Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2022:2338

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-08-2022
Datum publicatie
23-08-2022
Zaaknummer
200.304.667/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klacht tegen een notaris. Geringe wijziging testament; beoordeling wilsbekwaamheid. ECLI:NL:GHAMS:2021:3517. Notaris had geen redenen om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflater. Klacht ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.304.667/01 NOT

nummer eerste aanleg : C/05/389752 / KL RK 21-106

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 23 augustus 2022

inzake

1 [appellant 1] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

2. [appellante],

wonend te [woonplaats 2] ,

appellanten,

gemachtigde: mr. I.R.M. Goedings,

tegen

[geïntimeerde] ,

notaris te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde.

Partijen worden hierna klagers (respectievelijk klager dan wel klaagster) en de notaris genoemd.

1 De zaak in het kort

De vader van klagers is overleden. De notaris heeft de laatste wijziging van het testament van vader gepasseerd. Klagers verwijten de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende onderzoek te doen naar de geestelijke gesteldheid van vader. Volgens klagers was vader op het moment van het passeren van de akte niet wilsbekwaam.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Klagers hebben op 15 december 2021 een beroepschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 19 november 2021 (ECLI:NL:TNORARL:2021:61). De notaris heeft op 24 mei 2022 een verweerschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend.

2.2.

Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.

2.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 9 juni 2022. Klagers, vergezeld van hun gemachtigde, en de notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

3 Feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. Waar nodig aangevuld met andere relevante vaststaande feiten, zijn die feiten de volgende.

3.1.

De vader van klagers, [naam 1] (hierna: vader), is op 22 januari 2016 en 26 januari 2016, samen met zijn partner [naam 2] (hierna: partner), bij de notaris op kantoor geweest om een wijziging van zijn testament van 19 december 2002 te bespreken. In dat testament van 19 december 2002 had vader klagers tot zijn erfgenamen benoemd en had hij aan zijn partner het vruchtgebruik van zijn gehele zuivere nalatenschap gelegateerd. Daarnaast had vader aan zijn partner, klagers, twee stiefzonen en vier vrienden een beeldje gelegateerd, en had hij zijn partner tot executeur benoemd en zijn boekhouder tot alternatief executeur.

3.2.

Vader heeft op 9 februari 2016 het gewijzigde testament bij de notaris ondertekend. Het testament van 19 december 2002 is toen op twee punten gewijzigd. Bij het legaat van de beeldjes zijn twee van de vier vrienden niet meer in het testament opgenomen en daarnaast heeft vader het kantoor van de notaris tot alternatief executeur benoemd. De erfstelling en het vruchtgebruik legaat zijn ongewijzigd gebleven.

3.3.

In juli 2016 is vader opgenomen in een gesloten instelling.

3.4.

Op 6 oktober 2016 heeft de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, na een verzoek hiertoe van klaagster, een externe bewindvoerder en een externe mentor aangesteld voor vader.

3.5.

Vader is op 8 januari 2021 overleden.

4 Standpunt van klagers

4.1.

Klagers verwijten de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende onderzoek te doen naar de geestelijke gesteldheid van vader. Klagers stellen dat vader op het moment van het passeren van het gewijzigde testament op 9 februari 2016 leed aan vergevorderde dementie van het Alzheimer-type. De notaris heeft verzuimd na te gaan of vader in de betreffende periode zelfstandig en zonder beïnvloeding van derden in staat was om zich een rechtens relevante wil te vormen. Klagers zijn van mening dat vader op het moment van wijziging van het testament op 9 februari 2016 niet wilsbekwaam was.

5 Beoordeling

5.1.

De kamer heeft in de bestreden beslissing geconcludeerd dat van de notaris niet meer onderzoek had hoeven te worden verwacht dan hij heeft gedaan. De kamer heeft daarom geoordeeld dat niet is gebleken dat de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld en heeft de klacht van klagers tegen de notaris op alle onderdelen ongegrond verklaard.

Opvragen stukken

5.2.

Allereerst staat het hof stil bij de opmerking van klagers in het beroepschrift dat de kamer de aantekeningen van het gesprek van de notaris met vader alsmede een kopie van het testament van vader uit 2002 had moeten opvragen. Een dergelijke verplichting bestaat niet. Als de kamer hiertoe een noodzaak zou hebben gezien, zou de kamer dit hebben gedaan. Het hof ziet hiertoe overigens ook geen aanleiding en is van oordeel dat de zaak kan worden beslist op de thans voorliggende stukken.

Het hof is van oordeel dat de notaris voldoende onderzoek heeft gedaan

5.3.

Bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van een betrokken cliënt moet primair worden uitgegaan van de eigen waarneming van de notaris, aan wie in dat kader beoordelingsruimte toekomt. Pas bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is verder onderzoek aangewezen (vgl. ECLI:NL:GHAMS:2021:3517). Met de kamer is het hof van oordeel dat de notaris aan de hand van feiten en omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt dat hij de wilsbekwaamheid van vader naar behoren heeft beoordeeld.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de notaris twee keer met vader heeft gesproken, voorafgaand aan het passeren van het gewijzigde testament. Tijdens deze besprekingen was vader consistent in zijn wens tot (geringe) wijziging van zijn testament. Deze wijziging was voor de notaris ook begrijpelijk en verklaarbaar. De notaris heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat vader de gevolgen van deze wijziging van zijn testament uit 2002 kon overzien. Dat – uit praktische overwegingen – is gekozen voor een volledig nieuw testament in plaats van een beperkte wijziging van het (oude) testament acht het hof niet van belang, nu in beide gevallen het gevolg hetzelfde was.

5.4.

Anders dan klagers betogen, heeft de kamer het oordeel van de medisch deskundige wel meegenomen in zijn oordeel. De kamer heeft alleen minder gewicht toegekend aan deze verklaring dan aan die van de notaris, nu de medisch deskundige vader niet in leven heeft gezien en zijn verklaring heeft opgesteld op basis van het medisch dossier van vader. Het hof volgt de kamer daarin. Bovendien is het enkele gegeven dat vader dement aan het worden was, onvoldoende voor het oordeel dat de notaris gerede twijfel had moeten hebben aan de wilsbekwaamheid van vader. Dementie leidt immers niet direct/altijd tot een algeheel onvermogen de wil te bepalen.

5.5.

Gezien het vorenstaande is het hof van oordeel dat de notaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij, gegeven de aan hem toekomende beoordelingsruimte, tot de conclusie heeft kunnen komen dat vader wilsbekwaam was. Hij had dan ook geen reden om het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) te volgen en nader onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van vader.

5.6.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hof, evenals de kamer, van oordeel is dat de klacht van klagers op alle onderdelen ongegrond is. Het hof zal de beslissing van de kamer daarom bevestigen.

6 Beslissing

Het hof:

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.R. Sturhoofd, J.C.W. Rang en B.J.M. Gehlen en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2022 door de rolraadsheer.