ik heb toen seks met [naam] gehad. Toen [naam] klaar was zei hij tegen mij dat ik in die kamer moest blijven. [naam] ging zelf naar de woonkamer waar de andere mannen waren. (…) Ik moest met al die mannen seks hebben. (…) Het waren dezelfde mannen die de volgende en de derde dag terug kwamen en ook seks met mij hadden. (…) Ik heb geen aangifte gedaan van verkrachting omdat ik bang was voor [naam]. [naam] vroeg mij om hem geld te lenen. (…) Ik heb toen [verdachte] mijn man gebeld en gevraagd of hij 1000 euro kon regelen omdat die man mij dan zou vrijlaten. Ik wist dat [verdachte] nu iets zou gaan regelen om mij vrij te krijgen. [verdachte] is slim en zou de politie gaan waarschuwen. (….) Ik ben door de politie bevrijd. (…) Als [naam] zegt dat de ontvoering mijn idee was om geld van [verdachte] te krijgen, zeg ik dat het niet waar is. Als [naam] zegt dat ik al mijn geld aan [verdachte] moet afgeven, is dat niet waar. Ik kan al het geld dat ik verdien zelf houden. [betrokkene 2] ook. [verdachte] brengt ons wel, maar hoeft van ons geen geld. Ik kan het geld dat ik verdien voor mezelf en mijn kinderen gebruiken. (….) Ik heb gelogen over mijn relatie met [naam] omdat ik op dat moment nog getrouwd was met [verdachte]. Ik wilde niet dat [verdachte] er achter zou komen dat ik iets met [naam] had.

Op 20 november 2009 werd [betrokkene 1] als verdachte van uitkeringsfraude door de sociale recherche gehoord (p. 442 e.v. ordner financieel onderzoek). Zij verklaarde onder meer:

Het klopt dat ik vanaf 23 februari 2005 tot en met heden een WWB uitkering (…) ontvang, want ik heb geen werk gehad en op dit moment ook geen werk. (…) U vraagt mij of ik in het verleden werkzaamheden als prostituee heb verricht. Ik zeg u dat is niet het geval. (…) Ik ben naar die plek gegaan, maar ik heb daar niet gewerkt. Met die plek bedoel ik [plaatsnaam 1]. (…) Ik ging daar heen omdat ik niet kon slapen. Het was de enige plek waar ik dingen kon vergeten. U vraagt mij hoe ik op die plek kwam. Ik zeg u daar kan ik geen antwoord op geven omdat ik dan problemen krijg. Op religieuze gronden kan ik geen antwoord geven op die vraag. U confronteert mij met het feit dat het bij de politie bekend is dat ik werkzaam ben op de tippelzone in [plaatsnaam 1]. Ik zeg u zoals ik al eerder heb gezegd, ik ben wel naar die plek gegaan, maar ik heb daar niet gewerkt. (….) Ik blijf er bij dat ik voor de gezelligheid daar naar toe ging, om met mijn nachtmerries te kunnen handelen. (…) U confronteert mij met verschillende politiemutaties waarin staat vermeld dat ik aan het werk ben op de tippelzone op de [straatnaam 1] in [plaatsnaam 1]. Ik zeg u ik heb niet gewerkt. Als u zegt dat ik op 27 oktober 2006 bij de politie heb verklaard dat ik drie a vier jaar werkzaam zou zijn op de [straatnaam 1] in [plaatsnaam 1] dan zeg ik u dat het klopt. Het zit zo. Als ik daar loop word ik aangesproken door een man. (….) Ik heb toen gezegd dat ik geen geld wilde hebben. (…) Als u zegt dat ik daar geld voor ontvang dan zeg ik u dat moet u maar aantonen. (….) Ik zeg u alles wat ik in de jaren bij de politie heb verklaard klopt. Ik heb nooit geld gekregen voor die werkzaamheden. (….) U confronteert mij met de verklaring die ik heb afgelegd op 26 maart 2007 (…). Ik zeg u ik moest die werkzaamheden verrichten. Ik was daartoe gedwongen. Ik kan u zeggen dat ik gedwongen was door mijn ex-man en zijn vrouw [betrokkene 2].

Op 8 november 2011 verscheen [betrokkene 1] op het politiebureau. Zij wenste een verklaring af te leggen. Zij verklaarde onder meer (p. 546 e.v. van het proces-verbaal):

Ik kan u vertellen dat mijn ex-man gevangen zit in [plaatsnaam 5]. Hij zit vast omdat zijn vrouw, [betrokkene 2], aangifte tegen hem heeft gedaan. (…) [verdachte] zou haar geslagen hebben, zou haar drugs hebben gegeven en zij zou onder dwang hebben moeten werken op de [straatnaam 1]. Ik kan u vertellen dat dit allemaal niet waar is. Ik werd steeds bedreigd door [betrokkene 2] en haar familie. Zij zouden mij doodmaken als ik zou getuigen. (…) De broer van [verdachte] is sinds twee weken terug uit Syrië. Nu hij er is kan hij mij beschermen. (…) Ik ben al bevriend met [betrokkene 2] sinds 2001. Ik ben gescheiden van [verdachte] in 2004. Dit was omdat [verdachte] ook met [betrokkene 2] een relatie had gekregen en ik vond dat niet goed. (….) Op een gegeven moment heeft [betrokkene 2] tegen mij gezegd dat zij werk voor mij wist waar ik veel geld mee kon verdienen en goed de Nederlandse taal zou kunnen leren spreken. (…) Ik heb sinds 2004 tot en met 2006 af en toe op de [straatnaam 1] gewerkt als hoer. Ik heb daar ook wel gestaan en dan had ik geen seks met klanten, maar dan praatte ik alleen met hen. Ik leerde zo de Nederlandse taal beter. Ik vond dit werk niet goed voor mij en daarom deed ik dit niet heel vaak en ben ik er ook mee gestopt. (…) [verdachte] zei tegen mij dat het niet goed voor mij was, maar dat ik het zelf moest weten. Ik weet ook dat [verdachte] wel regelmatig op de [straatnaam 1] was of in de buurt om ons een beetje te beschermen en op te letten. Het is echt niet zo dat hij ons liet werken. Dit deden wij echt vrijwillig. (….) Een jaar geleden is er bij mij thuis ingebroken. (…) [betrokkene 2] vertelde dat er zes armbanden weg waren, goud en 1.000 euro. Dit klopte precies. (…) Ik denk dat haar broer heeft ingebroken. U vraagt mij wie er wist dat ik werkte op de [straatnaam 1]. Ik kan u vertellen dat je je moet registreren als je daar wil werken. Je moet je laten registreren voor de gemeente en in de bus. Dat is voor de veiligheid en dat je niet gedwongen wordt om daar te werken.

Op 15 november 2011 gingen verbalisanten naar het huisadres van [betrokkene 1]. In de woning vroegen ze [betrokkene 1] waarom ze op 8 november 2011 een verklaring had afgelegd. [betrokkene 1] verklaarde dat ze werd bedreigd door [broer verdachte], de broer van verdachte. Zij moest van [broer verdachte] naar het politiebureau gaan om een verklaring af te leggen en verklaren dat alles de schuld van [betrokkene 2] is. [betrokkene 1] voelde zich bedreigd. [broer verdachte] had gezegd dat hij haar zou vermoorden (p. 554 en 555).

Op 17 november 2011 werd [betrokkene 1] opnieuw door de politie gehoord (p. 556 e.v.). Zij verklaarde onder meer:

Haar ex-man had haar gevraagd voor hem te werken. Zij had gezegd dat ze dat werk niet deed. [verdachte] zei toen dat hij geld nodig had. [verdachte] heeft misbruik van haar gemaakt. Ze hebben haar gedwongen omdat ze hier alleen is. Met ze bedoelt ze [verdachte] en alsof dat niet genoeg is, gaat de broer haar bedreigen. [broer verdachte] had gezegd dat hij brieven die hij had ontvangen naar haar familie in Irak zou sturen. (Op de vraag hoe ze gedwongen werd om prostitutiewerkzaamheden te verrichten) [verdachte] had haar daar gebracht. Zij zag [betrokkene 2] staan. Zij vroeg aan [betrokkene 2] wat ze moest doen. [betrokkene 2] zei dat ze over de prijs moest onderhandelen. (Op de vraag hoe hij het voor elkaar kreeg dat ze dit werk ging doen) Zij wilde in het begin niet, maar hij werd heel boos. Zij vertelde hem niet te schreeuwen en de kinderen bang te maken. (Op de vraag wat gebeurde er als je het niet zou doen) Ze zou dan worden geslagen. (Op de vragen of dat wel eens was gebeurd en wat hij dan deed) Ze wist dat hij ziek was. Ze kon niet weigeren want dan ging hij slaan. Ze heeft nog steeds littekens op haar arm. Ze heeft nog problemen met haar been. Ook heeft hij haar gebeten. Dat is door de politie onderzocht. Beide dingen vonden plaats in 2000 of 2001. Zij vond het raar dat [betrokkene 2] bij hun inwoonde. Zij werd hier boos om. [verdachte] heeft een spiegel op haar been geslagen. Zij kreeg toen gips.

In 2004 ging zij met Irakezen mee als prostituee. Zij vonden het jammer dat zij dat werk deed. Zij had hen gezegd dat zij gedwongen werd. Zij hebben haar meegenomen. Zij is drie dagen bij de Irakezen gebleven. [verdachte] heeft aangifte gedaan bij de politie. De Irakezen die haar hadden meegenomen werden opgepakt en zij werd ook opgepakt.

Al het geld dat zij in de prostitutie verdiende ging naar [verdachte]. Zij moest het geld aan [verdachte] geven in het bijzijn van [betrokkene 2].

Zij werkte elke dag. Ook in de koude winter. Van [verdachte] mocht zij geen pauze nemen. Zij was heel bang voor [verdachte], zodra hij begon te gillen en te schreeuwen. Zij zei dat ze dan wel ging werken. Zij werkte samen met [betrokkene 2] in de prostitutie.

Zij durfde geen pauze te nemen of om haar geld te vragen. Zij is alleen en heeft niemand.

Op 29 november 2011 werd [betrokkene 1] opnieuw als getuige gehoord (p. 568 e.v.). Zij verklaarde onder meer:

Het klopt dat [verdachte] ziek is. Hij is bezeten door een geest. Hij heeft de ziekte ongeveer twee jaar. [verdachte] heeft haar een keer in haar rug gebeten. De ruzies gingen er over dat [betrokkene 2] bij hen woonde. Ook heeft [verdachte] haar een keer op haar knie geslagen, waarna er een dubbele breuk werd geconstateerd. Meer incidenten kan zij zich niet herinneren. Het bijten was in 2002 of 2003. De politie moet hierover de gegevens hebben. Het slaan met de spiegel moet in 2001 of 2003 hebben plaatsgevonden. (Op de vraag: je vertelde dat je ook geslagen werd). Het meeste ging over [betrokkene 2]. Ook was ze geslagen toen ze nog met verdachte in Irak woonde. Zij is wel eens bij een dokter geweest voor mishandelingen, namelijk voor haar knie.

Zij is na haar scheiding gaan werken in de prostitutie. Eerst in [plaatsnaam 3], later op de [straatnaam 1] in [plaatsnaam 1]. [verdachte] bepaalde waar ze ging werken. Als ze niet wilde werken, was het oorlog. Er kwam ruzie. [verdachte] sloeg alles stuk en hij sloeg haar. Zij maakte zich zorgen om de kinderen. Zij wilde niet dat hij schreeuwde als de kinderen op bed lagen.

(Op de vraag wanneer zij gestopt is met werken) Na een jaar mocht ze kiezen. Maar [verdachte] liet haar werken. Zij heeft de gemeente gebeld dat ze wilde stoppen en dat zij geen papieren meer wilde ontvangen.

Zij vertelde klanten dat ze verplicht was om te werken.

Zij sprak heel vaak met de politieman op de [straatnaam 1]. Zij wilde hem vertellen dat ze gedwongen werd, maar heeft dat niet gedaan. Wel heeft ze hem gevraagd of ze de sociale dienst zouden inlichten. Zij heeft met [betrokkene 2] in een bordeel in [plaatsnaam 2] gewerkt. Dit was het idee van [verdachte] en [betrokkene 2]. Zij was altijd samen met [betrokkene 2].

Op 9 december 2011 werd [betrokkene 1] bij de rechter-commissaris gehoord. Zij verklaarde onder meer:

(Op de vraag hoe zij werd verplicht het werk te doen) Zij kent [verdachte] heel goed. Hij reageert gelijk met zijn hand; hij gaat slaan. Het klopt dat hij haar heeft gevraagd om voor hem te werken in de prostitutie. Toen zij weigerde, werd hij boos. De kinderen lagen boven te slapen en zij wilde niet dat ze wakker werden van zijn geschreeuw. De oppassen hebben gezien dat ze ruzie had met [verdachte]. De ruzies gingen allemaal over het werk, want zij wilde niet naar het werk.

In [plaatsnaam 3] waren er Iraakse klanten die haar wilden bevrijden. [verdachte] deed aangifte tegen ze. Toen ze terug kwam durfde ze niet te zeggen dat die mensen haar geholpen hadden.

Tijdens het werk mocht zij van [verdachte] niet pauzeren. [betrokkene 2] mocht dat wel. [verdachte] heeft haar ([betrokkene 1]) veel geslagen.

Zij is gestopt met de prostitutie. Zij had met [verdachte] afgesproken dat ze na een jaar mocht stoppen. Na een jaar heeft zij hem aan zijn afspraak herinnerd en gevraagd of ze mocht stoppen. Hij zei toen, nee wacht nog even. Toen [verdachte] had gezegd dat ze na een jaar mocht stoppen, was ze zo blij dat ze naar de bus is gerend en tegen de vrouw heeft gezegd dat ze na een jaar zou stoppen. Na dat jaar kon ze stoppen, want dat had ze afgesproken met [verdachte]. Na een paar dagen zei [verdachte]: ‘Kom we gaan weer naar het werk toe’. Zij heeft toen gezegd: ‘Nee na een jaar zou ik stoppen’. Zij heeft hem toen bedreigd dat als hij haar weer mee zou nemen, zij aangifte zou doen. Zij had niet eerder de kracht om te stoppen, omdat ze bang was dat [verdachte] haar sloeg. Zij heeft tegen [verdachte] gezegd dat de kinderen groot werden en dat het niet klopte dat ze nog naar het werk zou gaan. Toen ze stopte deed verdachte daar niets tegen. Hij was er makkelijker over dan ze had verwacht. Hij bleef het verder doen met [betrokkene 2] en na een tijd is hij ziek geworden.

Zij moet 32.000 euro terug betalen aan de sociale dienst, terwijl ze geen nut heeft gehad van het werk. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen de maandelijkse terugbetaling.

Toen verdachte een relatie met [betrokkene 2] begon, ging ze hem haten.

Als haar familie hoort dat ze in de prostitutie heeft gewerkt, zullen ze haar vermoorden.

[broer verdachte] heeft haar op een gegeven moment meegenomen naar het politiebureau. Ze heeft daar toen alles gelogen.

Op 13 december 2011 werd het verhoor van [betrokkene 1] door de rechter-commissaris voortgezet. Zij verklaarde toen onder meer:

Zij heeft in 2004 de relatie met [verdachte] verbroken. Zij heeft [verdachte] toen voor de keuze gesteld: zij of [betrokkene 2]. Hij zei oké, als je wil scheiden, gaan we scheiden. Er waren veel problemen. De politie kwam altijd bij hen op bezoek, ontelbare keren.

Zij zei wel eens tegen [verdachte] dat ze niet wilde werken omdat het koud was. [verdachte] zei dan dat ze moest. Zij wilde een aantal keren praten met de agent die op de plaats werkzaam was, maar op het laatste moment hield zij zich toch in. Voordat ze de eerste keer ging werken, heeft [verdachte] haar uitgelegd hoe zij een condoom moest gebruiken.

Nadat zij klaar was met werken, gaf zij het geld aan [verdachte].

Ook op 21 december 2011 werd [betrokkene 1] bij de rechter-commissaris gehoord. Zij heeft toen onder meer verklaard dat [verdachte] haar wel eens met zijn vingers in de ogen stak, dat ze door hem werd geslagen, geschopt, gebeten en dat hij haar been heeft gebroken. Als ze tijdens het werk moe werd of het heel koud was en ze wilde even in de bus of in de auto zitten, gaf [verdachte] geen toestemming. Hij schreeuwde: ‘ga weg of ik sla je in elkaar’. Hij sloeg haar wel eens in de auto. Dat had dan te maken met dat ze niet wilde werken. Soms sloeg hij haar ook met een stok of een riem. Dat laatste gebeurde thuis, niet op het werk.

Ze heeft wel 1000 keer tegen [verdachte] gezegd dat ze niet wilde werken.

[betrokkene 1] werd als getuige gehoord op de zitting van rechtbank van 25 juni 2012. Zij heeft toen onder meer het volgende verklaard:

Zij moest werken van [verdachte]. Zij heeft veel geleden. Zij is haar kinderen kwijt. Vanwege de werkzaamheden kon ze haar kinderen niet opvoeden. De eerste keer kwam [verdachte] naar haar toe en zei: ‘er is werk en ik wil dat wel gaan doen en ik wil dat je me daarmee helpt.’ Zij vroeg om wat voor werk het ging. Hij zei: ‘we gaan en dan kun je het daar wel zien’. Ze stapte in de auto en zag dat [betrokkene 2] daar ook zat. [betrokkene 2] was blij en vrolijk. Op dat moment begreep [betrokkene 1] niet om wat voor werkzaamheden het ging. Toen ze daar aan kwam, zag ze dat het werk op straat plaats vond en toen is ze er mee begonnen. Ze weet niet of het een idee van [verdachte] was of van [verdachte] en [betrokkene 2]. [betrokkene 1] zei dat ze niet wilde werken. Zij was bang voor [verdachte], want hij begon geweld tegen haar te gebruiken. Zij ging daarna gewoon met hem mee, want ze was bang voor verdachte. Eén keer is ze gevlucht met een klant, maar [verdachte] deed aangifte tegen die klant. De oppas heeft gezien dat [verdachte] haar sloeg en was getuige van de ruzies. Mishandelingen gebeurden voordat de werkzaamheden begonnen. [verdachte] en [betrokkene 2] waren bij haar thuis. Zij kan zich niet herinneren hoe ze is gestopt. Zij heeft nooit wat van het geld terug gezien.

[verdachte] sloeg haar ook na de echtscheiding. Hij schopte en sloeg haar. Dat was bij haar thuis. Soms waren de kinderen aanwezig, soms niet.

Tenslotte is [betrokkene 1] op 8 juli 2013 door de raadsheer-commissaris gehoord. Zij heeft toen gezegd dat ze de zaak wil laten rusten. Op de vraag of zij bij de politie, rechter-commissaris en de rechtbank naar waarheid heeft verklaard, heeft ze gezegd dat ze geen antwoord kan geven. Haar ex-partner is nu een stuk rustiger. Hij heeft de kinderen nodig en de kinderen hebben hem nodig.

Verklaringen [betrokkene 1] en de ten laste gelegde mensenhandel.

1.

Het vervoeren van [betrokkene 1]

Door zowel [betrokkene 1] als verdachte is aangegeven dat verdachte [betrokkene 1] naar [plaatsnaam 3] en [plaatsnaam 1] vervoerde, zodat [betrokkene 1] haar prostitutiewerkzaamheden kon verrichten.

2.

Verplichting om het verdiende geld af te geven?

[betrokkene 1] heeft verschillend verklaard over de verplichting om al haar verdiende geld aan verdachte af te geven. In 2007 heeft ze bij de politie verklaard dat ze het geld zelf mocht houden.

Na 8 november 2011 heeft [betrokkene 1] zowel bij de politie, bij de rechter-commissaris en bij de rechtbank verklaard dat ze door de verdachte gedwongen werd in de prostitutie te werken en dat ze al haar geld moest afstaan.

Verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat hij wel eens geld ontving van [betrokkene 1] in verband met de autokosten, maar dat het zeker niet zo was dat ze al haar geld moest afstaan. Ook was het zo dat [betrokkene 1], [betrokkene 2], de kinderen en hij met elkaar uitgingen en dat de dames dan de kosten betaalden. Verdachte heeft verder ter zitting van het hof verklaard dat [betrokkene 1] met het geld goud en spullen voor het huis kocht.

[betrokkene 2] die samen met [betrokkene 1] werkte, heeft op de zitting van rechtbank van 25 juni 2012 over het geld verklaard dat [betrokkene 1] soms haar geld aan verdachte gaf en soms niet. [betrokkene 2] en [betrokkene 1] begonnen gelijktijdig te werken, maar bij [betrokkene 1] ging het anders. [betrokkene 1] mocht wel op vakantie en sieraden kopen.

In het zogenaamde HAP1-dossier, waarvan een samenvatting is opgenomen in het proces-verbaal, wordt onder meer het volgende opgemerkt:

Zaterdag 29 april 2006

[werknaam] (werknaam van [betrokkene 1]) was moe. Haar dochter van 10 jaar was gevallen en had haar pols gebroken. [werknaam] had drie uur in het ziekenhuis gezeten. Ze moet werken om morgen naar de zwarte markt te gaan (p. 1023).

Woensdag 27 september 2006

Gesprek over haar financiën. Ze stuurt geld naar haar moeder in Irak. Ze is wel bang om haar uitkering te verliezen, omdat ze een boete heeft gekregen (p. 1024).

Zaterdag 7 oktober 2006

[werknaam] had het erg zwaar. Er waren geen klanten en ze moest haar huur nog betalen en had haar kinderen toegezegd om morgen naar de Efteling te gaan. Er volgt een sociaal praatje over geld opzij leggen (p. 1024).

In het dossier bevinden zich geen bewijsmiddelen die de verklaring van [betrokkene 1] dat zij verplicht was geld af te staan aan verdachte en/of dat ze al haar verdiensten aan verdachte afstond, bevestigen, terwijl uit het HAP-dossier en de verklaringen van [betrokkene 2] meer lijkt te volgen dat [betrokkene 1] in ieder geval een gedeelte van haar verdiensten zelf behield. De verklaring van de verdachte dat [betrokkene 1] een gedeelte van het geld zelf hield en er onder andere goud van kocht, vindt enige bevestiging in de verklaring van [betrokkene 1] zelf. Zij heeft op 8 november 2011 verklaard dat er bij haar was ingebroken en dat er toen sieraden, goud en een bedrag van 1.000 euro waren gestolen.

Voor het hof is derhalve niet vast komen te staan dat [betrokkene 1] al haar verdiensten moest afdragen of daadwerkelijk afdroeg aan verdachte. Evenmin is komen vast te staan hoeveel [betrokkene 1] afdroeg en of dit meer was dan zij wilde of dan zij redelijk vond gelet op de omstandigheid dat verdachte kosten maakte om [betrokkene 1] naar [plaatsnaam 3] en [plaatsnaam 1] te brengen.

3.

Het schreeuwen en gillen van verdachte?

[betrokkene 1] heeft een aantal keren verklaard dat ze zich gedwongen voelde om in de prostitutie te werken omdat ze bang werd van het geschreeuw en gegil van de verdachte.

[betrokkene 1] heeft verklaard dat ze werd opgehaald door de verdachte en [betrokkene 2] als ze ging werken. [betrokkene 2] heeft evenwel geen enkele keer verklaard dat verdachte tegen [betrokkene 1] schreeuwde of gilde als [betrokkene 1] niet wilde werken.

[betrokkene 1] heeft verklaard dat de oppassen getuigen waren van de ruzies die ze met de verdachte had over het niet willen werken. Deze oppassen zijn echter niet getraceerd en in het onderzoek niet verhoord. Wel is de dochter van [betrokkene 1] en verdachte gehoord. Zij heeft op 4 juni 2012 bij de rechter-commissaris onder meer verklaard dat zij nooit een ruzie tussen haar vader en moeder heeft gezien. Er was weleens geschreeuw en discussie, maar nooit echt een grote ruzie. Zij heeft wel eens een ruzie gezien tussen haar moeder en [betrokkene 2]. Sinds haar vader vastzit is haar moeder veranderd. Haar vader en moeder waren heel goed met elkaar. Haar moeder heeft haar later verteld dat zij was gedwongen om voor haar vader te werken en [betrokkene 2] niet. [betrokkene 2] heeft juist weer gezegd dat zij is gedwongen en haar moeder niet. Daarom gelooft zij beiden niet. Zij heeft wel eens meegemaakt dat zij met de oppas in huis was en dat haar vader zei dat hij haar moeder en [betrokkene 2] niet wilde brengen. Daar werden moeder en [betrokkene 2] dan boos om. Toen haar vader ze niet wilde wegbrengen, hebben ze zelf een taxi gebeld. De relatie tussen haar en haar moeder is een tijdje niet zo goed geweest. Dat kwam door de verhalen. De ene keer zei ze dat ze wel was gedwongen en een andere keer weer niet.

Behalve de verklaring van [betrokkene 1] zijn er geen bewijsmiddelen in het dossier waaruit volgt dat als gevolg van het schreeuwen of gillen van verdachte, [betrokkene 1] gedwongen werd of zich gedwongen voelde in de prostitutie te werken. Het hof vindt dit daarom niet vaststaan.

4.

Mishandelingen?

Verdachte is op 23 april 2002 door de politierechter veroordeeld voor mishandeling. Verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat die veroordeling betrekking had op de mishandeling van [betrokkene 1]. Het klopt dat hij haar destijds ook heeft gebeten. Na die veroordeling heeft hij [betrokkene 1] nooit meer mishandeld.

[betrokkene 1] heeft verklaard over de mishandelingen die plaatsvonden in de periode waarop de veroordeling van verdachte betrekking heeft. Het betreft onder meer het bijten van [betrokkene 1] door verdachte. Die mishandelingen waren een gevolg van de problemen die de relatie van verdachte met [betrokkene 2] veroorzaakte.

Tijdens haar verhoren heeft [betrokkene 1] vooral verklaard over de mishandelingen (het bijten en het slaan met de spiegel) die plaatsvonden in 2001 en die dus niet werden gepleegd in relatie tot de prostitutiewerkzaamheden (waar [betrokkene 1] pas eind 2003 mee begon), maar te maken hadden met de relatieproblemen tussen verdachte en [betrokkene 1] als gevolg van de verschijning van [betrokkene 2].

[betrokkene 1] heeft ook wel verklaard dat zij ging werken omdat zij bang was te worden geslagen door de verdachte en dat zij ook daadwerkelijk werd mishandeld. Zij zou (na 2001?) geschopt en geslagen zijn door de verdachte en ook werd zij wel met een riem of een stok geslagen. Ook probeerde verdachte met zijn vingers in haar ogen te prikken.

Tijdens de zitting van de rechtbank op 28 juni 2012 heeft [betrokkene 2] verklaard dat ze wel eens gezien heeft dat verdachte [betrokkene 1] sloeg. Dit gebeurde af en toe als ze naar het werk gingen. Aan [betrokkene 2] is niet gevraagd wat ‘af en toe’ inhoudt. Was dit één keer in de week of een twee keer in de vier jaar dat [betrokkene 1] als prostituee heeft gewerkt. Aan [betrokkene 2] is toen kennelijk ook niet gevraagd waarom de verdachte [betrokkene 1] sloeg en of dit te maken heeft met het niet willen werken van [betrokkene 1] of dat dit een andere reden had.

Op 3 augustus 2006 is door een HAP-medewerker geconstateerd dat [betrokkene 1] een blauwe plek op haar arm had met een wondje. Volgens de HAP-medewerker zag het er niet uit als een ongeluk. [betrokkene 1] vertelde dat ze zich had gestoten.

Op 3 januari 2012 is [getuige 5]door de politie gehoord (p. 540). Hij heeft als politieagent 18 jaar op de [straatnaam 1] in [plaatsnaam 1] gewerkt. Hij is op 1 februari 2011 met pensioen gegaan. Hij was twee of drie keer per week aanwezig op de [straatnaam 1]. Hij besteedde 80% van zijn tijd aan de tippelzone. Zijn werk bestond onder meer uit het aanspreken van prostituees. Hij kent [betrokkene 1]. Het is hem niet bekend of zij gedwongen in de prostitutie werkte. Zij gaf weinig problemen. Hij had geen aanwijzingen dat ze gedwongen werd. Het contact was daarom minimaal. Als zij mishandeld zou zijn dan was er zeker een mutatie van gemaakt. De gevallen van mensenhandel waren minimaal omdat de agenten veel contact hadden. De mannen die hun prostituees mishandelden werden goed aangepakt.

Uit de medische gegevens blijkt niet dat [betrokkene 1] gedurende de periode dat zij werkzaam was in de prostitutie tegen haar huisarts heeft gezegd dat zij werd mishandeld. Evenmin blijkt dat er in die periode door de huisarts letsel is waargenomen waaruit volgt dat [betrokkene 1] is mishandeld.

Er is geen ander bewijsmateriaal waaruit blijkt dat [betrokkene 1] in de periode dat zij in de prostitutie werkte, werd gebeten, met een stok of riem werd geslagen, in de ogen werd geprikt of werd geschopt.

Dat [betrokkene 1] is mishandeld (namelijk geslagen) gedurende de tijd dat zij in de prostitutie werkte vindt enige bevestiging, namelijk in de verklaring van [betrokkene 2] en mogelijk in de constatering van de HAP-medewerker. Ten aanzien van die constatering dient wel te worden opgemerkt dat een HAP-medewerker niet medisch is opgeleid en dat derhalve voorzichtigheid geboden is bij zijn/haar constatering dat het er niet uitzag als een ongeluk. Als het al geen ongeluk was, volgt bovendien nergens uit dat verdachte dat letsel heeft toegebracht. Dat [betrokkene 1] werd mishandeld door verdachte omdat zij niet in de prostitutie wilde werken of om haar te dwingen, vindt geen bevestiging in ander bewijsmateriaal, ook niet in de verklaring van [betrokkene 2] die immers niet heeft aangegeven wat de reden voor de mishandeling was.

5.

Afhankelijkheidsrelatie?

De afhankelijkheidsrelatie zou er uit hebben bestaan dat verdachte en [betrokkene 1] een relatie hebben gehad en daarna contact zijn blijven houden, [betrokkene 1] geen familie had in Nederland en zij de Nederlandse taal niet goed machtig was.

Hoewel [betrokkene 1] geen familie had in Nederland, had zij wel contact met allerlei hulpverlenende instanties. Uit een zorgmelding van 8 mei 2006 door de wijkagent (p. 413 e.v.) blijkt dat het gezin van de verdachte en [betrokkene 1] vanaf de vestiging in [plaatsnaam 4] werd gezien als ‘probleemgezin’. Vanuit diverse instanties waren er bemoeienissen met dit gezin, zoals door maatschappelijk werk, Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdzorg en Vluchtelingenwerk.

Toen [verdachte], [betrokkene 1] en [betrokkene 2] op de hoogte werden gesteld van de zorgmelding, reageerden zij zeer verbolgen over het feit dat de politie zich met het gezinsleven bemoeide. Men begreep niet dat de politie moeilijk deed over een officieel beroep als prostituee.

Ook blijkt uit het dossier dat [betrokkene 1] de weg naar de politie en hulpverlenende instanties wist te vinden. Op 29 juli 2001 belde [betrokkene 1] naar de politie omdat haar man [verdachte] het huis uit moest [verdachte] had een relatie met [betrokkene 2] en daarom was hij niet langer welkom (mutatie, p. 173).

Op 27 oktober 2006 doet [betrokkene 1] bij de politie aangifte van een beroving door een Marokkaanse jongen bij wie ze op de tippelzone in de auto was gestapt (p. 418 ordner financieel onderzoek).

Volgens het HAP-dossier vroeg [werknaam] (werknaam [betrokkene 2]) op 20 maart 2006 hulp bij het invullen van een vergunningformulier voor [werknaam] (werknaam [betrokkene 1]). [werknaam] durfde zelf de baan niet op in verband met een boete (p. 1022).

Op 2 juni 2006 vertelde [werknaam] dat ze een burenruzie had en dat de woningbouwvereniging haar een laatste waarschuwing had gegeven. HAP-medewerkers hielpen haar bij het schrijven van een brief (p. 1023).

Op vrijdag 8 december 2006 hielp een HAP-medewerker [werknaam] met het invullen van papieren voor haar verblijfsdocument (p. 1025).

Op 18 maart 2007 was [werknaam] op zoek naar een nieuwe woning. Ze wilde samen met de HAP-medewerker op een website kijken. Op 6 april 2007 zocht [werknaam] hulp in verband met het invullen van echtscheidingspapieren (p. 1026).

[betrokkene 1] heeft verder niet verklaard dat zij ondanks de scheiding nog steeds van verdachte hield of een zwak voor hem had.

Verder blijkt uit het dossier dat [betrokkene 1] een eigen woning had en eigen inkomsten in de vorm van een uitkering. Weliswaar zal het zo geweest zijn dat [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet goed beheerste, maar uit het bovenstaande blijkt dat ze de hulpinstanties wel wist te vinden.

Voor het hof is aldus onvoldoende vast komen te staan dat sprake was van een afhankelijkheidsrelatie.

6.

Het geven van instructies

In het dossier bevindt zich een afgeluisterd telefoongesprek tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Dit gesprek werd op 7 december 2011 gevoerd in gebrekkig Nederlands. [betrokkene 1] zegt op een gegeven moment tegen [betrokkene 2]:

“Omdat ik heb zelf gestopt, nee ik heb ja [verdachte] heeft wel eens afgesproken met mij, hij zegt alleen nog een (1) jaar weet je nog? Hij zegt tegen mij nog een (1) jaar ik laat jou stoppen. En dan komt nog een jaar, ik zeg ok [verdachte] nu, ik moet stoppen, hij zegt nee ga maar door. En dan ik ruzie met hem weet je nog? En toen ik ruzie met [verdachte] en ik zeg nee ik moet stoppen” (p. 1238).

Uit dit gesprek kan weliswaar worden afgeleid dat verdachte [betrokkene 1] probeert te instrueren met betrekking tot de prostitutiewerkzaamheden, maar niet dat [betrokkene 1] zich aan die instructie houdt.

De verklaring van [betrokkene 1] dat verdachte haar verbood te pauzeren, vindt geen bevestiging in ander bewijsmateriaal.

Eveneens blijkt onvoldoende uit het dossier dat verdachte bepaalde op welke dagen, tijden en plaatsen [betrokkene 1] moest werken.

7.

Onvrijwilligheid?

[betrokkene 1] heeft een keer verklaard dat zij vrijwillig in de prostitutie werkte en een aantal keren heeft ze verklaard dat ze onvrijwillig in de prostitutie werkte.

Getuige [getuige 2] heeft zowel bij de politie als bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij in 2005 [betrokkene 1] heeft ontmoet op de tippelzone en dat zij huilde. Zij had hem gezegd dat ze niet wilde werken, maar dat haar ex-man haar daar verkocht. Zij werd door hem gedwongen. Hij wilde geld aan haar verdienen. [getuige 2] is niet uit eigen beweging naar de politie gegaan om dit te melden. Hij komt pas in beeld bij de politie als [betrokkene 1] een dreig- sms ontvangt en [betrokkene 1] dit aan de politie toont (omdat zij denkt dat het van de broer van de verdachte afkomstig is). Als de politie uitzoekt wie de dreig-sms heeft verstuurd komen ze uit bij [getuige 2]. [getuige 2] blijkt ten tijde van verhoor bij de raadsheer-commissaris nog steeds contact te hebben met [betrokkene 1], maar het is onduidelijk hoe dit contact is. [getuige 2] heeft verder niet zelf waargenomen dat [betrokkene 1] gedwongen werd of geslagen werd. Ook heeft hij nooit letsel bij haar gezien. Hij weet niet waaruit de dwang bestond.

Hoewel [betrokkene 1] heeft verklaard dat ze tegen klanten zei dat ze gedwongen werd, is er kennelijk in die vier jaar nooit een klant geweest die spontaan naar de politie is gestapt of naar een HAP-medewerker om (eventueel anoniem) te melden dat [betrokkene 1] gedwongen was in de prostitutie te werken. [betrokkene 1] heeft verklaard dat er op een gegeven moment een Iraakse klant was die haar wilde bevrijden. Over die zelfde klant lijkt [betrokkene 1] echter ook te hebben verklaard dat hij haar heeft ontvoerd en hij er voor gezorgd heeft dat ze werd verkracht. Door alle wisselende verklaringen van [betrokkene 1] is het in geheel niet duidelijk geworden wat de rol is geweest van die Iraakse klant.

[betrokkene 1] heeft in haar verklaringen verder niet duidelijk weten te maken waarom ze nooit in de jaren dat ze als prostituee heeft gewerkt naar de politie is gegaan om haar verhaal te doen als het zo zou zijn dat ze onvrijwillig aan het werk was. Ze heeft gezegd dat ze een paar keer op het punt stond naar de politie te gaan, maar dit niet heeft doorgezet. Waarom ze niet heeft doorgezet wordt niet duidelijk.

Noch de politieman die lange tijd werkzaam is geweest op de tippelzone, noch de HAP- medewerkers hebben kennelijk de indruk gehad dat [betrokkene 1] daar tegen haar wil werkte, hoewel [betrokkene 1] tussen de drie en vier jaar op de tippelzone in [plaatsnaam 1] heeft gewerkt en zowel de politieman als de HAP-medewerkers oog hadden voor de signalen van mensenhandel. Op 27 april 2006 werd door een HAP-medewerker opgeschreven dat [werknaam] is gescheiden van haar man en dat ze in vertrouwen vertelde dat [werknaam] ook onder dwang werkt van haar vriend. (Opmerking hof: niet duidelijk is wie dan nog meer onder dwang werkt en welke vriend er wordt bedoeld). [werknaam] maakt zich zorgen om [werknaam] omdat ze niet professioneel heeft leren werken. [werknaam] vertelde dat ze [werknaam] eens mee kan nemen naar de bus omdat HAP-medewerkers veel ervaring hebben met ‘werken onder dwang’ (p. 1023). Het HAP-dossier over [betrokkene 1] telt 63 pagina’s. Door verbalisant is voor het dossier een samenvatting gemaakt. Uit (de samenvatting van) dat HAP-dossier volgt dus dat [betrokkene 1] contact had met medewerkers van de HAP-bus, ze die medewerkers in vertrouwen nam en ook om hulp vroeg, maar nooit heeft verteld of signalen heeft afgegeven dat ze onder dwang werkte. De rol van verdachte zoals deze naar voren komt uit de samenvatting van het HAP-dossier lijkt eerder ondersteunend dan die van uitbuiter. Op 2 november 2006 wordt gemeld: De klant die haar beroofd heeft, reed op de baan. Hij bedreigde haar. Door HAP-medewerkers is 112 gebeld en de politie heeft de man aangehouden. [werknaam] was onthutst en haar vriend [verdachte] kwam haar ophalen (p. 1024). Op 27 januari 2007 wordt gemeld dat [werknaam] vertelde dat ze ongewenst zwanger is geworden van een klant. Ze wil het weg laten halen. Haar ex steunt haar en gaat met haar mee (p. 1025).

Uit de medische gegevens van [betrokkene 1] volgt verder dat ze in de periode waarin ze als prostituee werkte haar huisarts bezocht, maar ook haar huisarts heeft ze nooit verteld dat ze onder dwang moest werken.

[betrokkene 1] heeft verklaard dat ze wel 1000 keer tegen de verdachte heeft gezegd dat ze niet wilde werken. Als [betrokkene 1] dat zo vaak zou hebben gezegd, dan zou er toch iemand moeten zijn die dat ook gehoord heeft, zoals [betrokkene 2] die met [betrokkene 1] samenwerkte. [betrokkene 2] heeft dit niet bevestigd en heeft zelfs op de zitting van de rechtbank van 25 juni 2012 verklaard dat het niet waar is dat [betrokkene 1] tegen haar heeft gezegd dat ze wilde stoppen.

Over de wijze waarop [betrokkene 1] de eerste keer gedwongen zou zijn te gaan werken, heeft zij verschillend verklaard. In eerste instantie heeft zij gezegd dat ze heeft meegewerkt omdat ze bang was dat verdachte (kennelijk in haar woning) de kinderen wakker zou schreeuwen en daarna heeft ze gezegd dat ze mee werd genomen naar [plaatsnaam 3] zonder dat ze wist waarom. Pas in de [plaatsnaam 3] kwam ze er achter wat er van haar verwacht werd. Ze is toen gaan werken omdat ze anders mishandeld zou worden.

[betrokkene 1] heeft zelf beslist om te stoppen. Waarom ze is gestopt kan ze niet precies aangeven. Volgens de verklaring van [betrokkene 2] die ze op de zitting van de rechtbank op 25 juni 2012 heeft afgelegd, stopte [betrokkene 1] met werken toen de sociale dienst er achter kwam dat [betrokkene 1] in de prostitutie werkte.

Resumé

Voor het hof staat vast dat [betrokkene 1] vanaf eind 2003 ongeveer vier jaar in de prostitutie heeft gewerkt, dat verdachte die werkzaamheden heeft gefaciliteerd (door haar te vervoeren en door [betrokkene 1] bepaalde dingen uit te leggen) en dat verdachte een deel van de verdiensten van [betrokkene 1] heeft ontvangen.

Onvoldoende is gebleken dat verdachte alles wat [betrokkene 1] verdiende ontving of dat hij een aanzienlijk deel van haar geld ontving. Ook is onvoldoende gebleken dat [betrokkene 1] door hem verplicht werd (een gedeelte van) haar geld af te staan.

Er zijn een paar bewijsmiddelen die de verklaring van [betrokkene 1] dat ze gedwongen werd door de verdachte zouden kunnen bevestigen, zoals de verklaring van [betrokkene 2] dat verdachte [betrokkene 1] af en toe in de auto sloeg, de verklaring van [getuige 2] dat hij [betrokkene 1] op de tippelzone ontmoette, dat ze toen huilde en zei dat ze gedwongen werd door haar man en het telefoongesprek tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] waaruit kan blijken dat verdachte vond dat [betrokkene 1] nog langer moest doorwerken.

Gelet op de lange periode waarin [betrokkene 1] in de prostitutie heeft gewerkt en de plaatsen waar [betrokkene 1] werkzaam was (met name op de tippelzone in [plaatsnaam 1] waar veel gecontroleerd werd door de politie en waar zich HAP-medewerkers bevonden) en de contacten die [betrokkene 1] had met allerlei hulpverlenende organisaties, is het aantal bewijsmiddelen die de belastende verklaringen van [betrokkene 1] kunnen bevestigen naar het oordeel van het hof te gering.

Gelet op:

  • -

    de lange periode waarin [betrokkene 1] heeft gewerkt als prostituee,

  • -

    de omstandigheid dat zij nooit melding heeft gemaakt van het onvrijwillige karakter terwijl zij wel contacten had met de hulpverlenende instanties,

  • -

    het feit dat onvoldoende is gebleken dat zij gevoelsmatig of anderszins afhankelijk was van verdachte,

  • -

    het gegeven dat in het dossier weinig bevestiging kan worden gevonden voor de verklaring van [betrokkene 1] dat zij in de periode dat zij als prostituee werkte, door verdachte werd mishandeld en voor de stelling dat zij bang was voor verdachte of reden had om dit te zijn,

  • -

    het feit dat niet is gebleken dat [betrokkene 1] al haar geld of een aanzienlijke gedeelte daarvan afstond aan verdachte,

kan onvoldoende worden uitgesloten dat sprake was van een min of meer gelijkwaardig samenwerkingsverband op vrijwillige basis tussen [betrokkene 2], [betrokkene 1] en verdachte, binnen welk samenwerkingsverband iedereen er financieel beter van werd en waarin de rol van de verdachte bestond uit het faciliteren van werkzaamheden waarbij [betrokkene 1] (en hun kinderen) financieel voordeel hadden.

Dat met een dergelijk samenwerkingsverband rekening gehouden moet worden, volgt niet alleen uit de omstandigheid dat er (naast de verklaringen van [betrokkene 1]) slechts weinig bewijsmateriaal in het dossier is dat duidt op een uitbuitingssituatie, maar volgt bijvoorbeeld ook uit de verklaring van [betrokkene 1] die zij in 2007 heeft afgelegd toen zij als verdachte in een meineedzaak werd gehoord, de HAP-meldingen waaruit blijkt dat [betrokkene 1] zelf ook financieel profijt had van haar werkzaamheden en de verklaring van de dochter van [betrokkene 1] en verdachte. Zij heeft verklaard dat de verstandhouding tussen haar ouders (voordat verdachte gedetineerd raakte) goed was, dat ze niet heeft meegemaakt dat haar ouders ruzie hadden, maar wel dat haar moeder boos was toen haar vader haar moeder een keer niet wilde wegbrengen en dat haar moeder toen een taxi heeft besteld. Ook uit de HAP-meldingen blijkt eerder dat verdachte een ondersteunende rol speelde, dan de rol van uitbuiter.

Het hof is al met al van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat sprake is geweest van een uitbuitingssituatie zoals omschreven in de feiten 8 en 9.

Vrijspraak feiten 8 en 9

Het hof heeft dan ook uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan en zal verdachte daarvan vrijspreken.

Gelet op de vrijspraken van de feiten 8 en 9 behoeft het voorwaardelijke verzoek van de raadsvrouw tot een betrouwbaarheidsonderzoek naar de verklaringen van [betrokkene 1], geen bespreking. Voor zover het verzoek ook geldt in verband met de ten laste gelegde mishandelingen overweegt het hof dat het de noodzaak niet ziet voor een betrouwbaarheidsonderzoek. Het hof acht zich zelf voldoende in staat om de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen te onderzoeken.

Overweging met betrekking tot het bewijs feiten 2 en 7

Feit 2

Uit het dossier blijkt het volgende 2 :

[betrokkene 2] heeft op 18 juni 2011 aangifte gedaan van mishandeling. Zij heeft verklaard dat[verdachte], zijnde haar huisgenoot op de [straatnaam 2] te [plaatsnaam 1], haar mishandeld heeft. De mishandelingen bestaan uit slaan en schoppen. De eerste keer dat [verdachte] haar sloeg was tien jaar geleden.3

Tijdens het verhoor op 20 juni 2011 te 09.10 uur heeft [betrokkene 2] verklaard dat zij veel werd mishandeld door [verdachte], dat zij drie keer door [verdachte] met een mes is gestoken en dat de ex-vrouw van [verdachte] (het hof begrijpt: [betrokkene 1]) getuige is geweest van heel veel geweld.4

Tijdens het verhoor op 29 augustus 2011 heeft [betrokkene 2] verklaard dat [verdachte] haar vaker geslagen en mishandeld heeft en dat de buren dat ook hebben gehoord omdat zij geschreeuwd en gehuild heeft. Zij heeft het over de twee buren op de [straatnaam 2] waar zij woont.5

Tijdens het verhoor op 12 juli 2011 heeft [getuige 1] verklaard dat zij heeft gezien dat [verdachte] [betrokkene 2] heeft geslagen. Zij heeft verklaard dat zij heeft gezien dat [verdachte] [betrokkene 2] in haar buik schopte in de woning.6

Tijdens het verhoor op 29 september 2011 heeft [getuige 1] verklaard dat als zij bij [betrokkene 2] logeerde, zij zag dat [betrokkene 2] werd mishandeld door [verdachte]. Hij sloeg haar dan weer met zijn vlakke hand en dan weer met zijn vuist in haar gezicht.7

Tijdens het verhoor op 8 november 2011 heeft [betrokkene 1] verklaard dat zij de ex-vrouw van [verdachte] is en zij sinds 2001 bevriend is met [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2]).8

Ten overstaan van de rechter-commissaris op 21 december 2011 heeft [betrokkene 1] verklaard dat zij vaker heeft gezien dat [betrokkene 2] geslagen werd door [verdachte]. Dat was op het werk, in de auto en thuis.9

Op 28 juni 2011 sprak verbalisant een man welke woonachtig was op de [straatnaam 2] te [plaatsnaam 1]. De man gaf op te zijn genaamd: [getuige 3]. Verbalisant hoorde hem het volgende verklaren:

  • -

    Dat hij samen met zijn vrouw woonde op de [straatnaam 2].

  • -

    Dat er op nummer [nummer] drie personen wonen, namelijk vader, moeder en dochter.

  • -

    Dat zij gemiddeld twee tot drie keer per week geschreeuw horen vanuit de woning.10

Op 15 juli 2011 heeft getuige [getuige 4], wonende te [straatnaam 2] te [plaatsnaam 1], verklaard dat schuin boven haar een vrouw uit Kosovo, een man die Irakees is en hun dochter [dochter]wonen. Zij heeft verklaard dat zij veel ruzie en kabaal hoorde, dat zij de stemmen hoorde van de man en de vrouw en dat zij heftig geschreeuw hoorde.11

Oordeel hof:

Verweer

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [getuige 1] als ongeloofwaardig terzijde dienen te worden geschoven. Het hof gaat hier aan voorbij, nu haar verklaringen worden ondersteund door ander bewijsmateriaal. Het hof acht genoemde verklaringen dan ook betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

Bewijsoverweging

Op basis van het vorenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [betrokkene 2] in de periode 1 juni 2001 tot en met 17 juni 2011 in Nederland meermalen heeft geschopt en geslagen. Voor zover [betrokkene 2] heeft verklaard dat verdachte haar meerdere keren heeft gestoken, is het hof van oordeel dat dit onderdeel van haar verklaring onvoldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Het hof zal verdachte dan ook in zoverre vrijspreken.

Feit 7

Uit het dossier blijkt het volgende 12 :

[betrokkene 1] heeft op 21 december 2011 ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat [verdachte] haar wel eens in de auto sloeg.13

Tijdens het verhoor op 8 november 2011 heeft [betrokkene 1] verklaard dat zij sinds 2001 bevriend is met [betrokkene 2].14

[betrokkene 2] heeft ter terechtzitting van de meervoudige kamer in de rechtbank Utrecht op 28 juni 2012 verklaard dat [verdachte] [betrokkene 1] af en toe sloeg, toen zij naar het werk gingen. Hij sloeg haar met de hand. [betrokkene 2] heeft gezien dat zij geslagen is.15

Oordeel hof:

De verklaring van [betrokkene 1] dat zij werd geslagen in de auto wordt bevestigd door de verklaring van [betrokkene 2]. Het hof acht dan ook bewezen dat verdachte [betrokkene 1] in de periode waarin zij werkte als prostituee16 heeft mishandeld, bestaande uit slaan.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 2 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

2.

hij in of omstreeks de periode van ongeveer 01 juni 2001 tot en met 17 juni 2011 te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 4] en/of [plaatsnaam 3] en/of [plaatsnaam 2], in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon, te weten [betrokkene 2], (telkens) (meermalen) heeft geslagen en/of geschopt tegen het lichaam en/of bij de keel/hals heeft gegrepen en/of met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in de arm(en) en/of de/het be(e)n(en) en/of de hand(en), althans in het lichaam, heeft gestoken, waardoor deze [betrokkene 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

7.

hij in in of omstreeks de periode van 25 oktober 2001 tot en met 16 maart 2008 te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 4] en/of [plaatsnaam 3] en/of [plaatsnaam 2], in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) opzettelijk mishandelend [betrokkene 1] (telkens) (meermalen) heeft geslagen en/of geschopt tegen het lichaam, waardoor deze [betrokkene 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 en 7 bewezen verklaarde levert op:

Telkens:

Mishandeling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Weliswaar is vastgesteld dat verdachte in 2008 een aantal keren psychotisch is geweest, maar niet is gebleken dat er een relatie bestond tussen de bewezen verklaarde mishandelingen en die psychoses, gelet ook op de verklaring van de verdachte ter zitting van het hof dat die psychoses juist niet gepaard gingen met agressief gedrag.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld ter zake van het 2 tot en met 11 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van 6 jaren.

De rechtbank Utrecht heeft de verdachte veroordeeld ter zake van de feiten 2 en 8 tot en met 11 tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, proeftijd twee jaar met als bijzondere voorwaarden reclasseringscontact en klinische opname bij FPA Roosenburg of soortgelijke klinische forensische zorg.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld ter zake van de feiten 2 en 7 tot en met 9 (eerder betroffen dit de feiten 7 tot en met 11) tot vier jaar gevangenisstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk, proeftijd drie jaar met als bijzondere voorwaarden reclasseringscontact, ook als dat inhoudt behandeling door een psychiater of een andere deskundige en onthouding van gebruik van cannabis, cocaïne en XTC.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van jaren schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn beide (ex-)partners. Bewezen is verklaard dat verdachte [betrokkene 1] heeft geslagen en [betrokkene 2] meerdere keren heeft geschopt en geslagen. Verdachte heeft [betrokkene 2] in haar woning mishandeld; een plek die bij uitstek ervaren zou moeten worden als een veilige omgeving. Bij de strafoplegging heeft het hof voorts gelet op de inhoud van de over verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapportages, opgesteld door drs H.A. Gerritsen, forensisch psychiater van 26 oktober 2011 en het Pieter Baan Centrum van 14 maart 2012. Hieruit komt naar voren dat bij verdachte sprake is van een bipolaire stoornis met manische episodes met psychotische kenmerken en dat er sprake is van misbruik van cocaïne en cannabis. Het hof heeft kennisgenomen van de door Reclassering Nederland over verdachte opgestelde rapporten. In het meest recente rapport van 28 juni 2013 is opgenomen dat verdachte op diverse leefgebieden wordt begeleid door het Leger des Heils en dat hij voor zijn psychiatrische problematiek ambulant behandeld en begeleid wordt door Altrecht en medicatietrouw is.

Het hof overweegt voorts ten nadele van verdachte dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 30 augustus 2013, reeds eerder (2002) is veroordeeld ter zake van mishandeling. Kennelijk heeft deze veroordeling hem er niet van weerhouden zich opnieuw gewelddadig te gedragen.

Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf van hierna te melden duur passend en geboden. Oplegging van (een) bijzondere voorwaarde(n) acht het hof niet nodig, nu de huidige hulpverlening vanuit Altrecht en het Leger des Heils een passend traject lijkt te zijn en verdachte heeft meegedeeld dit vrijwillig te zullen voortzetten.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt 280.000 euro. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft mr A.T.G. van Wandelen namens de benadeelde partij toegelicht dat de vordering naast de thans niet meer aan de orde zijnde mensenhandelfeiten ten aanzien van [betrokkene 2] ook is ingediend in verband met de tenlastegelegde mishandeling(en). Namens de benadeelde partij heeft zij een bedrag van 1.500 euro aan immateriële schade gevorderd.

In het dossier bevinden zich aanwijzingen dat de benadeelde partij ook geweld heeft toegepast jegens verdachte. Om die reden, in het bijzonder omdat het eigen aandeel van de benadeelde partij moeilijk te bepalen is, is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde.

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 8 en 9 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 en 7 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 en 7 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 2]

Verklaart de benadeelde partij [betrokkene 2] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr J.D. den Hartog, voorzitter,

mr M.J. Stolwerk en mr P. van Dijken, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr L. Gereke, griffier,

en op 27 september 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Huiskamer Aanloop Prostituees

2 In de hierna te melden bewijsmiddelen wordt telkens tenzij anders aangegeven verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2011138510G, gesloten en getekend op 16 januari 2012 door G.R. Jongerius, brigadier/rechercheur van politie.

3 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van [betrokkene 2], p. 93, 94 en 96.

4 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [betrokkene 2], p. 100 en 101.

5 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [betrokkene 2], p. 158.

6 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [getuige 1], p. 598.

7 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [getuige 1], p. 603.

8 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [betrokkene 1], p. 546 en 547.

9 De verklaring van getuige [betrokkene 1], afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris in de rechtbank Utrecht op 21 december 2011, p. 3.

10 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van verbalisant, p. 181.

11 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [getuige 4], p. 643 tot en met 645.

12 In de hierna te melden bewijsmiddelen wordt telkens tenzij anders aangegeven verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2011138510G, gesloten en getekend op 16 januari 2012 door G.R. Jongerius, brigadier/rechercheur van politie.

13 De verklaring van getuige[betrokkene 1], afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris in de rechtbank Utrecht op 21 december 2011, p. 5 en 6.

14 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [betrokkene 1], p. 546 en 547.

15 De verklaring van de getuige [betrokkene 2], afgelegd ter terechtzitting van de meervoudige kamer in de rechtbank Utrecht van 28 juni 2012, p. 5.

16 Het hof gaat er vanuit dat die periode (in ieder geval) eindigde op 16 maart 2008, toen de vergunning afliep (zie proces-verbaal van de zitting van de rechtbank Utrecht, d.d. 30 augustus 2012).