Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:4617

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-06-2013
Datum publicatie
05-07-2013
Zaaknummer
21-003239-12
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:1021
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:1560, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Woningoverval waarbij het slachtoffer is verkracht en zwaar gewond is geraakt na het tot ontploffing brengen van een vuurwerkbom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003239-12

Uitspraak d.d.: 27 juni 2013

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van 16 juli 2012 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [1983],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in [detentieadres].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Preliminaire verweren:

De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en (partiële) nietigheid van de dagvaarding

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zowel in feit 3 als feit 4 verweten wordt dat hij levensgevaar voor het slachtoffer heeft veroorzaakt, zodat het openbaar ministerie ten aanzien van dit onderdeel in de tenlastelegging van feit 4 niet- ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat feit 4 partieel nietig dient te worden verklaard.

Naar het oordeel van het hof is het tenlastegelegde feit – dat het hof leest tegen de achtergrond van het dossier – duidelijk genoeg omschreven. Uit hetgeen verdachte over dit feit heeft verklaard, leidt het hof af dat het verdachte duidelijk is wat hem wordt verweten. Wat betreft de uitleg van de tenlastelegging overweegt het hof als volgt.

Onder feit 3 wordt de poging moord of doodslag tenlastegelegd en onder feit 4 het teweegbrengen van een ontploffing. De feiten 3 en 4 hebben betrekking op gedragingen met een verschillend uitvoeringsniveau (poging moord/doodslag dan wel een voltooide ontploffing). Voorts gaat het om van elkaar naar aard en strekking verschillende strafbepalingen welke met verschillende strafafdoeningen bedreigd worden.

Wel neemt het hof ten aanzien van feit 3 en 4 voor zover het betreft het handelen van verdachte gericht op de levensberoving van het slachtoffer aan dat er sprake is van een eendaadse samenloop waardoor ingevolge art. 55 lid 1 Sr slechts die strafbepaling wordt toegepast waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld.

Gelet op het bovenstaande verwerpt het hof zowel het primaire als subsidiaire verweer.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 7 januari 2013 en 13 juni 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte van feit 6 wordt vrijgesproken en voor de overige feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertien jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorarrest doorgebracht. Voorts vordert de advocaat-generaal de teruggave van het beslag aan de rechthebbende en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij ten bedrage van € 5.989,98 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr M.J. Lamers, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep- tenlastegelegd dat:

1:

hij op of omstreeks 2 december 2011 en/of 3 december 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan de [adres] gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd heeft weggenomen

een laptop (merk HP) en/of

een mobiele telefoon (merk Motorola, type C140) en/of

een geluidsset (merk Bose, type Wave Music System) en/of

een camera (merk Sony, type DSC-P72) en/of

een blikje (met inhoud, te weten: een of meer (oude) munt(en) en/of een trouwring (goud/zilver) en/of

een paspoort (op naam van [slachtoffer 1]) en/of

een sleutelbos,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en/of met het oogmerk om zich en / of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een laptop (merk HP) en/of

een mobiele telefoon (merk Motorola, type C140) en/of

een geluidsset (merk Bose, type Wave Music System) en/of

een camera (merk Sony, type DSC-P72) en/of

een blikje (met inhoud, te weten: een of meer (oude) munt(en) en/of

een trouwring (goud/zilver) en/of

een paspoort (op naam van [slachtoffer 1]) en/of

een sleutelbos, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader

-die [slachtoffer 1] met een mes en/of een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben bedreigd, althans aan die [slachtoffer 1] een mes en/of (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en/of -de handen van die [slachtoffer 1] op de rug heeft/hebben vastgebonden en/of -de benen van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgebonden en/of

-die [slachtoffer 1] heeft/hebben geblinddoekt en/of

-na het verlaten van voornoemde woning vuurwerk, althans een vlinderbom, in elk geval een (geïmproviseerd) explosief (voorzien van een of meer metalen kogels) heeft/hebben bevestigd aan of op de voordeur van voornoemde woning (waarachter dan wel in de onmiddellijke nabijheid waarvan [slachtoffer 1] stond) en/of dit tot ontploffing heeft/hebben gebracht, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel (beschadiging van de schedel en/of hersenletsel) heeft bekomen;

art 317 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2:

hij op of omstreeks 2 december 2011 en/of 3 december 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Utrecht, door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door bedreiging met geweld en / of een andere feitelijkheid bestaande uit

-het bedreigen van die [slachtoffer 1] met een mes en/of een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans het tonen aan die [slachtoffer 1] van een mes en/of (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend vuurwapen en/of

-het vastbinden van de handen van die [slachtoffer 1] op de rug en/of het vastbinden van de benen van die [slachtoffer 1] en/of

  • -

    het plaatsen van een handdoek over/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of - het kapot maken van het ondergoed van die [slachtoffer 1] en/of

  • -

    het uittrekken van de joggingbroek van die [slachtoffer 1],

(het in ieder geval doen ontstaan van een bedreigende situatie), [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, bij die [slachtoffer 1] een buttplug, althans een voorwerp, ingebracht in de anus;

3

primair:

hij op of omstreeks 3 december 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk (en met voorbedachten rade) [slachtoffer 1] van het leven te beroven, (met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg), vuurwerk, althans een vlinderbom, in elk geval een (geïmproviseerd) explosief (voorzien van een of meer metalen kogels) heeft bevestigd op of aan de voordeur van een woning aan de [adres] (waarachter dan wel in de onmiddellijke nabijheid waarvan [slachtoffer 1] stond) en tot ontploffing heeft gebracht, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

3

subsidiair:

hij op of omstreeks 3 december 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Utrecht, aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten: beschadiging van de schedel en/of hersenletsel), heeft toegebracht, door opzettelijk vuurwerk, althans een vlinderbom, in elk geval een (geïmproviseerd) explosief (voorzien van een of meer metalen kogels) te bevestigen aan of op de voordeur van een woning aan de [adres] (waarachter dan wel in de onmiddellijke nabijheid waarvan [slachtoffer 1] stond) en/of dit tot ontploffing te brengen;


4:

hij op of omstreeks 3 december 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Utrecht, opzettelijk brand heeft gesticht althans een ontploffing te weeg heeft gebracht in een perceel gelegen aan de [adres], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk

  • -

    vuurwerk, althans een vlinderbom, in elk geval een (geïmproviseerd) explosief (voorzien van een of meer metalen kogels) bevestigd op of aan de voordeur van de woning gelegen aan voornoemd perceel en/of

  • -

    een of meer (brandende) lucifer(s) en/of een of meer aansteker(s), in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met dit vuurwerk, althans een vlinderbom, in elk geval een (geïmproviseerd) explosief, ten gevolge waarvan een of meer ruit(en) van de deur en/of een (hardhouten) deur en/of het kozijn van voornoemde woning geheel of gedeeltelijk is / zijn verbrand althans beschadigd, in elk geval brand is ontstaan althans een ontploffing teweeg is gebracht,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor (de zich in) voornoemd perceel (bevindende goederen), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor de zich in de hal van voornoemd perceel en/of de in de directe nabijheid van die deur bevindende [slachtoffer 1], in elk geval levensgevaar voor een ander, te duchten was;

5:
(parketnummer 16/650076-12)

hij op of omstreeks 28 oktober 2010 te [plaats] [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend - [slachtoffer 2] (bij haar middel) opgetild en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "Ik gooi je van het balkon", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - [slachtoffer 2] een mes getoond en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6:
(parketnummer 16/124437-11)

hij op of omstreeks 21 april 2011 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (winkel)pand (perceel Buikslotermeerplein 123) heeft weggenomen een of meer stuk(ken) (dames)kleding en/of een portemonnaie (totale waarde circa 487,85 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

7:
(parketnummer 16/650077-12)

hij op of omstreeks 05 april 2011 te [plaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (heren)fiets (merk: Hollandia Cruiser), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

8:

hij op of omstreeks 17 november 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Zutphen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een pand (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen

  • -

    een trompet en/of

  • -

    een keyboard (merk Technics) en/of

  • -

    een of meer (elektrische) gita(a)r(en) (onder meer: merk Blade, type Jazz B en/of merk Washburn en/of merk Yamaha, type Apx) en/of

  • -

    een versterker (merk Beringer, type Pmh 1000) en/of

  • -

    een minidisk (merk Sony/Sharp) en/of

  • -

    vier, althans een of meer microfoon(s) (merk Shure, type Pg58) en/of - een (kleine gitaar/zang)versterker en/of

  • -

    een saxofoon (merk Yamaha) en/of

  • -

    een fluit (merk Gemeinhardt, type 2espse) en/of

  • -

    een of meer hoes/hoezen en/of

  • -

    (een set van) tien, althans een of meer Tibetaanse klankschalen,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [instelling], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak op en/of verbreking van een of meer ruit(en) van een (tussen)deur;

9:

hij op of omstreeks 11 november 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Zutphen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een pand (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [instelling], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en / of die / dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn / hun bereik te brengen door middel van braak op en/of verbreking van en/of inklimming door een of meer (kelder)deur(en) en/of ra(a)m(en) en/of een kassa(lade), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) - met een breekijzer, althans een voorwerp, een of meer (kelder)deur(en) en/of ra(a)m(en) opengebroken en/of - de stoppen eruit gedraaid en/of getracht het alarm uit te schakelen en/of - de kassa(lade) opengebroken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak feiten 1 tot en met 6 van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en neemt die in het hierna volgende grotendeels letterlijk over.

Overweging met betrekking tot het bewijs van de feiten 1 tot en met 4.

Op 3 december 2011 omstreeks 01:50 uur komt er bij de politie een melding binnen dat er een ontploffing zou zijn geweest op de [adres] te [plaats]. Ter plaatse treft de politie getuige De Goede aan, die verklaart dat zij naar aanleiding van een harde knal en een lichtflits omstreeks 01:41 uur naar haar buurman [slachtoffer 1] (hierna: aangever), wonende op de [adres] te [plaats], is gegaan, alwaar zij een ravage aantrof. Zij treft aangever daar aan in de keuken en ziet dat zijn hoofd en handen onder het bloed zitten.

Op 19 december 2011 doet [slachtoffer 1] aangifte. Aangever verklaart dat hij op een chatsite werd benaderd door een man. Aangever verklaart dat hij op 2 december 2011 rond 20:00 uur via internet met deze man een afspraak had gemaakt en dat de man naar zijn huis zou komen. Wanneer aangever de man binnen laat, wordt meteen een mes op zijn keel gezet. Aangever heeft zich nog verzet, maar wordt naar binnen geduwd en wordt gedwongen met de armen op zijn rug en met zijn gezicht in de kussens op zijn buik op de bank te gaan liggen. Aangever verklaart dat de man zei dat hij stil moest zijn, waarna zijn armen en voeten werden vastgemaakt met een snoer. Zijn hoofd werd bedekt met een doek. De man vraagt naar de bankpas van aangever. Terwijl aangever op de bank ligt, hoort hij de man telefoneren. De man heeft niets gezegd, maar aangever hoort een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn.

Aangever verklaart dat hij op een gegeven moment mee naar boven moest.

Boven voelt aangever dat er iets om zijn keel wordt gedaan en dat zijn handen worden vastgebonden, waarna zijn nek achterover wordt getrokken. Aangever hoort de man bij de kastjes rommelen waar aangever onder andere condooms en een buttplug in bewaart. Aangever voelt vervolgens dat hij iets in zijn anus krijgt. Hij herkent dit gevoel als het gevoel van het inbrengen van een buttplug. Hij voelt dat het voorwerp tot ongeveer de helft naar binnen wordt geduwd. Dit doet pijn en dat heeft aangever ook tegen de man gezegd. Doordat aangever zijn spieren aanspant, lukt het niet om het voorwerp in zijn geheel naar binnen te brengen. Aangever verklaart dat de man twee keer heeft geprobeerd de buttplug in te brengen. Voorts verklaart aangever dat hij dit niet wilde en heeft geprotesteerd.

Wanneer aangever aangeeft dat hij, omdat hij geen geld heeft maar wel kan pinnen, met de man mee wil gaan naar een pinautomaat, gaan ze naar beneden. Aangever heeft dan nog steeds iets om zijn hoofd. Aangekomen in het halletje voelt aangever op een gegeven moment aan de luchtstroom dat de deur open staat en dat de man buiten staat. Aangever weet de deur achter de man dicht te doen. Omdat hij zijn huissleutels terug wil van de man, praat aangever met de man via de brievenbus. Op een gegeven moment ziet hij iets van een lontje en iets van een gloed bij de deurklink. Aangever verklaart dat als hij het gezicht van de man door het matglas van de deur ziet, hij ook iets ziet branden. Hierop vindt een explosie plaats.

Bij klinisch onderzoek werd bij aangever een schedelbreuk met impressie van botfragmenten en daaraan gepaard gaande hersenbeschadigingen links zijwaarts gediagnosticeerd en tevens een lijnvormige botbreuk in de slaapstreek links met een daaraan gerelateerde epidurale bloeding. In relatie met dit letsel waren er neurologische symptomen in de vorm van woordvindingsstoornissen en krachtsverlies van de rechterarm. Daarom is met spoed een neurochirurgische operatie uitgevoerd, waarbij tevens een groot aantal splinters van hout uit het gezicht werd verwijderd.

Aangever heeft verklaard dat bij de overval de volgende goederen zijn weggenomen: een telefoon van het merk Motorola type C140, een camera van het merk Sony type DSC-P72, een geluidset van het merk Böse, type Wave Music System, een chocoladeblikje met daarin oude munten en een trouwring van goud/zilver, een paspoort, een laptop en een sleutelbos.

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal stelt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:

- de feiten 1 tot en met 4. De advocaat-generaal stelt daarbij dat verdachte de feiten alleen heeft gepleegd en dat niet bewezen kan worden dat verdachte in feit 1 en 2 gebruik heeft gemaakt van een vuurwapen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat niet tot een bewezenverklaring kan komen van de feiten 1 tot en met 4, omdat niet buiten redelijke twijfel vaststaat dat verdachte in de woning van het slachtoffer is geweest en ook niet dat hij nauw en bewust heeft samengewerkt met één of meer anderen. De verdediging verzoekt vrijspraak voor deze feiten.

Oordeel van het hof

Het hof overweegt het volgende.

Onderzoek gegevensdrager

In het kader van het onderzoek naar de betrokkenheid van verdachte en zijn vriendin

[slachtoffer 2] doorzoekt de politie de woning van [slachtoffer 2] te [plaats]. Daar treft de politie onder andere een computer aan. Uit onderzoek aan die computer is het volgende gebleken. Op 29 november 2011 werd een advertentie van een zekere [naam] op de website [website] bezocht, met daarin het telefoonnummer van aangever. Aangever heeft verklaard dat zijn accountnaam op internet [naam] is.

Ook is er op voornoemde datum via de website [website] gezocht op de combinatie van de trefwoorden [trefwoorden]. De internetgeschiedenis van 30 november 2011 en 1 en 2 december 2011 is niet aanwezig. Uit het onderzoek blijkt echter dat wel kan worden vastgesteld dat middels Google Maps is gezocht naar de [adres] te [plaats] en dat deze zoekopdracht voor 2 december 2011 23:37:08 uur heeft plaatsgevonden.

DNA-onderzoek

Bij de doorzoeking van de [adres] te [plaats] treft de politie in de badkamer handschoenen aan. Eén handschoen ligt in de wasmand en een andere in de douchehoek. Deze handschoenen zijn in beslag genomen en door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) onderzocht. De DNA-hoofdprofielen van de bemonsteringen van de buitenzijde van de handschoenen matchen met het DNA-profiel van aangever. De kans dat het profiel van een willekeurig gekozen man matcht met deze afgeleide hoofdprofielen is kleiner dan één op één miljard.

Ook van de binnenzijde van beide handschoenen zijn bemonsteringen genomen. Uit dit onderzoek volgt dat er DNA-mengprofielen zijn verkregen, waarin de DNA-kenmerken zichtbaar zijn van minimaal drie personen. De DNA-profielen van verdachte en aangever matchen met deze DNA-mengprofielen. Dit betekent dat verdachte en aangever donoren kunnen zijn van het celmateriaal in de bemonsteringen.

Onderzoek telecom

Aangever verklaart voorafgaand aan de overval tweemaal telefonisch contact te hebben gehad met de man, die hem in zijn woning heeft overvallen. Uit een onderzoek naar telecomgegevens is gebleken dat het nummer [telefoonnummer], dat in gebruik is bij aangever, op de avond van 2 december 2011 tussen 20:03 uur en 23:34 uur een aantal keren contact heeft met het nummer [telefoonnummer]. Om 20:03 uur belt het telefoonnummer [telefoonnummer] naar het nummer van aangever. Daarbij wordt een mast aangestraald in [plaats]. Uit de telecomgegevens blijkt vervolgens op grond van de aangestraalde masten dat de gebruiker van het nummer [telefoonnummer] zich van [plaats] verplaatst naar [plaats]. Om 23:24 uur straalt de telefoon met het nummer [telefoonnummer] voor het eerst die avond een telefoonmast in [plaats] aan. Ten tijde van de overval worden door dat telefoonnummer de cellid’s [nummer] en [nummer] van Vodafone aangestraald, welke zijn geplaatst op masten in [plaats] en vanuit de woning van aangever kunnen worden aangestraald. Op 3 december 2011, direct na de overval, straalt het telefoonnummer [telefoonnummer] geen masten meer aan.

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat het telefoonnummer [telefoonnummer] van hem is en dat hij de telefoon de bewuste avond bij zich had.

Uit de historische gegevens van het nummer [telefoonnummer] volgt dat dit nummer in de periode tussen 23:27 uur en 01:34 uur 13 keer contact heeft met het nummer [telefoonnummer] Het telefoonnummer [telefoonnummer] staat op naam van [slachtoffer 2]. Deze verklaart bij de politie reeds 11 jaar een relatie met verdachte te hebben en dat zij samen een dochter hebben. Ook verklaart zij dat verdachte vaak in haar woning aan de [adres] te [plaats] verblijft.

Op grond van de uitkomsten van het telecomonderzoek constateert het hof dat met de telefoon van verdachte vanaf 2 december 2011 20.03 uur tot en met 3 december 2011 01:34 uur alleen contacten zijn geweest met [slachtoffer 2] en met aangever.

Verklaring verdachte

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 2 december 2011 ’s avonds met een vriend naar [plaats] is gegaan, alwaar hij op een bankje bij stadsschouwburg [naam schouwburg] op zijn vriend heeft gewacht, die iets in [plaats] moest ophalen. Voor de contacten die zijn telefoon met de telefoon van aangever heeft gehad, geeft verdachte de verklaring dat hij die avond waarschijnlijk zijn telefoon aan deze vriend heeft uitgeleend en dat die vriend mogelijk met aangever heeft gebeld. Wat betreft de telefonische contacten met [slachtoffer 2] verklaart verdachte dat hij zelf die avond contact met [slachtoffer 2] heeft gezocht met het verzoek om hem op te halen omdat er geen treinen meer reden.

Verdachte heeft voorts ter terechtzitting verklaard dat hij in [plaats] regelmatig mensen over de vloer kreeg en dat het goed mogelijk dat zijn vriend in de computer gegevens heeft opgezocht.

Verdachte wil de naam van zijn vriend om hem moverende redenen niet noemen.

Buiten de verklaring van verdachte zijn er in het dossier geen feiten of omstandigheden voorhanden die de lezing van verdachte ook maar op enigerlei wijze ondersteunen. Door het niet willen noemen van de naam van zijn vriend, maakt verdachte het voor het hof onmogelijk om zijn verklaring te controleren. Daarbij overweegt het hof het volgende. Aangever heeft telefonisch contact gehad met de man, die hem in zijn woning heeft overvallen tot vlak voordat deze bij hem in zijn woning kwam. Hij verklaart immers dat hij hem het laatste deel van de route heeft uitgelegd door de telefoon. Gedurende de overval hoort aangever dat de man telefonisch contact zoekt. Aannemelijk is dat dit is gebeurd met dezelfde telefoon als waarmee de man eerder met aangever contact heeft gehad. Aangever verklaart dat hij een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn hoort. Gelet op de uitkomsten van het telecomonderzoek moet dat [slachtoffer 2] zijn geweest. Het is naar het oordeel van het hof uitgesloten dat de zogenaamde vriend, die zich -naar het hof begrijpt- volgens verdachte in de woning van aangever heeft moeten bevinden, met de telefoon van verdachte ook met [slachtoffer 2] heeft gebeld, terwijl verdachte zegt zelf die avond met [slachtoffer 2] te hebben gebeld. Daar komt bij dat verdachte geen verklaring heeft voor het gegeven dat eerder op de avond de telefonische en sms-contacten met enerzijds aangever en anderzijds [slachtoffer 2] elkaar in korte tijd opvolgen en afwisselen.

Daarnaast blijkt uit het dossier dat op de computer van [slachtoffer 2] is gezocht naar gay-sites, contactgegevens en dat er op de computer is gezocht met trefwoorden vuurwerk en zelf gemaakte explosieven. Ook zijn er op de computer You tube-filmpjes bekeken over de effecten van zwaar vuurwerk. [slachtoffer 2] heeft bij de politie verklaard dat in beginsel alleen verdachte, zijzelf en hun dochter gebruik maakten van de onderzochte computer. Wanneer visite gebruik maakte van deze computer, was daar altijd één van hen bij aanwezig.

Onaannemelijk is dat derhalve dat derden met de computer van [slachtoffer 2] hebben gewerkt, zonder dat zij daar gewag van zou hebben gehad. Gelet op het voorgaande acht het hof de verklaring van verdachte dat niet hij maar een vriend deze strafbare feiten zou hebben gepleegd, ongeloofwaardig.

Geen medeplegen

Uit de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van het hof niet dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit samen met een ander heeft gepleegd. Van enige bewuste en nauwe samenwerking met een ander is niet gebleken. Het hof zal verdachte dan ook van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.

Tussenconclusie

Op grond van het hierboven overwogene naar aanleiding van de uitkomsten van het telecomonderzoek, het onderzoek aan de computer en het DNA-onderzoek concludeert het hof dat verdachte de man is die de afspraak met aangever heeft gemaakt en in de avond van 2 december 2011 naar de woning van aangever is gegaan en aangever in zijn woning heeft overvallen.

Verkrachting

Wanneer de politie de woning van aangever betreedt ten behoeve van een forensisch onderzoek naar sporen, zien zij in de kleine slaapkamer van de woning een matras op de grond liggen met daarop een paarse handdoek. Er ligt nog een handdoek in de ruimte met een reep van de paarse handdoek. Verder ziet de politie een buttplug staan op het deurtje van een openstaande klepkast en ziet zij een flesje glijmiddel op het matras liggen.

Zoals hierboven is weergegeven heeft aangever verklaard dat er tegen zijn wil een voorwerp in zijn anus is ingebracht terwijl hij vastgebonden op het matras lag. Hij heeft zijn wil kenbaar gemaakt door zijn spieren aan te spannen, daardoor de verkrachting te bemoeilijken en te zeggen dat hij dit niet wilde. De in de kleine slaapkamer van zijn woning aangetroffen voorwerpen ondersteunen de verklaring van aangever. Het hof acht op grond van het vorenstaande buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat verdachte aangever heeft verkracht. Gelet op de verklaring van aangever dat hij het gevoel herkende als het gevoel van een buttplug, die wordt ingebracht en het aantreffen van de buttplug buiten het kastje waar aangever deze in bewaart, terwijl aangever verklaart dit voorwerp in de kast te bewaren, leidt het hof af dat de verkrachting heeft plaatsgevonden met behulp van een buttplug.

Geen vuurwapen

Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten dat de verdachte bij het plegen van de feiten gebruik heeft gemaakt van een vuurwapen. Het hof zal het gebruik van een vuurwapen derhalve niet bewezen verklaren.

Explosie

Wanneer de politie in de nacht van 2 op 3 december 2011 ter plaatse komt na de melding van een ontploffing op het adres van aangever, ziet zij dat de ruiten van de deur zijn vernield en het kozijn boven het slot ernstig is ontzet en beschadigd. Er zijn inslagen van kleine bolvormige objecten in de deur en het kozijn te zien. Diverse stukken hout, afkomstig van het kozijn en de deur, liggen op de openbare weg. Ook liggen er meerdere metalen of loden bolletjes op de openbare weg. In de woning worden op de vloer tussen de keuken en de woonkamer en in de hal eveneens metalen of loden bolletjes aangetroffen. Diverse splinters van het kozijn liggen in de hal en de woonkamer. Tevens ligt er glas en bloed op de grond.

Uit het explosievenonderzoek van het NFI volgt dat uit de waargenomen schade is af te leiden dat er zich ongeveer 10 centimeter boven de voordeurgreep een explosie van een deflagrerende lading heeft voorgedaan. Gezien de schade aan en bij de voordeur ten opzichte van de stukken karton en kunststof heeft dit materiaal zich dicht tegen de explosieve lading aan bevonden. Het NFI concludeert dat het gebruikte mengsel in de regel makkelijk tot ontsteking is te brengen. Op grond van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat het waarschijnlijk gaat om een oorspronkelijk fabrieksmatig gemaakte constructie, welke vervolgens is gemodificeerd. Door de effecten, die bij een ontploffing van de constructie optreden, ontstaat gevaar voor brandwonden, gehoorschade en doorboring van de huid. De ernst van dit letsel is onder meer afhankelijk van waar iemand door hitte en/of een scherf wordt geraakt, de energie die een scherf op dat moment heeft en de locatie van die persoon ten opzichte van de ontploffing. Bij vrijwel direct contact met de explosieve constructie kan het letsel fataal zijn.

Uit de bovenstaande bewijsmiddelen volgt dat er een explosief tot ontploffing is gebracht vlak boven de voordeurgreep. Het hof leidt uit het explosievenonderzoek af dat het gaat om een geïmproviseerd explosief. Gelet op de verklaring van aangever alsmede zijn letsel kan worden vastgesteld dat hij zich op het moment van ontploffing vlak achter de voordeur bevond. Uit zowel de verklaring van aangever als de uitkomsten van het explosievenonderzoek, leidt het hof af dat verdachte het explosief aan de voordeur heeft bevestigd en heeft ontstoken, waardoor dit explosief tot ontploffing is gebracht.

Het hof acht derhalve feit 4 voor zover het om de ontploffing gaat, wettig en overtuigend bewezen.

Uit het dossier blijkt echter niet dat ten gevolge van deze ontploffing brand is ontstaan, noch dat verdachte los van het tot ontploffing brengen van dit explosief brand heeft gesticht. Het hof zal daarom verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

Poging moord of poging doodslag

Het hof dient vervolgens de vraag te beantwoorden of verdachte met het tot ontploffing laten komen van het explosief het opzet had om aangever [slachtoffer 1] van het leven te beroven.

Gelet op het verbale contact kort voor de explosie tussen verdachte en aangever door de brievenbus van de voordeur, over de sleutelbos, moet verdachte zich bewust zijn geweest van de positie van aangever ten opzichte van het explosief. Desondanks heeft verdachte het explosief tot ontploffing gebracht. Uit het explosievenonderzoek van het NFI volgt dat bij vrijwel direct contact met de explosieve constructie kan het letsel fataal zijn. Uit voornoemde omstandigheden volgt naar het oordeel van het hof dat verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangever door het tot ontploffing gebrachte explosief om het leven zou kunnen komen.

Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of er sprake is van poging moord of doodslag.

Om tot een bewezenverklaring te komen van het primair tenlastegelegde (poging moord) dient vast komen te staan dat verdachte de tijd heeft gehad zich te beraden op het te nemen of genomen besluit, zodat de gelegenheid heeft bestaan over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven.

In het onderhavige situatie heeft verdachte het geïmproviseerde explosief waarmee hij een ontploffing te weeg kon brengen uit [plaats] meegenomen naar [plaats]. Dit explosief was voorzien van loden kogeltjes die bij ontploffing van het explosief voor mogelijk extra schade kunnen zorgen. Daarnaast is er op de computer van [slachtoffer 2] gekeken naar You Tube filmpjes betreffende vuurwerk en de uitwerking hiervan. Hieruit leidt het hof af dat verdachte al voor de overval voornemens was om gebruik te maken van de vlinderbom. Nadat verdachte door aangever buitengesloten was, heeft verdachte de vlinderbom aan de deur(klink) van aangever bevestigd. Tijdens deze handelingen heeft verdachte nog woordelijk en mogelijk zichtbaar (het slachtoffer stond immers achter het matglas in de deur) contact gehad met de aangever. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte gedurende de bevestiging van de vlinderbom en het gesprek met aangever, waarbij hij de wetenschap had dat het slachtoffer zich in de nabijheid van de vlinderbom bevond, gelegenheid gehad om na te denken over de betekenis en gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap kon geven. Nu het handelen van verdachte en het gesprek een zekere tijd -langer dan een aantal seconden- in beslag hebben genomen en enige aanwijzing voor de mogelijkheid dat het handelen van de verdachte het gevolg is geweest van enige ogenblikkelijke gemoedsbeweging ontbreekt acht het hof gelet op vorenstaande feiten en omstandigheden buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat de verdachte heeft gehandeld met voorbedachten rade.

Conclusie met betrekking tot de feiten 1 tot en met 4

Bovenstaande bewijsmiddelen en vaststellingen, in onderlinge samenhang en verband beschouwd, leiden tot de conclusie dat het hof wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte de overval op de woning van aangever in de avond en nacht van 2 op 3 december 2011 heeft gepleegd, waarbij hij gedreigd heeft met geweld, geweld heeft gebruikt en goederen heeft weggenomen, dat hij daarbij tevens aangever heeft verkracht en opzettelijk met voorbedachten rade een explosief tot ontploffing heeft gebracht waardoor de aanmerkelijke kans bestond dat aangever om het leven zou komen, welke kans verdachte door zijn handelen heeft aanvaard.

Feit 5

Verdachte heeft dit feit ontkend.

Op 28 oktober 2010 doet [slachtoffer 2] aangifte van bedreiging. Zij verklaart bij de politie op voornoemde datum ruzie met verdachte te hebben gekregen in haar woning te [plaats] en dat hij haar op een gegeven moment naar het balkon heeft gesleurd en schreeuwde dat hij haar van het balkon ging gooien. De zus van aangeefster ging op haar zitten, waardoor het hem niet lukte om haar op te tillen. Aangeefster verklaart voorts dat verdachte de woning weer binnen ging en terug kwam met een keukenmes met een lemmet van ongeveer 15 centimeter lang. Hij hield het mes boven zijn hoofd in de richting van aangeefster en riep: “Ik maak je dood”.

De aangifte wordt ondersteund door de verklaring van[getuige 1], de zus van aangeefster. Zij verklaart dat zij op die betreffende dag verdachte hoorde schreeuwen dat hij aangeefster van het balkon af wilde gooien. Tevens zag zij dat aangeefster door verdachte naar de rand van de galerij werd getrokken. [getuige 1] is op aangeefster gaan zitten zodat het verdachte niet lukte om aangeefster over de rand te krijgen. [getuige 1] zag dat verdachte vervolgens een keukenmes pakte van ongeveer 10 à 20 centimeter lang. [getuige 1] verklaart dat de woning van aangeefster zich op de zesde etage van een flatgebouw bevindt.

Wanneer de politie ter plaatse komt treft zij daar aan aangeefster, haar zus en de dochter van aangeefster, [getuige 2]. [getuige 2] was bij het handgemeen aanwezig en verklaart tegenover de politie dat verdachte een mes bij zich had en dat hij haar moeder over het balkon wilde gooien.

Verdachte verklaart dat hij op 28 oktober 2010 in de woning van [slachtoffer 2] te [plaats] was toen hij ruzie met haar kreeg. Verdachte verklaart dat hij haar heeft vastgepakt en dat zij op de galerij van de flat terecht kwamen. Ter terechtzitting zowel in eerste aanleg als in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat hij tijdens het handgemeen een mes in zijn handen had.

Het hof maakt uit de bewoordingen en de feitelijke gedragingen die volgen uit de hierboven weergegeven bewijsmiddelen op dat verdachte het opzet had om aangeefster te bedreigen. Gelet op de omstandigheid dat er een handgemeen is ontstaan, waarbij verdachte aangeefster naar de galerij sleurt en roept dat hij haar van het balkon af gaat gooien en haar ook daadwerkelijk probeert op te tillen, terwijl zij zich op de zesde etage bevinden, kon bij aangeefster de redelijke vrees ontstaan dat verdachte daadwerkelijk zijn dreigement zou uitvoeren. Uit de aangifte en de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] volgt dat er sprake was van een zodanig gewelddadige en bedreigende situatie dat het tonen van het keukenmes aan aangeefster door verdachte, waarbij hij roept dat hij haar dood gaat maken, eveneens de vrees bij aangeefster kon doen ontstaan dat zij moest vrezen voor haar leven. Op grond van het bovenstaande in onderling verband en samenhang bezien acht het hof dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Feit 6

Verdachte heeft dit feit bij de politie bekend.

Ten aanzien van feit 6 stelt de verdediging echter dat er sprake is van een onrechtmatige aanhouding. Verdachte werd aangehouden zonder dat er een redelijk vermoeden van schuld aanwezig was. De verdediging stelt dat een dergelijk vormverzuim onherstelbaar is en dat verdachte daardoor in zijn belang is geschaad, waardoor al hetgeen aan bewijs (verklaringen en aantreffen van goederen) is verkregen als gevolg van de onrechtmatige aanhouding van de bewijsvoering moet worden uitgesloten. Derhalve dient vrijspraak voor dit feit te volgen, aldus de verdediging.

Ten aanzien van feit 6 stelt de advocaat-generaal dat het onduidelijk is of er bij de

aanhouding van verdachte voldoende verdenking van schuld was zodat verdachte van dit

feit dient te worden vrijgesproken.

Het hof acht het feit wettig en overtuigend bewezen.

Op 22 april 2011 werden agenten van de politie Amsterdam-Amstelland gebeld door een beveiligingsbeambte, welke werkzaam was bij [winkel] te Amsterdam. Deze deelde de verbalisanten mede dat er twee mensen vermoedelijk voorbereidingen aan het treffen waren voor een winkeldiefstal. Het betrof een man en een vrouw. De man in de paskamer kreeg tot drie keer toe een stapel dure merkkleding aangereikt door de vrouw. De man is daarbij de paskamer niet uitgeweest. Na vijf minuten belde de beveiligingsbeambte wederom naar de agenten en deelde mede dat de twee personen naar de voorzijde van [winkel] liepen. Hierop werden de twee personen, nadat zij [winkel] hadden verlaten zonder te betalen door de agenten aangehouden.

Naar het oordeel van het hof kan op grond van de voornoemde feiten en omstandigheden naar objectieve maatstaven in redelijkheid worden geconcludeerd dat sprake was van een redelijk vermoeden van schuld jegens verdachte aan een strafbaar feit, zodat de aanhouding van verdachte rechtmatige is geweest en kunnen de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte en de aangetroffen goederen voor het bewijs worden gebezigd.

Verdachte heeft de feiten 7, 8 en 9 bekend.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3 primair, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:

hij op of omstreeks 2 december 2011 en/of 3 december 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan de [adres] gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd heeft weggenomen

een laptop (merk HP) en /of

een mobiele telefoon (merk Motorola, type C140) en /of

een geluidsset (merk Bose, type Wave Music System) en /of

een camera (merk Sony, type DSC-P72) en /of

een blikje (met inhoud, te weten: een of meer ( oude ) munt ( en ) en /of

een trouwring (goud/zilver) en /of

een paspoort (op naam van [slachtoffer 1]) en /of

een sleutelbos , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of met het oogmerk om zich en / of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een laptop (merk HP) en/of een mobiele telefoon (merk Motorola, type C140) en/of een geluidsset (merk Bose, type Wave Music System) en/of een camera (merk Sony, type DSC-P72) en/of een blikje (met inhoud, te weten: een of meer (oude) munt(en) en/of een trouwring (goud/zilver) en/of een paspoort (op naam van [slachtoffer 1]) en/of een sleutelbos, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond ( en ) dat hij, verdachte en/of zijn mededader

-die [slachtoffer 1] met een mes en/of een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft /hebben bedreigd, althans aan die [slachtoffer 1] een mes en/of (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en /of -de handen van die [slachtoffer 1] op de rug heeft /hebben vastgebonden en /of

-de benen van die [slachtoffer 1] heeft /hebben vastgebonden en /of

-die [slachtoffer 1] heeft /hebben geblinddoekt en /of

-na het verlaten van voornoemde woning vuurwerk, althans een vlinderbom, in elk geval een (geïmproviseerd) explosief (voorzien van een of meer metalen kogels) heeft /hebbe n bevestigd aan of op de voordeur van voornoemde woning (waarachter dan wel in de onmiddellijke nabijheid waarvan [slachtoffer 1] stond) en /of dit tot ontploffing heeft /hebben gebracht, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel (beschadiging van de schedel en /of hersenletsel) heeft bekomen;


2:

hij op of omstreeks 2 december 2011 en/of 3 december 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Utrecht, door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door bedreiging met geweld en / of een andere feitelijkheid bestaande uit

-het bedreigen van die [slachtoffer 1] met een mes en /of een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans het tonen aan die [slachtoffer 1] van een mes en/of (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend vuurwapen en /of

-het vastbinden van de handen van die [slachtoffer 1] op de rug en /of het vastbinden van de benen van die [slachtoffer 1] en /of

  • -

    het plaatsen van een hand doek over /tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

  • -

    het kapot maken van het ondergoed van die [slachtoffer 1] en/of

  • -

    het uittrekken van de joggingbroek van die [slachtoffer 1],

(het in ieder geval doen ontstaan van een bedreigende situatie) ,

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, bij die [slachtoffer 1] een buttplug , althans een voorwerp , ingebracht in de anus;

3

primair:

hij op of omstreeks 3 december 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk (en met voorbedachten rade) [slachtoffer 1] van het leven te beroven, (met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg), vuurwerk, althans een vlinderbom, in elk geval een (geïmproviseerd) explosief (voorzien van een of meer metalen kogels) heeft bevestigd op of aan de voordeur van een woning aan de [adres] (waarachter dan wel in de onmiddellijke nabijheid waarvan [slachtoffer 1] stond) en tot ontploffing heeft gebracht, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;


4:

hij op of omstreeks 3 december 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Utrecht, opzettelijk brand heeft gesticht althans een ontploffing te weeg heeft gebracht in een perceel gelegen aan de [adres], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk

  • -

    vuurwerk, althans een vlinderbom, in elk geval een (geïmproviseerd) explosief (voorzien van een of meer metalen kogels) bevestigd op of aan de voordeur van de woning gelegen aan voornoemd perceel en /of

  • -

    een of meer (brandende) lucifer(s) en/of een of meer aansteker(s), in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met dit vuurwerk, althans een vlinderbom, in elk geval een (geïmproviseerd) explosief, ten gevolge waarvan een of meer ruit ( en ) van de deur en/ of een (hardhouten) deur en /of het kozijn van voornoemde woning geheel of gedeeltelijk is / zijn verbrand althans beschadigd, in elk geval brand is ontstaan althans een ontploffing teweeg is gebracht,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor (de zich in) voornoemd perceel (bevindende goederen), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en /of levensgevaar voor de zich in de hal van voornoemd perceel en /of de in de directe nabijheid van die deur bevindende [slachtoffer 1], in elk geval levensgevaar voor een ander , te duchten was;

5:
(parketnummer 16/650076-12)

hij op of omstreeks 28 oktober 2010 te [plaats] [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

  • -

    [slachtoffer 2] (bij haar middel) opgetild en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "Ik gooi je van het balkon", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en /of

  • -

    [slachtoffer 2] een mes getoond en /of ( daarbij ) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking ;

6:
(parketnummer 16/124437-11)

hij op of omstreeks 21 april 2011 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in /uit een ( winkel ) pand (perceel Buikslotermeerplein 123) heeft weggenomen een of meer stuk(ken) ( dames ) kleding en /of een portemonnaie (totale waarde circa 487,85 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

7:
(parketnummer 16/650077-12)

hij op of omstreeks 05 april 2011 te [plaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (heren)fiets (merk: Hollandia Cruiser ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;


8:

hij op of omstreeks 17 november 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Zutphen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een pand (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen

  • -

    een trompet en/of

  • -

    een keyboard (merk Technics) en /of

  • -

    een of meer (elektrische) gita (a) r ( en ) (onder meer: merk Blade, type Jazz B en/of merk Washburn en/of merk Yamaha, type Apx) en /of

  • -

    een versterker (merk Beringer, type Pmh 1000) en /of

  • -

    een minidisk (merk Sony/Sharp) en /of

  • -

    vier , althans een of meer microfoon ( s ) (merk Shure, type Pg58) en /of

  • -

    een ( kleine gitaar/zang ) versterker en/of

  • -

    een saxofoon (merk Yamaha) en/of

  • -

    een fluit (merk Gemeinhardt, type 2espse) en/of

  • -

    een of meer hoes/hoezen en/of

  • -

    (een set van) tien, althans een of meer Tibetaanse klankschalen,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ggz Centraal, Veldwijk, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed ( eren ) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak op en/of verbreking van een of meer ruit ( en ) van een (tussen)deur ;

9:

hij op of omstreeks 11 november 2011 te [plaats], althans in het arrondissement Zutphen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een pand (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan Ggz Centraal, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en / of die / dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn / hun bereik te brengen door middel van braak op en/of verbreking van en/of inklimming door een of meer (kelder)deur(en) en/of ra(a)m(en) en/of een kassa(lade), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

  • -

    met een breekijzer, althans een voorwerp, een of meer (kelder) deur (en) en/of ra(a)m(en) opengebroken en

  • -

    de stoppen eruit gedraaid en/ of getracht het alarm uit te schakelen en /of

  • -

    de kassa (lade) opengebroken,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en het feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

verkrachting.

het onder 3 primair en 4 bewezen verklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van

poging tot moord.

en

opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is.

het onder 4 bewezen verklaarde levert tevens op:

opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

het onder 8 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

het onder 9 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Verdachte heeft geweigerd om mee te werken aan het onderzoek van de psycholoog, de psychiater en de milieurapporteur, waardoor er door de deskundigen geen onderbouwde uitspraak kan worden gedaan inzake toerekeningsvatbaar van verdachte met betrekking tot het ten laste gelegde.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 1 tot en met 5 en 7 tot en met 8 tot een gevangenisstraf van 14 jaren met aftrek van het voorarrest.

De verdediging heeft bepleit dat bij een bewezenverklaring van de feiten een gevangenisstraf van 7 tot 8 jaren niet onredelijk is.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woningoverval, waarbij hij goederen heeft weggenomen en het slachtoffer heeft bedreigd met een mes, hem heeft vastgebonden en geblinddoekt en hem anaal heeft verkracht, waarna hij door het bewust tot ontploffing brengen van een explosief heeft geprobeerd het slachtoffer van het leven te beroven. Het slachtoffer heeft aan de handelingen van verdachte zeer ernstig letsel overgehouden. Dat het slachtoffer niet om het leven is gekomen is in het geheel niet aan verdachte te danken. Verdachte heeft buitengewoon ernstige misdrijven gepleegd, waarmee hij de lichamelijke integriteit en het gevoel van veiligheid van het slachtoffer ernstig heeft aangetast, zoals blijkt uit de slachtofferverklaring. Het slachtoffer heeft zeer angstige momenten gekend en ziet zich door toedoen van verdachte zowel fysiek als geestelijk gesteld voor een lange herstelperiode en kan vermoedelijk zijn werkzaamheden zoals die hij had voor de overval niet meer uitoefenen.

Het spreekt voor zich dat een dergelijke gewelddadige overval voor het slachtoffer een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest. Hierbij heeft verdachte kennelijk in het geheel niet stilgestaan en zijn financieel gewin laten prevaleren boven de gevolgen voor het slachtoffer.

Daarnaast heeft verdachte zijn vriendin met de dood bedreigd, twee diefstallen en twee inbraken gepleegd. Ook uit deze door verdachte gepleegde feiten blijkt dat hij het gebruik van geweld niet schuwt en alleen denkt aan zijn eigen (financiële) gewin.

Wat betreft de persoon van de verdachte is gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 27 mei 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een woningoverval.

De feiten worden verdachte dan zwaar aangerekend. Gezien de ernst van het feit komt geen andere straf in aanmerking dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Alhoewel het hof meer bewezen acht dan de advocaat-generaal acht het hof voor afdoening van de bewezenverklaarde feiten een gevangenisstraf voor de duur van veertien jaren passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.989,98. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1, 2, 3 primair en 4 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Door of namens verdachte is de vordering inhoudelijk niet betwist. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Het beslag

Het hof zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbende, aangezien de voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 55, 57, 157, 242, 285, 289, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 primair, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 primair, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan rechthebbenden van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- identiteitsbewijs; - creditcard..

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1, 2, 3 primair, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 bewezen verklaarde tot het bedrag van

€ 5.989,89 (vijfduizend negenhonderdnegenentachtig euro en negenentachtig cent) bestaande uit € 989,89 (negenhonderdnegenentachtig euro en negenentachtig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 5.989,89 (vijfduizend negenhonderdnegenentachtig euro en negenentachtig cent) bestaande uit € 989,89 (negenhonderdnegenentachtig euro en negenentachtig cent) materiële schade en

€ 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 64 (vierenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr J.H.C. van Ginhoven, voorzitter,

mr R.W. van Zuijlen en mr P. van Kesteren, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr G.W. Jansink, griffier,

en op 27 juni 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.