Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:5913

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-07-2013
Datum publicatie
19-08-2013
Zaaknummer
TBS P12-0385
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij een overgang naar de reguliere geestelijke gezondheidszorg dient rekening te worden gehouden met de wijziging van het tweede lid van artikel 509t Wetboek van Strafvordering die per 1 juli 2013 in werking is getreden, en waardoor beëindiging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege na een gevorderde verlenging daarvan alleen mogelijk is nadat de verpleging van overheidswege gedurende minimaal een jaar voorwaardelijk beëindigd is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P12/0385

Beslissing d.d. 25 juli 2013

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [kliniek].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 6 augustus 2012, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

  • -

    de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 april 1996, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd;

  • -

    het psychologisch rapport van [deskundige 1] van 20 maart 2012

  • -

    het psychiatrisch rapport van [deskundige 2] van 15 april 2012;

  • -

    het verlengingsadvies van de Pompestichting, locatie Vught van 16 april 2012;

  • -

    een brief van de Pompestichting, locatie Vught van 4 mei 2012

  • -

    de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 7 juni 2012;

  • -

    een brief van de Landelijke Adviescommissie Plaatsing Longstay Forensische Zorg van 22 juni 2012

  • -

    het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

  • -

    de beslissing waarvan beroep;

  • -

    de aanvullende informatie van de Pompestichting, locatie Vught van 16 november 2012, met als bijlage de concept wettelijke aantekeningen van 30 april 2012 tot 27 oktober 2012;

  • -

    een proces-verbaal van de zitting van dit hof van 10 december 2012;

  • -

    een rapport van het Pieter Baan Centrum van 31 januari 2013;

  • -

    een proces-verbaal van de zitting van dit hof van 21 maart 2013;

  • -

    de aanvullende informatie van de [kliniek] van 8 juli 2013;

  • -

    een brief van de raadsman van 8 juli 2013, met bijlagen;

  • -

    een neuropsychologische rapportage van 15 oktober 2012 zoals overgelegd door

[deskundige 5] ter zitting ter aanvulling van het rapport van het Pieter Baan Centrum van 31 januari 2012.

Het hof heeft ter zitting van 11 juli 2013 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. drs. ir. T.P. Klaasen, advocaat te Helden, en de advocaat generaal mr E.J. Julsing-Nijenhuis. Tevens zijn als deskundige gehoord [deskundige 3], als psycholoog verbonden aan de Pompestichting, [deskundige 4], als psychiater verbonden aan het Pieter Baan Centrum (thans gepensioneerd) en [deskundige 5], als psychiater verbonden aan het Pieter Baan Centrum (PBC).

Overwegingen:

Het hof heeft ter zitting van 10 december 2012 het onderzoek geschorst teneinde de rapportage van het Pieter Baan Centrum ter zake van de longstay-status van de terbeschikkinggestelde af te wachten, een schriftelijke reactie van de kliniek op deze rapportage te verkrijgen en indien die stukken daartoe aanleiding geven, deskundigen ter zitting te horen.

Het hof heeft ter zitting van 21 maart 2013 het onderzoek wederom geschorst teneinde de behandelcoördinator van de kliniek, [deskundige 3] voornoemd, en de rapporteurs van het Pieter Baan Centrum, [deskundige 5] en [deskundige 4] voornoemd, ter zitting te horen.

Naar aanleiding van het rapport van het Pieter Baan Centrum en het naar aanleiding daarvan gegeven advies van de Landelijke Adviescommissie Plaatsing van 14 maart 2013 om de longstay-status op te heffen, is de terbeschikkinggestelde op 25 april 2013 opgenomen in de [kliniek] om behandeldiagnostiek te verrichten en “ter beoordeling van de mogelijkheid van terugplaatsing in behandeling en resocialisatie langs de omzichtige lijnen van “long control””.

Het advies van de kliniek

Uit het verlengingsadvies van de Pompestichting van 16 april 2012 blijkt dat terbeschikkinggestelde afhankelijk is geweest van alcohol, hard- en softdrugs, thans in remissie. Tevens is er sprake van een stoornis in de impulsbeheersing NAO en een persisterende amnestische stoornis. De terbeschikkinggestelde is zwakbegaafd en heeft persoonlijkheidsproblematiek die wordt gekenmerkt door overwegend antisociale en narcistische trekken. Er is sprake van psychopathie. Gezien de problematiek is het gedrag van de terbeschikkinggestelde sterk onvoorspelbaar en gaat dit gepaard met een hoog risico op recidive. De kans op herhaling van delictgedrag in de vorm van agressieve impulsdoorbraak is, tevens ondersteund door de conclusies uit de gestructureerde risicotaxatie-instrumenten, op korte en (middel-)lange termijn groot. De kliniek ziet geen reden om een verzoek tot opheffing van de longstay status van terbeschikkinggestelde te doen. De kliniek adviseert de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaar.

Het rapportage van de deskundigen in het kader van de longstay-status

Volgens het psychiatrisch rapport van [deskundige 2] van 15 april 2012 is er sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bij de terbeschikkinggestelde in de zin van ADHD en afhankelijkheid van verschillende middelen. Verder is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en narcistische trekken. De kans op recidive van het indexdelict is hoog, en past bij het risicoprofiel van een (verslaafde) veelpleger. Afgezien van historische en dus onveranderbare items, kan er onvoldoende onderbouwing gevonden worden voor een hoge kans op recidive van een ernstig delict. De deskundige [deskundige 2] adviseert de longstay status op te heffen en de terbeschikkinggestelde te laten resocialiseren via de longcare-GGZ, zoals bijvoorbeeld de Woenselse Poort. Binnen een dergelijk traject kan door middel van voorwaardelijke machtiging toegewerkt worden naar een beschermde woonvorm met de mogelijkheid van langer durend toezicht. De deskundige Heinsman adviseert de maatregel voor de termijn van een jaar te verlengen.

Uit het psychologisch rapport van [deskundige 1] van 20 maart 2012 blijkt dat er sprake is van een ziekelijke stoornis in de zin van vermoedelijk ADHD. De terbeschikkinggestelde wordt nog steeds als verslavingsgevoelig gezien. De op de voorgrond staande impulsproblematiek belemmert goed zicht op de persoonlijkheid van de terbeschikkinggestelde. Onderliggend wordt narcistische en antisociale persoonlijkheidsproblematiek vastgesteld naast psychopathie. De deskundige [deskundige 1] schat de kans op herhaling van een delict vergelijkbaar met het indexdelict groot. Tegelijkertijd wordt volgens de deskundige het recidiverisico op een ernstig agressief delict niet voldoende onderbouwd. Ook deskundige [deskundige 1] adviseert om de longstay status op te heffen en terbeschikkinggestelde te laten resocialiseren via de longcare-GGZ, bijvoorbeeld in [instelling]. De verwachting is dat terbeschikkinggestelde op den duur door middel van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging in een beschermde woonvorm kan worden geplaatst.

Volgens het rapport van het Pieter Baan Centrum van 31 januari 2013 is er bij terbeschikkinggestelde sprake van gebrekkige ontwikkeling en van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Als elementen worden verslavingsproblematiek, cognitieve problematiek, impulsiviteit, persoonlijkheidsproblematiek, antisociaal gedrag en psychopathie genoemd.

Anders dan de kliniek benadrukken de rapporteurs van het PBC het aspect van het beperkt functioneren van de terbeschikkinggestelde als gevolg van een gestagneerde ontwikkeling en (hersen)organische problematiek.

Bij beëindiging van de maatregel en zonder verdere begeleiding of behandeling, acht het PBC de kans groot dat terbeschikkinggestelde weer vervalt tot drugsgebruik, ten gevolge waarvan het risico op verwervingsdelicten, ook met toepassing van geweld, groot zal zijn. De terbeschikkinggestelde heeft vanwege zijn problematiek en zijn geringe zelfredzaamheid een hoog niveau van zorg nodig. Het PBC acht het minder voor de hand liggend dat het beveiligingsniveau ook hoog zal moeten blijven. De discrepantie tussen de opvatting van het PBC en die van de kliniek op dit punt bestaat vooral uit het feit dat het PBC de terbeschikkinggestelde wel impulsief vindt, maar niet zozeer agressief of bedreigend. Het PBC schat het risico van agressief en gewelddadig gedrag binnen een goed gestructureerde setting als niet groot. Het gedrag van de terbeschikkinggestelde wordt vooral bepaald door beperkingen op cognitief, emotioneel een sociaal niveau, in combinatie met de beperking in leervermogen. Er kan niet worden gesproken van een verharde antisociale en narcistische zijnstoestand. Het PBC verwacht dat het vanuit deze hernieuwde diagnostische visie mogelijk is om betrokkene in therapeutische zin anders te bejegenen en dat indien op die manier nieuwe behandelmogelijkheden een zicht op resocialisatie bieden de longstay status kan worden opgeheven, waarna de terbeschikkinggestelde kan worden geplaatst in een voorziening waar voldoende zorg kan worden geboden en voldoende aandacht is voor het risico van terugval in het verslavingsgedrag.

De aanvullende informatie van de [kliniek]

Uit de aanvullende informatie van de [kliniek] van 8 juli 2013 blijkt dat de [kliniek] de terbeschikkinggestelde niet ziet als ernstig en direct delictgevaarlijk zolang hij verblijft in een duidelijk gestructureerd en veiligheid biedende structuur. De kliniek ziet mogelijkheden tot verdere behandeling en begeleiding buiten de huidige longstay voorziening, mits deze plaatsvindt in een gestructureerd kader met intensieve zorg. Het beveiligingsniveau kan lager zijn dan in de context van de huidige longstay voorziening. De kliniek denkt daarom aan plaatsing in een “long-care voorziening”. De terbeschikkinggestelde komt in aanmerking voor een plaatsing in [naam afdeling], onderdeel van de [kliniek], en zal daar geplaatst worden zodra een plaats vrijkomt.

Het standpunt van de ter zitting gehoorde deskundigen

Deskundige [deskundige 3] heeft ter zitting gepersisteerd bij het advies van de Pompestichting tot verlenging van de maatregel voor de duur van twee jaar. De deskundige ondersteunt wel de conclusies van de [kliniek] en het door die kliniek ingezette traject nu dit de terbeschikkinggestelde perspectief biedt.

Deskundige [deskundige 4] heeft ter zitting erkend dat het Pieter Baan Centrum vaag is gebleven in de in het advies gebruikte bewoordingen, maar dat bedoeld is om de terbeschikkinggestelde in een longcare traject te krijgen. Er zijn longcare klinieken die patiënten plaatsen bij een reguliere GGZ-afdeling, waarna de terbeschikkingstelling omgezet kan worden in een rechterlijke machtiging.

Deskundige [deskundige 5] heeft zich aangesloten bij het standpunt van deskundige [deskundige 4]. Met enige terughoudendheid onderschrijft [deskundige 5] het door de [kliniek] ingezette traject. De nieuw gestelde diagnose en resocialisatie volgens het handicapmodel leveren de terbeschikkinggestelde wel perspectief.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman hebben verzocht om de maatregel onvoorwaardelijk te beëindigen. De terbeschikkinggestelde wil met een rechterlijke machtiging op grond van de Wet BOPZ naar ‘[naam afdeling]’ te [plaats]. Daar wil hij zonder het kader van een terbeschikkingstelling laten zien wat hij kan.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en verlenging van de maatregel met twee jaar. Als het goed gaat met terbeschikkinggestelde na de overplaatsing naar [naam afdeling], kan gekeken worden naar de mogelijkheden van de rechterlijke machtiging op grond van de Wet BOPZ.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het hof op andere gronden tot een beslissing komt.

Indexdelict

De terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 april 1996 aan de terbeschikkinggestelde opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren.

Blijkens de bewezenverklaring, de kwalificatie en de motivering van de oplegging van de straf en de maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, ligt in die uitspraak besloten dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van geweldsmisdrijven in de zin van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Derhalve kan niet worden gezegd dat de mogelijkheid van verlenging van de maatregel na vier jaren voor de terbeschikkinggestelde in redelijkheid niet voorzienbaar was.

Stoornis en recidivegevaar

Hoewel de deskundigen en de kliniek verschillende accenten in de diagnose leggen, kan in zijn algemeenheid gesteld worden dat er sprake is van ziekelijke stoornis in de geestvermogens in de zin van een stoornis in de impulsbeheersing of ADHD en afhankelijkheid van verschillende middelen, onder toezicht in remissie. Daarnaast is er sprake van psychopathie en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. Het recidiverisico is hoog als de terbeschikkinggestelde geen steun en structuur heeft, maar lijkt beperkt als deze steun en structuur wel wordt geboden.

Geen (on)voorwaardelijke beëindiging

Naar het oordeel van het hof ligt bij de huidige stand van zaken op termijn een overgang van de terbeschikkinggestelde naar de reguliere geestelijke gezondheidszorg met een rechterlijke machtiging op grond van de Wet BOPZ in de rede. In dit verband wijst het hof erop dat bij een overgang naar de reguliere geestelijke gezondheidszorg rekening dient te worden gehouden met de wijziging van het tweede lid van artikel 509t Wetboek van Strafvordering die per 1 juli 2013in werking is getreden, en waardoor beëindiging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege na een gevorderde verlenging daarvan alleen mogelijk is nadat de verpleging van overheidswege gedurende minimaal een jaar voorwaardelijk beëindigd is geweest.

Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege thans prematuur. Wel gaat het hof ervan uit dat de kliniek –met inachtneming van het vorenstaande– zal toewerken naar plaatsing van de terbeschikkinggestelde in De Voorde.

Verlenging

Gelet op de advisering van de kliniek, de externe deskundigen en het verhandelde ter zitting is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Mede gelet op de expiratiedatum van de maatregel (12 juli 2012) zal het hof de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar verlengen.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 6 augustus 2012 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Aldus gedaan door

mr E.A.K.G. Ruys als voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr. J.W. Rijkers als raadsheren,

en drs. R. Poll en drs. M.J. van Weers als raden,

in tegenwoordigheid van mr A.H. Hettema als griffier,

en op 25 juli 2013 in het openbaar uitgesproken.

mr Y.A.J.M. van Kuijck en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.