Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2022:2482

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-08-2022
Datum publicatie
26-08-2022
Zaaknummer
23-003039-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak opruiing in drill rap video. Uitingen in de video onvoldoende concreet voor de conclusie dat wordt aangespoord tot het plegen van strafbare feiten. Wel veroordeling voor namaakvuurwapens in video.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003039-21

datum uitspraak: 25 augustus 2022

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 november 2021 in de strafzaak onder de parketnummers
13-117620-20 en 13-104945-18 (TUL) tegen

[verdachte01] ,

geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1993,

adres: [adres01] , [postcode01] [plaats01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 augustus 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:

1
hij in of omstreeks de periode van 22 april 2020 tot en met 28 april 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een op een pistool gelijkend voorwerp, voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen;

2
hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 22 april 2020 tot en met 19 augustus 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in het openbaar, mondeling en/of door middel van afbeelding(en) en/of video('s) tot enig strafbaar feit heeft opgeruid door

- het (laten) beheren van (een) social media-account(s) ( [account01] ) met de naam ' [account01] ' en/of (vervolgens) het op dit account uploaden/plaatsen en/of delen van een video/filmpje (van ongeveer 5 seconden) waarin fragmenten van een videoclip worden getoond en/of

- het (laten) uploaden/plaatsen en/of delen van een video/filmpje (van 2 minuten en 30 seconden) met de naam ' [video01] (Official Video)' op (een) social media-account(s) ' [account02] ' ( [website01] ) waarin een videoclip wordt getoond

waarbij verdachte ( [verdachte01] ) en zijn medeverdachte ( [medeverdachte01] ) (meermalen) in beeld komen en/of rappen op een afgespeelde (rap)beat en/of (daarbij) dreigend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar de camera('s) richten en/of (onder meer) de volgende tekst rappen/zingen:

"Richt op die opps ze doen hands in the air

Stack die money ga niet naar air

Voor die money racen we ver

Ik wil mn opps in intensive care

Ik schets echt, volg die flex

Ik werk met skdededed bang

Ik schets echt, volg die flex

Ik werk met skdededed bang

Je ziet die grind, hiero gaat co

Bonker gooit 10, verhoog voordat ik pin

Mik niet naast body, ikke blaas in

Zet m in rib en zorg dat ik win

Opps worden arch, driver geeft gas

Werken met gets of djonken op pas

Clannie belt nog, hij praat over blok

We zakken de prijs, maar race m alsnog

En weg, al je spullen finness

Ik ben met enge racers op weg

Verdubbel die stack en bos het op fam

Als ik blaas, schiet ik niet op O

Ik blaas op je head want ik wil je go

Wat is die mo, ik ben op do

Catch een opp ik maak m echt (dood)

Richt op die opps ze doen hands in the air

Stack die money ga niet naar air

Voor die money racen we ver

Ik wil mn opps in intensive care

Ik schets echt, volg die flex

Ik werk met skdededed bang

Ik schets echt, volg die flex

Ik werk met skdededed bang

Ik zie de opps, ze kijken mn posts

Ten toe step als ik kom in ams

Ik race zelfs mn fans, ik blaas op opss en ik doe mn dance

Zoekend naar chans, ik wil per se Benz

Kom in me ans en ik blaasje weg

Ik kom van west, hier wordt niet getest

We bossen die guns, die bullets gaan fast,

Die bullets gaan fast, je hebt niks aan je vest

Ik mik Op je head en zorgt dat je crasht

Druk m in west, die opps die gaan down

Ze claimen die dang maar zijn niet in town

We zoeken balans, we slacken voor chans

Die man wil geen smoke, die man die is bang

Haal het in blok, maar kook het in pan

Ten toes dan, ik zit niet stang

Richt op die opps ze doen hands in the air

Stack die money ga niet naar air

Voor die money racen we ver

Ik wil mn opps in intensive care

Ik schets echt, volg die flex

Ik werk met skdededed bang

Ik schets echt, volg die flex

Ik werk met skdededed bang

Richt op die opps ze doen hands in the air

Stack die money ga niet naar air

Voor die money racen we ver

Ik wil mn opps in intensive care

Ik schets echt, volg die flex

Ik werk met skdededed bang

Ik schets echt, volg die flex

Ik werk met skdededed bang"

waarin (telkens) geweld en/of wapengebruik en/of wapenbezit word(t)(en) verheerlijkt en/of waarin (mede hierdoor)(telkens)(impliciet) wordt opgeroepen tot het gebruik van geweld jegens een/de tegenpartij, terwijl het gebruikmaken van geweld en/of voornoemde wapenbezit een strafbaar misdrijf, te weten mishandeling en/of zware mishandeling en/of doodslag en/of moord en/of overtreding(en) van de Wet wapens en munitie oplevert.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een ander beslissing met betrekking tot de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde komt dan de rechtbank.

Vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde medeplegen van opruiing. Zij heeft daartoe kortgezegd aangevoerd dat door het optreden in en openbaar maken van een videoclip sprake is van het aanzetten tot enig strafbaar feit of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Opruiing moet worden begrepen als het opwekken van de gedachte aan enig feit, het trachten de mening te vestigen dat dit feit wenselijk of noodzakelijk is en het verlangen op te wekken om dat feit te bewerkstelligen. Daarbij zijn de omstandigheden van het geval van belang, waarbij ook eerdere ervaringen een rol spelen. Het openbaar ministerie stelt dat de bewezenverklaring moet worden gebaseerd op de gebruikte woorden, de gebaren en het tonen van nepvuurwapens in de videoclip van het nummer ‘[video01]’, in samenhang beschouwd met heftige geweldsdelicten die zijn gepleegd binnen de drillrap scene en de toenemende mate waarin jongeren betrokken zijn bij geweldsdelicten, waarbij vuurwapens worden gebruikt. Door in de videoclip op deze wijze (nep)vuurwapens te tonen, wordt het bezit en het gebruik van vuurwapens genormaliseerd en zodoende is er een reëel risico dat anderen worden aangezet tot het aanschaffen, bezit of gebruik van vuurwapens.

De raadsvrouw heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van het onder 2 tenlastegelegde.

Het hof overweegt als volgt.

Opruiing behelst het aanzetten – in de betekenis van: proberen iemand iets te laten doen – tot het plegen van strafbare feiten. Niet voldoende is, zoals door advocaat-generaal gesteld, ‘het opwekken van de gedachte aan enig feit, het trachten de mening te vestigen dat dit feit wenselijk of noodzakelijk is en het verlangen op te wekken om dat feit te bewerkstelligen’.
Bij de beoordeling of de door een verdachte gedane uitingen aansporen tot enig strafbaar feit en dus ‘opruiend’ zijn in de zin van artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht, komt betekenis toe aan de inhoud en de strekking van de gedane uitingen in hun onderlinge samenhang bezien, alsmede de context waarin deze uitingen aan het publiek zijn geopenbaard.

Niet staat ter discussie dat de verdachte en zijn medeverdachte de in de tenlastelegging opgenomen woorden hebben gebruikt in een videoclip, en dat die videoclip vervolgens openbaar is gemaakt, onder andere door plaatsing op [website01] .


Met betrekking tot de inhoud en de strekking van de door verdachte en zijn medeverdachte in deze clip gedane uitingen komt het hof tot het oordeel dat deze onvoldoende concreet zijn om te concluderen dat in strafrechtelijke zin wordt aangespoord tot het plegen van enig strafbaar feit. De letterlijke bewoording van de in de tenlastelegging opgenomen tekst van het nummer ‘[video01]’ noch de strekking daarvan biedt een voldoende concreet aanknopingspunt voor de aanname dat de verdachte en zijn medeverdachte anderen proberen iets (namelijk: het plegen van strafbare feiten) te laten doen. De verdachte en de medeverdachte rappen veeleer over hun eigen ervaringen, gevoelens, wensen en fantasieën. Dat doen zij grotendeels in de eerste persoon enkelvoud of meervoud (‘ik’ en ‘we’), terwijl de genoemde ‘ opps ’ evenmin concrete tegenstanders of doelwit zijn. Een bezongen of gerapte wens om die onbestemde ‘ opps ’ in de intensive care te willen, is in deze context nog geen aansporing aan het publiek om die wens middels het plegen van strafbare feiten daadwerkelijk te realiseren. Dat de tekst onmiskenbaar gewelddadige elementen bevat en dat in de videoclip nepvuurwapens worden getoond, maakt dit oordeel niet anders.

Het hof zal derhalve de verdachte vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde.

Bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

Het hof acht het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en grondt zijn overtuiging dat de verdachte het onder 1 bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de navolgende bewijsmiddelen zijn vervat.

1. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2020085492-2 van 28 april 2020 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant01] , doorgenummerde pagina’s 001-005.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant :

Op 24 maart [ het hof begrijpt: april ] 2020 zag ik op het social media platform [account01] een publicatie staan van het account [accountnaam01] . Ik zag dat er een soort van clip shoot gefilmd werd. Ik zie dat er twee personen een op een vuurwapen gelijkend voorwerp vasthielden. Ik zag dat het [account01] de originele poster is. In de post worden artiesten getagd, onder wie [artiest01] .

2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1300-2020085492-11 van 29 april 2020, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant02] en [verbalisant03] , doorgenummerde pagina’s 093 tot en met 098.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 29 april 2020 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van [verdachte01] :

Het Instagramaccount met de naam [artiest01] is van mij. Ik was bij een clip shoot. Ik zag een nepvuurwapen liggen. Ik heb het nepvuurwapen gepakt. Ik ben de rechter persoon in het filmpje dat op [account01] op het account met accountnaam [account01] is geplaatst op 24 april 2020. Ik sta met een nepvuurwapen in het filmpje. Dat filmpje is ongeveer een week geleden opgenomen. Het filmpje is opgenomen in Amsterdam.

3. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 12882215 van 24 april 2020, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant04] , doorgenummerde pagina 009.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant :

Op 24 april 2020 werd op het internet een online filmpje aangetroffen waarin twee personen een vuurwapen (of gelijkend voorwerp) vasthielden. Dit filmpje was online geplaatst op het social media platform [account01] en gekoppeld aan het account genaamd [accountnaam01] / [account01] .

Om vast te kunnen stellen of er sprake is van een strafbaarheid volgens de Wet Wapens en Munitie is het desbetreffende filmpje doorgestuurd aan politieambtenaar [verbalisant05] , werkzaam als vuurwapenspecialist.

4. Een proces-verbaal van herkenning vuurwapengelijkend voorwerp van 30 april 2020, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant05] , doorgenummerde pagina’s 102 tot en met 106.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant :

Op 29 april 2020 werd aan mij een filmpje getoond. Door mij is het filmpje nader bekeken.

Naast de man NN1 staat een man gekleed in een wit shirt [ het hof begrijpt: de voor de kijker rechter persoon van de twee ]. Deze man noem ik verder NN2. Op frame 3 is te zien dat de man NN2 een [ op een ] vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand heeft. Er kan alleen gesteld worden dat het de vorm en afmeting van een pistool heeft.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij in of omstreeks de periode van 22 april 2020 tot en met 28 april 2020 te Amsterdam een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een op een pistool gelijkend voorwerp, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen onder 1 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van twee jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een namaakvuurwapen. Dit is verboden, nu met een dergelijk nepwapen mensen angst kan worden aangejaagd. Gelet op het toenemende (vuur)wapenbezit in Nederland wordt aan het voorhanden hebben van wapens zwaar getild, ook als dit een nepvuurwapen betreft. De verdachte heeft het wapen bovendien in de openbare ruimte voorhanden gehad.

Het hof heeft bij het bepalen van de straf acht geslagen op de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Daarin wordt een onvoorwaardelijke geldboete van € 550,00 genoemd. Het hof ziet in hetgeen de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht geen reden om daarvan af te wijken. Het hof acht derhalve, alles afwegende, een geldboete van € 550,00 passend en geboden.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft op 27 mei 2020 schriftelijk de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij onder parketnummer 13-104945-18 door de meervoudige strafkamer in de rechtbank Amsterdam gewezen vonnis van 4 maart 2019 opgelegde voorwaardelijke taakstraf van 20 uren. Daarbij is een proeftijd van twee jaren vastgesteld. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft zich op de terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat deze vordering moet worden toegewezen.

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering niet toe te wijzen, nu het toewijzen van de vordering in dit stadium niet opportuun meer is.

Het hof overweegt als volgt.

Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de bij vonnis van 4 maart 2019 vastgestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Als uitgangspunt geldt dat het voor de effectiviteit en de geloofwaardigheid van de regeling omtrent voorwaardelijke straffen en de daarbij behorende algemene (en bijzondere) voorwaarden, essentieel is dat overtreding van deze voorwaarden niet vrijblijvend is en dat daaraan consequenties worden verbonden. In het betoog van de raadsvrouw ziet het hof geen goede reden om van dat uitgangspunt af te wijken. Daarom zal de tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis .

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van

€ 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2019, parketnummer 13-104945-18, te weten van:

taakstraf van 20 (twintig) uren , bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis .

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. M. Lolkema en mr. W.S. Ludwig, in tegenwoordigheid van
mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
25 augustus 2022.

De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]