Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:4093

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-06-2013
Datum publicatie
10-07-2013
Zaaknummer
KS 24-001315-12 07-06-2013
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Internetoplichting.

Verdachte heeft:

- een advertentie geplaatst op www.marktplaats.nl;

- daarin goederen te koop aangeboden;

- aan geïnteresseerde kopers een rekeningnummer opgegeven

- de koopprijs geïncasseerd

- de goederen niet geleverd

- nimmer de bedoeling gehad te leveren.

Dit is oplichting door het aannemen van een valse hoedanigheid, namelijk die van betrouwbare verkoper.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 24-001315-12

Uitspraak d.d.: 7 juni 2013

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 23 mei 2012 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-651031-10 en 18-650900-11, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1969],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 24 mei 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling wegens het in beide zaken (parketnummers 18-651031-10 en 18-650900-11) ten laste gelegde tot – meewegend de ad informandum gevoegde feiten – een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met bijzondere voorwaarden, en tot een taakstraf voor de duur van honderdvijftig uren, subsidiair vijfenzeventig dagen hechtenis. Tevens is gevorderd toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. L.S. Slinkman, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 18-651031-10:

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 29 december 2009 tot en met 14 september 2010, in de gemeente [gemeente], in elk geval in het arrondissement Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer1] en/of [benadeelde1] en/of [benadeelde2] en/of [benadeelde3] en/of [benadeelde4] en/of [benadeelde5] en/of [benadeelde6] en/of [benadeelde7] en/of [benadeelde8] en/of [benadeelde9] en/of [benadeelde10] en/of [benadeelde11] en/of [benadeelde12] en/of [benadeelde13] en/of [benadeelde14] en/of [benadeelde15] en/of [benadeelde16] en/of [slachtoffer2] en/of [benadeelde17] en/of [benadeelde18] heeft bewogen tot de afgifte van geld, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid op de internetsite www.marktplaats.nl een of meer advertentie(s) geplaatst waarin (een) goed(eren), zoals onder meer een laptop en/of een Nokia en/of een I-phone en/of een Blackberry en/of een Nintendo ds en/of een koffer met 10 microfoons en/of een gouden tientje en/of een 100-guldenmunt, althans een goed te koop werd(en) aangeboden en/of met voornoemde perso(o)n(en) een prijs voor de aankoop van genoemd(e) goed(eren) overeengekomen en/of voornoemd(e)perso(o)n(en), verdachtes rekeningnummer of een rekeningnummer toebehorend aan een ander dan verdachte en/of zijn mededader gegeven waarop het overeengekomen geldbedrag overgemaakt diende te worden en zich (aldus) (telkens) onder meer voorgedaan als een betrouwbaar verkoper en, nadat het voor genoemd(e) goed(eren) gevraagde geldbedrag was overgemaakt naar voornoemde rekening, die/dat te koop aangeboden goed(eren) (telkens) niet heeft afgeleverd en/of opgestuurd aan/naar voornoemde perso(o)n(en), waardoor die perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed;

Zaak met parketnummer 18-650900-11 (gevoegd):

hij op of omstreeks 21 februari 2011, in de gemeente [gemeente], [benadeelde19] en/of[benadeelde20] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde19] en/of[benadeelde20] middels een of meer e-mailberichten, welke berichten door die [benadeelde19] en/of[benadeelde20] zijn ontvangen en gelezen, dreigend de woorden toegevoegd : "....wanneer [benadeelde19] hem nog 1x aanspreekt of wat dan ook ik hem even pak ik kom met 10 man als moet onthou dat goed" en/of ".....zal ik zelf even met [benadeelde19] regelen en dan ist te laat wat ik zaag zijn kop in stukken met ketting zaag vraag maar na op politiebureau wie ik ben ik heb schijt aan hem laat hij goed om zich heen kijken vinden doen we hem al moet ik er 1500 euro voor betalen en u moet helemaal ophouden om alles te kletesen want dan gooi ik er een monovcotail tegen aan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Indien in de tenlastelegging, daar waar niet geciteerd wordt, taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 en in de zaak met parketnummer 18-650900-11 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 18-651031-10:

hij meermalen in de periode van 29 december 2009 tot en met 14 september 2010, in de gemeente [gemeente], telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer1] en [benadeelde1] en [benadeelde2] en [benadeelde3] en [benadeelde4] en [benadeelde5] en [benadeelde6] en [benadeelde7] en [benadeelde8] en [benadeelde9] en [benadeelde10] en [benadeelde11] en [benadeelde12] en [benadeelde13] en [benadeelde14] en [benadeelde15] en [benadeelde16] en [slachtoffer2] en [benadeelde17] en [benadeelde18] heeft bewogen tot de afgifte van geld, hebbende verdachte toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk op de internetsite www.marktplaats.nl advertenties geplaatst waarin goederen, zoals onder meer een laptop en een Nokia en een I-phone en een Blackberry en een Nintendo ds en een koffer met 10 microfoons en een gouden tientje en een 100-guldenmunt, te koop werden aangeboden en met voornoemde personen een prijs voor de aankoop van genoemde goederen overeengekomen en voornoemde personen, verdachtes rekeningnummer of een rekeningnummer toebehorend aan een ander dan verdachte gegeven waarop het overeengekomen geldbedrag overgemaakt diende te worden en zich aldus telkens onder meer voorgedaan als een betrouwbaar verkoper en, nadat het voor genoemde goederen gevraagde geldbedrag was overgemaakt naar voornoemde rekening, die te koop aangeboden goederen telkens niet heeft afgeleverd en opgestuurd naar voornoemde personen, waardoor die personen telkens werden bewogen tot afgifte van een geldbedrag;

Zaak met parketnummer 18-650900-11:

hij op 21 februari 2011, in de gemeente [gemeente], [benadeelde19] en[benadeelde20] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde19] en[benadeelde20] middels e-mailberichten, welke berichten door die [benadeelde19] en[benadeelde20] zijn ontvangen en gelezen, dreigend de woorden toegevoegd : "....wanneer [benadeelde19] hem nog 1x aanspreekt of wat dan ook ik hem even pak ik kom met 10 man als moet onthou dat goed" en/of ".....zal ik zelf even met [benadeelde19] regelen en dan ist te laat wat ik zaag zijn kop in stukken met ketting zaag vraag maar na op politiebureau wie ik ben ik heb schijt aan hem laat hij goed om zich heen kijken vinden doen we hem al moet ik er 1500 euro voor betalen en u moet helemaal ophouden om alles te kletesen want dan gooi ik er een monovcotail tegen aan".

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde levert op:

oplichting, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 18-650900-11 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting via de website marktplaats.nl. Hij bood telkens goederen aan zonder de bedoeling om die ook daadwerkelijk te leveren en kwam – nadat hij deze goederen aan de aangevers had verkocht en deze aangevers geld hadden overgeboekt – de afspraak om de goederen toe te zenden ook niet na. Hiermee heeft verdachte welbewust anderen benadeeld, kennelijk met geen ander doel dan geldelijk gewin.

Aldus heeft verdachte het vertrouwen van de aangevers beschaamd en – meer in het algemeen – het vertrouwen in het normale handelsverkeer aangetast. Dit doet zich in het bijzonder gevoelen bij handel via internetsites zoals marktplaats.nl waarbij het alleszins gebruikelijk is om voorafgaand aan de levering van goederen betalingen daarvoor te verrichten. Mede in aanmerking genomen dat deze wijze van oplichting zeer eenvoudig te bewerkstelligen is verdient verdachte ook uit een oogpunt van generale preventie een straf.

Daarnaast heeft verdachte zich door middel van e-mailberichten schuldig gemaakt aan bedreiging van [benadeelde19] en[benadeelde20] met enig misdrijf tegen hun leven gericht. Door aldus te handelen heeft verdachte gevoelens van angst en onveiligheid bij de aangevers teweeggebracht.

Voorts heeft het hof acht geslagen op de in de dagvaarding als ad informandum gevoegde strafbare feiten, te weten uitkeringsfraude in de periode van 1 september 2009 tot en met 30 september 2010 te [plaats2] (parketnummer 650823-11), oplichting op 3 februari 2011 te [plaats2] (parketnummer 650903-11), valsheid in geschrifte op 25 januari 2011 te [plaats2] (parketnummer 650901-11) en bedreiging op 25 januari 2011 te [plaats2] (parketnummer 650901-11). Deze feiten zijn meegewogen in de na te melden straf en dienen thans als afgedaan te worden beschouwd.

Het hof heeft rekening gehouden met het de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 14 maart 2013, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor dergelijke strafbare feiten.

In het voordeel van verdachte laat het hof meewegen dat verdachte er ter terechtzitting van het hof blijk van heeft gegeven de onjuistheid van zijn handelen in te zien. Gebleken is dat de motieven van verdachte grotendeels waren ingegeven door de financiële problemen waar zijn gezin zich in bevond. Hij heeft zich inmiddels onder beschermingsbewind laten stellen om deze problemen aan te pakken zonder daarbij strafbare feiten te plegen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat oplegging van hierna te vermelden straf passend en geboden is.

Vordering van de benadeelde partijen

De vorderingen van de benadeelde partijen die zich in eerste aanleg in het strafproces hebben gevoegd zijn bij het vonnis waarvan beroep door de rechter integraal toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partijen als gevolg van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 en de zaak met parketnummer 650900-11 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade hebben geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vorderingen zullen worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 285 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 en in de zaak met parketnummer 18-650900-11 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 en in de zaak met parketnummer 18-650900-11 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is zich, binnen zeven dagen volgend op het onherroepelijk worden van dit arrest, gedurende de volledige proeftijd zo frequent als de reclassering Leger des Heils nodig acht, te melden bij de reclassering Leger des Heils, Damsterdiep 271 te Groningen, waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van deze voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de volledige proeftijd, zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering Leger des Heils, ook indien dat inhoudt dat veroordeelde, indien en voor zover de reclassering Leger des Heils of soortgelijke instelling zulks nodig oordeelt, zich onder behandeling zal stellen bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord-Nederland of een soortgelijke instelling dan wel een COVA-training volgt op de tijden en plaatsen als door of namens de instelling vast te stellen, waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van deze voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 90,00 (negentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde1], een bedrag te betalen van € 90,00 (negentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 195,00 (honderdvijfennegentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde2], een bedrag te betalen van € 195,00 (honderdvijfennegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde11]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde11] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 110,00 (honderdtien euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde11], een bedrag te betalen van € 110,00 (honderdtien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde7]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde7] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 156,75 (honderdzesenvijftig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde7], een bedrag te betalen van € 156,75 (honderdzesenvijftig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde5] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 700,00 (zevenhonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde5], een bedrag te betalen van € 700,00 (zevenhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 14 (veertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde10]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde10] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 207,09 (tweehonderdzeven euro en negen cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde10], een bedrag te betalen van € 207,09 (tweehonderdzeven euro en negen cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde14]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde14] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 95,00 (vijfennegentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde14], een bedrag te betalen van € 95,00 (vijfennegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde17]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde17] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 800,00 (achthonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde17], een bedrag te betalen van € 800,00 (achthonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 (zestien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde15]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde15] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 139,69 (honderdnegenendertig euro en negenenzestig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde15], een bedrag te betalen van € 139,69 (honderdnegenendertig euro en negenenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde18]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde18] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 360,00 (driehonderdzestig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde18], een bedrag te betalen van € 360,00 (driehonderdzestig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde8] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 175,00 (honderdvijfenzeventig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde8], een bedrag te betalen van € 175,00 (honderdvijfenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 120,00 (honderdtwintig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde4], een bedrag te betalen van € 120,00 (honderdtwintig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde16]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde16] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 315,00 (driehonderdvijftien euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde16], een bedrag te betalen van € 315,00 (driehonderdvijftien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde6] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 181,75 (honderdeenentachtig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde6], een bedrag te betalen van € 181,75 (honderdeenentachtig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 200,00 (tweehonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde3], een bedrag te betalen van € 200,00 (tweehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde13]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde13] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 110,00 (honderdtien euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de

verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde13], een bedrag te betalen van € 110,00 (honderdtien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde9]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde9] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 106,75 (honderdzes euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde9], een bedrag te betalen van € 106,75 (honderdzes euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde12]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde12] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-651031-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 121,61 (honderdeenentwintig euro en eenenzestig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde12], een bedrag te betalen van € 121,61 (honderdeenentwintig euro en eenenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij[benadeelde20]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij[benadeelde20] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-650900-11 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 200,00 (tweehonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd[benadeelde20], een bedrag te betalen van € 200,00 (tweehonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde19]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde19] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-650900-11 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 200,00 (tweehonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde19], een bedrag te betalen van € 200,00 (tweehonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte telkens heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee telkens zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

vervallen.

Aldus gewezen door

mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter,

mr. P.W.J. Sekeris en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van L.J. Vermeulen, griffier,

en op 7 juni 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.A. Wiarda is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.