Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:6088

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20-06-2013
Datum publicatie
11-09-2013
Zaaknummer
P13-0128
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank, daar het zich niet kan verenigen met de aan die beslissing ten grondslag liggende grond dat de terbeschikkingstelling gemaximeerd is tot vier jaar. De terbeschikkinggestelde is onder meer veroordeeld ter zake van: “medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is”. Blijkens de bewezenverklaring, de kwalificatie en de motivering van de oplegging van de straf en de maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, ligt in die uitspraak besloten dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een geweldsmisdrijf in de zin van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en dat derhalve niet kan worden gezegd dat de mogelijkheid van verlenging van de maatregel na vier jaren voor de terbeschikkinggestelde in redelijkheid niet voorzienbaar was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P13/0128

Beslissing d.d. 20 juni 2013

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [kliniek].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, van 5 februari 2013, houdende afwijzing van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

  • -

    de uitspraak van de rechtbank Roermond van 20 februari 2004, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd;

  • -

    het verlengingsadvies van [GGZ-instelling] van 22 november 2012;

  • -

    de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 20 december 2012;

  • -

    het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

  • -

    de beslissing waarvan beroep;

  • -

    de schriftuur houden hoger beroep van de officier van justitie van 19 februari 2013;

  • -

    de aanvullende informatie van [GGZ-instelling] van 6 mei 2013, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van november 2012 tot en met april 2013.

Het hof heeft ter zitting van 30 mei 2013 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. N.A. Heidanus, advocaat te Groningen, en de advocaat-generaal mr M.J.M van der Mark.

Overwegingen:

Het advies van de kliniek

De terbeschikkinggestelde is een kwetsbare, zwakbegaafde man. Er is bij hem sprake van affectieve verwaarlozing en pedagogisch tekortschieten. Daarnaast is de terbeschikkinggestelde slachtoffer geweest van mishandeling binnen het gezin van herkomst en binnen instellingen waar hij verbleef. Hij wil laten zien dat hij op een hoger niveau kan functioneren dan hij daadwerkelijk kan. Daardoor heeft de omgeving de neiging hem gemakkelijk te overschatten en te overvragen. Er is sprake van een reactieve hechtingsstoornis, waarbij de terbeschikkinggestelde een ambivalente hechtingsstijl heeft ontwikkeld. Hierbij is sprake van angstige en depressieve gevoelens. De terbeschikkinggestelde functioneert op een laag sociaal-emotioneel niveau waarbij de wens tot directe behoeftebevrediging een bepalende rol in zijn functioneren heeft. De kans op recidivegevaar is bij onmiddellijk ontslag en zonder ondersteuning in de huidige mate van de hulpverlening matig en op middellange en op lange termijn hoog.

De terbeschikkinggestelde heeft gedurende zijn behandeling een positieve ontwikkeling doorgemaakt waarbij wel de randvoorwaarden in zijn directe omgeving goed georganiseerd moeten zijn. De draagkracht van betrokkene is minimaal. Verbaal weet betrokkene zich goed te presenteren, maar aan de uitvoeringskant dient samen met betrokkene vorm te worden gegeven aan de planning en structuur van zijn daginvulling. De kans op overvraging door anderen, maar zeker ook door zichzelf, blijft een groot aandachtspunt binnen de behandeling en het toekomstperspectief.

De terbeschikkinggestelde heeft laten zien dat hij binnen de huidige behandelafdeling in staat is om stabiel te functioneren waarbij draagkracht en draaglast de uitgangspunten dienen te zijn. Het traject dat wenselijk wordt geacht, zoals het zoeken van een passende vervolgvoorziening waarbij kan worden voldaan aan een vorm van dagelijkse intensieve begeleiding en ondersteuning en de daadwerkelijke uitplaatsing, vergt tijd en zorgvuldigheid. De kliniek adviseert daarom de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

Uit het aanvullend advies van de kliniek van 6 mei 2013 komt naar voren dat de terbeschikkinggestelde een verstandelijk beperkte en kwetsbare man is met een blijvende problematiek. Het is van groot belang dat de randvoorwaarden in zijn directe omgeving goed georganiseerd zijn en dat hij daar op terug kan vallen. Hij zal blijvend afhankelijk blijven van begeleiding en externe sturing. De terbeschikkinggestelde zal naar verwachting op korte termijn worden uitgeplaatst naar [kliniek] in [plaats], een onderdeel van [GGZ-instelling]. De terbeschikkinggestelde zal moeten wennen aan een nieuwe context, meer zelfstandigheid en nieuwe begeleiders. Dit proces zal tijd en zorgvuldigheid vergen.

Gelet hierop handhaaft de kliniek haar advies tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Op de akte van hoger beroep is abusievelijk een onjuist parketnummer vermeld, maar het is duidelijk tegen welke beslissing het hoger beroep is ingesteld, zodat het hoger beroep tijdig is ingediend en ontvankelijk is. In deze zaak is sprake van een evident geweldsdelict. De terbeschikkinggestelde heeft een positieve ontwikkeling in zijn behandeling doorgemaakt, maar uit de aanvullende informatie van de kliniek komt naar voren dat hij permanent structuur en begeleiding nodig heeft. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met één jaar.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de griffiemedewerker van de rechtbank gehoord dient te worden om meer duidelijkheid te krijgen tegen welke beslissing en wanneer het hoger beroep is ingesteld, maar heeft zich wat dit punt betreft aan het oordeel van het hof gerefereerd.

De raadsman heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat er sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling zodat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen. De raadsman heeft daarbij verwezen naar de uitspraak van het EHRM in de zaak Van der Velden tegen Nederland van 31 juli 2012. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de vordering van de officier van justitie op grond van het proportionaliteitsbeginsel moet worden afgewezen. Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht om de maatregel te verlengen met een jaar. Op grond van de beslissing van de rechtbank van 5 februari 2013 leefden de terbeschikkinggestelde en zijn begeleiders in de veronderstelling dat de terbeschikkingstelling was beëindigd. In die veronderstelling heeft de terbeschikkinggestelde met begeleiding van [GGZ-instelling] op eigen initiatief een woning en werk gevonden en een uitkering verkregen. Als nu het hof alsnog de ter beschikkingstelling verlengt, moet de uitkering weer worden teruggedraaid en komt de terbeschikkinggestelde in grote moeilijkheden.

Het oordeel van het hof

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, daar het zich niet kan verenigen met de aan die beslissing ten grondslag liggende grond dat de terbeschikkingstelling in dit geval gemaximeerd is tot vier jaar..

Ontvankelijkheid beroep

Het hof stelt vast dat de appelakte als parketnummer vermeld “04/060405/13”. Naar het oordeel van het hof is hier sprake van een kennelijke verschrijving en is duidelijk bedoeld appel in te stellen tegen de beslissing van de rechtbank van 5 februari 2013 in de zaak met het parketnummer “04/060405/03. Het beroep wordt daarom ontvankelijk geacht.

Indexdelict

Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde bij vonnis van de rechtbank te Roermond van 20 februari 2004 onder meer is veroordeeld ter zake van;

Medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is,

Blijkens de bewezenverklaring, de kwalificatie en de motivering van de oplegging van de straf en de maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, ligt in die uitspraak besloten dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een geweldsmisdrijf in de zin van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en dat derhalve niet kan worden gezegd dat de mogelijkheid van verlenging van de maatregel na vier jaren voor de terbeschikkinggestelde in redelijkheid niet voorzienbaar was. Op grond hiervan is sprake van een niet gemaximeerde terbeschikkingstelling.

Afwijzing vordering tot verlenging

De primaire doelstelling van de maatregel van terbeschikkingstelling is de beveiliging van de samenleving. De maatregel wordt opgelegd aan personen die een ernstig delict hebben gepleegd en bij wie ten tijde van het begaan van dat delict een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond die (mede) van invloed is geweest op het plegen van het delict. Behandeling van die stoornis is dan noodzakelijk om het recidivegevaar tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen.

Ten tijde van het opleggen van de terbeschikkingstelling heeft de rechter een zodanig gevaar voor herhaling van ernstige delicten aanwezig geacht dat het opleggen van de maatregel noodzakelijk is bevonden. De terbeschikkingstelling is formeel ingegaan op 4 februari 2005 en loopt thans ruim acht jaren.

Het hof constateert op grond van hetgeen bij het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen dat na de beslissing waarvan beroep zowel de kliniek als de terbeschikkinggestelde in de veronderstelling verkeerden dat de terbeschikkingstelling was beëindigd. De terbeschikkinggestelde kan nu in samenwerking met de kliniek in een appartement van [kliniek] te [plaats] gaan wonen en is bij [werkplaats] gaan werken, beide een onderdeel van [GGZ-instelling]. De begeleidingsintensiteit die Nieuwstad kan bieden, lijkt voor de terbeschikkinggestelde voldoende te zijn om zich daar verder te kunnen ontwikkelen. De terbeschikkinggestelde woonde al op de resocialisatieafdeling van [GGZ-instelling] en beschikte over een transmuraal verlof met ruime vrijheden. De terbeschikkinggestelde heeft ter zitting van het hof verklaard het thans georganiseerde vrijwillige begeleidingskader te aanvaarden.

Het hof is van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen niet langer verlenging van de terbeschikkingstelling vereist omdat het recidivegevaar thans in voldoende mate is teruggedrongen en beperkt wordt. Het hof zal daarom de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de verpleging van overheidswege afwijzen.

Beslissing

Het hof:

Verklaart het beroep ontvankelijk.

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, van 5 februari 2013 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde].

Wijst af de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling.

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr E.A.K.G. Ruys en mr J.P. Bordes als raadsheren,

en drs. R. Poll en drs. J. Boon als raden,

in tegenwoordigheid van mr J.P. Fuchs-van Dis als griffier,

en op 20 juni 2013 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.