Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:5635

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-07-2013
Datum publicatie
22-12-2015
Zaaknummer
200.050.419
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

ontbinding huurovereenkomst; ontruiming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.050.419

(zaaknummer rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Nijmegen 595320)

arrest van de tweede kamer van 30 juli 2013

in de zaak van

de stichting

Standvast Wonen,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna: Standvast,

advocaat: mr. F.A.M. Knüppe,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. S.T.W. Verhaagh.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 27 december 2011 hier over. Ingevolge dit tussenarrest hebben op 1 maart 2012, 19 juni 2012 en 20 november 2012 getuigenverhoren plaatsgevonden. De hiervan opgemaakte processen-verbaal bevinden zich in afschrift bij de stukken.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

  • -

    memorie na enquete;

  • -

    antwoordmemorie na enquete;

  • -

    de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities. Hierbij is akte verleend van de stukken die bij bericht van 10 juni 2013 door mr. Knüppe namens Standvast zijn ingebracht. Mr. Verhaagh heeft bij zijn pleitnotitie als productie twee schriftelijke verklaringen overgelegd. Mr. P. Bergkamp heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Het hof heeft dit bezwaar verworpen op de grond dat beide verklaringen kort en eenvoudig te doorgronden zijn. Het hof heeft daarop aan mr. Verhaagh akte verleend van het in het geding brengen van de productie.

1.3

Vervolgens hebben partijen wederom de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep

2.1

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof Standvast toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat [geïntimeerde] het gehuurde niet zelf gebruikt als woonruimte.

2.2

Standvast heeft hiertoe in enquete als getuigen doen horen: [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] , [getuige 5] en [getuige 6] . [geïntimeerde] heeft in contra-enquete zichzelf doen horen.

2.3

[getuige 1] , woonconsulent bij Standvast, heeft onder meer verklaard:

"(…) In 2008 kregen we een anoniem telefoontje. Daarna zijn we langsgereden en hebben we kaartjes in de bus gedaan bij de woning. Daarna hebben we weer meldingen ontvangen en hebben we weer kaartjes in de bus gedaan. Vervolgens heeft een telefoongesprek plaatsgevonden met [geïntimeerde] . Vanaf april tot en met oktober 2008 hebben wij vier meldingen ontvangen van buurtbewoners. Ik raadpleeg hiervoor mijn aantekeningen waarin ik de zaak op een rij heb gezet. In dezelfde periode zijn wij ook meermalen langsgereden. Het ging om twee anonieme meldingen, één melding van mevrouw [getuige 6] van [adres 1] en één van de opzichter van Standvast, [getuige 5] . U houdt mij voor mijn schriftelijke verklaring (…). De datum van het telefoongesprek was 16 mei 2011. In de verklaring wordt ook genoemd mevrouw [A]. Dit klopt niet, dit moet zijn [getuige 6] . Op 1 april en 26 september 2008 hebben wij twee anonieme meldingen ontvangen dat de heer [geïntimeerde] niet in de woning woonachtig was en dat dat al anderhalf a twee jaar zo was. Op 2 oktober 2008 is de heer [getuige 5] op bezoek geweest bij de bewoner van [adres 2], waarvan ik de naam nu niet weet, die verklaarde dat de woning al twee jaar leeg stond. Op 29 oktober 2008 meldde de bewoner van [adres 1] , mevrouw [getuige 6] , telefonisch dat zij zeker wist dat de woning al twee jaar leeg stond. Kort daarna ben ik met mijn collega mevrouw [getuige 2] , woonconsulente bij Standvast, op bezoek geweest bij mevrouw [getuige 6] . Zij verklaarde dat [geïntimeerde] alleen komt om zijn post op te halen en soms om de tuin bij te houden. Dat was al twee jaar zo volgens [getuige 6] . Wij hebben de meterstanden opgenomen in september, op 9 oktober, 30 oktober en 3 december 2008. Hierbij hebben we tevens kaartjes in de bus gegooid. Ik weet niet meer zeker of wij voordien ook meterstanden hebben opgenomen. Na december 2008 hebben wij bij het langsrijden langs de woning en het aanbellen geconstateerd dat de situatie in de woning altijd precies hetzelfde was. Dit was steeds samen met [getuige 2] . Ik weet niet of er na december 2008 nog meldingen van buurtbewoners zijn binnengekomen, daar heb ik ook geen verslaglegging van. In de periode van december 2008 tot het begin van de procedure in februari 2009 zijn [getuige 2] en ik ook nog langs geweest bij de woning, dat weet ik zeker. Als ik moet kiezen voor eenmaal per week of eenmaal per maand kies ik voor eenmaal per maand. Ik weet niet helemaal zeker hoe vaak het was, ik heb er geen schriftelijke verslaglegging van. Er was geen verschil in de situatie voor of na december 2008. Toen de procedure eenmaal was begonnen heeft Standvast het laten rusten en geen controles meer uitgevoerd. Na de zitting op 18 juni 2009 heeft [geïntimeerde] de gordijnen van de woonkamer gesloten en een gordijn gemaakt bij de voordeur ten gevolge waarvan wij niet meer konden waarnemen hoe de situatie was. (…)

In mei 2011 heb ik ook nog met buurtbewoners gesproken. Mevrouw [getuige 6] van nummer [huisnummer] zegt dat de situatie niet veranderd is. [geïntimeerde] komt alleen om zijn post te halen en wat in de tuin te doen. Ik heb ook gesproken met de familie [B], [adres 2]. Die hebben ook gebeld. [B] vertelde dat zij nooit beweging in de woning zagen. Dit zag op de periode 2008 tot op de datum van het gesprek. (…). "

2.4

[getuige 2] , woonconsulente bij Standvast, heeft onder meer verklaard:

"In april 2008 kregen wij een anonieme melding dat de heer [geïntimeerde] niet in de woning zou wonen. (…) We zijn verschillende malen op verschillende tijdstippen langs gegaan, er was steeds niemand aanwezig. Dit was steeds op kantoortijden. We hebben toen kaartjes met het verzoek om telefonisch contact op te nemen achtergelaten. Uiteindelijk heeft de heer [geïntimeerde] teruggebeld maar dat heeft niet geleid tot een gesprek in de woonwinkel van Standvast of een huisbezoek. In september 2008 was er een nieuwe anonieme melding die inhield dat meneer er niet woonde en er nauwelijks kwam, net zoals de eerste melding. Vervolgens zijn we gaan kijken wat we zelf aan informatie konden verzamelen. De woning heeft een ruit in de voordeur, waardoor we de meterstanden hebben opgenomen. Dit was steeds samen met mijn collega, de heer [getuige 1] . Dit hebben wij vier keer gedaan, de exacte data weet ik niet meer. Het was ongeveer in september tot oktober 2008 en ook nog omstreeks september/oktober 2009. In oktober 2008 kregen wij een melding via onze collega de heer [getuige 5] (technisch consulent bij Standvast) die van de bewoner van [adres 2] te horen had gekregen dat de woning niet bewoond was. Ik weet hiervan geen verdere details. Dit zou de heer [B] geweest kunnen zijn. Daarna kwam er nog één melding, de laatste. Dit zou van de bewoner op [adres 1] kunnen zijn geweest. Deze bewoner heeft ook aangegeven dat de woning gedurende ruime tijd niet bewoond was. Ik denk dat dit was in oktober 2008. Na een aantal malen meterstanden opnemen, waaruit we concludeerden dat de woning niet werd gebruikt, kwam er een telefoontje van de heer [geïntimeerde] . Dat was in september 2008. Op uw vraag wat er is gebeurd na december 2008 antwoord ik dat ik nadien niet meer op controle ben geweest bij de woning vanwege andere werkzaamheden. (…) Ik weet niet of er na december 2008 nog meldingen van bewoners zijn geweest. (…)"

2.5

[getuige 3] heeft onder meer verklaard:

"Ik woon op de [adres 3]. De laatste jaren heb ik [geïntimeerde] weinig gezien, hooguit een keer per twee weken. Ik werk vier dagen in de week. Op die dagen ben ik niet thuis en zie ik dus niets. Hooguit ’s avonds. Vanuit mijn woning heb ik geen direct zicht op de woning [adres geïntimeerde]. Op werkdagen kan ik dus [geïntimeerde] dus alleen bij toeval zien als ik hem buiten tegenkom. Als ik [geïntimeerde] zag was dat op één moment. Ik zit dan aan de eettafel bij het raam en dan zie ik [geïntimeerde] wel eens langskomen. Ik zit niet de hele dag aan de eettafel. Met de laatste jaren bedoel ik in ieder geval een jaar of drie a vier. (…) De afgelopen tijd is er niet iets veranderd in de situatie. (…)."

2.6

[getuige 4] heeft onder meer verklaard:

"Ik woon op de [adres 4]. De heer [geïntimeerde] is mijn achterbuurman. Onze tuinen grenzen aan elkaar. Ik zie [geïntimeerde] weinig. Afgelopen zaterdag brandde er licht, dus ik neem aan dat hij er was. Als hij er overdag is kan ik dat niet zien. Ik heb zicht op zijn woning vanuit mijn keuken en vanuit mijn woonkamer. Af en toe is [geïntimeerde] in de tuin bezig. Er brandt niet zo vaak licht, misschien eenmaal per week. Ik heb er niet op gelet. Ik weet wel dat hij er niet permanent woont, omdat hij ook in [plaats] woont. Dat weet ik omdat ik met hem een gesprekje heb gehad, dat was een paar jaar geleden. Hij zei mij dat [plaats] een beetje kaal was en dat hij ook graag in [woonplaats] wilde zijn. Ik zag hem ’s zomers vaker in de tuin werken dan ’s winters. ’s Zomers was dat eenmaal in de paar weken. Als er licht brandde was dat ’s avonds, ook in de winter. Op uw vraag hoe lang het licht brandde, antwoord ik dat dit tot ongeveer 1 a half 2 uur ’s nachts was, ik zat niet altijd in de keuken of woonkamer. (…)."

2.7

[getuige 5] , opzichter bij Standvast, heeft onder meer verklaard:

"Mijn functie houdt in dat ik op verzoek op bezoek ga bij technische problemen bij de huurders. In oktober 2008 ben ik op bezoek geweest bij de familie [B] op de [adres 2]. Dit is een bovenwoning. Ik weet hiervan niet precies de ligging ten opzichte van [adres geïntimeerde]. De datum weet ik uit mijn agenda. Ik ben hier slechts eenmaal geweest, er was geen vervolgactie. Ik kan me herinneren dat het ging om schilderwerk wat de huurder moest doen. De heer en/of mevrouw [B] gaven aan dat de huurder van [adres geïntimeerde] nooit aanwezig was en alleen de post kwam ophalen. Zij gaven aan dat dit al twee jaar zo was. Ik weet niet meer of de heer of mevrouw [B], dan wel beiden mij dit hebben verteld. (…)."

2.8

[getuige 6] heeft onder meer verklaard:

"U toont mij de kaart van de [straat 1] die wordt aangehecht aan het proces-verbaal. Ik toon u op de kaart waar mijn woning is gelegen. Het gaat om het hoekhuis, door u op de kaart aangegeven met [adres 1]. [geïntimeerde] heeft daar op nummer [huisnummer] heel lang gewoond; tot 5 jaar terug. Ik heb hem veel gezien. We maakten altijd een babbeltje met hem en zijn vrouw [C]. Ongeveer 5 jaar geleden zijn zij met de noorderzon vertrokken. Wij dachten dat er iets was, totdat wij ontdekten dat de zoon van [geïntimeerde] , [kind], op de basisschool [D] zat de [plaats]. Dat heb ik zelf gezien. Ik kwam daar omdat ik zelf daar de kleinkinderen op school heb zitten. Ook werkt mijn schoondochter daar als lerares. Dit was ongeveer 4,5 jaar geleden, dus ongeveer medio 2008. In de buurt ging het verhaal rond dat ze in [plaats] woonden. (…) Sinds zijn vertrek heb ik [geïntimeerde] zeer sporadisch gezien op de [straat 1]. Dat was meestal ‘s avonds. Als hij laat thuiskomt zie ik hem niet. Als ik de hond uitlaat omstreeks 23.30 uur zag ik geen leven in de woning. Er brandde geen licht. Ik heb [geïntimeerde] wel eens de groenbak zien schoonmaken. Dit was heel af en toe; twee a drie keer in de laatste 5 jaar. [geïntimeerde] had een grijze Opel, ik denk het type Kadett. Ik zag die auto maar een paar keer per jaar. [geïntimeerde] had de Opel ook reeds voordat hij wegging. Ik heb [geïntimeerde] een keer met mijn auto uit het ziekenhuis opgehaald na een operatie, ongeveer 7 jaar geleden. Ook toen had hij die Opel al.

(…)

Ik ben met pensioen gegaan in 2005. Ik ben dus elke dag thuis behalve als ik op vakantie ben. Ik heb de Opel van [geïntimeerde] sinds zijn vertrek zeer zelden in de straat zien staan; het gaat om een paar keer per jaar. Ik zie [geïntimeerde] nooit vuilniszakken buiten zetten. Dit moet op een centraal punt voor nummer [huisnummer]. [geïntimeerde] woonde met zijn vrouw [C] en hun zoon [kind] zeker 7 jaar op [adres geïntimeerde] voordat zij weggingen. Daarvoor woonde [geïntimeerde] er alleen. Sinds hun vertrek heb ik [C] en [kind] niet meer op de [straat 1] gezien.

(…)

Ik zie nooit andere mensen in of bij de woning op [adres geïntimeerde]. Vanuit mijn woning kan ik [adres geïntimeerde] niet zien; als ik er langsloop natuurlijk wel. Er is niets kapot aan de woning; het ziet er netjes uit. Ik heb [geïntimeerde] de tuin wel eens zien doen. Vandaar de groenbak. Dit was een paar keer per jaar."

2.9

[geïntimeerde] heeft onder meer verklaard:

"U vraagt mij of ik in de periode 2006-2008 de woning gebruikte. Mijn vriendin woonde destijds in de [adres ex partner] in [plaats], zij verhuisde op een gegeven moment naar [plaats] toen het niet goed ging met onze relatie. Ik moest kiezen of ik ook naar [plaats] moest verhuizen. Ik kon toen niet kiezen. Ik wilde daar toch vaak zijn omdat we een zoontje hebben. Ik kon echter niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Ik ben hier depressief van geworden, hier ben ik met succes voor behandeld. Ik verbleef op twee plaatsen, in [plaats] en op de [adres geïntimeerde] waar ook al mijn spullen waren zoals mijn muziekcd’s. Op een gegeven moment benaderde een buurvrouw me omdat ik volgens haar niet in de woning was. Een paar maanden later vond ik een kaartje in de bus van Standvast. Dit heeft geleid tot twee telefoongesprekken, daarna ontving ik een sommatie. Ik ben in die periode nooit weggegaan op de [adres geïntimeerde], ik was wel minder met het huis dan met mezelf bezig. Ik sliep daar toen niet veel. Op een gegeven moment – eind 2008 sliep ik daar 3 tot 5 nachten per week. Later is mijn relatie beëindigd. Sindsdien ben ik eigenlijk helemaal op de [adres geïntimeerde]. Het is moeilijk aan te geven wanneer dat was, dat kan ik niet precies zeggen. Het was in ieder geval na eind 2008. Ik ben vaak weg. Ik werk behalve op vrijdag en in het weekend. Mijn werk is in [woonplaats]. ’s Avonds ben ik regelmatig weg. Ik speel in een band en treed hiermee ongeveer 1x per week op. Ik kom ook in [plaats] voor mijn zoon die daar is blijven wonen. Ik haal en haalde hem op van school, dat was in ieder geval op mijn vrije vrijdag. Soms was dat ook op andere dagen. Ik reisde vaak per fiets van [woonplaats] naar [plaats]. Het is een rit van ongeveer 15 minuten. Ik heb in die periode 2 auto’s gehad, eerst een grijze Opel Kadett, daarna, sinds de laatste drie jaar, een Opel Astra. Ik parkeer de auto ’s avonds nooit op de [straat 1] maar in een zijstraat omdat de Kadett ooit is beschadigd en de Astra ooit is bekrast. Als ik in de woning ben op maandag t/m donderdag, dan ben ik er vanaf ’s avonds laat t/m het ontbijt. Daarna ga ik naar mijn werk. Op zaterdagochtend heeft mijn zoontje voetbal. Op zondag gaan wij naar de dienst. Tijdens de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep ben ik op dezelfde manier gebruik blijven maken van de woning. Ik ben een paar keer een periode weggeweest als vakantie.

(…)
In de oude situatie kon je de elektriciteitsmeter zien, nu hangt er een gordijntje voor de voordeur zodat je die meter niet meer kunt zien. De gasmeter zit verderop in de gang en de watermeter zit in de kelder, zodat deze meters niet zichtbaar zijn. Op een aanvullende vraag van de raadsheer-commissaris antwoord ik dat de elektra en de gasmeter op enig moment zijn vervang; de plaats hiervan is echter hetzelfde gebleven. Ik heb de woning in de periode 2008 altijd zelf gebruikt en nooit een ander in gebruik gegeven of onderverhuurd. Ik heb de woning nooit verwaarloosd, ik heb het huis en de tuin altijd onderhouden.

(…)

Op uw vraag of mijn zoon aan de [adres geïntimeerde] heeft gewoond antwoord ik dat dat moeilijk is te zeggen. Ik weet niet waar hij was ingeschreven, hij is er wel vaak geweest. Zijn moeder was er niet altijd en hij ging vaak met zijn moeder mee. Hij was voornamelijk op de [adres geïntimeerde]. Hij zat toen op de school de [E]. Deze school was 800 meter verwijderd van de woning. Mijn ex-partner, [C] heeft vaak op de [adres geïntimeerde] verbleven maar heeft daar nooit gewoond. Ik vind het moeilijk te zeggen hoe vaak ze er was. Het had geen structureel patroon. Ze was er vaak, maar ze wilde af en toe in haar eigen woning zijn. Onze zoon kon bij mij blijven. (…) [U houdt mij] voor de getuigenverklaring van de heer [getuige 6] (…). De heer [getuige 6] maakt vaak een praatje, ik kende hem wel goed. (…) Ik zette het vuilnis buiten op woensdagochtend omstreeks half 9 op het moment dat ik toch naar buiten liep. Ik zette het vuilnis dus niet eerder buiten. U houdt mij voor dat [getuige 6] heeft verklaard dat wij ongeveer 5 jaar geleden zijn vertrokken. [C] is met [kind] in [plaats] gaan wonen. Ik ben op de [adres geïntimeerde] gebleven, maar ben daar zelf vaak niet geweest. Voor mijn gevoel ben ik echter op de [adres geïntimeerde] blijven wonen, maar ik ben wel heel vaak in [plaats] geweest. Ik vind het moeilijk om aan te geven wat heel vaak is. Er zijn tijden geweest dat ik veel in [plaats] heb geslapen en weinig op de [adres geïntimeerde]. U vraagt mij of ik kan aangeven hoeveel dagen per jaar ik in [plaats] was. Ik was er geen hele dagen, ook toen werkte ik. Ik weet het niet meer precies. Toen [C] en mijn zoon zijn verhuisd, heb ik regelmatig in [plaats] geslapen. In de beginperiode, dat is 2006, vaak, later regelmatig. Met vaak bedoel ik 5 nachten per week en dus 2 nachten op de [adres geïntimeerde]. Dit werd in de loop van 2008 anders, toen ben ik meer op de [adres geïntimeerde] gaan slapen. Na het eind van 2008 was dit 3 tot 5 nachten per week op de [adres geïntimeerde]. U vraagt mij hoe ik kan verklaren dat [getuige 6] heeft verklaard dat hij mij na de zomer van 2007 niet meer heeft gezien (‘Met de noorderzon vertrokken’). Ik ben niet met de noorderzon vertrokken. Ik parkeer mijn auto in een zijstraat, de naam weet ik nu niet. De straat is van naam veranderd. Nu zet ik de auto bij het wijkcentrum [F]. De naam van die straat weet ik ook niet, het is de straat tussen de [straat 1] en de [straat 2], parallel aan de [straat 3]. Het kenteken van de Opel Astra is [kenteken]. U vraagt mij wanneer de relatie met mijn ex-partner ongeveer is geëindigd. Terwijl de relatie eigenlijk reeds beëindigd was, waren we nog partners tot 2009. Wanneer het eind precies is geweest kan ik u niet zeggen. Op een gegeven moment is het over gegaan in een goede vriendschap. De eigenlijke relatie eindigde 5 jaar geleden. Sindsdien slaap ik 3 tot 5 nachten op de [adres geïntimeerde]. U vraagt mij waar ik de andere nachten sliep. Dat vind ik privé. Ik sliep toen elders dan in de woning op de [adres geïntimeerde]. Ik weet niet meer waar mijn zoon was ingeschreven in het GBA, toen hij op de [E] te [plaats] zat. Ik kan u dat niet met zekerheid zeggen, het was de [adres ex partner] of de [adres geïntimeerde]. Bij het dicteren voeg ik hier aan toe dat het de [adres geïntimeerde] moet zijn geweest. Het adres in de [adres ex partner], weet ik niet meer precies, het was de [straat 4]. Het huisnummer weet ik niet. U houdt mij voor de verklaring van mevrouw [getuige 4] (…): ‘Vroeger woonde [geïntimeerde] er wel constant met zijn vriendin en zoon. Zij zijn gaan verhuizen toen de zoon 5 jaar oud was.’ Zij zal dat zo gezien hebben, maar dat klopt dus niet. U vraagt mij hoe vaak ik de vuilnis- en groenbak buitenzet sinds ik min of meer op de [adres geïntimeerde] woon. Elke 2 weken wordt het vuilnis opgehaald en elke 2 weken wordt de groenbak geleegd. Omdat er bovenbewoners zijn kun je ook elke week een vuilniszak buiten zetten. Zomers zet ik vaker de groenbak buiten omdat er dan meer tuinafval is."

2.10

Het hof oordeelt dat [getuige 1] heeft verklaard, welke verklaring wordt bevestigd door die van [getuige 2], dat [geïntimeerde] in de periode tot december 2008 niet woonachtig was in de woning op de [adres geïntimeerde] te [woonplaats]. [getuige 1] heeft voorts verklaard dat er geen verschil was in de situatie vóór of na december 2008 en dat de buurtbewoners mevrouw [getuige 6] en de familie [B], waarmee hij in mei 2011 heeft gesproken, hebben verklaard dat de situatie niet veranderd is, [geïntimeerde] alleen komt om zijn post op te halen en wat in de tuin te doen en dat zij nooit beweging in de woning zagen, welke verklaringen zagen op de periode 2008 tot op de datum van het gesprek. [getuige 3] heeft verklaard dat zij [geïntimeerde] de laatste jaren, in ieder geval een jaar of drie à vier, weinig heeft gezien, hooguit een keer per twee weken en dat de afgelopen tijd niet echt iets is veranderd. [getuige 4] heeft verklaard dat zij weet dat [geïntimeerde] niet permanent in de woning woont omdat hij ook in [plaats] woont. [getuige 6] heeft tot slot verklaard dat [geïntimeerde] tot vijf jaar terug op [adres geïntimeerde] heeft gewoond, dat [geïntimeerde] en zijn vrouw [C] ongeveer 5 jaar geleden met de noorderzon zijn vertrokken en dat hij sinds zijn vertrek [geïntimeerde] slechts zeer sporadisch heeft gezien op de [adres geïntimeerde]. Uit de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] blijkt voorts dat zij in september tot oktober 2008 en omstreeks september/oktober 2009 de meterstanden hebben opgenomen, waaruit zij concludeerden dat de woning niet werd gebruikt.

2.11

Het voorgaande strookt met het door Standvast overgelegde rapport van bevindingen van Van Kappel Security Solutions B.V. (hierna: Van Kappel) van 30 januari 2013. Uit dit rapport blijkt (onder meer) dat de rapporteurs hebben waargenomen dat [geïntimeerde] op 7 januari 2013, 8 januari 2013, 21 januari 2013 en 29 januari 2013 's ochtends de woning van zijn voormalige partner [C] op de [adres 5] te [plaats] verliet, althans hem uit de steeg gelegen achter deze woning hebben zien komen fietsen respectievelijk vanaf de voorzijde van de [adres 5] naar zijn geparkeerde auto hebben zien lopen. Het hof verwerpt het bezwaar van [geïntimeerde] dat het rapport buiten beschouwing dient te blijven. Standvast heeft het rapport tijdig voor de pleidooien overgelegd. [geïntimeerde] heeft derhalve tijdig van het rapport kennis kunnen nemen en heeft ter gelegenheid van het pleidooi commentaar hierop kunnen leveren, hetgeen hij ook heeft gedaan. Van een schending van het beginsel van hoor en wederhoor is derhalve geen sprake. Van onrechtmatig bewijs wegens een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [geïntimeerde] is evenmin sprake. De stelling van [geïntimeerde] dat Van Kappel niet bevoegd is tot het doen van het onderhavige onderzoek is gelet op het in het rapport, op p. 2 onder Inleiding gestelde, onvoldoende onderbouwd. De in het rapport weergegeven waarnemingen zijn voorts alle gedaan op de openbare weg. [geïntimeerde] heeft zijn stelling dat sprake is van een disproportionele inbreuk op het in artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer onvoldoende onderbouwd. Hetzelfde geldt voor zijn stelling dat het aan hem tegenwerpen van zijn verblijf aan de [adres 5] te [plaats] ten behoeve van de opvoeding van zijn minderjarige zoon in strijd is met artikel 23 lid 1 IVBPR en artikel 18 Verdrag inzake de rechten van het kind. De omstandigheid dat Standvast hetgeen door Van Kappel is onderzocht ook ter gelegenheid van de contra-enquête aan [geïntimeerde] zou hebben kunnen vragen is hiertoe onvoldoende en gaat er aan voorbij dat [geïntimeerde] als getuige nu juist heeft verklaard dat hij sinds eind 2008 "helemaal op de [adres geïntimeerde]" was.

2.12

De getuigenverklaring van [geïntimeerde] dat (zeer kort samengevat) hij in de periode 2006-2008 niet veel in de woning sliep en dat hij vanaf eind 2008 drie tot vijf nachten per week in de woning sliep, acht het hof tegenover de getuigenverklaringen van [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 6] en het rapport van bevindingen van Van Kappel Security onvoldoende geloofwaardig. Bij de waardering van de getuigenverklaring van [geïntimeerde] neemt het hof in aanmerking dat [geïntimeerde] niet precies kan verklaren vanaf wanneer zijn relatie was beëindigd en hij helemaal op de [adres geïntimeerde] was, dat hij heeft verklaard dat het moeilijk is te zeggen of zijn zoon aan de [adres geïntimeerde] heeft gewoond en hij niet weet waar zijn zoon was ingeschreven, dat hij heeft verklaard niet precies meer te weten hoeveel dagen per jaar hij in [plaats] was en dat hij het adres van zijn partner niet meer precies weet. Het hof acht verder van belang dat, behoudens [geïntimeerde] , géén van de getuigen heeft verklaard dat [geïntimeerde] woont in de woning op de [adres geïntimeerde] te [woonplaats]. De door [geïntimeerde] bij pleidooi overgelegde verklaringen van [G] en 'De buurvrouw van [huisnummer]' maken dit niet anders, reeds omdat deze verklaringen niet inhouden dat [geïntimeerde] in het gehuurde woont, maar slechts dat de betrokken buurtbewoners hem met enige regelmaat in de buurt zien respectievelijk dat hij regelmatig op [adres geïntimeerde] thuis is.

2.13

Het hof komt derhalve tot de conclusie dat Standvast is geslaagd in het haar opgedragen bewijs. Gelet op de bevindingen van Standvast met betrekking tot het geringe verbruik van elektriciteit, gas en water, de (als productie 1, 2 en 3 bij akte van 12 juli 2011) overgelegde verklaringen van de buurtbewoners [getuige 6] , [B] en [getuige 3] en de getuigenverklaringen van [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3], [getuige 4] en [getuige 6] , alsmede gelet op het rapport van bevindingen van Van Kappel, in onderling verband en samenhang bezien, verbleef [geïntimeerde] zowel in de periode vóór eind 2008 als nadien in een zodanig geringe mate in de woning aan de [adres geïntimeerde] te [woonplaats], dat hij zich naar het oordeel van het hof niet heeft gedragen als goed huurder als bedoeld in artikel 7:213 BW.

2.14

Gegeven het voorgaande is [geïntimeerde] derhalve tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichting zich te gedragen als goed huurder, welke tekortkoming de ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. [geïntimeerde] heeft zijn stelling dat sprake is van de uitzondering dat de tekortkoming deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt als bedoeld in de slotzin van artikel 6:265 lid 1 BW onvoldoende onderbouwd. De enkele stelling dat [geïntimeerde] niet wist of behoefde te weten dat Standvast bezwaar had tegen de wijze waarop hij gebruik maakte van zijn woning is hiertoe ontoereikend. Standvast heeft immers op 22 september 2008 telefonisch contact gehad met [geïntimeerde] , waarbij zij hem heeft gevraagd of hij nog wel zijn hoofdverblijf in de woning had en heeft vervolgens haar standpunt dat [geïntimeerde] al geruime tijd in strijd met zijn verplichtingen niet meer in de woning woont bij brief van 9 december 2008 aan hem kenbaar gemaakt. Bij het voorgaande neemt het hof mede in aanmerking dat Standvast onweersproken heeft gesteld dat zij [geïntimeerde] alternatieve woonruimte die past bij zijn wens om tot rust te kunnen komen heeft aangeboden, welk aanbod hij echter heeft afgeslagen.

2.15

Het hof gaat voorbij aan de door [geïntimeerde] eerst bij pleidooi in hoger beroep opgeworpen stelling dat Standvast in weerwil van artikel 6:89 BW niet binnen bekwame tijd heeft geprotesteerd, reeds omdat een dergelijke aanvulling van de gronden van het verweer in strijd is met de in hoger beroep geldende twee conclusie regel. Voor een uitzondering op deze regel ziet het hof in het onderhavige geval geen grond. Bovendien heeft Standvast onvoldoende gemotiveerd weersproken gesteld dat de woonconsulenten [getuige 1] en [getuige 2] van Standvast eerst een nader onderzoek hebben ingesteld en een huisbezoek bij [geïntimeerde] wilden afleggen, waartoe zij in de periode tussen april en september 2008 meermalen bij [geïntimeerde] zijn langsgereden en kaartjes met een terugbelverzoek in zijn brievenbus hebben gedaan, hetgeen eerst op 22 september 2008 heeft geleid tot een telefonisch onderhoud. Voorts is sprake van doorlopende tekortkomingen waarover Standvast in ieder geval in deze procedure heeft geklaagd. Gelet hierop is geen sprake van strijd met artikel 6:89 BW.

3 Slotsom

3.1

De grieven slagen, zodat het bestreden vonnis moet worden vernietigd. De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde zal alsnog worden toegewezen zoals hierna te melden. De gevorderde machtiging om de ontruiming zelf eventueel met behulp van de sterke arm te bewerkstelligen zal gelet op artikel 556 lid 1 Rv respectievelijk artikel 557 juncto 444 Rv worden afgewezen.

3.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties veroordelen. De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van Standvast zullen worden vastgesteld op:

  • -

    explootkosten € 94,31

  • -

    griffierecht € 297,00

subtotaal verschotten € 391,31

- salaris advocaat € 400,00

Totaal € 791,31

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Standvast zullen worden vastgesteld op:

  • -

    explootkosten € 85,98

  • -

    griffierecht € 262,00

  • -

    getuigentaxen € 75,00

subtotaal verschotten € 422,98

- salaris advocaat € 2.682,00 (3 punten x tarief II)

Totaal € 3.104,98

5 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Nijmegen van

18 september 2009 en doet opnieuw recht;

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres geïntimeerde] te [woonplaats];

veroordeelt [geïntimeerde] binnen twee weken na betekening van dit arrest de woning aan de [adres geïntimeerde] te [woonplaats] te ontruimen met al de zijnen en al het zijne, die woning aan Standvast in goede staat op te leveren, de sleutels van die woning na de ontruiming aan Standvast af te geven en die woning na de ontruiming ontruimd en verlaten te houden;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van Standvast wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op € 391,31 aan verschotten en op € 400,00 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 422,98 aan verschotten en op € 2.682,00 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. D. Stoutjesdijk, G.J. Rijken en F.W.J. Meijer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2013.