Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:984

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-04-2021
Datum publicatie
12-04-2021
Zaaknummer
23-001394-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen witwassen, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001394-20

datum uitspraak: 9 april 2021

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 juni 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-018369-20 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2021.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

primair
Hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 tot en met 6 maart 2019, te Amsterdam, in elk geval in een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een of meer voorwerp(en), te weten

* een of meer geldbedrag(en) ter hoogte van (in totaal) 6333,18 euro, (telkens) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of omgezet, en/of van een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) geldbedrag(en), (telkens) gebruik heeft/hebben gemaakt, en/of (van)

* een of meer geldbedrag(en) ter hoogte van (in totaal) 6333,18 euro, (telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) geldbedrag(en) was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had/hadden, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en)/geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit een of meer misdrijf/misdrijven;

subsidiair
Een of meer personen, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 tot en met 6 maart 2019, te Amsterdam, in elk geval in een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een of meer voorwerp(en), te weten

* een of meer geldbedrag(en) ter hoogte van (in totaal) 6333,18 euro, (telkens) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of omgezet, en/of van een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) geldbedrag(en), (telkens) gebruik heeft/hebben gemaakt, en/of (van)

* een of meer geldbedrag(en) ter hoogte van (in totaal) 6333,18 euro, (telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) geldbedrag(en) was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had/hadden, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en)/geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk ¿ afkomstig was/waren uit een of meer misdrijf/misdrijven

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 5 maart 2019 tot en met 6 maart 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door verdachtes rekeningnummer ter beschikking te stellen;

meer subsidiair
een of meer onbekend gebleven personen, in of omstreeks de periode van 5 maart 2019 tot en met 6 maart 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stelling van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van (in totaal) 6333,18 euro, in elk geval een geldbedrag, door zich - via Whatsapp - voor te doen als de zus van deze [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 1] te vragen om geld over te maken en/of voor te schieten en/of een rekeningnummer te geven en/of die [slachtoffer 1] en betaalverzoek en/of Tikkie te sturen,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 5 maart 2019 tot en met 6 maart 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door verdachtes rekeningnummer ter beschikking te stellen;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij in de periode van 5 tot en met 6 maart 2019 te Amsterdam, meermalen, telkens tezamen in vereniging met een ander, geldbedragen ter hoogte van in totaal 6.333,18 euro, voorhanden heeft gehad en heeft omgezet, terwijl hij, verdachte en zijn mededader telkens wisten dat bovenomschreven geldbedragen onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit misdrijven;

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, die na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.

De raadsvrouw van de verdachte heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn proceshouding in hoger beroep. De verdachte heeft in hoger beroep zijn verantwoordelijkheid genomen en een verklaring afgelegd. Daarnaast zit de verdachte in een revalidatieproces met fysiotherapie naar aanleiding van een ongeval. Hij is in staat om korte periodes te werken en zou met oplegging van een werkstraf weer terug kunnen komen in het arbeidsproces, aldus de raadsvrouw.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het witwassen van in totaal

€ 6.333,18. Witwassen draagt bij aan andere, in de regel ernstige en schade- en overlastveroorzakende strafbare feiten. Witwassen houdt de onderliggende criminaliteit in stand en bevordert die. Daarnaast vormt witwassen een ernstige bedreiging voor de legale economie en tast het de integriteit van het economisch verkeer aan. Het hof rekent dit de verdachte aan.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij met hulp van de reclassering bezig is zijn leven een wending te geven. Hij is op zoek naar werk en wil zich weer aanmelden op school om uiteindelijk met ouderen te gaan werken. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 maart 2021 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld, maar dit betreft voornamelijk feiten van enkele jaren geleden.

Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en nu ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat hij in staat is om werkzaamheden te verrichten, acht het hof een onvoorwaardelijke taakstraf in het onderhavige geval passender dan een vrijheidsbenemende straf. Daarnaast zal het hof om de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen en als stok achter de deur, dan wel steun in de rug, een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

Tot slot houdt het hof bij de strafoplegging rekening met artikel 63 Wetboek van Strafrecht.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 70 (zeventig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. R.D. van Heffen en mr. M. Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van mr. B. van Vliet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

9 april 2021.

Mrs. Van Heffen, Gonggrijp-van Mourik en Van Vliet zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]