Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:4498

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-06-2013
Datum publicatie
11-07-2013
Zaaknummer
KS 21-002298-13 21-06-2013
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Internetoplichting.

Verdachte heeft:

- via internet goederen te koop aangeboden;

- geïnteresseerde kopers een rekeningnummer op naam van een ander opgegeven voor betaling van de koopprijs

- de koopprijs geïncasseerd

- de goederen niet geleverd

- nimmer de bedoeling gehad te leveren.

Dit is, onder andere, oplichting door het aannemen van een valse hoedanigheid, namelijk die van betrouwbare verkoper.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002298-13

Uitspraak d.d.: 21 juni 2013

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 28 december 2012 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1988],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Noord - De Grittenborgh te Hoogeveen.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof

van 7 juni 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. M.G. Doornbos, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1:
hij in of omstreeks de periode van 6 juli 2011 tot en met 30 juli 2011 te [plaats1] en/of te [plaats2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, immers heeft verdachte en/of diens medeverdachte(n) met bovenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    via het internet een goed, te weten een HF-Lineair, te koop aangeboden en toen die [benadeelde1] aangaf dat goed te willen kopen, die [benadeelde1] gevraagd (een deel van) de betaling over te maken ten name van [naam1] (op rekeningnummer [rekeningnummer] welke op naam staat van [verdachte]) en/of

  • -

    zich (in ieder geval) tegenover die [benadeelde1] voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed

  • -

    terwijl verdachte en/of diens medeverdachte(n) niet in het bezit was/waren van dat goed, waardoor die [benadeelde1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2:
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 24 augustus 2011 te [plaats3], gemeente [gemeente1] en/of te [plaats2], althans in de gemeente [gemeente2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, immers heeft verdachte en/of diens medeverdacht(n) met bovenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    via het internet een goed, te weten een Iphone 3g, te koop aangeboden en toen die [slachtoffer] aangaf dat goed te willen kopen, die [slachtoffer] gevraagd (een deel van) de betaling over te maken ten name van [naam2] (op rekeningnummer [rekeningnummer], welke op naam staat van [verdachte]) en/of

  • -

    zich (in ieder geval) tegenover die [slachtoffer] voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed

  • -

    terwijl verdachte en/of diens medeverdachte(n) niet in het bezit was/waren van dat goed, waardoor die [slachtoffer] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;


3:
hij in of omstreeks de periode van 25 juni 2011 tot en met 17 juli 2011 te [plaats4] en/of te [plaats2], althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, immers heeft verdachte en/of diens medeverdachte(n) met bovenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    via het internet een goed, te weten een Apple Iphone 3G, te koop aangeboden en toen die [benadeelde2] aangaf dat goed te willen kopen, die [benadeelde2] gevraagd (een deel van) de betaling over te maken ten name van [naam3] (op rekeningnummer [rekeningnummer] welke op naam staat van [rekeninghouder1]) en/of

  • -

    zich (in ieder geval) tegenover die [benadeelde2] voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed

  • -

    terwijl verdachte en/of diens medeverdachte(n) niet in het bezit was/waren van dat goed, waardoor die [benadeelde2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4:
hij in of omstreeks de periode van 19 juni 2011 tot en met 4 augustus 2011 te [plaats5] en/of te [plaats2], althans in de gemeente [gemeente2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde3] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, immers heeft verdachte en/of diens medeverdachte(n) met bovenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    via het internet een goed, te weten een Blackberry 9780 bold white, te koop aangeboden en toen die [benadeelde3] aangaf dat goed te willen kopen, die [benadeelde3] gevraagd (een deel van) de betaling over te maken ten name van [naam4] (op rekeningnummer [rekeningnummer] welke op naam staat van [rekeninghouder1]) en/of

  • -

    zich (in ieder geval) tegenover die [benadeelde3] voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed

  • -

    terwijl verdachte en/of diens medeverdachte(n) niet in het bezit was/waren van dat goed, waardoor die [benadeelde3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde overweegt het hof dat verdachtes betrokkenheid bij dit feit niet voldoende vast is komen te staan. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van dit feit.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij in de periode van 6 juli 2011 tot en met 30 juli 2011 te [plaats1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, immers heeft verdachte met bovenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en in strijd met de waarheid

  • -

    via het internet een goed, te weten een HF-Lineair, te koop aangeboden en toen die [benadeelde1] aangaf dat goed te willen kopen, die [benadeelde1] gevraagd (een deel van) de betaling over te maken ten name van [naam1] (op rekeningnummer [rekeningnummer] welke op naam staat van [verdachte]) en

  • -

    zich tegenover die [benadeelde1] voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed

  • -

    terwijl verdachte en diens medeverdachte(n) niet in het bezit was/waren van dat goed, waardoor die [benadeelde1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2:
hij in de periode van 1 maart 2011 tot en met 24 augustus 2011 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, immers heeft verdachte met bovenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en in strijd met de waarheid

  • -

    via het internet een goed, te weten een Iphone 3g, te koop aangeboden en toen die [slachtoffer] aangaf dat goed te willen kopen, die [slachtoffer] gevraagd de betaling over te maken ten name van [naam2] (op rekeningnummer [rekeningnummer], welke op naam staat van [verdachte]) en

  • -

    zich tegenover die [slachtoffer] voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed

  • -

    terwijl verdachte en diens medeverdachte(n) niet in het bezit was/waren van dat goed, waardoor die [slachtoffer] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;


3:
hij in de periode van 25 juni 2011 tot en met 17 juli 2011 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, immers heeft verdachte en/of diens medeverdachte(n) met bovenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en in strijd met de waarheid

  • -

    via het internet een goed, te weten een Apple Iphone 3G, te koop aangeboden en toen die [benadeelde2] aangaf dat goed te willen kopen, die [benadeelde2] gevraagd de betaling over te maken ten name van [naam3] (op rekeningnummer [rekeningnummer] welke op naam staat van [rekeninghouder1]) en

  • -

    zich tegenover die [benadeelde2] voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed

  • -

    terwijl verdachte en diens medeverdachte(n) niet in het bezit was/waren van dat goed, waardoor die [benadeelde2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde levert telkens op:

medeplegen van oplichting.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte zich heeft met een ander dan wel anderen driemaal schuldig gemaakt aan oplichting via internet. Hij bood telkens onder een valse naam en hoedanigheid goederen aan en kwam - nadat hij met betrekking tot deze goederen met de aangevers een verkoopovereenkomst had gesloten en nadat de aangevers geld hadden overgeboekt - de afspraak om de goederen te leveren niet na. Hiermee hebben verdachte en zijn mededader(s) welbewust anderen benadeeld, kennelijk met geen ander doel dan hun eigen geldelijk gewin. Aldus heeft verdachte het vertrouwen van de aangevers beschaamd en - meer in het algemeen - het vertrouwen aangetast dat personen, dan wel bedrijven, in elkaar moeten en kunnen hebben als ze onderling zaken met elkaar doen via internet.

Het hof heeft bij de bepaling van de straf acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 april 2013. Hieruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens misdrijven, waaronder meerdere veroordelingen wegens vermogensdelicten.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd, een passende en noodzakelijke bestraffing is.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 50,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, een en ander zodanig, dat indien dit bedrag door een of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 130,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, een en ander zodanig, dat indien dit bedrag door een of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 186,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 4 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 50,00 (vijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde1], een bedrag te betalen van € 50,00 (vijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde2] ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 130,00 (honderddertig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde2], een bedrag te betalen van € 130,00 (honderddertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde3]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde3] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door

mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter,

mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg en mr F.W.J. den Ottolander, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers, griffier,

en op 21 juni 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mrs. J.A.A.M. van Veen en F.W.J. den Ottolander zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.