Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:6863

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-09-2013
Datum publicatie
19-09-2013
Zaaknummer
KS 24-002408-12 19-9-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft een verdachte veroordeeld wegens poging tot doodslag, mishandeling en - kort gezegd - schennis van de eerbaarheid tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Er is bij verdachte sprake van een ernstige en chronische verslaving- en psychiatrische problematiek. Verdachte is niet in staat afspraken te maken en onttrekt zich regelmatig aan zorg. Verdachte is niet gemotiveerd om volledig te stoppen met het gebruiken van drugs en er is weinig intrinsieke motivatie om het delict gedrag te veranderen. Ter zitting van het hof heeft verdachte te kennen gegeven dat hij niet voornemens is om te stoppen met het gebruik van drugs. Ook in het feit dat verdachte nu wegens detentie al enige tijd clean is ziet verdachte geen aanleiding zijn leven een andere wending te geven en de drugs vaarwel te zeggen.

Het hof is - alles overwegende en mede gezien de generale en speciale preventie - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf – zoals is opgelegd door de rechtbank en is geëist door de advocaat-generaal - een passende en geboden reactie vormt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 24-002408-12

Uitspraak d.d.: 19 september 2013

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 25 oktober 2012 in de strafzaak met parketnummer 07-650278-12 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1970],

thans verblijvende in P.I. Flevoland, HvB Lelystad te Lelystad.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 8 januari 2013, 2 april 2013, 14 mei 2013, 28 juni 2013, 26 juli 2013 en 5 september 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het onder 1 primair, 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. W. Boonstra, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 23 mei 2012 in de gemeente [gemeente1], ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer1] van het leven te beroven, met dat opzet met kruisje (kleine crucifix), althans een hard smal staafvormig voorwerp in de rug, althans het lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voornemen niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij in of omstreeks 23 mei 2012 in de gemeente [gemeente1] aan een persoon genaamd [slachtoffer1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, heeft toegebracht, door deze opzettelijk met kruisje (kleine crucifix), althans een hard smal staafvormig voorwerp in de rug, althans het lichaam te steken en/of één of meermalen tegen het hoofd te slaan en/of te stompen en/of tegen de benen te schoppen en/of te trappen;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks 23 mei 2012 in de gemeente [gemeente1] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer1]), met kruisje (kleine crucifix), althans een hard smal staafvormig voorwerp in de rug, althans het lichaam heeft gestoken en/of één of meermalen tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of tegen de benen heeft geschopt en/of getrapt, ten gevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2:
hij op of omstreeks 10 april 2012 in de gemeente [gemeente1] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer2], geboren op [2004]), één of meermalen op/tegen de wang, althans tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3:
hij op of omstreeks 24 september 2011 in de gemeente [gemeente2], één of meerdere personen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van16 jaren nog niet had(den) bereikt (onder wie[slachtoffer3] en [slachtoffer4], op dat moment 11 respectievelijk 10 jaar oud) er met ontuchtig oogmerk toe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft hij zich naakt op/nabij het [strand] en/of de [dijk] bevonden en/of zichzelf afgetrokken en/of zichzelf betast en/of zichzelf met behulp van een zogenaamde dildo bevredigd, terwijl hij in een tentje zat van waaruit hij goed zichtbaar was voor hen.

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 september 2011 in de gemeente [gemeente2] zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten het [strand]/of de [dijk], met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden en/of zichzelf heeft afgetrokken en/of zichzelf heeft betast en zichzelf met behulp van een zogenaamde dildo heeft bevredigd (terwijl hij zich in een tentje bevond van waaruit hij goed zichtbaar was voor andere personen, waaronder kinderen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging verkregen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1

primair:
hij op 23 mei 2012 in de gemeente [gemeente1], ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer1] van het leven te beroven, met dat opzet met een hard smal staafvormig voorwerp in de rug heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voornemen niet is voltooid;

2:
hij op 10 april 2012 in de gemeente [gemeente1] opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer2], geboren op [2004], tegen de wang heeft geslagen waardoor deze pijn heeft ondervonden;

3

subsidiair:
hij op 24 september 2011 in de gemeente [gemeente2] zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten het [strand] en/of de [dijk], met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden en zichzelf heeft afgetrokken en zichzelf heeft betast en zichzelf met behulp van een zogenaamde dildo heeft bevredigd, terwijl hij zich in een tentje bevond van waaruit hij goed zichtbaar was voor andere personen,

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot doodslag.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag op [slachtoffer1]. Na onenigheid tussen verdachte en [slachtoffer1] over het vernielen van een vishengel, welke onenigheid uitmondde in een vechtpartij heeft verdachte die [slachtoffer1] met een hard smal staafvormig voorwerp in de rug gestoken. [slachtoffer1] heeft (onder andere) een klaplong opgelopen en zijn milt is door dat voorwerp geraakt. Deze verwondingen waren dusdanig ernstig dat acute medische behandeling nodig was. Dergelijke ernstige geweldsdelicten leveren een ernstige aantasting op van de lichamelijke integriteit van slachtoffers en dragen een voor de rechtsorde zeer schokkend karakter. Daarnaast brengen deze delicten gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving teweeg. Dit klemt te meer nu dit feit is gepleegd op de openbare weg waar op dat tijdstip veel publiek was.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van een destijds achtjarige jongen door hem zonder aanleiding in het gezicht te slaan. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan schennis van de eerbaarheid.

Het hof heeft gelet op een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatie-register d.d. 12 augustus 2013, waaruit blijkt dat verdachte veelvuldig (onherroepelijk) is veroordeeld, onder meer ter zake van geweldsdelicten.

De verdachte wordt sinds 2006 aangemerkt als veelpleger. Uit het rapport van de reclassering, d.d. 11 juli 2012, blijkt dat de reclassering vanaf 2007 veelvuldig contact heeft gehad met verdachte.

Er is bij verdachte sprake van een ernstige en chronische verslaving- en psychiatrische problematiek. Verdachte is niet in staat afspraken te maken en onttrekt zich regelmatig aan zorg. Verdachte is niet gemotiveerd om volledig te stoppen met het gebruiken van drugs en er is weinig intrinsieke motivatie om het delict gedrag te veranderen. Ter zitting van het hof heeft verdachte te kennen gegeven dat hij niet voornemens is om te stoppen met het gebruik van drugs. Ook in het feit dat verdachte nu wegens detentie al enige tijd clean is ziet verdachte geen aanleiding zijn leven een andere wending te geven en de drugs vaarwel te zeggen.

Het hof is - alles overwegende en mede gezien de generale en speciale preventie - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf – zoals is opgelegd door de rechtbank en is geëist door de advocaat-generaal - een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 57, 239, 287 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 en 3 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. J. Hielkema, voorzitter,

mr. W. Foppen en mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, raadsheren,

in tegenwoordigheid van H. Pool, griffier,

en op 19 september 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zijnde mr. Foppen voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.