Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2022:2497

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-08-2022
Datum publicatie
30-08-2022
Zaaknummer
23-002939-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Meerdere winkeldiefstallen in korte tijd. Verdachte blijft reeds geruimde tijd in een GGZ-instelling in het kader van een zorgmachtiging. Verlenging zorgmachtiging aangevraagd. Geen straf of maatregel, artikel 9a Wetboek van Strafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002939-20

datum uitspraak: 29 augustus 2022

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 december 2020 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-138650-20 (A), 13-186302-20 (B), 13-265496-20 (C) en 13-288360-20 (D) tegen

[verdachte01] ,

geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1990,

adres: [adres01] , [postcode01] [plaats01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 augustus 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in de zaken A, B, C en D bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk.

De advocaat-generaal heeft gevorderd en de raadsman heeft bepleit dat de verdachte schuldig dient te worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere winkeldiefstallen in korte tijd, waarbij zij goederen heeft weggenomen met een aanzienlijke verkoopwaarde. Winkeldiefstal veroorzaakt hinder, ergernis en schade voor de benadeelde. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. De ernst van de feiten rechtvaardigt in beginsel de oplegging van een gevangenisstraf zoals door de politierechter is opgelegd. Gelet op de hierna te bespreken omstandigheden zal het hof hiertoe echter niet overgaan.

Voornoemde feiten hebben allen plaatsgevonden tegen de achtergrond van de persoon en de psychische problematiek van de verdachte, zoals naar voren is gekomen uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en de door de raadsman overgelegde stukken. De verdachte is meermalen via crisismaatregelen en zorgmachtigingen gedwongen opgenomen, wegens verschillende gediagnostiseerde stoornissen die onder andere leidden tot ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

De verdachte verblijft momenteel reeds een geruime periode binnen de [bedrijf01] in het kader van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Blijkens de brief van dr. [naam01] van 4 augustus 2022 heeft de officier van justitie besloten een (verlenging van de eerder afgegeven) zorgmachtiging voor de verdachte voor te bereiden. De verwachting is daarom dat zij nog enige tijd binnen de [bedrijf01] zal verblijven. Het hof acht het op grond van het voorgaande raadzaam te bepalen dat in verband met de omstandigheden die zich na het plegen van de strafbare feiten hebben voorgedaan, ondanks de ernst van de feiten, geen straf of maatregel zal worden opgelegd en zal daarom toepassing geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.

Bepaalt dat ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-138650-20 en in de zaak met parketnummer 13-186302-20 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-265496-20 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-288360-20 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. D. Radder en mr. M.K. Durdu-Agema, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 augustus 2022.

mr. M.K. Durdu-Agema en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.