Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:10104

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
13-01-2014
Zaaknummer
200.111.603-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ouderschapsonderzoek. Eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend. Felle strijd tussen de ouders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking d.d. 24 december 2013

Zaaknummer 200.111.603

HET GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

Locatie Leeuwarden

Beschikking in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M. Helmantel, kantoorhoudende te Veendam,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. M. Elderhuis, kantoorhoudende te Winschoten.

Het hof heeft op 10 januari 2013 een tussenbeschikking gegeven, welke inhoud als hier herhaald en ingelast geldt.

Het verdere procesverloop

Het hof heeft kennis genomen van de nadien binnengekomen stukken, waaronder een deskundigenbericht van [deskundige], binnengekomen bij de griffie van het hof op 3 september 2013 en een tweetal journaalberichten met bijlagen van

mr. Elderhuis, binnengekomen bij de griffie van het hof op 15 november 2013 en 18 november 2013.

De zaak is ter zitting van 25 november 2013 opnieuw behandeld. Verschenen zijn de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en de vader, eveneens bijgestaan door zijn advocaat.

De beoordeling

Het gezag

1.

Het hof heeft bij voornoemde tussenbeschikking van 10 januari 2013 de beslissing op het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag te belasten, aangehouden en een ouderschapsonderzoek gelast. [deskundige] is door het hof als deskundige benoemd.

2.

De deskundige diende het hof op 10 juli 2013 te rapporteren en te adviseren. Op verzoek van de deskundige is uitstel verleend tot 10 september 2013. Het deskundigenbericht is op 3 september 2013 binnengekomen bij de griffie van het hof.

3.

De deskundige heeft - aan de hand van de vragen van het hof - geconcludeerd:

“De dynamiek tussen de ouders wordt gekenmerkt door negatieve wederkerigheid, de dramadriehoek en ‘psychologisch spel’, zoals vermeld in hoofdstuk 4.3. Zij zijn daarmee in de vierde fase van de escalatieladder beland, die van vijandschap, waarbij alleen nog slechte bedoelingen verondersteld worden, er geen vertrouwen of respect meer mogelijk is en men nog liever samen de afgrond in gaat dan overstappen op andere overtuigingen en strategieën.

Deze omgang tussen de ouders bleek tijdens de duur van het onderzoek niet voor verbetering vatbaar. Zij hebben aangegeven wel te willen werken aan stapsgewijs realiseren van omgang tussen vader en de kinderen. Daarom is in gezamenlijk overleg besloten om ‘schotten’ aan te brengen, teneinde in ieder geval de omgang tussen vader en de kinderen op te kunnen starten en te onderzoeken hoe dit verloopt en wat het effect is op de kinderen.

(…)

Ouders blijken niet in staat tot een communicatie die minimaal nodig is voor het uitoefenen van ouderlijk gezag. Het nadeel van gezamenlijk ouderlijk gezag zou kunnen zijn dat iedere beslissing die van belang is voor de kinderen, zoals medische aangelegenheden of schoolaangelegenheden, bij de ouders weer tot het oplaaien van machtsstrijd en conflict leidt, vanwege eerder genoemd patroon. De kinderen komen hiermee klem te zitten tussen beide ouders. Het voordeel van eenhoofdig ouderlijk gezag van moeder zou kunnen zijn dat beslissingen makkelijker en sneller tot stand komen en niet tot een machtsstrijd leiden. Het nadeel van eenhoofdig ouderlijk gezag van moeder zou kunnen zijn dat moeder zich mogelijk minder geroepen voelt mee te werken aan het bevorderen van een goede band tussen vader en de kinderen.”

4.

Het hof is gelet op het vorenstaande van oordeel dat er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders bij het (blijven) uitoefenen van gezamenlijk gezag. De vader stelt weliswaar dat hiervan thans nog geen sprake is en dat er meer tijd nodig is om aan de communicatie van partijen te werken en het traject bij [deskundige] af te ronden, doch het hof volgt hem hierin niet. Het hof ziet ook geen aanleiding om in dit kader nader onderzoek te laten verrichten. Uit het deskundigenbericht blijkt dat de ouders niet in staat blijken tot de voor het uitoefenen van ouderlijk gezag vereiste minimale communicatie en dat er bij partijen momenteel geen enkele ruimte bestaat om aan hun slechte verstandhouding te werken, terwijl de kinderen - in het bijzonder [minderjarige 1] - hiervan ernstige hinder lijken te ondervinden. Gelet op het gedrag van [minderjarige 1] rondom de omgang is duidelijk dat zij steeds meer last krijgt van de spanningen tussen de ouders. Het hof is van oordeel dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen. Het hof verwijst in dat kader naar de inhoud van het deskundigenbericht en de door partijen nagezonden stukken. Zo zijn de ouders - vanwege hun wederzijdse wantrouwen - niet in staat gebleken om afspraken met elkaar te maken over triviale zaken, zoals bijvoorbeeld (het ruilen van) de rode laarsjes die de vader voor [minderjarige 1] had gekocht. Nu er geen verbetering valt te verwachten in de slechte verstandhouding tussen de ouders en de kinderen hierdoor (weliswaar onbedoeld) met de spanningen tussen de ouders worden belast, is het naar het oordeel van het hof in het belang van [minderjarige 1] (die thans 7 jaar oud is) en [minderjarige 2] (die thans 5 jaar oud is) noodzakelijk dat de moeder met het eenhoofdig gezag over de kinderen wordt belast.

5.

Gelet op het vorenstaande ziet het hof aanleiding om de beschikking waarvan beroep te vernietigen voor wat betreft de beslissing omtrent het gezag en opnieuw beslissende alsnog het inleidend verzoek van de moeder om het eenhoofdig gezag over de kinderen toe te wijzen.

6.

Het hof wenst ten overvloede nog op te merken het een positieve ontwikkeling te achten dat de ouders de begeleide omgang onder leiding van [deskundige] willen voortzetten. Het is in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat de ouders aan hun onderlinge communicatie gaan werken zodat de kinderen - nu en in de toekomst - in ieder geval een onbelast contact met beide ouders kunnen hebben.

De informatie- en consultatieplicht

7.

Hoewel de vader in eerste aanleg heeft verzocht om voor het geval het verzoek van de moeder van wijziging tot het gezag wordt toegewezen, een informatie- en consultatieregeling vast te stellen waarbij de moeder gehouden is de vader op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de kinderen en de vader te raadplegen over daaromtrent te nemen beslissingen, is het hof van oordeel dat de vader - zowel in eerste aanleg als in hoger beroep - onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de moeder niet aan de op haar rustende wettelijke informatieplicht zal voldoen en daarmee evenmin dat er een noodzaak bestaat om een dergelijke verplichting in een beschikking op te nemen. Het hof zal dit verzoek van de vader dan ook afwijzen.

De kosten van het deskundigenonderzoek

8.

Het hof zal - gelet op artikel 195, derde volzin, juncto artikel 199 lid 3 Rv juncto artikel 284 lid 4 Rv - bepalen dat de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste van 's Rijks kas worden gebracht.

Slotsom

9.

De beschikking waarvan beroep dient gedeeltelijk te worden vernietigd en er zal opnieuw worden beslist zoals hieronder aangegeven.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep voor zover daarbij het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag te belasten, is afgewezen;

en in zoverre opnieuw beslissende:

bepaalt dat het gezag over de minderjarigen [minderjarige 1], geboren [in 2006] en [minderjarige 2], geboren [in 2008], voortaan aan de moeder alleen toekomt;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste van 's Rijks kas worden gebracht;

wijst af het meer of anders verzochte;

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep voor het overige.

Deze beschikking is gegeven door mr. R. Feunekes, mr. J.G. Idsardi en

mr. B.J. Voerman, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 24 december 2013 in bijzijn van de griffier.