Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:4595

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-06-2013
Datum publicatie
02-07-2013
Zaaknummer
KS 24-001933-11 260613
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wet- en regelgeving:

Wet op de economische delicten

art. 17 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

art. 40, lid 1, Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's (hierna te noemen: De Regeling)

Tot 1 januari 2009 betekende het verbod zoals dat in het toenmalige artikel 29 van de Regeling was neergelegd dat door en met het aanvoeren van een (nieuw) rund op een bedrijf de 21 dagen quarantainemaatregel (opnieuw) ging gelden voor alle daar aanwezige runderen, dus ook voor de runderen die al ten minste 21 dagen op het bedrijf hadden verbleven.

Gezien de, op zichzelf beschouwd niet voor enige andere uitleg vatbare, tekst van artikel 40, eerste lid, van de Regeling, zoals deze luidt sinds 1 januari 2009 en voor zover hier van belang, stelt het hof vast dat de regelgever de 21 dagen quarantainemaatregel in zoverre heeft gewijzigd, dat deze maatregel sedert 1 januari 2009 voor ieder aangevoerd rund afzonderlijk geldt en dat deze niet (opnieuw) gaat gelden voor reeds op het bedrijf aanwezige runderen als een (nieuw) rund wordt aangevoerd op het bedrijf. Dat de toelichting bij de wijziging van de Regeling (Stcrt. 2008, nr. 190) in zoverre onvoldoende duidelijk, dan wel onvolledig is, doet hier niet aan af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 24-001933-11

Uitspraak d.d.: 26 juni 2013

VERSTEK

Verkort arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 12 september 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1952],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 juni 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 9 maart 2010 te Kollumerpomp, gemeente Kollumerland Ca als houder van een of meer dieren, te weten vier, althans één of meer runderen, aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers had(den) dat/die dier(en) niet de beschikking over een droge ligplaats;

2:
hij in of omstreeks de periode van 15 oktober 2009 tot en met 21 januari 2010 te Kollumerpomp, gemeente Kollumerland Ca, al dan niet opzettelijk, evenhoevigen, te weten drie, althans één of meer runderen, bijeen heeft gebracht op een bedrijf en/of plaats, gelegen op of nabij het perceel [adres]als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's, terwijl die evenhoevigen niet ten minste 21 dagen op het bedrijf en/of de plaats hadden verbleven alvorens zij werden afgevoerd, immers heeft verdachte, toen aldaar,

- een rund (met identificatiecode NL [nummer]) welke werd aangevoerd op

22 oktober 2009 weer afgevoerd op 26 oktober 2009 en/of

- een rund (met identificatiecode NL [nummer]) welke werd aangevoerd op

15 oktober 2009 weer afgevoerd op 29 oktober 2009 en/of

- een rund (met identificatiecode NL [nummer]) welke werd aangevoerd op

14 januari 2010 weer afgevoerd op 21 januari 2010.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij op 9 maart 2010 te Kollumerpomp, gemeente Kollumerland Ca als houder van dieren, te weten vier runderen, aan die dieren de nodige verzorging heeft onthouden, immers hadden die dieren niet de beschikking over een droge ligplaats;

2:
hij in de periode van 15 oktober 2009 tot en met 21 januari 2010 te Kollumerpomp, gemeente Kollumerland Ca, opzettelijk, evenhoevigen, te weten drie runderen, bijeen heeft gebracht op een bedrijf, gelegen op of nabij het perceel Wester Nieuwkruisland 4 als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's, terwijl die evenhoevigen niet ten minste 21 dagen op het bedrijf hadden verbleven alvorens zij werden afgevoerd, immers heeft verdachte, toen aldaar

- een rund (met identificatiecode NL [nummer]) welke werd aangevoerd op

22 oktober 2009 weer afgevoerd op 26 oktober 2009 en

- een rund (met identificatiecode NL [nummer]) welke werd aangevoerd op

15 oktober 2009 weer afgevoerd op 29 oktober 2009 en

- een rund (met identificatiecode NL [nummer]) welke werd aangevoerd op

14 januari 2010 weer afgevoerd op 21 januari 2010.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Ten aanzien van de strafbaarheid van de onder 2 bewezen verklaarde feiten overweegt het hof het volgende.

Met ingang van 1 januari 2009 is de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's (hierna te noemen: de Regeling) gewijzigd. Onderdeel van deze wijziging waren de regels met betrekking tot het bijeenbrengen en het vervoer van evenhoevigen. Onder evenhoevigen worden ingevolge artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Regeling, verstaan: varkens, runderen, schapen, geiten of herten.

Tot 1 januari 2009 luidde artikel 29, eerste lid, van de Regeling: Het is verboden runderen afkomstig van verschillende plaatsen op een bedrijf of andere plaats voor een kortere periode dan 21 dagen te verzamelen.

In artikel 40, eerste lid, van de Regeling, zoals deze luidt na de wijziging hiervan met ingang van 1 januari 2009, is bepaald dat, indien evenhoevigen, met uitzondering van varkens, bijeen worden gebracht op een bedrijf of plaats, als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling, die evenhoevigen [cursivering: hof] ten minste 21 dagen op het bedrijf of de plaats verblijven alvorens zij worden afgevoerd.

In de toelichting, behorende bij de wijziging van de Regeling (Staatscourant 2008, nr. 190), is gesteld dat de aanleiding van de onderhavige wijziging is gelegen in de herziening van het preventiebeleid voor evenhoevigen. Volgens de toelichting bestaan de preventiemaatregelen voor herkauwers uit 2 pijlers: de 21 dagen quarantainemaatregel en de regel dat het verzamelen van herkauwers alleen is toegestaan voor zover het slachtdieren, nuchtere kalveren en exportvee betreft. Onder het kopje "Primaire bedrijven" is, voor zover hier van belang, gesteld dat de 21 dagen quarantainemaatregel voor primaire bedrijven waar evenhoevigen worden gehouden is afgeschaft voor bedrijven waar runderen worden gehouden en dat met het vervallen van de 21 dagen quarantainemaatregel voor rundveehouderijen tevens een aantal registratieverplichtingen vervalt.

In het "Overzicht nieuwe wet- en regelgeving LNV per 1 januari 2009", gepubliceerd in Nieuwsbericht 29-12-2008 en op de - voor een ieder toegankelijke - website van de rijksoverheid (http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/persberichten/ 2008/12/29/overzicht-nieuwe-wet-en-regelgeving-lnv-per-1-januari-2009.html) is onder het kopje "Wijziging preventieregeling" onder andere vermeld, zakelijk weergegeven, dat de

21

dagenregeling, een quarantainemaatregel die voorschrijft dat na het aanvoeren van herkauwers ook de al aanwezige dieren drie weken niet mogen worden afgevoerd, komt te vervallen.

Tot 1 januari 2009 betekende het verbod zoals dat in het toenmalige artikel 29 van de Regeling was neergelegd dat door en met het aanvoeren van een (nieuw) rund op een bedrijf de 21 dagen quarantainemaatregel (opnieuw) ging gelden voor alle daar aanwezige runderen, dus ook voor de runderen die al ten minste 21 dagen op het bedrijf hadden verbleven.

Gezien de, op zichzelf beschouwd niet voor enige andere uitleg vatbare, tekst van artikel 40, eerste lid, van de Regeling, zoals deze luidt sinds 1 januari 2009 en voor zover hier van belang, stelt het hof vast dat de regelgever de 21 dagen quarantainemaatregel in zoverre heeft gewijzigd, dat deze maatregel sindsdien voor ieder aangevoerd rund afzonderlijk geldt en dat deze niet (opnieuw) gaat gelden voor reeds op het bedrijf aanwezige runderen als een (nieuw) rund wordt aangevoerd op het bedrijf. Dat de toelichting bij de wijziging van de Regeling in zoverre onvoldoende duidelijk, dan wel onvolledig is, doet hier niet aan af.

Dit betekent dat de in de bewezenverklaring omschreven runderen ten minste 21 dagen op het bedrijf van verdachte dienden te verblijven, alvorens zij mochten worden afgevoerd.

Gelet op het bovenstaande concludeert het hof dat het onder 2 bewezen verklaarde oplevert:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 17 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar ter zake van de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten, aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte ter zake daarvan niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 9 maart 2010 aan vier runderen de nodige verzorging onthouden door deze dieren niet de beschikking te geven over een droge ligplaats.

Daarnaast heeft verdachte in de periode van 15 oktober 2009 tot en met 21 januari 2010 opzettelijk drie runderen op zijn bedrijf bijeengebracht, terwijl deze runderen, voordat zij vervolgens van dat bedrijf zijn afgevoerd, daar niet ten minste 21 dagen hebben verbleven. Verdachte heeft hiermee de regelgeving, die strekt ter bescherming tegen uitbraken van besmettelijke dierziekten, niet nageleefd.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 april 2013 blijkt dat verdachte vóór het plegen van de bewezen verklaarde feiten meermalen ter zake van het plegen van (economische) strafbare feiten, waaronder meermalen ter zake van overtreding van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, onherroepelijk tot straffen is veroordeeld. Deze straffen hebben verdachte er niet van weerhouden de hiervoor bewezen verklaarde feiten te begaan.

Op grond van het vorenstaande is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat niet (meer) kan worden volstaan met het opleggen van een andere straf dan een gevangenisstraf.

Voor wat betreft de duur en de vorm van de op te leggen gevangenisstraf heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan blijkt uit het omtrent verdachte door de Reclassering Nederland uitgebrachte reclasseringadvies

d.d. 6 maart 2013. Uit dat rapport blijkt dat verdachte, thans 61 jaar oud, al geruime tijd is opgenomen in een psychiatrische kliniek vanwege ernstige depressieve klachten en dat er inmiddels sprake is van een licht herstel. Geadviseerd wordt verdachte een voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van (onder meer) reclasseringstoezicht.

Al het vorenstaande in aanmerking nemende, oordeelt het hof dat aan verdachte - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, zal worden opgelegd.

Nu gebleken is dat verdachte al geruime tijd is opgenomen in een psychiatrische kliniek en aldaar een behandeling ondergaat, ziet het hof thans geen aanleiding voor het opleggen van de - tevens door de reclassering geadviseerde en door de advocaat-generaal gevorderde - bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht noch in het opleggen van enige andere bijzondere voorwaarde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, de artikelen 17, 37 en 122 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en artikel 40 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van

2 (

twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. W.M. van Schuijlenburg, raadsheer, voorzitter,

mr. O. Anjewierden, senior raadsheer, en mr. E. de Witt, raadsheer,

in tegenwoordigheid van G.A. Boersma, griffier,

en op 26 juni 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. O. Anjewierden is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.